Commentaar van art. 157, WIB 92
Onderafdeling V - Vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan
Art. 157, WIB 92
| 157/0 | |
| 157/1 | |
| 157/2 | |
| IV. VOORAFBETALINGEN VOOR HET VERMIJDEN VAN BELASTINGVERMEERDERING ( | 157/3-61 |
| 157/3-7 | |
| 157/8-21 | |
| 157/22-61 | |
| 157/62-79 | |
| 157/62 | |
| 157/63-65 | |
| 157/66-74 | |
| 157/75-79 | |
| 157/80-117 | |
| 157/80-88 | |
| 157/89 | |
| 157/90-100 | |
| 157/101-102 | |
| E. Wijziging van de oorspronkelijke bestemming van een voorafbetaling | 157/103-116 |
| F. Behandeling van de rekeninguittreksels VA door de taxatiediensten | 157/117 |
| 157/Bijlage/1 | |
| 157/Bijlage/2 | |
| 157/Bijlage/3 |
Met het oog op een rationele indeling van de te behandelen stof, worden de art. 157 tot 168 en 175 tot 177, WIB 92, samen besproken. De hierna volgende commentaar beoogt alleen de PB. Voor de Ven.B, de RPB, de BNI/nat.pers. en de BNI/ven. wordt respectievelijk verwezen naar de commentaar op de art. 218, 226, 243 en 246, WIB 92.
De in 157/0 opgenomen wetteksten zijn van toepassing met ingang van aj. 1992, met uitzondering van de art. 157, 158, 164, 166 en 167, WIB 92, die van toepassing zijn met ingang van aj. 1998 en van art. 175, WIB 92, dat van toepassing is met ingang van aj. 1997.
Nummer 157/0
Art. 157. - In zover de belasting op winst, baten, bezoldigingen van bedrijfsleiders niet als voorheffing is geheven of in het jaar waarin het inkomen wordt verkregen niet bij voorafbetaling is voldaan, wordt ze vermeerderd met een bedrag dat wordt vastgesteld zoals bepaald in deze onderafdeling.
Art. 158. - Bij het bepalen van het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend worden de winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders en de desbetreffende kosten en aftrekken afzonderlijk in aanmerking genomen en wordt de belasting op die inkomsten in voorkomend geval verminderd met de onroerende en de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en het belastingkrediet [Zie art. 289bis, § 1, WIB 92.] die op die inkomsten betrekking hebben.
Art. 159. - De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen :
1° het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de basisrentevoet, en
2° de bedragen van de voorafbetalingen vermenigvuldigd met 3 maal, 2,5 maal, 2 maal en 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang zij uiterlijk zijn gedaan op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
Art. 160. - De vermeerdering ingevolge artikel 159 wordt tot 90 pct van haar bedrag teruggebracht.
Art. 161. - De basisrentevoet is de in voorkomend geval tot de lagere eenheid afgeronde rentevoet die de Nationale Bank van België toepast op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, op voorschotten in rekening-courant binnen de kredietlijn. [Het begrip "rentetarief van de voorschotten in rekening-courant binnen de kredietlijn" is vervangen door "rentetarief van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank" (KB van 26.11.1998 - BS 1.12.1998 - Ed. 2).]
Art. 162. - Wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, kan de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit en na raadpleging van de betrokken beroepsorganisaties, een hoger of lager percentage van vermeerdering vaststellen en de groepen van belastingplichtigen aanwijzen waarvoor het aldus vastgestelde percentage van toepassing is.
Geen vermeerdering wordt toegepast op de voorafbetalingen die, onder de voorwaarden en volgens de regels bepaald ter uitvoering van artikel 167, uiterlijk binnen de maand na de bekendmaking van dat besluit in het Belgisch Staatsblad, ter voldoening van de verschuldigde belastingen worden gestort.
Art. 163. - Geen vermeerdering is verschuldigd wanneer het ingevolge de artikelen 159 en 160 berekende bedrag ervan lager is dan 1 pct van de belasting waarop zij is berekend of 1.000 frank.
Art 164. - Geen vermeerdering is verschuldigd op de belasting op de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders, die personen als zij zich voor de eerste maal vestigen in een zelfstandig beroep, uit de uitoefening van de werkzaamheid gedurende de eerste drie jaren verkrijgen. Het jaar waarin elke werkzaamheid aanvangt wordt voor een volledig jaar geteld.
Art. 165. - Voor de toepassing van deze onderafdeling bedraagt de belasting 106 pct van de Rijksbelasting.
Art. 166. - Voor de toepassing van deze onderafdeling omvatten de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders niet de vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst, bezoldigingen of baten.
Art. 167. - De Koning bepaalt de voorwaarden en de regels van uitvoering van de artikelen 157 tot 166 en stelt vast welke de belastingplichtigen hiervan op straffe van verval in acht moeten nemen.
Hij stelt eveneens de bijzondere regels vast die van toepassing zijn ingeval de winst, de baten of de bezoldigingen van bedrijfsleiders betrekking hebben op een tijdperk van minder of meer dan twaalf maanden of op een boekjaar dat op een andere datum dan 31 december wordt afgesloten, dan wel op een seizoenwerkzaamheid.
Art. 168. - De Koning kan van de vermeerdering geheel of gedeeltelijk afzien wanneer de voorafbetalingen worden gedaan volgens de regels, onder de voorwaarden en binnen de termijnen die Hij bepaalt.
Art. 175. - Op de belasting berekend overeenkomstig de artikelen 130 tot 156 en 171 tot 174, verhoogd tot 106 pct. en verminderd met,
1° de als voorheffing en als forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en als belastingkrediet [Zie art. 289bis, § 1, WIB 92.] verrekenbare bedragen,
2° het bedrag van de voorafbetalingen die nodig zijn om de in artikel 157 genoemde vermeerdering te vermijden, wordt een bonificatie verleend in zover die belasting op de door de Koning vastgestelde wijze is voorafbetaald.
Art. 176. - Het gedeelte van de in artikel 157 bedoelde voorafbetalingen dat hoger is dan het in artikel 175, 2°, genoemde bedrag, komt in aanmerking als een voorafbetaling die recht geeft op bonificatie.
Art. 177. - De in artikel 175 vermelde bonificatie is gelijk aan het bedrag van de voorafbetalingen vermenigvuldigd met 1,5 maal, 1,25 maal, 1 maal en 0,75 maal de in artikel 161 vermelde basisrentevoet naar gelang zij uiterlijk op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarvoor het aanslagjaar wordt genoemd, zijn gedaan.
Nummer 157/1
Afdeling XXVI. Voorafbetalingen - Belastingvermeerdering - Bonificatie (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 162, eerste lid, 167, 175 en 376, § 4)
Art. 64. - Overeenkomstig artikel 162, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt het vermeerderingspercentage vastgesteld in verhouding tot de basisrentevoet die in de tabel hierna is aangegeven :
| Aanslagjaar | Basisrentevoet |
| 1993 | 9 |
| 1996 | 7 |
Art. 65. - Voor de aan de personenbelasting of de overeenkomstig artikel 227, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de belasting van niet-inwoners onderworpen belastingplichtigen die winst, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders behalen en die voorafbetalingen doen als vermeld in de artikelen 157 tot 166 en 175 tot 177 van hetzelfde Wetboek, worden die voorafbetalingen ten belope van het bedrag dat nodig is om de in voormeld artikel 157 bepaalde vermeerdering te vermijden, bij voorrang als in voormelde artikelen 157 tot 166 vermelde voorafbetalingen beschouwd.
Voor de berekening van die vermeerdering worden de in het vorige lid vermelde inkomsten geacht betrekking te hebben op een volledig kalenderjaar, zelfs wanneer het tijdperk van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid waaruit de inkomsten voortkomen niet volledig samenvalt met dat kalenderjaar.
Art. 66. - ... [Betreft alleen de Ven.B en de BNI/ven.]
Art. 67. - § 1. Voorafbetalingen als vermeld in de artikelen 157 tot 166 en 175 tot 177 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kunnen uitsluitend worden gedaan bij de "Dienst der Voorafbetalingen" door storting of overschrijving op postrekeningen:
a) nr 679-2002340-66, voor voorafbetalingen betreffende natuurlijke personen;
b) nr 679-2002330-56, voor voorafbetalingen betreffende rechtspersonen.
§ 2. Voor de in § 1 vermelde stortingen of overschrijvingen mogen alleen betaalformulieren worden gebruikt :
- waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde is vastgesteld in overleg met de Minister, of zijn gedelegeerde, tot wiens bevoegdheid de Post behoort;
- die op aanvraag of ambtshalve door de "Dienst der Voorafbetalingen" worden uitgereikt en de naam van de belastingplichtige en een registratienummer bij die dienst vermelden.
§ 3. Betalingen op de in § 1 vermelde postrekeningen met vermelding van een als in § 2 bedoeld registratienummer worden geacht gedaan te zijn voor rekening van de belastingplichtige die bij de "Dienst der Voorafbetalingen" door dat nummer is geïdentificeerd.
Art. 68. - De artikelen 139, § 3 [1], en 142 [2], zijn van toepassing op de stortingen of overschrijvingen van voorafbetalingen.
[(1) Art. 139, § 3, KB/WIB 92 : "Behoudens tegenbewijs gelden als bewijs van betaling :
- voor stortingen of postwissels, de door de Post gedagtekende ontvangstbewijzen;
- voor overschrijvingen en cheques, de rekeninguittreksels en erbij horende stukken."]
[(2) Art. 142, KB/WIB 92 : § 1. Betalingen van inkomstenbelastingen en voorheffingen hebben uitwerking :
- voor stortingen via een postkantoor en voor overschrijvingen, op de datum die door de Post als bevrijdende datum op het rekeninguittreksel wordt vermeld;
- voor betalingen met een postwissel of met een gecertificeerde of gewaarborgde cheque, op de datum waarop de postwissel of de cheque door de ontvanger is ontvangen;
- voor de in artikel 141 vermelde betalingen, op de datum van de afgifte van de fondsen in handen van de gerechtsdeurwaarder.
