Commentaar van art. 145^21 WIB 92
Onderafdeling IIquater - Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen
Art. 145/21, WIB 92
| 145/21/0 | |
| 145/21/0 | |
| 145/21/1 | |
| 145/21/2 | |
| 145/21/3-12 | |
| 145/21/3 | |
| 145/21/4-5 | |
| 145/21/6 | |
| 145/21/7 | |
| 145/21/8-12 | |
| V. BELASTINGVERMINDERING VOOR UITGAVEN BETAALD VOOR PRESTATIES IN HET KADER VAN DE PWA | 145/21/13-29 |
| 145/21/13 | |
| 145/21/14-17 | |
| 145/21/18 | |
| 145/21/19-20 | |
| 145/21/21-24 | |
| 145/21/25 | |
| 145/21/26-29 |
Om een rationele voorstelling van de te behandelen stof mogelijk te maken, worden de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, samen besproken.
Nummer 145/21/0
Art. 145/21 (1). - Binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145/2 en 145/22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 73.000 frank die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werkloze in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
Art. 145/22 (1). - De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de in artikel 145/21 vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen.
Art. 145/23 (1). - Wanneer de aanslag op naam van de beide echtgenoten wordt gevestigd, worden de in artikel 145/21 vermelde uitgaven evenredig omgedeeld op ieders inkomensdeel.
Nummer 145/21/1
Afdeling XXVsexies. - Vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 145/22).
Art. 63/10 (2). - De in artikel 145/21 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde uitgeven komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking:
1° ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbaar tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van de PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbaar tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
2° op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques.
Nummer 145/21/2
Art. 38, 13°, WIB 92, bepaalt dat de door werklozen verkregen vergoedingen voor prestaties geleverd het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (afgekort PWA) vrijgesteld zijn van belasting.
Tegelijkertijd is een belastingvermindering ingevoerd voor de uitgaven betaald voor prestaties verricht door een werkloze in het kader van PWA (hierna PWA-prestaties genoemd). Die belastingvermindering is het voorwerp van de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, en van art. 63/10, KB/WIB 92, dat de terzake geldende toepassingsvoorwaarden vastlegt.
Die bepalingen zijn van toepassing met ingang van aj. 1995 (inkomstenjaar 1994).
IV. OVERZICHT VAN HET STELSEL VAN DE PWA-CHEQUES
Nummer 145/21/3
In de praktijk richt het stelsel van de PWA-cheques zich tot privé-personen, tot de plaatselijke overheden, tot niet-commerciële verenigingen, tot onderwijsinstellingen en tot de land- en tuinbouwsector.
B. ACTIVITEITEN IN HET KADER VAN DE PWA
Nummer 145/21/4
De activiteiten verricht in het kader van de PWA mogen slechts worden uitgeoefend door:
- een langdurige werkloze (d.w.z. een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze die werkloos is sinds ten minste 2 jaar indien hij wachtuitkeringen geniet of sinds ten minste 3 jaar indien hij werkloosheidsuitkeringen geniet; die periodes bedragen respectievelijk 1 jaar en 2 jaar voor het uitvoeren van seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten verricht bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité van het tuinbouwbedrijf);
- een volledige werkloze die is ingeschreven als werkzoekende en het bestaansminimum geniet.
De werkloze die als deeltijdse werknemer tewerkgesteld is, die een conventioneel brugpensioen geniet of die de aanvullende vergoeding van ontslagen bejaarde grensarbeiders geniet, mag geen activiteiten verrichten in het kader van de PWA.
Nummer 145/21/5
Art. 79bis, § 3, KB 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (ingevoegd door art. 1, KB 27.1.1997, BS 12.2.1997), bepaalt welke de toegelaten activiteiten zijn.
Het betreft de volgende activiteiten waarvan het PWA niet heeft vastgesteld dat ze in de desbetreffende gemeente worden aangetroffen in de reguliere arbeidscircuits en die worden verricht:
1° ten behoeve van natuurlijke personen:
- thuishulp met huishoudelijk karakter;
- hulp voor de bewaking of de begeleiding van zieken of kinderen;
- hulp voor het verrichten van administratieve formaliteiten;
- hulp voor het klein tuinonderhoud;
2° ten behoeve van de lokale overheden, activiteiten beantwoordend aan de noden waaraan niet tegemoet gekomen wordt door de reguliere arbeidscircuits, inzonderheid ingevolge het tijdelijke en exceptionele karakter van de nood of ingevolge het feit dat deze nood door recente maatschappelijke evoluties ontstaan of merkelijk toegenomen is.
