Commentaar van art. 145^7, WIB 92

E. Verwerving van werkgeversaandelen

Art. 145/7, WIB 92

I. Wettekst

145/7/0

II. Algemeen

145/7/1-2

III. In aanmerking komende belastingplichtigen

145/7/3-5

A. Werknemers

145/7/3

B. Dochteronderneming

145/7/4

C. Tijdstip van inschrijving op de effecten

145/7/5

IV. Uitgesloten belastingplichtigen

145/7/6

V. In aanmerking komende effecten

145/7/7-13

A. Vennootschap-werkgeefster

145/7/7-8

B. Moeder- of grootmoedervennootschap

145/7/9

C. Aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal

145/7/10

D. Coöperatieve vennootschappen

145/7/11

E. Nieuwe aandelen

145/7/12

F. Warrants en converteerbare obligaties

145/7/13

VI. Uitgesloten effecten

145/7/14

VII. Aanschaffingsprijs van de effecten

145/7/15-16

VIII. Betaling in geld

145/7/17

IX. Belastbaar tijdperk

145/7/18

X. Bedrag dat in aanmerking komt voor de toepassing van de belastingvermindering

145/7/19-20

XI. Onverenigbaarheid

145/7/21

XII. Bewijs van bezit van de effecten

145/7/22-26

XIII. Behoud van de belastingvermindering voor volgende jaren

145/7/27-29

A. Algemeen

145/7/27

B. Aard van het te leveren bewijs

145/7/28

C. Bijzonder geval

145/7/29

XIV. Overdracht van de effecten

145/7/30-32

I. WETTEKST

Nummer 145/7/0

Art. 145/7 [De tekst van art. 145/7, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1993]. - De in artikel 145/1, 4°, vermelde betalingen in geld voor aandelen komen voor vermindering in aanmerking op voorwaarde dat de belastingplichtige

1° tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, de stukken overlegt waaruit blijkt dat hij de aandelen heeft aangeschaft en deze op het einde van dat tijdperk nog in zijn bezit heeft;

2° voor hetzelfde belastbare tijdperk geen enkele vermindering geniet voor het pensioensparen.

De vermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de personenbelasting van de volgende vijf belastbare tijdperken het bewijs levert dat hij de betrokken aandelen nog in zijn bezit heeft.

Aan de voorwaarde vermeld in het tweede lid moet niet worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de werknemer- aandeelhouder is overleden.

De betalingen voor aandelen komen voor vermindering in aanmerking tot een bedrag van 20.000 frank per belastbaar tijdperk. De Koning kan dit bedrag bij een in Ministerraad overlegd besluit tot ten hoogste 40.000 frank verhogen.

II. ALGEMEEN

Nummer 145/7/1

Krachtens art. 145/1, 4°, WIB 92, komen de betalingen in geld voor aandelen waarop de belastingplichtige als werknemer ingeschreven heeft en die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de binnenlandse vennootschap die de belastingplichtige tewerkstelt of waarvan de vennootschap-werkgeefster onweerlegbaar geacht wordt een dochter- of kleindochteronderneming te zijn, in aanmerking voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen [De bepalingen inzake de toekenning van een belastingvermindering voor de verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster zijn in werking getreden met ingang van aj. 1993; ze zijn derhalve van toepassing op de vanaf 1.1.1992 gedane verwervingen. Voorheen waren de betalingen in geld voor aandelen van de vennootschap-werkgeefster aftrekbaar van het totale beroepsinkomen overeenkomstig het thans opgeheven art. 81, 3°, WIB 92]. De betalingen voor aandelen komen slechts voor belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 20.000 F (te indexeren bedrag) per belastbaar tijdperk.

De belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de PB van de volgende vijf belastbare tijdperken het bewijs levert dat hij de betrokken aandelen nog in zijn bezit heeft.

Nummer 145/7/2

Art. 145/14, WIB 92, sluit voor de belastingplichtige de mogelijkheid uit om tegelijkertijd een fiscaal voordeel te verkrijgen voor, enerzijds, de sommen die besteed worden aan de verwerving van aandelen van de vennootschap-werkgeefster en, anderzijds, de sommen die aan het pensioensparen besteed worden.

III. IN AANMERKING KOMENDE BELASTINGPLICHTIGEN

A. WERKNEMERS

Nummer 145/7/3

Alleen de belastingplichtigen die in de art. 30, 1° en 31, WIB 92, vermelde bezoldigingen van werknemers verkrijgen, kunnen aanspraak maken op de belastingvermindering voor betalingen in geld voor aandelen waarop zij hebben ingeschreven en die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen :

- van de binnenlandse vennootschap die hen tewerkstelt;

- van de binnenlandse vennootschap waarvan de vennootschap- werkgeefster onweerlegbaar een dochter- of kleindochteronderneming is in de zin van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen.