§ 2. De Minister van Financiën of zijn gedelegeerde bepaalt de datum waarop de betaling uitwerking heeft wanneer hij krachtens artikel 139, § 1, tweede lid, een andere betaalwijze toestaat."]
Art. 69. - Uit het oogpunt van de rijkscomptabiliteit, worden voorafbetalingen gelijkgesteld met de in de artikelen 270 tot 275 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde bedrijfsvoorheffing.
Art. 70. - Voor zover voorafbetalingen nog niet zijn verrekend met de inkomstenbelasting die verschuldigd is door de belastingplichtige op wiens naam zij door de in artikel 67 genoemde dienst zijn geboekt, kan die dienst :
1° eventueel door terugbetaling, alle materiële vergissingen rechtzetten die derden bewijzen te hebben begaan bij het uitvoeren van stortingen of overschrijvingen voor rekening van belastingplichtigen en waarvoor zij ten laatste op het einde van de tweede maand die volgt op het belastbare tijdperk waarop de stortingen of overschrijvingen betrekking hebben, de rechtzetting aanvragen;
2° de gestorte of overgeschreven bedragen terugbetalen, overschrijven naar de postrekening van een ontvangkantoor van de directe belastingen of overdragen naar het volgende belastbare tijdperk, wanneer de belastingplichtigen de gehele of gedeeltelijke terugbetaling, overschrijving of overdracht ervan aanvragen ten laatste op het einde van de tweede maand die volgt op het belastbare tijdperk waarop de stortingen of overschrijvingen betrekking hebben.
Art. 71. - § 1. Na het verstrijken van het belastbare tijdperk zendt de "Dienst der Voorafbetalingen" aan de betrokken belastingplichtigen een ontvangstbewijs van de gedane stortingen of overschrijvingen, dat hierna "rekeninguittreksel VA" wordt genoemd.
§ 2. Vanaf de verzending van het rekeninguittreksel VA beschikt de belastingplichtige over een termijn van 1 maand om de toepassing van artikel 70 te vragen, voor zover die termijn eindigt na die welke in datzelfde artikel 70 zijn bepaald.
Daartoe moet het rekeninguittreksel VA ter vervanging worden teruggezonden aan de dienst waarvan het is uitgegaan.
§ 3. Wanneer die dienst de oorspronkelijke bestemming van de voorafbetalingen overeenkomstig artikel 70 en § 2, van onderhavig artikel, heeft gewijzigd en, in voorkomend geval, het rekeninguittreksel VA heeft vervangen, zijn de aanvankelijk gedane stortingen of overschrijvingen, in zover zij van bestemming zijn veranderd, van rechtswege nietig en worden de eraan verbonden voordelen opgeheven.
Art. 72. - ... [Opgeheven met ingang van aj. 1996.].
Nummer 157/2
In het stelsel van de voorafbetalingen (VA) maakt men onderscheid tussen enerzijds de VA die strekken tot het vermijden van belastingvermeerdering en anderzijds de VA die recht geven op een belastingvermindering of bonificatie.
De eerste soort van VA vindt zijn oorsprong in de art. 157 tot 168, WIB 92, die als beginsel stellen dat het gedeelte van de PB verhoogd tot 107 % [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001 (voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 %) (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).], dat betrekking heeft op de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders, met een bepaald bedrag wordt verhoogd; de zelfstandigen kunnen die vermeerdering vermijden door VA te doen die zullen verrekend worden met de later te vestigen belasting.
De tweede soort van VA is opgenomen in de art. 175 tot 177, WIB 92, en staat een vermindering of bonificatie toe aan de belastingplichtigen die het bedrag aan PB dat zij nog verschuldigd zijn na verrekening van de voorheffingen, het FBB, het BK en, in voorkomend geval, de VA die nodig zijn om de vermeerdering te vermijden, bij wijze van voorafbetaling voldoen.
IV. VOORAFBETALINGEN VOOR HET VERMIJDEN VAN BELASTINGVERMEERDERING (ART. 157 TOT 168, WIB 92)
1. Algemeen
Nummer 157/3
De vermeerdering is van toepassing op de PB, verhoogd tot 107% [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001 (voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 %) (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).], die uitsluitend betrekking heeft op de volgende beroepsinkomsten :
1° winst van nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen (art. 23, § 1, 1° en 24 tot 26, WIB 92) ;
2° baten van beoefenaars van vrije beroepen, ambten, posten en winstgevende bezigheden (art. 23, § 1, 2° en 27, WIB 92);
3° bezoldigingen van bedrijfsleiders (art. 30, 2° en 32, WIB 92).
2.Winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders die blijken uit een krachtens art. 341, WIB 92, vastgesteld indiciair tekort
Nummer 157/3.1
Een indiciair vastgestelde hogere graad van gegoedheid wordt, behoudens tegenbewijs door de belastingplichtige, geacht voort te komen van de belastbare inkomsten, d.w.z. de beroepsinkomsten die tijdens het belastbare tijdperk zijn verkregen (zie terzake Cass., 2.1.1997, H.H. en W.G., Bull. 776, blz. 2467).
Het bestaan van een indiciair tekort kan dan ook aanleiding geven tot de toepassing van een belastingvermeerdering wegens geen of ontoereikende voorafbetalingen met toepassing van art. 157, WIB 92 (PV nr 1330, 21.4.1998, Volksv. Didden, Bull. 789, blz. 123).
Terzake is gevonnist :
Naar luid van art. 89, § 1, WIB (thans art. 157, WIB 92) wordt de belasting, voorzover ze op in art. 20, 1°, 2°, b en c, en 3° WIB (thans de art. 23, § 1, 1° en 2° en 30, 2° ) genoemde winst, bezoldigingen en baten betrekking heeft en niet als voorheffing is geheven of niet bij voorafbetaling is voldaan, vermeerderd met een percentage dat wordt bepaald met inachtneming van de rentevoet die de Nationale Bank van België toepast voor voorschotten en beleningen op overheidsfondsen die geen schatkistcertificaten zijn.
Die belastingvermeerdering geldt ook indien de in art. 89, § 1, WIB (thans art. 157, WIB 92) bedoelde winst, bezoldigingen en baten, blijken uit een krachtens artikel 247, WIB (thans art. 341, WIB 92) vastgesteld indiciair tekort (Cass., 4.5.2000, J.V., Fiscale Jurisprudentie, 2000/161).
3. Vervangingsinkomsten
Nummer 157/4
Geen vermeerdering is van toepassing op de PB die wordt geheven op de vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst, bezoldigingen of baten (art. 166, WIB 92).
4. Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid
Nummer 157/5
Geen vermeerdering is van toepassing op de PB die wordt geheven op winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid (art. 23, § 1, 3° en 28, WIB 92) . Die inkomsten zijn inderdaad niet beoogd in 157/3.
5. Afzonderlijk belastbare inkomsten
Nummer 157/6
De PB op de inkomsten die overeenkomstig art. 171, WIB 92, werkelijk afzonderlijk worden belast, is nooit aan de vermeerdering onderworpen, ongeacht de aard van die inkomsten.
Wanneer de in art. 171, WIB 92, vermelde inkomsten evenwel volgens het stelsel van volledige samentelling samen met de andere inkomsten tegen de gewone aanslagvoet worden belast omdat dit stelsel voor de belastingplichtige voordeliger uitvalt, moet de vermeerdering worden toegepast op 107 % [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] van de PB die betrekking heeft op de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders, d.w.z. :
1° de meerwaarden die tijdens het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt op materiële of financiële vaste activa die op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan vijf jaar voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt en waarvoor niet voor de in art. 47, WIB 92, vermelde gespreide belasting is geopteerd, en op andere aandelen die sedert meer dan vijf jaar zijn verworven (art. 171, 4°, a, WIB 92);
2° het voor afzonderlijke belasting vatbaar gedeelte van de vergoedingen van alle aard die tijdens het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen als compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de eraan verbonden winst of baten tot gevolg kan hebben (art. 171, 1°, c, pro parte en 4°, b, pro parte, WIB 92) ;
3° de opzeggingsvergoedingen die meer dan 25.000 F bruto bedragen en aan bedrijfsleiders enz. zijn betaald (art. 171, 5°, a, WIB 92); dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92; [Dat bedrag is gelijk aan 27.000 F voor de aj. 1992 tot 1999 en aan 28.000 F voor de aj. 2000 en 2001.]
4° de "achterstallige honoraria" (art. 171, 6°, tweede gedachtenstreep, WIB 92) ;
5° de premies en vergoedingen ingesteld door de Europese Gemeenschappen als steunregeling voor de landbouwsector (art. 171, 4 °, i, WIB 92).
De in de art. 23, § 1, 3° en 28, WIB 92, vermelde winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid ontsnappen daarentegen steeds aan de vermeerdering, zelfs indien zij in het voordeel van de belastingplichtige "samengeteld" worden (zie 157/5).
6. Bijzondere aanslag
Nummer 157/7
In sommige gevallen (inzonderheid wegens definitief vertrek naar het buitenland - zie 360/13 en 14) moet ingevolge art. 203, tweede lid, KB/WIB 92, een bijzondere aanslag worden gevestigd, die verbonden is aan het aj. dat genoemd wordt naar het jaar van de inkomsten.
De VA die de belastingplichtige tijdens het betrokken belastbare tijdperk heeft gedaan, kunnen strikt genomen niet dienen om de belastingvermeerdering te vermijden, daar zij niet gedaan zijn tijdens het "jaar vóór dat waarnaar het aj. wordt genoemd" (cf. art. 159, 2°, WIB 92) .