Kunnen inzonderheid als dergelijke activiteiten worden beschouwd, de bescherming van het leefmilieu, de buurtveiligheid en het tegemoetkomen aan buurtnoden, de begeleiding van kinderen, jongeren en van sociaal zwakkeren, alsmede socio-culturele activiteiten die van occasionele aard of van beperkte omvang zijn;
3° ten behoeve van onderwijsinstellingen, verenigingen zonder winstoogmerk en andere niet-commerciële verenigingen, activiteiten die door hun aard of hun omvang of door hun occasioneel karakter gewoonlijk verricht worden door vrijwilligers, inzonderheid de activiteiten van personen die hulp verlenen ter gelegenheid van sociale, culturele, sportieve, caritatieve of levensbeschouwelijke manifestaties;
4° ten behoeve van de land- en tuinbouwsector, de activiteiten uitgeoefend binnen het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, met uitsluiting van de champignonteelt en het aanplanten en onderhouden van parken en tuinen, volgens de modaliteiten en formaliteiten vastgesteld door de Ministers van Tewerkstelling en Arbeid en van Landbouw, na advies van het beheerscomité.
Nummer 145/21/6
De PWA-prestaties mogen voor de werkloze niet meer bedragen dan 45 uur per maand. Nochtans mag de werkloze die seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten verricht in de land- en tuinbouwsector, gedurende 2 kalendermaanden per jaar, ten hoogste 90 activiteitsuren verrichten.
Nummer 145/21/7
Het PWA bepaalt het bedrag van de uurvergoeding die de begunstigde van een prestatie, hierna de "gebruiker" genoemd, verschuldigd is. Het bedrag van de vergoeding kan variëren per soort activiteit en volgens het loonniveau in de streek. Er mag eveneens een onderscheid worden gemaakt naargelang de gebruiker een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is. Bovendien kan een voorkeurtarief worden vastgesteld voor bepaalde categorieën van gebruikers.
De uurvergoeding bedraagt ten minste 200 F en ten hoogste 300 F (voor de land- en tuinbouwsector varieert de uurvergoeding in principe tussen 200 F en 250 F).
Nummer 145/21/8
De gebruiker moet een aanvraag indienen bij het PWA van de gemeente waarin het werk moet worden uitgevoerd. Hij moet de activiteit omschrijven op het "gebruikersformulier" dat hij ontvangt.
Vervolgens koopt de gebruiker PWA-cheques aan waarvan de aankoopwaarde overeenstemt met het bedrag van de uurvergoeding die hij verschuldigd is.
De gebruiker kan bij de uitgever van de cheques minstens 10 PWA-cheques bestellen die op zijn naam worden opgesteld. De betaling van de PWA-cheques geschiedt voorafgaandelijk. De gebruiker die in het bezit is van een gevalideerd "gebruikersformulier", kan bij het PWA eveneens PWA-cheques kopen die niet op naam zijn.
Nummer 145/21/9
Slechts de PWA-cheques op naam worden door de uitgever van de voormelde PWA-cheques in aanmerking genomen voor het uitreiken van een fiscaal attest op naam van de gebruiker (uitsluitend voor natuurlijke personen). D.m.v. dat attest kan de gebruiker een belastingvermindering krijgen voor de uitgaven die hij heeft gedaan voor PWA-prestaties.
Nummer 145/21/10
De gebruiker overhandigt aan de werkloze een PWA-cheque voor elk begonnen arbeidsuur. De nominale waarde van de PWA-cheque moet overeenstemmen met de uurvergoeding die door het PWA op het gebruikersformulier is vermeld.
De langdurige werkloze bezorgt op het einde van elke maand zijn controlekaart en al de gedurende die maand ontvangen cheques aan de uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) die hem zijn werkloosheidsuitkering en de uitkeringstoeslag ingevolge de toekenning van de PWA-cheques betaalt. Het bedrag van de uitkeringstoeslag waarop de werkloze recht heeft, is vastgesteld op 150 F per PWA-cheque.