B. DOCHTERONDERNEMING

Nummer 145/7/4

De wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen omschrijft het begrip dochteronderneming (Bijlage bij KB 8.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, hoofdstuk III) :

IV. Financiële vaste activa

IV. A. Verbonden ondernemingen

§ 1. ...

§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan :

Onder controle over een onderneming, de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van haar bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van heer beleid;

- onder dochteronderneming, de onderneming ten opzichte waarvan deze controlebevoegdheid bestaat;

- onder gezamenlijke controle, de controle die een beperkt aantal vennoten samen uitoefenen, wanneer zij zijn overeengekomen dat beslissingen omtrent de oriëntatie van het beleid van de betrokken onderneming niet zonder hun gemeenschappelijke instemming kunnen worden genomen;

- onder gemeenschappelijke dochteronderneming, de onderneming ten opzichte waarvan deze gezamenlijke controle bestaat.

§ 3. De controle is in rechte en onweerlegbaar vermoed :

1° wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken onderneming;

2° wanneer een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan;

3° wanneer een vennoot krachtens de statuten van de betrokken onderneming of krachtens met die onderneming gesloten overeenkomsten over de controlebevoegdheid beschikt;

4° wanneer op grond van een overeenkomst met andere vennoten van de betrokken onderneming, een vennoot beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die onderneming;

5° in geval van gezamenlijke controle.

§ 4. De controle is in feite wanneer zij voortvloeit uit andere factoren dan bedoeld in § 3.

Een vennoot van een onderneming wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed over een controle in feite te beschikken op deze onderneming, wanneer hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van deze onderneming, stemrechten heeft uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten verbonden aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen.

§ 5. Om de controlebevoegdheid vast te stellen :

1° wordt de onrechtstreekse controlebevoegdheid via een dochteronderneming bij de rechtstreekse controlebevoegdheid geteld;

2° wordt de controlebevoegdheid van een persoon die optreedt krachtens een overeenkomst van lastgeving, commissie, portage, naamlening, fiducie of een overeenkomst met een gelijkwaardige uitwerking, voor rekening van een andere persoon, geacht uitsluitend in bezit te zijn van laatstgenoemde.

Om de controlebevoegdheid vast te stellen wordt geen rekening gehouden met een schorsing van stemrechten noch met de stemrechtbeperkingen bedoeld in de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen of in wettelijke of statutaire beperkingen met een gelijkaardige uitwerking.

Voor de toepassing van § 3, 1° en 4° moeten de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van een dochteronderneming worden verminderd met de stemrechten verbonden aan de aandelen van deze dochteronderneming, gehouden door laatstgenoemde zelf of door haar dochterondernemingen. Dezelfde regel is van toepassing in het in § 4, tweede lid, bedoelde gevel wat de aandelen betreft die op de laatste twee algemene vergaderingen zijn vertegenwoordigd.

§ 6. ...

Art. 145/1, 4°, WIB 92, beoogt alleen de gevallen waarin een onderneming onweerlegbaar als een dochter of kleindochter van een andere onderneming kan worden aangemerkt, d.w.z. die waarvan sprake is in § 3 van de hierboven geciteerde tekst.

C. TIJDSTIP VAN INSCHRIJVING OP DE EFFECTEN

Nummer 145/7/5

De belastingvermindering is uitsluitend van toepassing voor werknemers die op het tijdstip van de inschrijving op de effecten door een arbeidsovereenkomst of door een soortgelijk wettelijk of reglementair statuut zijn verbonden met de vennootschap waarvan zij aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal verwerven, of met de vennootschap die in de zin van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen onweerlegbaar een dochter- of kleindochteronderneming is van de vennootschap waarvan zij aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal verwerven.

IV. UITGESLOTEN BELASTINGPLICHTIGEN

Nummer 145/7/6

Bestuurders enz. van kapitaalvennootschappen zijn steeds van het voordeel van de belastingvermindering uitgesloten (zelfs indien zij door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden) daar zij geen bezoldigingen van werknemers verkrijgen zoals bepaald in de art. 30, 1° en 31, WIB 92.

Hetzelfde geldt voor werkende vennoten (met uitzondering van de vennoten-werknemers - zie commentaar op art. 33, WIB 92).