Rekening houdend met de geest van de wet (het aj. wordt immers met een jaar vervroegd), moeten in dergelijke gevallen de volgende regels in acht worden genomen :
1° alle beroepsinkomsten van het belastbare tijdperk beschouwen als beroepsinkomsten die niet bedoeld zijn in art. 157, WIB 92 ("beroepsinkomsten zonder vermeerdering");
2° de gedane VA zonder meer verrekenen.
De bovenbedoelde regels houden dus in dat in de beoogde gevallen nooit belastingvermeerdering wordt toegepast.
B. BELASTINGBEDRAG WAAROP DE VERMEERDERING WORDT BEREKEND
1. Principe
Nummer 157/8
Bij het bepalen van het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, worden de winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders en de desbetreffende kosten en aftrekken afzonderlijk in aanmerking genomen en wordt de tot 107 % [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] verhoogde belasting op die inkomsten in voorkomend geval verminderd met de onroerende voorheffing, de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en het belastingkrediet die op die inkomsten betrekking hebben (art. 158, WIB 92).
Praktisch betekent het dat op de bovengenoemde beroepsinkomsten volgens de gewone regels een "fictieve aanslag" moet worden berekend.
2. Berekening van de fictieve aanslag
a) Bedrag van de beroepsinkomsten
Nummer 157/9
Het bedrag van de beroepsinkomsten dat moet afgezonderd worden met het oog op de berekening van de vermeerdering is het nettobedrag (in voorkomend geval, van elke echtgenoot) van de winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders, met uitzondering van de vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van die winst, baten en bezoldigingen (zie 157/4) en van de inkomsten behaald door beginnende zelfstandigen (zie 157/36.1 tot 56).
Voor de berekening van de vermeerdering wordt ook het nettobedrag in aanmerking genomen van de tot vermeerdering aanleiding gevende inkomsten van buitenlandse oorsprong, zelfs indien zij bij dubbelbelastingverdrag vrijgesteld zijn.
Om het nettobedrag van de in aanmerking te nemen inkomsten vast te stellen mag echter niet zonder meer gesteund worden op de netto-inkomsten zoals zij opgenomen zijn in de belastbare grondslagen waarop de om te slane belasting met betrekking tot het gezamenlijk belastbaar inkomen berekend wordt.
Daar die inkomsten volgens art. 158, WIB 92, immers afzonderlijk in aanmerking moeten genomen worden, moet het nettobedrag van die inkomsten vastgesteld worden precies alsof de belastingplichtige geen andere inkomsten had.
Dit houdt in dat het brutobedrag van die inkomsten "met vermeerdering" verminderd moet worden (cf. art. 23, § 2, WIB 92) met :
1° de erop betrekking hebbende beroepskosten;
2° de economische vrijstellingen (art. 67 tot 77, WIB 92) b.v. de investeringsaftrek;
3° de beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden en de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken;
Nummer 157/10
Bij echtgenoten moet daarenboven in voorkomend geval ook nog rekening gehouden worden met het toegekende meewerkinkomen en met het toegerekende huwelijksquotiënt (alleen berekend op basis van de inkomsten "met vermeerdering").
Wat de weerslag van de aanrekening van de beroepsverliezen daarop betreft, gelden dezelfde modaliteiten als die welke in 87/13 tot 21 uiteengezet zijn.
Nummer 157/11
Het aldus vastgestelde bedrag mag niet verminderd worden met de van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen als bedoeld in art. 104, WIB 92.
b) Berekening van de PB
Regel
Nummer 157/12
Op de overeenkomstig 157/9 tot 11 vastgestelde netto-beroepsinkomsten wordt de belasting volgens de gewone modaliteiten berekend.
Onder belasting moet hier de hoofdsom worden verstaan. Indien de beoogde beroepsinkomsten uitsluitend uit tegen het volle tarief belastbare inkomsten bestaan, is de hoofdsom steeds gelijk aan de om te slane belasting.
De hoofdsom (of de om te slane belasting), wordt berekend op de wijze uiteengezet in 130/8 en 9, met dien verstande dat voor die berekening uitsluitend rekening mag gehouden worden met de beroepsinkomsten die aanleiding geven tot vermeerdering.
Uitzondering
Nummer 157/13
Wanneer de overeenkomstig 157/12 berekende hoofdsom (of om te slane belasting) meer bedraagt dan de werkelijk evenredig over die beroepsinkomsten "met vermeerdering" omgeslagen belasting, verminderd, in voorkomend geval, met de verminderingen voor inkomsten van buitenlandse oorsprong (van 50 % en van 100 %), dan wordt de vermeerdering berekend op de op die laatste manier vastgestelde belasting.
Voor de eigenlijke omslag van de belasting over de beroepsinkomsten "met vermeerdering" mogen die inkomsten uiteraard niet in aanmerking genomen worden zoals zij overeenkomstig 157/9 tot 11 vastgesteld zijn en overeenkomstig 157/12 als berekeningsgrondslag hebben gediend, maar wel zoals zij opgenomen zijn in de belastbare grondslagen waarop de om te slane belasting met betrekking tot het gezamenlijk belastbaar inkomen berekend is.
3. Verrekening van de voorheffingen
a) Algemeen
Nummer 157/14
Art. 158, WIB 92, stelt dat bij het bepalen van het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, de belasting met betrekking tot de afzonderlijk in aanmerking genomen winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders moet worden verminderd met de OV [ In de praktijk is er echter met ingang van aj. 1995 geen verrekening van OV/bedrijf meer (cf. art. 277, WIB 92, zoals vervangen door art. 21, W 30.3.1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit - V 2297, Bull. 739). ], de RV, de BV, het FBB en het BK die op die inkomsten betrekking hebben.
Door belasting met betrekking tot de verschillende inkomsten wordt het op 107 % [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] ervan gebrachte bedrag verstaan.
De verschillende verrekenbare bestanddelen zijn:
- de werkelijke en fictieve roerende voorheffing betreffende inkomsten van roerende goederen en kapitalen met beroepskarakter : RV/roer.-bedrijf, FRV/roer.-bedrijf;
- de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van bedrijfsleiders, zomede op sommige andere inkomsten (zie 157/15 tot 18) : BV/dir., BVL;
- het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting betreffende inkomsten van roerende goederen en kapitalen (andere dan dividenden), wanneer die goederen en kapitalen voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt : FBB.
- het belastingkrediet met betrekking tot de in art. 23, § 1, 1° en 2° WIB 92 vermelde winst en baten: BK.
De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat de hierboven vermelde bestanddelen die betrekking hebben op beroepsinkomsten van een echtgenoot die overeenkomstig het bepaalde in art. 164, WIB 92 - zie 157/36.1 e.v. (beginnende zelfstandige) geen vermeerdering verschuldigd is, niet in mindering mogen worden gebracht van de tot 107 % [Percentage dat van toepassing is voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] verhoogde PB op de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot die geen recht heeft op vrijstelling van de vermeerdering.
Wat de in mindering te brengen niet terugbetaalbare bestanddelen betreft, wordt tenslotte nog opgemerkt dat voor de berekening van de vermeerdering niet moet worden nagegaan of zij bij de berekening van de eigenlijke aanslag beperkt zijn of niet; voor de berekening van de vermeerdering moeten steeds de in beginsel verrekenbare bedragen in mindering worden gebracht.
b) BV op de bezoldigingen van bedrijfsleiders
Nummer 157/15
Voor de berekening van de vermeerdering, moet de belasting met betrekking tot de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders worden verminderd met de BV die overeenkomstig de officiële schalen verschuldigd is op de bezoldigingen van bedrijfsleiders, op voorwaarde evenwel dat die voorheffing werkelijk aan de bron is gestort.
Nummer 157/16
De vennootschappen mogen, in overleg met hun bedrijfsleiders, op de aan deze laatsten toegekende bezoldigingen hogere belastingbedragen inhouden dan die vastgesteld in de schalen van de BV en in de onderrichtingen die de toepassing ervan regelen.
Om evenwel als BV voor de toepassing van art. 158, WIB 92, in aanmerking te kunnen komen, moeten de aanvullende inhoudingen :
1° gedaan worden op alle vaste en veranderlijke bezoldigingen die de vennootschap in de loop van het jaar aan de verkrijgers betaalt of toekent;
2° binnen de gestelde termijn bij de bevoegde ontvanger van de belastingen worden gestort; de loutere inhouding aan de bron kan niet volstaan;
3° gebeuren volgens een vast bedrag dat door de verkrijger aan zijn vennootschap wordt voorgesteld (fiscaal volontariaat) en in de andere gevallen ofwel een eenvormig gedeelte vertegenwoordigen van de BV berekend volgens de nrs. 39 tot 44 van bijlage III bij het KB/WIB 92 met betrekking tot vanaf 1 januari 2001 betaalde of toegekende inkomsten, ofwel het verschil vertegenwoordigen tussen het bedrag dat voor het hele jaar wordt berekend tegen een forfaitair percent en de voormelde BV.
c) BV op parlementaire vergoedingen, op presentiegelden van leden van provincie-, en gemeenteraden, enz.
Nummer 157/17
Voor de berekening van de vermeerdering, moet de belasting eveneens worden verminderd met de BV die is ingehouden op de vergoedingen van Volksvertegenwoordigers en Senatoren en op de presentiegelden van de leden van provincie- of gemeenteraden, de Vlaamse Raad, de Franse Gemeenschapsraad, de Waalse Gewestraad, de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de vergaderingen van de Gemeenschapscommissies, raden voor maatschappelijk welzijn, beheerscomités van openbare instellingen of lichamen, bestuurders en commissarissen die niet zijn aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst en die hun functies uitoefenen in rechtspersonen die niet zijn opgericht in de vorm van handelsvennootschappen enz.