De volledige werkloze die is ingeschreven als werkzoekende en het bestaansminimum geniet en die zich vrijwillig laat inschrijven bij een PWA, heeft voor zijn geleverde prestaties recht op een uitkeringstoeslag die is vastgesteld op 150 F per PWA-cheque. Om de uitkeringstoeslag uitbetaald te krijgen, bezorgt de betrokkene de PWA-cheques aan het OCMW dat hem het bestaansminimum uitkeert. Het OCMW betaalt de uitkeringstoeslag aan de betrokkene binnen 15 dagen volgend op de datum van indiening van de cheques.
Nummer 145/21/11
De uitbetalingsinstelling (vakbond, HVW of OCMW) overhandigt vervolgens de uitbetaalde cheques aan de uitgever, die haar onmiddellijk 150 F per cheque, verhoogd met een bedrag tot dekking van haar administratiekosten, zijnde 2 F per uitbetaalde cheque, terugbetaalt.
Nummer 145/21/12
Wanneer de betaling gedaan is door een vakbond of de HVW, wordt het saldo (d.w.z. het bedrag dat overblijft nadat het bedrag van 150 F en dat van de administratiekosten van de uitbetalingsinstelling zijn afgetrokken van de nominale waarde van de PWA-cheques) door de uitgever van de PWA cheques als volgt verdeeld:
- 20 % wordt gestort aan het PWA om administratiekosten te dekken en plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven te financieren;
- 80 % (verminderd met het bedrag tot dekking van de administratiekosten van de uitgever van de cheques, met inbegrip van de verzendingskosten) wordt gestort aan de RVA voor de verzekering tegen arbeidsongevallen, voor de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, voor de centrale administratiekosten en voor een vermindering van het werkloosheidsbudget.
Wanneer de betaling gedaan is door een OCMW, wordt het saldo (d.w.z. het bedrag dat overblijft nadat het bedrag van 150 F en dat van de administratiekosten van het OCMW zijn afgetrokken van de nominale waarde van de PWA-cheques) door de uitgever van de PWA-cheques gestort:
- voor 40 %, verminderd met de helft van de administratiekosten van de uitgever van de cheques met inbegrip van de verzendingskosten, aan de RVA tot dekking van administratiekosten;
- voor 40 %, verminderd met de helft van de administratiekosten van de uitgever van de cheques met inbegrip van de verzendingskosten, aan het OCMW als bijkomend inkomen bruikbaar voor de hem toegewezen opdrachten;
- voor 20 % aan het PWA om administratiekosten te dekken en plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven te financieren.
V. BELASTINGVERMINDERING VOOR UITGAVEN BETAALD VOOR PRESTATIES IN HET KADER VAN DE PWA
Nummer 145/21/13
Overeenkomstig de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, wordt een belastingvermindering verleend aan de aan de PB onderworpen belastingplichtigen die een beroep doen op werklozen voor het verrichten van PWA-prestaties.
B. BELASTINGSTELSEL VAN DE UITGAVEN
1. Algemeen
Nummer 145/21/14
Het is mogelijk dat diegene die uitgaven doet voor PWA-prestaties, zulks doet in het kader van zijn privé-leven of ten behoeve van zijn beroepswerkzaamheid.
2. Uitgaven gedaan in het kader van het privé-leven
Nummer 145/21/15
De uitgaven gedaan voor PWA-prestaties die een privé-karakter hebben, kunnen in aanmerking komen voor de in art. 145/21, WIB 92, bedoelde belastingvermindering.
3. Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid
Nummer 145/21/16
De uitgaven gedaan voor PWA-prestaties die een beroepskarakter hebben, zijn beroepskosten die in mindering komen van het brutobedrag van de beroepsinkomsten. Om die reden zijn zij bijgevolg uitgesloten van het voordeel van de belastingvermindering als bedoeld in art. 145/21, WIB 92.
Wanneer de voornoemde uitgaven beroepskosten zijn, volgen zij het belastingstelsel dat daarop van toepassing is, met inbegrip van een eventuele beperking van de aftrekbaarheid (autokosten enz.).
Het ingevolge dergelijke beperking niet als beroepskosten aftrekbare gedeelte van de uitgaven kan in geen enkel geval in aanmerking komen voor de belastingvermindering als bedoeld in art. 145/21, WIB 92.