V. IN AANMERKING KOMENDE EFFECTEN

A. VENNOOTSCHAP-WERKGEEFSTER

Nummer 145/7/7

Wanneer het de aanschaffing betreft van aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, uitgegeven door de vennootschap-werkgeefster, komen alleen de effecten van binnenlandse vennootschappen in de zin van art. 2, § 2, 2°, WIB 92, in aanmerking, d.w.z. vennootschappen die in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en niet van de Ven.B zijn uitgesloten.

Nummer 145/7/8

Hieruit volgt dat inzonderheid personen die tewerkgesteld zijn in een Belgische inrichting (dus zonder rechtspersoonlijkheid) van een buitenlandse vennootschap die aan de BNI/ven. onderworpen is, geen aanspraak hebben op de belastingvermindering voor de betalingen voor aandelen van die buitenlandse vennootschap, waarop zij ingeschreven hebben.

B. MOEDER- OF GROOTMOEDERVENNOOTSCHAP

Nummer 145/7/9

Verder komen voor belastingvermindering in aanmerking, de aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal, uitgegeven door een vennootschap waarvan de vennootschap die de betrokkene tewerkstelt onweerlegbaar wordt geacht een dochter of kleindochter te zijn (zie 145/7/4).

Dat wil zeggen dat een werknemer van een dergelijke dochter- of kleindochtervennootschap de belastingvermindering kan verkrijgen voor nieuwe aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de moeder- of grootmoedervennootschap, mits deze laatste een binnenlandse vennootschap is als omschreven in art. 2, § 2, 2°, WIB 92.

C. AANDELEN DIE EEN FRACTIE VERTEGENWOORDIGEN VAN HET MAATSCHAPPELIJK KAPITAAL

Nummer 145/7/10

Alleen de effecten die een fractie van het maatschappelijk kapitaal van dergelijke vennootschappen vertegenwoordigen komen in aanmerking, met uitsluiting van b.v. winstbewijzen.

D. COOPERATIEVE VENNOOTSCHAPPEN

Nummer 145/7/11

Wat coöperatieve vennootschappen betreft, wordt aangenomen dat het positieve verschil tussen de stortingen en de terugtrekkingen van kapitaal die een werknemer van een dergelijke vennootschap tijdens eenzelfde jaar heeft uitgevoerd, voldoet aan deze kwalificatie.

De omstandigheid dat voor de overeenstemmende periode geen daadwerkelijke kapitaalverhoging (in globo) uit de balans van de vennootschap blijkt, doet niet ter zake.

E. NIEUWE AANDELEN

Nummer 145/7/12

Alleen op de primaire markt verkregen effecten (nieuwe aandelen waarop is ingeschreven bij de oprichting of bij een kapitaalverhoging) komen voor belastingvermindering in aanmerking.

Op de secundaire markt gekochte aandelen (b.v. aankoop van bestaande aandelen op de beurs) zijn derhalve uitgesloten.

F. WARRANTS EN CONVERTEERBARE OBLIGATIES

Nummer 145/7/13

Ook de uitoefening van aandelenwarrants en de omzetting van converteerbare obligaties in aandelen komen voor belastingvermindering in aanmerking.

Wat de omzetting van converteerbare obligaties betreft, is echter vereist dat die obligaties door dezelfde persoon tegen betaling in geld en rechtstreeks bij de emitterende vennootschap zijn verkregen.

VI. UITGESLOTEN EFFECTEN

Nummer 145/7/14

Er kan geen belastingvermindering worden toegestaan voor :

- de aanschaffing van effecten van rechtspersonen die aan de RPB onderworpen zijn (b.v. rechtspersonen als vermeld in de art. 180 en 181, WIB 92) ;

- de aanschaffing van effecten van vennootschappen die niet vermeld zijn in 145/7/7 en 145/7/9, zelfs wanneer zij zustervennootschappen zijn van die waarin de belastingplichtige werkt;

- de bijdragen of stortingen van de leden aan een VZW die aan de Ven.B onderworpen is (PV nr. 49, 25.11.1982, Sen. Peeters, Bull. 618, blz. 1510).

VII. AANSCHAFFINGSPRIJS VAN DE EFFECTEN

Nummer 145/7/15

De aanschaffingsprijs van de effecten die voor de toepassing van de belastingvermindering in aanmerking moet worden genomen stemt, naar het geval, overeen :

- met de uitgifteprijs, verhoogd met de bijkomende kosten (o.a. taksen) en met de eventueel aangekochte inschrijvingsrechten, of

- met de werkelijk betaalde prijs, vermeerderd met de waarde van het belastbare voordeel dat voor de werknemer ontstaat wanneer de vennootschap-werkgeefster aan haar personeel nieuwe aandelen tegen verminderde prijs afstaat.