Nummer 157/18
Dezelfde regel moet eveneens worden toegepast wat de BV betreft die, overeenkomstig de gegevens van de officiële schalen inzake BV en de onderrichtingen die de toepassing ervan regelen, te goeder trouw bij de bron is ingehouden en gestort op bezoldigingen die later als winst, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders worden beschouwd.
Goede trouw mag terzake worden aangenomen indien, op het tijdstip van de storting van de BV, uit fiscaal oogpunt normaal twijfel kon bestaan over de indeling van de inkomsten. Twijfel mag evenwel niet worden ingeroepen indien de belastingplichtige is ingelicht nopens het administratieve standpunt, tenzij daaromtrent een betwisting bestaat (administratief beroep of voorziening bij het gerecht).
d) Opmerking
Nummer 157/19
De terugbetaalbare en niet-terugbetaalbare bestanddelen die verband houden met niet in art. 157, WIB 92, vermelde inkomsten mogen niet worden afgetrokken bij de vaststelling van het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend (bedoeld zijn OV/privé [Sinds aj. 1995 blijft alleen nog de OV met betrekking tot het KI van de woning die recht geeft op de in art. 16, WIB 92, bedoelde woningaftrek verrekenbaar, doch slechts in zover dat KI in het belastbare inkomen is begrepen (d.w.z. niet is opgeslorpt door die woningaftrek).], RV/roer.-privé, FRV/roer.-privé, RV/div., FRV/div., BV/div. en BVL).
4. Voorbeelden (aj. 2000)
Voorbeeld 1
Nummer 157/20
Echtpaar zonder kinderen ten laste.
Netto-inkomsten van onroerende goederen (geïndexeerd en met 40 % verhoogd KI) : 53.060 F.
Uitgaven voor het lange termijnsparen :
- levensverzekeringspremie (man) : 30.000 F;
- pensioensparen (vrouw) : 22.000 F.
Vaststelling van de netto-inkomsten
Man Vrouw
Loon Baat Winst Loon Baat
Beroepsinkomsten na
aftrek van de beroepskosten : 713.843 F 65.600 F 299.000 F
Huwelijksquotiënt (1.000 F) [1] : - 916 F – 84 F 916 F 84 F [2] [3]
Blijft : 712.927 F 65.516 F 299.000 F 916 F 84 F
778.443 F 300.000 F [1]
Grondslag huwelijksquotiënt : 713.843 F + 65.600 F + 299.000 F = 1.078.443 F. Huwelijksquotiënt : (1.078.443 F x 30 % = 323.533 F, te beperken tot 300.000 F) - 299.000 F = 1.000 F.
[2] 1.000 F x 713.843 / 779.443 = 916 F.
[3] 1.000 F x 65.600 / 799.443 = 84 F.
Afgezonderd beroepsinkomen : 300.000 F
Resterend gezinsinkomen:
- inkomsten van onroerende goederen : 53.060 F
- beroepsinkomsten van de man : 778.443 F
- totaal : 831.503 F
Totaal netto-inkomen van het gezin (hier tevens GBI - er zijn immers geen gemeenschappelijke of personaliseerbare bestedingen) : 300.000 F + 831.503 F = 1.131.503 F
Verrekenbare voorheffing (BVL): 123.429 F;
PB/gem. : 7 %
Berekening van de omgeslagen belasting over de inkomsten met vermeerdering
Afgezonderd beroepsinkomen :
- basisbelasting op 300.000 F :
63.750 F + (300.000 F - 255.000 F) x 30 % = 77.250 F
- belasting op de belastingvrije som :
165.000 F x 25 % = - 41.250 F
- verschil : 36.000 F
- vermindering voor het lange termijnsparen :
* tarief van de vermindering : 36.000 x 100 / 300.000 = 12 % met een minimum van 30 %
* bedrag van de vermindering : 22.000 F x 30 % = - 6.600 F
- verschil : 29.400 F
Resterend gezinsinkomen :
- basisbelasting op 831.503 F : 146.550 F + (831.503 F - 483.000 F) x
45 % = 303.376 F
- belasting op de belastingvrije som : 165.000 F x 25 % = - 41.250 F
- verschil : 262.126 F
- vermindering voor het lange termijnsparen :
* tarief van de vermindering :
262.126 x 100 / 831.503 = 31,5 %
* bedrag van de vermindering :
30.000 F x 31,5 % = - 9.450 F
- verschil : 252.676 F
Om te slane belasting : 29.400 F + 252.676 F = 282.076 F
Gedeelte met betrekking tot de inkomsten met vermeerdering
(65.516 F + 299.000 F + 84 F = 364.600 F) : 282.076 F x 364.600 / 1.131.503 = 90.892 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend
In aanmerking te nemen beroepsinkomsten :
Man Vrouw
Winst Baat Winst
Beroepsinkomsten na aftrek
van de beroepskosten : 65.600 F 299.000 F
Huwelijksquotiënt (43.780 F) [*] : 43.780 F - 43.780 F
Blijft : 43.780 F 65.600 F 255.220 F
109.380 F
Afgezonderd beroepsinkomen: 109.380 F
Resterend gezinsinkomen : 255.220 F [*]
Grondslag huwelijksquotiënt : 65.600 F + 299.000 F = 364.600 F
Huwelijksquotiënt : (364.600 F x 30 %) = 109.380 F - 65.600 F = 43.780 F
Afgezonderd beroepsinkomen :
- basisbelasting op 109.380 F : 109.380 F x 25 % = 27.345 F
- belasting op de belastingvrije som (165.000 F, te beperken tot 109.380 F) :
109.380 F x 25 % = - 27.345 F
- verschil : 0 F
- vermindering voor het lange termijnsparen :
30.000 F x 30 % (minimum) = 9.000 F, te beperken tot : 0 F
- verschil: 0 F
Resterend gezinsinkomen :
- basisbelasting op 255.220 F :
63.750 F + (255.220 F - 255.000 F) x 30 % = 63.816 F
- belasting op de belastingvrije som 165.000 F + (165.000 F - 109.380 F) = 220.620 F
220.620 F x 25 % = - 55.155 F
- verschil : 8.661 F
- vermindering voor het lange termijnsparen :
* tarief van de vermindering : 8.661 x 100 / 255.220 = 3,3 % met een minimum van 30 %
* bedrag van de vermindering : 22.000 F x 30 % = - 6.600 F
- verschil : 2.061 F
Om te slane belasting (= hoofdsom) : 0 F + 2.061 F = 2.061 F
Daar de aldus berekende hoofdsom (2.061 F) lager is dan de belasting die proportioneel betrekking heeft op de inkomsten met vermeerdering (90.892 F), komt die hoofdsom in aanmerking voor het berekenen van de vermeerdering.
In aanmerking te nemen hoofdsom : 2.061 F
Verhoging tot 108 % : 2.061 F x 108 % = 2.226 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend : 2.226 F
Voorbeeld 2
Nummer 157/21
Alleenstaande zonder personen ten laste.
Nettoberoepsinkomsten :
- loon : 780.050 F
- winst : 400.000 F
Netto-inkomsten van onroerende goederen (geïndexeerd en met 40 % verhoogd KI) : 70.000 F
Totaal netto-inkomen (hier tevens het gezamenlijk belastbaar inkomen) : 1.250.050 F Verrekenbare voorheffingen (BVL): 335.400 F; PB/gem. : 8 %.
Berekening van de omgeslagen belasting over de inkomsten met vermeerdering
- Basisbelasting op 1.250.050 F : 428.700 F + (1.250.050 F - 1.100.000 F) x 50 % = 498.725 F - Belasting op de belastingvrije som : 208.000 F x 25 % = - 52.000 F
- Om te slane belasting : 446.725 F
Gedeelte met betrekking tot de inkomsten met vermeerdering :
446.725 F x 400.000 / 1.250.050 = 142.946 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend
In aanmerking te nemen beroepsinkomsten : 400.000 F
- Basisbelasting op 400.000 F : 88.950 F + (400.000 F - 339.000 F) x 40 % = 113.350 F
- Belasting op de belastingvrije som : 208.000 F x 25 % = - 52.000 F
- Om te slane belasting (= hoofdsom) : 61.350 F
Die hoofdsom is lager dan de belasting die proportioneel betrekking heeft op de inkomsten met vermeerdering (142.946 F).
In aanmerking te nemen hoofdsom : 61.350 F
Verhoging tot 108 % : 61.350 F x 108 % = 66.258 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend : 66.258 F
C. BEREKENING VAN DE VERMEERDERING
1. Principes
Nummer 157/22
De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen :
1° het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de basisrentevoet, en
2° de bedragen van de VA vermenigvuldigd met 3 maal, 2,5 maal, 2 maal en 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang zij uiterlijk zijn gedaan op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aj. wordt genoemd (art. 159, WIB 92).
Nummer 157/23
De aldus berekende vermeerdering wordt tot 90 % van haar bedrag teruggebracht (art. 160, WIB 92).
Nummer 157/24
Bovendien is geen vermeerdering verschuldigd wanneer het ingevolge 157/22 en 23 berekende bedrag ervan lager is dan 1 % van de belasting waarop zij is berekend of 1.000 F (art. 163, WIB 92).
Nummer 157/25
Tenslotte is geen vermeerdering verschuldigd op de belasting op de winst, de baten en de bezoldigingen van bedrijfsleiders, die personen die zich voor de eerste maal vestigen in een zelfstandig beroep, uit de uitoefening van de werkzaamheid gedurende de eerste drie jaren verkrijgen. Het jaar waarin elke werkzaamheid aanvangt wordt voor een volledig jaar geteld (art. 164, WIB 92).
Nummer 157/26
Voor de berekening van de vermeerdering worden de in 157/3 bedoelde winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders steeds geacht betrekking te hebben op een volledig kalenderjaar, zelfs wanneer het tijdperk van de uitoefening van de beroepswerkzaamheid waaruit die inkomsten voortkomen niet volledig met dat kalenderjaar samenvalt (art. 65, tweede lid, KB/WIB 92).