4. Uitgaven gedaan in het kader van de beroepswerkzaamheid en in het kader van het privé-leven
Nummer 145/21/17
Wanneer de uitgaven gedaan voor PWA-prestaties een gemengd karakter hebben, d.w.z. beroepsmatig en privé, wordt het beroepsmatige gedeelte uitgesloten van het voordeel van de belastingvermindering als bedoeld in art. 145/21, WIB 92, terwijl het privé-gedeelte wel voor de belastingvermindering kan in aanmerking komen.
Belangrijke opmerking
Voor de berekening van de belastingvermindering is alleen het privé-gedeelte van de uitgaven beperkt tot 80.000 F (zie 145/21/21).
C. BEDOELDE BELASTINGPLICHTIGEN
Nummer 145/21/18
De belastingvermindering kan slechts worden verleend aan belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de PB en die uitgaven doen voor PWA-prestaties, voor zover die uitgaven althans niet de aard van beroepskosten hebben.
D. VOORWAARDEN VOOR DE TOEKENNING VAN DE VERMINDERING
Nummer 145/21/19
Overeenkomstig art. 145/22, WIB 92, worden de voorwaarden waaraan de in art. 145/21, WIB 92, vermelde uitgaven moeten voldoen om voor belastingvermindering in aanmerking te komen, bij koninklijk besluit bepaald.
Die voorwaarden zijn vastgesteld in art. 63/10, KB/WIB 92, dat bepaalt dat de uitgaven betaald voor PWA-prestaties slechts voor belastingvermindering in aanmerking komen:
1° ten belope van de nominale waarde van de PWA-cheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbare tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die PWA-cheques die in de loop van datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
2° op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen het attest overlegt, vermeld in de reglementering betreffende de PWA en uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques (zie voorbeeld in 145/21/20).
Voorbeeld van attest
Nummer 145/21/20
MULTI SERVICE CHEQUE
De Heer Jan Pieters
Leopoldstraat, 11 ¦ ¦ 1000 Brussel
FISCAAL ATTEST BETREFFENDE DE PWA-CHEQUES
Aanslagjaar 1997
Inkomsten van het jaar 1996
Voornaam: Jan
Rijksregister nr.: 11111111111
| Aangekochte cheques | Terugbezorgde cheques | ||||
| Aantal cheques | Nominale Waarde | Bedrag | Aantal cheques | Nominale Waarde | Bedrag |
| 90 | 200 | 18.000 | |||
| Totaal 18.000 BF (A) | Totaal 0 BF (B) | ||||
Op uw belastingaangifte tegenover de code 365 te vermelden bedrag. 18.000 BF(1)
Voor waar en echt verklaard,
Michel Croisé,
Directeur
281.80
Dit attest dient U te voegen bij uw belastingaangifte.
(1) Totaal A - Totaal B.
Het tegenover de code 365 te vermelden bedrag moet worden beperkt tot 80.000 BEF.
Bovendien mag de waarde van de PWA-cheques die in het kader van de beroepswerkzaamheid zijn
gebruikt niet tegenover de code 365 van de belastingaangifte worden vermeld.
SA MULTI SERVICE CHEQUE NV
Rue Marche-aux-Herbes/Grasmarkt 105 B54 - 1000 Bruxelles/Brussel
Tel. 02/513.49.97 Fax 02/512.25.89
1. In aanmerking te nemen bedrag
Nummer 145/21/21
Art. 145/21, WIB 92, stelt dat binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald in de art. 145/2 en 145/22, WIB 92, de belastingvermindering wordt berekend op de uitgaven:
1° tot ten hoogste 73.000 F.
Na indexatie bedraagt dit bedrag echter 80.000 F voor de aj. 1995 tot 1997.
Dit bedrag geldt per kalenderjaar.
Bij echtgenoten (gehuwden die zich niet in een van de in art. 128, 1e lid, WIB 92, bedoelde gevallen bevinden) geldt het maximumbedrag van 80.000 F niet per echtgenoot maar per gezin (zie ook 145/2/22);
2° die geen beroepskosten zijn (zie 145/21/16);
3° die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald.
Het belastbare tijdperk dat in aanmerking moet worden genomen voor de belastingvermindering is bijgevolg het jaar waarin de PWA-cheques werden betaald, zelfs wanneer ze pas in een later jaar worden gebruikt;
4° die betaald zijn voor PWA-prestaties.