Nummer 145/7/16

Wat de in 145/7/13 bedoelde effecten betreft, stemt de aanschaffingsprijs overeen met :

- de uitoefenprijs van de warrants;

- de nominale waarde van de obligaties die ter conversie zijn aangeboden, eventueel verhoogd of verlaagd met de opleg in geld die de obligatiehouder, respectievelijk de emitterende vennootschap heeft betaald.

VIII. BETALING IN GELD

Nummer 145/7/17

De aandelen moeten in geld worden afbetaald.

Wanneer een werknemer die aandelen bezit, waarvan het dividend niet wordt uitgekeerd, maar het nettobedrag daarvan - na toepassing van de RV - wordt aangewend voor de afbetaling van nieuwe aandelen, mag dit nettobedrag als een betaling in geld voor aandelen worden beschouwd.

IX. BELASTBAAR TIJDPERK

Nummer 145/7/18

Overeenkomstig de in art. 145/1, WIB 92, neergelegde regel, zijn de voor belastingvermindering in aanmerking komende bedragen die welke tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn gebruikt voor de betaling van nieuwe aandelen die een fractie van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, waarop de belastingplichtige heeft ingeschreven.

Het is niet nodig dat de inschrijving en de volstorting volledig in hetzelfde belastbare tijdperk vallen.

Voorbeeld

Een belastingplichtige schrijft in op 40.000 F aandelen op 15.10.1993, waarvan hij telkens de helft betaalt op 16.11.1993 en op 16.5.1994. Hij mag telkens 20.000 F in aanmerking nemen voor de toepassing van de belastingvermindering voor de jaren 1993 en 1994.

X. BEDRAG DAT IN AANMERKING KOMT VOOR DE TOEPASSING VAN DE BELASTINGVERMINDERING

Nummer 145/7/19

Het bedrag van de betalingen in geld voor aandelen dat per belastbaar tijdperk en per echtgenoot in aanmerking komt voor de toepassing van de belastingvermindering is in principe gelijk aan 20.000 F [Dat bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92, en is gelijk aan 21.000 F voor de aj. 1991 en 1992 en aan 22.000 F voor de aj. 1993 tot 1996].

Art. 145/7, vierde lid, in fine, WIB 92, bepaalt evenwel dat de Koning dat bedrag bij een in Ministerraad overlegd besluit tot ten hoogste 40.000 F kan verhogen.

Nummer 145/7/20

Elke echtgenoot kan slechts de belastingvermindering verkrijgen voor de betalingen in geld voor aandelen waarop hij als werknemer heeft ingeschreven en die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van de binnenlandse vennootschap die hem tewerkstelt of van de binnenlandse vennootschap waarvan de vennootschap-werkgeefster een dochter of kleindochteronderneming is.

XI. ONVERENIGBAARHEID

Nummer 145/7/21

De hier besproken belastingvermindering wordt verleend op voorwaarde dat de belastingplichtige voor hetzelfde belastbare tijdperk geen belastingvermindering wegens pensioensparen geniet(art. 145/7, eerste lid, 2°, WIB 92) .

De bovenstaande regel geldt per echtgenoot. Derhalve is het mogelijk dat voor een bepaald belastbaar tijdperk de man de hier besproken belastingvermindering voor aandelen van de vennootschap-werkgeefster en zijn vrouw de belastingvermindering wegens pensioensparen geniet (of omgekeerd).

XII. BEWIJS VAN BEZIT VAN DE EFFECTEN

Nummer 145/7/22

De belastingvermindering wordt verleend op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de PB van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, de stukken overlegt waaruit blijkt dat hij de aandelen heeft aangeschaft en deze op het einde van dat tijdperk nog in zijn bezit heeft (art. 145/7, eerste lid, 1°, WIB 92) .

Nummer 145/7/23

Het bezit van de effecten op het einde van het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegepast, kan eventueel worden aangetoond aan de hand van het bewijsstuk van de inning van de inkomsten die tijdens het jaar na de aanschaffing betaalbaar zijn gesteld. Benevens het geïnde bedrag vermeldt dat bewijsstuk de naam en het volledige adres van de verkrijger van de inkomsten, zomede het aantal en de identificatie van de effecten waarop de inkomsten betrekking hebben.

Nummer 145/7/24

De door de vennootschap-werkgeefster uitgereikte bewijsstukken m.b.t. de aanschaffing van de effecten moeten de volgende vermeldingen bevatten en moeten tevens voor echt verklaard zijn door een persoon die de vennootschap kan verbinden :

1° de naam en het volledige adres van de koper van de effecten;

2° het aantal en de identificatie van de aangeschafte effecten;

3° de inschrijvingsprijs van de effecten;

4° de inschrijvingsdatum en de datum (data) van de afbetalingen.