2. Basisrentevoet
Nummer 157/27
De in 157/22, 2°, bedoelde basisrentevoet is de in voorkomend geval tot de lagere eenheid afgeronde rentevoet van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aj. wordt genoemd (art. 161, WIB 92).
Wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, kan evenwel bij koninklijk besluit een hoger of lager percentage van vermeerdering worden vastgesteld (art. 162, eerste lid, WIB 92) .
Nummer 157/28
Voor de basisrentevoet van de recentste aanslagjaren wordt verwezen naar 157/Bijlage/1.
3. Eigenlijke berekening
a) Algemeen
Nummer 157/29
De berekening van de vermeerdering geschiedt in drie stadia :
- in het eerste stadium wordt de globale vermeerdering berekend die in beginsel verschuldigd is wanneer geen enkele VA verricht is;
- in het tweede stadium worden de voordelen gewaardeerd die aan de gedane VA verbonden zijn;
- in het derde stadium tenslotte wordt het bedrag van de werkelijk toepasselijke vermeerdering vastgesteld.
b) Globale vermeerdering
Nummer 157/30
De globale vermeerdering is gelijk aan het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de basisrentevoet.
Nummer 157/31
De in de art. 159, 2°, 161 en 162, WIB 92, bedoelde basisrentevoet bedroeg voor de aj. 1992 tot 2001 respectievelijk 10, 9, 9, 8, 7, 5 en 4 % (zie 157/Bijlage/1).
De globale vermeerdering is derhalve gelijk aan de belasting waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met :
- 2,25 x 10 % = 22,5 % voor aj. 1992;
- 2,25 x 9 % = 20,25 % voor de aj. 1993 en 1994;
- 2,25 x 8 % = 18 % voor aj 1995.
- 2,25 x 7 % = 15,75% voor aj. 1996;
- 2,25 x 5 % = 11,25 % voor aj. 1997;
- 2,25 x 4 % = 9 % voor de aj. 1998 tot 2001.
c) Aan de voorafbetalingen verbonden voordelen
Nummer 157/32
Het bedrag van de aan de VA verbonden voordelen is gelijk aan de som van de volgende producten:
VA 1 x 3 maal de basisrentevoet ......
VA 2 x 2,5 maal de basisrentevoet ......
VA 3 x 2 maal de basisrentevoet ......
VA 4 x 1,5 maal de basisrentevoet ......
Totaal bedrag van de voordelen : ......
Terzake vertegenwoordigen VA 1, VA 2, VA 3 en VA 4 het bedrag van de VA die uiterlijk op de volgende tijdstippen van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, zijn gedaan :
VA 1 : VA gedaan uiterlijk op 10 april;
VA 2 : VA gedaan uiterlijk op 10 juli;
VA 3 : VA gedaan uiterlijk op 10 oktober;
VA 4 : VA gedaan uiterlijk op 20 december.
Nummer 157/33
Indien een vervaldatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verschoven.
Nummer 157/34
Voor de aj. 1992 tot 2001, is het bedrag van de aan de VA verbonden voordelen gelijk aan de som van de producten opgenomen in 157/Bijlage/2.
Die percenten komen feitelijk overeen met de volgende producten : de basisrentevoet (zie 157/Bijlage/1 ), respectievelijk vermenigvuldigd met 3, met 2,5, met 2 en met 1,5.
d) Werkelijk toepasselijke vermeerdering
Nummer 157/35
De uiteindelijk verschuldigde vermeerdering is gelijk aan 90 % van het positieve verschil tussen het bedrag van de globale vermeerdering en het totaal van de aan de VA verbonden voordelen (zie evenwel 157/36 e.v. voor de gevallen waarin geen vermeerdering verschuldigd is).
4. Gevallen waarin geen vermeerdering is verschuldigd
a) Geen vermeerdering voor geringe verschillen
Nummer 157/36
Krachtens art. 163, WIB 92, is geen vermeerdering verschuldigd wanneer het bedrag van die vermeerdering lager is dan 1 % van de belasting waarop zij berekend is ofwel 1.000 F.
Door "bedrag van de vermeerdering" wordt verstaan het positieve verschil tussen de globale vermeerdering en het totaal van de voordelen verbonden aan de gedane VA, verschil beperkt tot 90 %.
Is dit bedrag lager dan 1.000 F, dan is er geen vermeerdering verschuldigd. Bedraagt het 1.000 F of meer, dan moet het vergeleken worden met de belasting die als grondslag dient van de berekening ervan, d.w.z. met 107 % [Dit percentage is van toepassing voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] van de belasting op de in art. 157, WIB 92, bedoelde inkomsten, in voorkomend geval verminderd met de op die inkomsten betrekking hebbende voorheffingen, FBB en BK, om te zien of het al dan niet 1 % bereikt van de belasting die als grondslag dient van de berekening ervan (zie voorbeelden 2 en 3 in 157/60 en 61).
b) Vrijstelling voor beginnende zelfstandigen
Overzicht
Nummer 157/36.1
Art. 89, § 9bis, WIB, ingevoegd door art. 1, KB nr. 6 van 15.2.1981, strekte ertoe elke natuurlijke persoon die zich vóór die leeftijd van 35 jaar voor de eerste maal in een zelfstandig beroep vestigde, voor een periode van drie jaar te ontslaan van belastingvermeerdering (die normaal verschuldigd zou zijn indien geen VA was verricht).
Ingevolge de invoering van het WIB 92, gecoördineerd bij KB 10.4.1992 (V 2175 - Bull. 719) en bekrachtigd door de W 12.6.1992 (V 2184 - Bull. 719) is art. 89, § 9bis, WIB, met ingang van aj. 1992, art. 164, WIB 92, geworden.
De tekst van art. 164, WIB 92, is echter met ingang van aj. 1998 gewijzigd door art. 48, KB 20.12.1996 (V 2484, Bull. 769), dat de woorden "bestuurders en werkende vennoten", vervangen heeft door het woord "bedrijfsleiders".
Nummer 157/36.2
Ingevolge art. 2, W 6.7.1997 (V 2528, Bull. 777), worden in art. 164, WIB 92, de woorden "die de leeftijd van 35 jaar niet hebben overschreden" weggelaten. De voorheen bestaande leeftijdsvoorwaarde wordt dus afgeschaft, zodat alle beginnende zelfstandigen onder de toepassing van die bepaling vallen.
Met betrekking tot de aj. 1998, 1999 en 2000, is de afschaffing van de leeftijdsvoorwaarde slechts van toepassing op de zelfstandigen die zich vanaf 1.1.1997 voor de eerste maal als zelfstandige in een hoofdberoep hebben gevestigd (zie PV nr. 1481, 11.9.1998, Volksv. Reynders, Bull. 789, blz. 172).
Wat betreft aj. 2001, is geen vermeerdering verschuldigd door zelfstandigen die zich, ongeacht hun leeftijd, in 1998, 1999 of 2000 voor de eerste maal als zelfstandige in een hoofdberoep hebben gevestigd.
Principe
Nummer 157/37
Overeenkomstig art. 164, WIB 92, is elke natuurlijke persoon die zich voor de eerste maal in een zelfstandig beroep vestigt, voor een periode van drie jaar geen belastingvermeerdering verschuldigd (die normaal verschuldigd zou zijn indien geen VA zijn verricht).
Hierna wordt uitgelegd :
- wat moet worden verstaan onder een eerste vestiging als zelfstandige;
- hoe het bewijs hiervan kan worden geleverd;
- op welk tijdstip de vestiging in een gereglementeerd vrij beroep wordt geacht plaats te hebben;
- voor welke aanslagen de gunstmaatregel wordt toegepast;
- welke inkomsten niet aan vermeerdering onderworpen zijn.
Eerste vestiging als zelfstandige
Nummer 157/38
De aanmoediging om zich als zelfstandige te vestigen, wordt toegestaan aan een natuurlijke persoon die voor de eerste maal een zelfstandig beroep gaat uitoefenen als hoofdberoep :
- ofwel in de vorm van een eenmanszaak,
- ofwel als bedrijfsleider van een nieuw opgerichte vennootschap,
en op voorwaarde dat hij uit dien hoofde aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen is.
Nummer 157/39
Voor de toepassing van art. 164, WIB 92, kan slechts van een eerste vestiging als zelfstandige sprake zijn, wanneer een belastingplichtige voor de eerste maal als hoofdberoep [Als een zelfstandig hoofdberoep wordt aangezien, elk zelfstandig beroep dat meer dan 50 % van de totale beroepswerkzaamheid van de betrokkene omvat. De werkzaamheid van een "helpend" gezinslid van een zelfstandige (zie 23/253) wordt fiscaal niet als een zelfstandig beroep aangemerkt, daar de inkomsten ervan als gewone bezoldigingen belastbaar zijn.] :
- een onderneming of een vrij beroep begint;
- een mandaat van zaakvoerder of bestuurder enz. in een nieuw opgerichte vennootschap uitoefent en uit dien hoofde aan het sociaal statuut der zelfstandigen is onderworpen (zie ook Cass., 2.3.1990, Vande Velde - Meeus, Bull. 704, blz. 855 en Antwerpen, 18.10.1993, C.L., Fiscale Jurisprudentie, 94/210).
Nummer 157/40
Het is terzake van weinig belang dat de betrokkene al dan niet een premie voor eerste vestiging heeft ontvangen of dat hij, vóór zijn aankomst in het land, in het buitenland reeds een beroep als zelfstandige heeft uitgeoefend.
Nummer 157/41
Volledigheidshalve wordt nog verduidelijkt dat :
- ook ambachtslieden, landbouwers en tuinders voor de vrijstelling van vermeerdering in aanmerking komen;
- bedrijfsleiders voor de toepassing van deze bepaling niet in aanmerking komen indien zij onderworpen zijn aan de sociale zekerheid voor werknemers en niet aan het sociaal statuut der zelfstandigen [De BV blijft onverminderd en volgens de gewone regels verschuldigd op de bezoldigingen van bedrijfsleiders, zelfs indien zij voor de gunstmaatregel van art. 164, WIB 92, in aanmerking komen.].