Terzake is niet vereist dat de betaling van de uitgave rechtstreeks aan het PWA wordt gedaan, noch dat de betaling aan wie de prestaties verricht, door het PWA zelf zou worden uitgevoerd. In de praktijk worden de betalingen aan de langdurige werklozen uitgevoerd door de vakbonden of door de HVW, die de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen. Voor de volledige werklozen die zijn ingeschreven als werkzoekenden die het bestaansminimum genieten, worden de betalingen uitgevoerd door het OCMW.
2. Gezinsuitgaven
Nummer 145/21/22
Wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd (zie 126/26 tot 28) worden de uitgaven van het gezin, in voorkomend geval beperkt tot 80.000 F, evenredig verdeeld tussen beide echtgenoten op basis van het totale netto-inkomen van elke echtgenoot, d.w.z. het gezamenlijk belastbare inkomen zoals het is vastgesteld voor aftrek van de bestedingen bedoeld in art. 104, WIB 92 (onderhoudsuitkeringen, giften enz.).
3. Berekening van de belastingvermindering
Nummer 145/21/23
De vermindering wordt berekend tegen de bijzondere gemiddelde aanslagvoet bedoeld in art. 145/2, WIB 92, die voor het lange termijnsparen van toepassing is, zonder dat die aanslagvoet minder dan 30 %, noch meer dan 40 % mag bedragen.
Wat betreft de berekening van de bijzondere gemiddelde aanslagvoet, wordt verwezen naar de commentaar op art. 145/2, WIB 92.
4. Voorbeeld (aj. 1997)
Nummer 145/21/24
Man Vrouw Totaal
Totaal netto inkomen: 2.700.000 F 300.000 F 3.000.000 F
Persoonlijk verschuldigde
onderhoudsuitkering
(100.000 F x 80 %) - 80.000 F - 80.000 F
GBI: 2.620.000 F 300.000 F 2.920.000 F
Uitgaven PWA: 40.000 F.
- Voor de belastingvermindering in aanmerking te nemen bedrag
- bij de man: 40.000 F x 2.700.000/3.000.000 = 36.000 F;
- bij de vrouw : 40.000 F x 300.000/3.000.000 = 4.000 F.
- Bepaling van de bijzondere gemiddelde aanslagvoet
- bij de man :
1° basisbelasting op 2.620.000 F: 1.214.200 F
2° belasting op 156.000 F (vrijgesteld basisbedrag) - 39.000 F
3° verschil: 1.175.200 F
4° tarief van de belasting: (1.175.200 x 100)/2.620.000 = 44,8549, afgerond tot 44,8.
Aangezien dat tarief hoger is dan 40 % moet dit laatste percentage in aanmerking worden genomen.
- bij de vrouw :
1° basisbelasting op 300.000 F: 77.350 F
2° belasting op 156.000 F (vrijgesteld basisbedrag) - 39.000 F
3° verschil: 38.350 F
4° tarief van de belasting: (38.350 x 100)/300.000 = 12,7833, afgerond tot 12,7.
Aangezien dit tarief lager is dan 30 %, moet dit laatste percentage in aanmerking worden genomen.
- Bedragen van de vermindering
- bij de man: 36.000 F x 40 % 14.400 F;
- bij de vrouw: 4.000 F x 30 % 1.200 F.
Nummer 145/21/25
Om de in art. 145/21, WIB 92, bedoelde belastingvermindering te verkrijgen, moet de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de PB, een fiscaal attest overleggen dat hem wordt uitgereikt door de uitgever van de PWA-cheques (zie voorbeeld in 145/21/20).
Die voorwaarde is opgelegd door art. 63/10, KB/WIB 92.
Overeenkomstig art. 54, § 2, MB 26.11.1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering (ingevoegd door art. 3, MB 4.8.1994 - BS 27.8.1994 - V 2330 - Bull. 742), reikt de uitgever van de PWA-cheques jaarlijks, voor 1 maart, een fiscaal attest uit aan de natuurlijke persoon die aanspraak kan maken op de bedoelde belastingvermindering.
De gegevens vermeld in de fiscale attesten worden door de uitgever van de PWA-cheques voor 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin die PWA-cheques zijn uitgereikt aan de Administratie der directe belastingen toegestuurd.
1. In de aangifte te vermelden waarde van de cheques
Nummer 145/21/26
De belastingplichtige moet in zijn aangifte in de PB de nominale waarde vermelden van de PWA-cheques die gedurende het desbetreffende jaar door de uitgever op zijn naam zijn opgesteld, verminderd met de nominale waarde van de PWA-cheques die tijdens datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd.
