Artikel 264/1, WIB 92
Art. 264/1, § 1, tweede lid, en § 2, 3°, treedt in werking op de dag van de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad (29.07.2025) (art. 36, en 37, 2de lid; progW 18.07.2025; B.S. 29.07.2025; Numac: 2025005578)
[Elke wijziging die vanaf 03.02.2025 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, en die door de belastingplichtige niet wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van de in deze afdeling bedoelde inkomstenbelastingen, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van artikel 35 (art. 37, 3de lid; progW 18.07.2025; B.S. 29.07.2025; Numac: 2025005578)]
§ 1. De roerende voorheffing is niet verschuldigd op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde dividenden waarvan de schuldenaar een binnenlandse vennootschap is en waarvan de verkrijger een vennootschap is die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten.
Dit artikel is evenwel slechts van toepassing indien op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde dividenden de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 % bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2.500.000 euro bedraagt die, indien deze verkrijger geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft en deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden.
Dit artikel is slechts van toepassing in de mate dat de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, niet zou kunnen worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijger.
Dit artikel is slechts van toepassing indien de schuldenaar en de verkrijger vennootschappen zijn die:
- een rechtsvorm hebben die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd met dien verstande dat met betrekking tot vennootschappen naar Belgisch recht, bedoeld onder punt b, de verwijzingen naar "besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid", naar "coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" en "coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid" en naar de "gewone commanditaire vennootschap" ook moeten worden begrepen als verwijzend naar respectievelijk de "besloten vennootschap", de "coöperatieve vennootschap" en de "commanditaire vennootschap" of een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met de rechtsvormen die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
- zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht.
§ 2. De vrijstelling wordt slechts toegestaan indien de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat bevestigt:
1° dat de verkrijger een rechtsvorm heeft die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd met dien verstande dat met betrekking tot vennootschappen naar Belgisch recht, bedoeld onder punt b, de verwijzingen naar "besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid", naar "coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid" en "coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid" en naar de "gewone commanditaire vennootschap" ook moeten worden begrepen als verwijzend naar respectievelijk de "besloten vennootschap", de "coöperatieve vennootschap" en de "commanditaire vennootschap" of een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met de rechtsvorm die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;
2° dat de verkrijger onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht;
3° dat de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 % bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2.500.000 euro bedraagt die, indien deze verkrijger geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft;
4° dat de dividenden betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden;
5° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde dividend;
6° wat de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer van de verkrijgende vennootschap is.