Nummer 157/41.1
Er is gevonnist dat de bedoeling van de wetgever bij de invoeging van art. 89, § 9bis, WIB (thans art. 164, WIB 92) erin bestond nieuwe zelfstandigen die werken voor eigen rekening of die voor de eerste maal een bestuurdersfunctie of een daarmee gelijkgestelde functie opnemen in nieuw opgerichte vennootschappen van de vrijstelling van belastingvermeerdering te laten genieten. Een mandaat als volksvertegenwoordiger kan daarmee geenszins worden gelijkgesteld (Gent, 28.11.1996, J.D. en M.M., niet gepubliceerd).
Nummer 157/41.2
Overigens is nog gevonnist dat een jonge geneesheer die na het beëindigen van zijn studies, gedurende enkele maanden een humanitaire activiteit heeft uitgeoefend in het buitenland, in het kader van de regeling inzake voorafbetalingen niet kan worden beschouwd om tijdens voormelde periode een eerste vestiging in België te hebben gehad, zelfs indien de inkomsten van die activiteit in België werden ontvangen of belastbaar zijn (Luik, 12.1.2000, P.R., Fiscale Jurisprudentie, 2000/46).
Nummer 157/42
Het feit dat de betrokkenen voorheen een bijberoep als zelfstandige hebben uitgeoefend of "helpende gezinsleden van zelfstandigen" (zie 23/253) zijn geweest, vormt geen beletsel voor de toepassing van art. 164, WIB 92.
Bewijs van de eerste vestiging
Nummer 157/43
De eerste vestiging als zelfstandige moet door de betrokken belastingplichtige worden aangetoond. In principe kan het bewijs door alle bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed, geleverd worden.
Nummer 157/44
In de praktijk zal het vereiste bewijs evenwel het best kunnen worden geleverd door middel van een attest van het sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen waarbij de belastingplichtige is aangesloten, attest waaruit blijkt sedert welke datum hij voor het eerst tot het sociaal statuut der zelfstandigen is toegetreden i.v.m. een hoofdberoep.
Indien het fonds niet bij machte is de datum mee te delen waarop de betrokkene voor de eerste maal bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen aansloot i.v.m. een hoofdberoep, kan hij zich nog wenden toe het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ - Jan Jacobsplein 6 te 1000 Brussel).
Nummer 157/45
Hoewel het bewijs van de eerste vestiging overeenkomstig 157/44 mag worden geleverd, is de administratie bevoegd aan te tonen, met het oog op de niet-toepassing van art. 89, § 9bis, WIB (thans art. 164, WIB 92) dat zelfs vóór de inschrijving in hoofdberoep, de zelfstandige beroepswerkzaamheid in kwestie niet meer kon beschouwd worden als bijkomstig in verhouding tot het geheel van de beroepswerkzaamheden van de betrokkene (Luik, 28.11.1990, Hauben, Bull. 716, blz. 1400).
Nummer 157/46
Indien de belastingplichtige geen attest kan voorhouden waarop vermeld staat wanneer hij voor het eerst tot het sociaal statuut van zelfstandigen in verband met een hoofdberoep is toegetreden en indien hij evenmin het door haar aangevraagd inschrijvingsnummer in het handelsregister kenbaar kan maken, faalt hij in de bewijslast dat hij in het desbetreffende jaar voor de eerste maal bij een sociaal verzekeringsfonds is aangesloten in verband met een hoofdberoep. Bijgevolg kan hij geen vrijstelling van voorafbetalingen verkrijgen op grond van art. 164, WIB 92 (eerste vestiging als jonge zelfstandige) (Antwerpen, 17.2.1998, B.P., Fiscale Jurisprudentie, 98/136).
Vestiging in een gereglementeerd vrij beroep
Nummer 157/47
Wat betreft de beoefenaars van een gereglementeerd vrij beroep, heeft de administratie steeds de stelling verdedigd dat men pas kan geacht worden zich in dat beroep te hebben gevestigd nadat aan alle voorwaarden is voldaan die de toegang tot dat beroep regelen, inzonderheid wat de opgelegde stages betreft (met als gevolg dat de tijdens dergelijke stages verkregen beroepsinkomsten nooit recht geven op de vrijstelling van belastingvermeerdering wegens geen of ontoereikende VA).
Nummer 157/48
In zijn arrest van 22.1.1992 inzake Fabbricotti (Jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles, 1992, blz. 355) heeft het Hof van beroep te Luik er evenwel aan herinnerd dat een advocaat wettelijk moet geacht worden zich in dat beroep gevestigd te hebben vanaf zijn inschrijving op de lijst van de stagiairs, daar artikel 428, Ger.W bepaalt dat de titel van advocaat vanaf dat tijdstip kan gevoerd worden en artikel 439 van hetzelfde wetboek evenzeer aantoont dat een advocaat-stagiair in beginsel als een volwaardig advocaat moet worden beschouwd wat zijn eigenlijke activiteit, nl. het pleiten, betreft.
De administratie heeft zich aangesloten bij de zienswijze van het voornoemde hof.
Hieruit volgt dat voor advocaten de in art. 164, WIB 92, bepaalde termijn van 3 jaar begint te lopen vanaf het tijdstip van hun inschrijving op de lijst van de stagiairs (en niet meer vanaf het tijdstip van hun inschrijving op de tabel van de Orde der Advocaten).
Dit standpunt wordt bevestigd door het Hof van Cassatie in zijn arrest van 20.1.2000 inzake V.S. dat bepaalt dat art. 89, § 9bis, WIB (thans art. 164, WIB 92) niet toelaat dat de belastingplichtige die zich voor de eerste maal in een zelfstandig beroep vestigt, vrij het tijdstip mag kiezen waarop de voormelde wetsbepaling moet worden toegepast. Enkel de eerste vestiging in een zelfstandig beroep is bepalend. Het arrest stelt vast dat verweerder in oktober 1986 opgenomen werd in de lijst van de advocaten-stagiairs en op 2 oktober 1989 op het tableau van de Orde der advocaten te Antwerpen werd ingeschreven. Daarbij overweegt het arrest dat eenieder die is ingeschreven op de lijst van de stagiairs het beroep van advocaat uitoefent. De appèlrechters die beslissen dat de eerste vestiging van verweerder niet zijn inschrijving op de lijst van de advocaten-stagiairs is, maar wel zijn inschrijving op het tableau, schenden art. 89, § 9bis, WIB (thans art. 164, WIB 92).
Daar, inzake stage, de architecten-stagiairs een gelijkaardig statuut hebben als de advocaten-stagiairs, d.w.z. dat zij volledig als architecten worden beschouwd en verantwoordelijk zijn voor hun beroepsdaden en dat hun inschrijving op de tabel van de Orde aan het einde van de stage hen toelaat de uitoefening van hun beroep "verder te zetten", is beslist dat ook voor deze categorie de in art. 164, WIB 92, bepaalde termijn van drie jaar begint te lopen vanaf het tijdstip van hun inschrijving op de lijst van de stagiairs (en niet meer vanaf het tijdstip van hun inschrijving op de tabel van de Orde der Architecten).
De vorenstaande bepalingen zijn algemeen van toepassing vanaf het aj. 1994 (inkomsten van het jaar 1993), met dien verstande dat zij eveneens voor de voorgaande aj. moeten worden toegepast indien de belastingplichtige daar uitdrukkelijk om verzoekt.
Voor advocaten en architecten die op 1.1.1993 hun stage reeds geheel of gedeeltelijk hebben volbracht en die - op grond van de vorige administratieve onderrichtingen - de vrijstelling van vermeerdering voor drie belastbare tijdperken nog niet hebben verkregen, zijn de bepalingen van art. 164, WIB 92, eveneens van toepassing vanaf aj. 1994, zelfs buiten de stage, totdat de wettelijke vrijstelling hen volledig verleend werd, d.w.z. voor drie jaren.
Nummer 157/49
Het tijdstip vanaf hetwelk de beoefenaar van een gereglementeerd vrij beroep geacht wordt zich in een zelfstandig beroep te hebben gevestigd, wordt aangegeven in kolom 2 van onderstaande tabel.
| Beroep | Tijdstip van vestiging in een zelfstandig beroep |
| advocaat | inschrijving op de lijst van de stagiairs |
| notaris | aanstelling bij KB in een bepaalde standplaats |
| architect | inschrijving op de lijst van de stagiairs |
| geneesheer-specialist | toekenning van het identificatienummer van de specialisatie door het RIZIV |
| bedrijfsrevisor | eedaflegging |
| accountant | inschrijving op de deellijst van externe accountants van het Instituut van de accountants en belastingconsulenten [Van toepassing met ingang van 29.6.1999. Voorheen : inschrijving in het register van de externe accountants van het Instituut der accountants.]. |
| belastingconsulent | Inschrijving op de deellijst van externe belastingconsulenten van het Instituut van de accountants en belastingconsulenten [Van toepassing met ingang van 29.6.1999. Voorheen was dit beroep niet gereglementeerd.]. |
| boekhouder | Inschrijving op de lijst van de stagiairs-boekhouders of op de lijst van stagiairs-boekhouders-fiscalisten van het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten [Van toepassing met ingang van 29.6.1999. - Voorheen : inschrijving op de lijst van de stagiairs van het Beroepsinstituut van boekhouders.]. |
Nummer 157/50
De bovenbedoelde belastingplichtigen zijn vanzelfsprekend van de vrijstelling van vermeerdering uitgesloten indien zij voorheen reeds een ander zelfstandig beroep als hoofdberoep hebben uitgeoefend, zoals b.v. een notaris die vroeger zelfstandig advocaat was, een bedrijfsrevisor die voorheen zelfstandig accountant of belastingconsulent was, een geneesheer-specialist die vroeger een praktijk van huisarts had enz.
Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de eventueel in het buitenland als zelfstandige uitgeoefende activiteit wanneer een belastingplichtige zich voor de eerste maal in België komt vestigen (b.v. : een Nederlandse advocaat die zich in België komt vestigen en hier zijn inschrijving aan de balie vraagt).
Nummer 157/51
De aandacht wordt erop gevestigd dat voor beoefenaars van een gereglementeerd vrij beroep de datum van eerste vestiging in dat beroep niet noodzakelijk overeenstemt met de datum van toetreding tot het sociaal statuut der zelfstandigen i.v.m. datzelfde beroep.
In een dergelijk geval moet het bewijs van die vestiging door de betrokkene op een andere wijze worden geleverd, inzonderheid door aan te tonen op welk tijdstip de gebeurtenis die vermeld is in de tabel sub 157/49 zich heeft voorgedaan.
Aanslagen waarvoor geen belastingvermeerdering wordt toegepast
Nummer 157/52
De vrijstelling van belastingvermeerdering geldt voor drie opeenvolgende jaren, te beginnen met het jaar van de eerste vestiging als zelfstandige (dat dus voor een volledig jaar wordt geteld).
Nummer 157/53
...
Inkomsten die niet aan vermeerdering onderworpen zijn
Nummer 157/54
De vrijstelling van vermeerdering geldt voor alle beroepsinkomsten die een beginnende zelfstandige heeft verkregen tijdens de periode van 3 jaar (zie 157/52), zelfs indien die inkomsten geheel of gedeeltelijk voortkomen van een ander beroep dan dat waarin hij zich voor de eerste maal als zelfstandige heeft gevestigd.
Nummer 157/55
In de sub 157/54 bedoelde gevallen is de vermeerdering evenmin van toepassing op de belasting die slaat op het gedeelte van de beroepsinkomsten dat de zelfstandige aan zijn meewerkende echtgenoot toekent bij toepassing van art. 86, WIB 92.
Nummer 157/56
De vermeerdering blijft echter wel van toepassing op de belasting op de inkomsten die de echtgenoot uit één of meer eigen zelfstandige beroepen verkrijgt, tenzij hij eveneens aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet.
c) Mogelijkheid tot uitbreiding van de niet-toepassing van de vermeerdering
Nummer 157/57
Art. 168, WIB 92, machtigt de Koning geheel of gedeeltelijk af te zien van de in de art. 157 tot 160, WIB 92, bedoelde vermeerdering van belasting, wanneer de VA worden gedaan volgens de regels, onder de voorwaarden en binnen de termijnen die Hij bepaalt.
Nummer 157/58
Tot op heden is van de door art. 168, WIB 92, geboden mogelijkheid nog geen gebruik gemaakt.
5. Voorbeelden (aj. 2000) [Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, wordt er in de hiernavolgende voorbeelden van uitgegaan dat het niet in 157/38 tot 42, bedoelde beginnende zelfstandigen betreft.]
Voorbeeld 1
Nummer 157/59
Een alleenstaande handelaar zonder gezinslasten behaalde een nettowinst van 340.000 F.
Hij heeft geen enkele voorafbetaling gedaan.
Berekening van de vermeerdering
Hoofdsom op 340.000 F : 37.350 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend :
37.350 F x 108 % = 40.338 F
Globale vermeerdering :
40.338 F x 9 % = 3.630 F
Voordelen VA : nihil
- Verschil : 3.630 F
Tot 90 % herleide vermeerdering : 3.630 F x 90 % = 3.267 F
Voorbeeld 2
Nummer 157/60
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1.
De belastingplichtige heeft echter een VA 3 van 32.000 F verricht.
Hoofdsom op 340.000 F : 37.350 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend :
37.350 F x 108 % = 40.338 F
Globale vermeerdering :
40.338 F x 9 % = 3.630 F
Voordelen VA 3 : 32.000 F x 8 % = - 2.560 F
Verschil : 1.070 F
Tot 90 % herleide vermeerdering : 1.070 F x 90 % = 963 F
Aangezien dit bedrag kleiner is dan 1.000 F, moet de vermeerdering tot nul herleid worden.
Voorbeeld 3
Nummer 157/61
Een alleenstaande handelaar zonder gezinslasten is belastbaar op een nettowinst van 569.333 F.
Hij verrichtte in 1999 de volgende voorafbetalingen :
VA 1 : 40.000 F
VA 2 : 35.000 F
VA 3 : 20.000 F
VA 4 : 26.000 F
Hoofdsom op 569.333 F : 133.400 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend :
133.400 F x 108 % = 144.072 F
Globale vermeerdering : 144.072 F x 9 % = 12.966 F
Voordelen VA :
- VA 1 : 40.000 F x 12 % = 4.800 F
- VA 2 : 35.000 F x 10 % = 3.500 F
- VA 3 : 20.000 F x 8 % = 1.600 F
- VA 4 : 26.000 F x 6 % = 1.560 F
- totaal : - 11.460 F
Positief verschil : 1.506 F
Tot 90 % herleid verschil : 1.506 F x 90 % = 1.355 F
Daar dit tot 90 % herleide positieve verschil (1.355 F) minder bedraagt dan 1 % van de grondslag van de vermeerdering (144.072 F x 1 % = 1.440 F), is er in onderhavig geval geen vermeerdering verschuldigd.
V. VOORAFBETALINGEN DIE OP EEN BELASTINGVERMINDERING OF BONIFICATIE RECHT GEVEN (ART. 175 TOT 177, WIB 92)
A. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN
Nummer 157/62
De bonificatie of belastingvermindering als bedoeld in de art. 175 tot 177, WIB 92, kan aan alle aan de PB onderworpen belastingplichtigen (werknemers, gepensioneerden, renteniers enz.) worden verleend, maar indien het zelfstandigen betreft, kan de bonificatie slechts worden verleend voor het gedeelte van de VA dat niet is aangewend om de vermeerdering te vermijden.
Nummer 157/63
Een bonificatie wordt verleend op de PB, verhoogd tot 107 % [Dit percentage is van toepassing voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] en verminderd met de als voorheffing, als FBB en als BK verrekenbare bedragen, zomede - in voorkomend geval - met het bedrag van de VA die nodig zijn om belastingvermeerdering te vermijden, in zover die belasting is voorafbetaald.
Nummer 157/64
Dit houdt dus in dat de bonificatie ook wordt toegestaan bij voorafbetaling van de belasting die betrekking heeft op inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, diverse inkomsten en op afzonderlijk belaste inkomsten, zomede op de belasting :
- betreffende de beroepsinkomsten van beginnende zelfstandigen waarop geen belastingvermeerdering is verschuldigd mits aan de in art. 164, WIB 92, gestelde voorwaarden is voldaan (zie wat dit laatste punt betreft, 157/36.1 tot 56);
- verschuldigd door de Belgische grensarbeiders die in Frankrijk, Nederland of Duitsland werken.
Nummer 157/65
In de in 157/7 bedoelde gevallen (bijzondere aanslag inzonderheid gevestigd wegens definitief vertrek naar het buitenland), geven de VA die de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk heeft gedaan evenwel geen recht op bonificatie om dezelfde redenen als die welke in dat nr. zijn uiteengezet.
C. BEREKENING VAN DE BONIFICATIE
1. Principes
Nummer 157/66
De bonificatie is gelijk aan het bedrag van de VA vermenigvuldigd met 1,5 maal, 1,25 maal, 1 maal en 0,75 maal de in 157/27 vermelde basisrentevoet naargelang die VA uiterlijk op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aj. wordt genoemd, zijn gedaan.
De vervaldagen zijn dezelfde als voor de VA die nodig zijn om de belastingvermeerdering te vermijden (zie 157/22).
Nummer 157/67
Indien een vervaldag op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt hij naar de eerstvolgende werkdag verschoven.
Nummer 157/68
De basisrentevoet is dezelfde als die welke voor de berekening van de belastingvermeerdering bedoeld in de art. 157 tot 160, WIB 92, is vastgesteld ter uitvoering van art. 161, WIB 92, d.w.z. de in voorkomend geval tot de lagere eenheid afgeronde rentevoet van de marginale beleningsfaciliteit van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
Wanneer, overeenkomstig art. 162, WIB 92, een KB bepaalt dat die basisrentevoet voor een bepaald aj. wordt verhoogd of verlaagd, geldt het gewijzigde percent ook als basis voor de berekening van de bonificatie bedoeld in de art. 175 tot 177, WIB 92.
De toepasselijke basisrentevoeten van de recentste aanslagjaren zijn in 157/Bijlage/1 vermeld.
Nummer 157/69
Voor de aj. 1992 tot 2001, is het bedrag van de bonificatie in principe gelijk aan de som van de producten opgenomen in 157/Bijlage/3.
Die percenten komen feitelijk overeen met de volgende producten : de basisrentevoet respectievelijk vermenigvuldigd met 1,5, met 1,25, met 1 en met 0,75.
2. Voorafbetalingen
Nummer 157/70
De belastingplichtige bepaalt vrij het aantal, het bedrag en de datum van de VA die hij doet.
Aan de zelfstandigen en aan de meeste andere belastingplichtigen die jaarlijks een belastingsupplement van enige belangrijkheid moeten betalen, wordt éénmaal per trimester een uitnodiging gestuurd om een VA te doen.
3. Beperking van de bonificatie
Nummer 157/71
Voor de berekening van de bonificatie, mogen de gedane VA slechts in aanmerking worden genomen ten belope van het bedrag van de PB, verhoogd tot 107 % [Dit percentage is van toepassing voor aj. 2001; voor aj. 2000 is dit percentage gelijk aan 108 % en voor de aj. 1994 tot 1999 bedraagt het 109 % (zie art. 3, tweede lid, W 24.12.1999 en art. 463bis, § 2, 2°, WIB 92).] [106 % m.b.t. de afzonderlijk belaste inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van roerende aard.], en verminderd met de als voorheffing, als FBB en als BK verrekenbare bedragen, zomede, in voorkomend geval, met de VA die nodig zijn om de vermeerdering te vermijden.