Nummer 145/21/27
Het aan te geven bedrag is op het fiscaal attest nr. 281.80 vermeld (zie voorbeeld in 145/21/20). De te vermelden waarde mag niet meer bedragen dan 80.000 F.
Het fiscaal attest vermeldt, naast de inlichtingen betreffende de gebruiker, het totale bedrag van de nominale waarde van de aan de gebruiker uitgereikte PWA-cheques die hij gedurende het beoogde belastbare tijdperk heeft betaald.
Dat bedrag wordt evenwel verminderd met het totale bedrag van de nominale waarde van de PWA-cheques die de gebruiker, met bet oog op de terugbetaling ervan, gedurende hetzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever van de PWA-cheques heeft terugbezorgd.
In de praktijk kan het gebeuren dat de terugbetaling van de nominale waarde van de PWA-cheques pas wordt uitgevoerd in het belastbare tijdperk dat volgt op het jaar waarin deze cheques zijn uitgereikt en aan de uitgever zijn terugbezorgd (b.v. PWA-cheques, die in 1996 zijn uitgereikt, worden aan de uitgever terugbezorgd op 20.12.1996 en worden slechts op 10.1.1997 effectief aan de gebruiker terugbetaald).
In dergelijk geval moet het bedrag van de nominale waarde van de terugbezorgde PWA-cheques op naam, worden afgetrokken van het nominale bedrag van de uitgereikte PWA-cheques. Beide bedragen zijn bijgevolg vermeld op het attest nr. 281.80 met betrekking tot het belastbare tijdperk waarin die cheques zijn uitgereikt.
2. Opmerking
Nummer 145/21/28
Bij diefstal of verlies van PWA-cheques, wordt de nominale waarde van die PWA-cheques niet van de nominale waarde van de uitgereikte PWA-cheques afgetrokken en dus ook niet op het door de uitgever uitgereikte attest nr. 281.80 vermeld.
3. Voorbeelden
Nummer 145/21/29
1. Mevrouw Janssens koopt in de maand februari 1996, 30 PWA-cheques opgesteld op haar naam, met een nominale waarde van 250 F per cheque en bestemd voor privé-gebruik.
Zij gebruikt niet alle PWA-cheques maar vraagt op het einde van het jaar aan de uitgever de ongebruikte PWA-cheques om te wisselen tegen PWA-cheques met een andere nominale waarde.
Het fiscaal attest nr. 281.80 vermeldt voor aj. 1997 (inkomstenjaar 1996) de volgende bedragen:
- aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F);
- terugbezorgde cheques: 0 F;
- bedrag te vermelden in de belastingaangifte: 7.500 F.
2. Mevrouw Janssens koopt, in 1996, 30 PWA-cheques opgesteld op haar naam. De cheques hebben een nominale waarde van 250 F per cheque en zijn bestemd voor privé-gebruik.
Op 20.12.1996 bezorgt zij 10 ongebruikte PWA-cheques terug aan de uitgever. De terugbetaling van de ongebruikte cheques gebeurt op 10.1.1997.
Het fiscaal attest nr. 281.80 vermeldt voor aj. 1997 (inkomstenjaar 1996) de volgende bedragen:
- aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F);
- terugbezorgde cheques: 2.500 F (10 x 250 F, d.w.z. de nominale waarde van de 10 PWA-cheques);
- bedrag te vermelden in de belastingaangifte: 5.000 F.
3. Mevrouw Janssens koopt, in 1996, 30 PWA-cheques opgesteld op haar naam. De cheques hebben een nominale waarde van 250 F per cheque en zijn bestemd voor privé-gebruik.
Op 5.1.1997 bezorgt zij 8 ongebruikte PWA-cheques terug aan de uitgever. De terugbetaling van de ongebruikte cheques gebeurt op 10.1.1997.
Het fiscaal attest nr. 281.80 vermeldt voor aj. 1997 (inkomstenjaar 1996) de volgende bedragen:
- aangekochte cheques: 7.500 F (30 x 250 F);
- terugbezorgde cheques: 0 F;
-bedrag te vermelden in de belastingaangifte: 7.500 F.
(1) De tekst van de art. 145/21 tot 145/23, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1995. (2) De tekst van art. 63/10, KB/WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1995.