Nummer 145/7/25

Het bewijs van het bezit van de effecten op het einde van het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegepast, kan benevens op de in 145/7/23 gestelde wijze ook worden geleverd door een vermelding die op de in 145/7/24 vermelde stukken wordt aangebracht door een persoon die de vennootschap, die de aandelen die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal, heeft uitgegeven, kan verbinden (zie ook 145/7/28).

Nummer 145/7/26

Indien het aandelen op naam betreft, kunnen de bewijsstukken bestaan in een uittreksel uit het register van de aandelen op naam, aangevuld met de betalingsbewijzen.

XIII. BEHOUD VAN DE BELASTINGVERMINDERING VOOR VOLGENDE JAREN

A. ALGEMEEN

Nummer 145/7/27

De belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de PB van de volgende vijf belastbare tijdperken het bewijs levert dat hij de betrokken aandelen nog in zijn bezit heeft (art. 145/7, tweede lid, WIB 92).

Aan die voorwaarde moet niet worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de werknemer-aandeelhouder is overleden.

B. AARD VAN HET TE LEVEREN BEWIJS

Nummer 145/7/28

Dat bewijs kan o.m. worden geleverd door middel van stukken uitgaande van de financiële tussenpersoon bij wie die effecten in bewaring zijn gegeven of door overlegging van de bewijsstukken van inning van de inkomsten.

Het mag eveneens door andere middelen van gemeen recht worden geleverd, met uitzondering van de eed en van vermoedens.

Vennootschappen die hun eigen financiële dienst waarnemen, mogen de attesten die ze aan hun werknemers uitreiken op dezelfde wijze opstellen als de financiële tussenpersoon.

C. BIJZONDER GEVAL

Nummer 145/7/29

In geval van echtscheiding, door onderlinge toestemming of op grond van bepaalde feiten, moet het bewijs van behoud van de effecten gedurende ten minste 5 jaar geleverd worden door de echtgenoot aan wie die effecten worden toegewezen.

Wanneer die effecten geheel of gedeeltelijk worden toegewezen aan de echtgenoot die op het ogenblik van de aanschaffing niet de vereiste hoedanigheid van werknemer had, moet worden beschouwd dat er een overdracht van het voormelde geheel of gedeelte van de effecten plaatsheeft.

XIV. OVERDRACHT VAN DE EFFECTEN

Nummer 145/7/30

Wanneer de aandelen anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen 5 jaar na de aanschaffing ervan, worden de voor belastingvermindering in aanmerking genomen bedragen pro rata temporis als bezoldiging van werknemer belast voor het jaar van overdracht (art. 31, derde lid, WIB 92 - zie 31/44 tot 47).

Nummer 145/7/31

De belastingvermindering blijft evenwel behouden in geval de overdracht te wijten is aan het overlijden van de belastingplichtige of aan overmacht.

De belastingplichtige die overmacht doet gelden, moet benevens het werkelijk bestaan van de overmacht ook het oorzakelijke verband tussen die buitengewone omstandigheid en het niet langer bezitten van de effecten bewijzen.

De ontbinding van de vennootschap-werkgeefster en de daarmee samengaande terugbetaling van de aandelen aan de aandeelhouders mag b.v. als een geval van overmacht worden aangemerkt.

Ingeval van fusie of opslorping, wordt de belastingvermindering slechts behouden indien de belastingplichtige gebruik maakt van de hem geboden mogelijkheid van omruiling van aandelen van de opgeslorpte vennootschap tegen aandelen van de opslorpende vennootschap of uit de fusie ontstane vennootschap en de in ruil ontvangen aandelen behoudt gedurende het nog niet verstreken gedeelte van de termijn van 5 jaar. De in ruil ontvangen aandelen worden m.a.w. geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn aangekocht.

Hij kan echter niet verplicht worden eerst één of meer bijkomende aandelen van de opgeslorpte vennootschap te kopen. Het aandeel dat hij zodoende niet kan omruilen mag hij verkopen zonder dat dit aanleiding geeft tot een terugneming van de voorheen verleende belastingvermindering.

Nummer 145/7/32

Bij schenking, zelfs aan een erfgerechtigde in rechte lijn, of bij verkoop b.v. ingevolge verandering van werkgever, moet de vroeger verleende belastingvermindering alleszins evenredig teruggenomen worden.

De wet voorziet in geen enkele mogelijkheid om de belastingheffing te ontgaan door wederbelegging na vervreemding van de effecten, zelfs niet bij verandering van werkgever.