Indien het totaal van de gedane VA kleiner is dan dit maximumbedrag, worden zij volledig in aanmerking genomen voor het berekenen van de bonificatie.
Is het totaal van de gedane VA evenwel groter dan dat maximumbedrag, dan moet het totale bedrag van de in aanmerking te nemen VA tot dit maximumbedrag beperkt worden, waarbij het gedeelte van de VA dat geen recht geeft op bonificatie geacht wordt in de laatst gedane VA begrepen te zijn. In geval van beperking moet de bonificatie dus in eerste instantie berekend worden op de VA 1, vervolgens op de VA 2 enz. tot het maximumbedrag aan VA bereikt is.
4. Zelfstandigen
Nummer 157/72
De VA van zelfstandigen die nodig zijn om de in de art. 157 tot 160, WIB 92, bedoelde vermeerdering te vermijden, worden bij voorrang aangewend; alleen het saldo geeft recht op bonificatie in de zin van de art. 175 tot 177, WIB 92.
Nummer 157/73
Er wordt opgemerkt dat, voor de toepassing van de art. 175, 2° en 176, WIB 92, met het bepaalde in art. 163, WIB 92, geen rekening moet worden gehouden.
[Hierin is bepaald dat geen belastingvermeerdering verschuldigd is wanneer het bedrag ervan lager is dan ofwel 1 % van de belasting waarop zij is berekend ofwel 1.000 F.]
Beide bepalingen hebben immers twee totaal verschillende toestanden op het oog :
- art. 163, WIB 92, betreft de "zelfstandige" wiens VA in geringe mate lager zijn dan die welke normalerwijze nodig zijn om elke belastingvermeerdering te vermijden (zie voetnoot bij het vorige lid);
- de art. 175, 2° en 176, WIB 92, hebben betrekking op de natuurlijke persoon die niet alleen de belasting op zijn beroepsinkomsten als "zelfstandige" voorafbetaalt, maar bovendien hetzelfde doet voor de totaliteit of een gedeelte van de belasting op zijn andere inkomsten.
Er wordt op gewezen dat een VA niet tegelijkertijd aanleiding kan geven tot twee onderscheiden voordelen: enerzijds het vermijden van een normaal toepasselijke vermeerdering (art. 157 tot 160, WIB 92) en, anderzijds, een daadwerkelijke belastingvermindering of bonificatie (art. 175 tot 177, WIB 92).
Het is overigens in die zin dat het aan het KB nr. 10 van 15.2.1982 voorafgaand advies van de Raad van State moet worden begrepen, advies dat aanstipt dat art. 89, § 9, WIB (thans art. 163, WIB 92) alleen betrekking heeft op de belastingvermeerdering.
Nummer 157/74
De aandacht wordt erop gevestigd dat de beroepsinkomsten van zelfstandigen, voor de berekening van de vermeerdering, steeds worden geacht betrekking te hebben op een volledig kalenderjaar, zelfs indien de periode waarin de beroepswerkzaamheden zijn uitgeoefend waaruit die inkomsten voortspruiten, niet volledig met dat kalenderjaar samenvalt (b.v. bij begin of stopzetting van de beroepswerkzaamheid of indien het boekjaar niet met het kalenderjaar samenvalt). Voor alle natuurlijke personen gelden derhalve de gewone vervaldagen (zie 157/66).
Voorbeeld 1
Nummer 157/75
Hoofdsom op de gezamenlijk belaste inkomsten : 205.191 F PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 7.238 F
VA 1 : 50.000 F
Verrekende voorheffingen en FBB (met uitzondering van de VA) : 192.192 F
Er zijn geen inkomsten met vermeerdering.
Berekening van de bonificatie
1° Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie.
Hoofdsom : 205.191 F
PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 7.238 F
Totaal : 212.429 F
Verhoging tot 108 % : 212.429 F x 108 % = 229.423 F
Verrekende voorheffingen en FBB : - 192.192 F
Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie : 37.231 F
2° Bonificatie.
In aanmerking te nemen VA 1 : 50.000 F, beperkt tot 37.231 F
Bonificatie : VA 1 : 37.231 F x 6 % = 2.234 F
Voorbeeld 2
Nummer 157/76
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, doch de belastingplichtige heeft de volgende VA gedaan :
- VA 1 : 15.000 F
- VA 3 : 12.000 F
- totaal : 27.000 F
Berekening van de bonificatie
Daar het totaal van de VA (27.000 F) kleiner is dan het maximumbedrag van 37.231 F, geven de
gedane VA integraal recht op bonificatie.
Bedrag van de bonificatie:
- VA 1 : 15.000 F x 6 % = 900 F
- VA 3 : 12.000 F x 4 % = 480 F
- Totaal : 1.380 F
Voorbeeld 3
Nummer 157/77
Hoofdsom : 1.018.452 F
Voorafbetalingen :
- VA 1 : 100.000 F
- VA 2 : 100.000 F
- VA 3 : 50.000 F
Verrekende voorheffingen en FBB (met uitzondering van de VA): 863.741 F
Er zijn geen inkomsten met vermeerdering.
Berekening van de bonificatie
1° Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie.
Hoofdsom : 1.018.452 F
Verhoging tot 108 % : 1.018.452 F x 108 % = 1.099.928 F
Verrekende voorheffingen en FBB : - 863.741 F
Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie : 236.187 F
2° Bonificatie.
- VA 1 : 100.000 F x 6 % = 6.000 F
- VA 2 : 100.000 F x 5 % = 5.000 F
- VA 3 : 50.000 F, te beperken tot 236.187 F - (2 x 100.000 F) = 36.187 F
36.187 F x 4 % = 1.447 F
Totale bonificatie : 12.447 F
Voorbeeld 4
Nummer 157/78
Hoofdsom op de gezamenlijk belaste inkomsten : 238.915 F
PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 33.000 F
Belasting op de inkomsten met vermeerdering : 67.406 F
Verrekenbare voorheffingen en bestanddelen :
- RV/bedrijf : 7.500 F
- BVL : 218.417 F
- Voorafbetalingen :
* VA 1 : 20.000 F
* VA 2 : 20.000 F
* VA 3 : 20.000 F
* VA 4 : 20.000 F
Berekening van de vermeerdering
In aanmerking te nemen belasting : 67.406 F
Verhoging tot 108 % : 67.406 F x 108 % = 72.798 F
Verrekenbare RV/bedrijf : - 7.500 F
Belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend : 65.298 F
Globale vermeerdering : 65.298 F x 9 % = 5.877 F
Voordelen VA :
- VA 1 : 20.000 F x 12 % = - 2.400 F
blijft : 3.477 F
- VA 2 : 20.000 F x 10 % = - 2.000 F
blijft : 1.477 F
- VA 3 : 1.477 F x 100 / 8 = 18.463 F
18.463 F x 8 % = - 1.477 F
blijft : 0 F
VA nodig om de vermeerdering te vermijden (VA-vermeerdering) :
- VA 1 : 20.000 F
- VA 2 : 20.000 F
- VA 3 : 18.463 F
- Totaal : 58.463 F
Berekening van de bonificatie
1° VA die in principe recht geven op bonificatie (VA-bonificatie) :
- VA 3 : 20.000 F - 18.463 F = 1.537 F
- VA 4 : 20.000 F
- Totaal : 21.537 F
2° Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie.
Hoofdsom op de gezamenlijk belaste inkomsten : 238.915 F
PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 33.000 F
Totaal : 271.915 F
Verhoging tot 108 % : 271.915 F x 108 % = 238.915 F
Verrekende voorheffingen:
- RV/bedrijf : - 7.500 F
- BVL : - 218.417 F
Verschil: 67.751 F
VA-vermeerdering : - 58.463 F
Maximumbedrag dat recht geeft op bonificatie : 9.288 F
De VA-bonificatie (21.537 F) geeft dus slechts ten belope van 9.288 F recht op bonificatie;
daartoe moeten de VA-bonificatie als volgt in aanmerking genomen worden :
Maximumbedrag : 9.288 F VA 3 (saldo) : - 1.537 F
blijft : 7.751 F
VA 4 : 20.000 F, beperkt tot : - 7.751 F
blijft : 0 F
3° Bedrag van de bonificatie :
- VA 3 : 1.537 F x 4 % = 61 F
- VA 4 : 7.751 F x 3 % = 233 F
Totale bonificatie: 294 F
Voorbeeld 5
Nummer 157/79
Zelfde gegevens als in voorbeeld 4 met als enig verschil dat de BVL 232.147 F bedraagt.
Berekening van de bonificatie
1° VA die in principe recht geven op bonificatie (VA-bonificatie) :
- VA 3 : 20.000 F - 18.463 F = 1.537 F
- VA 4 : 20.000 F
- Totaal : 21.537 F
2° Maximumbedrag aan VA dat recht geeft op bonificatie.
Hoofdsom op de gezamenlijk belaste inkomsten : 238.915 F
PB op de afzonderlijk belaste inkomsten : 33.000 F
Totaal : 271.915 F
Verhoging tot 108 % : 293.668 F
Verrekende voorheffingen :
- RV/bedrijf : - 7.500 F
- BVL : - 232.147 F
Verschil : 54.021 F
VA-vermeerdering : - 58.463 F
Negatief verschil : - 4.442 F [Dit negatief verschil moet tot nul herleid worden]
Maximumbedrag dat recht geeft op bonificatie : 0 F
Er kan dus geen bonificatie verleend worden.
3° Bedrag van de bonificatie : nihil.
Nummer 157/80
De VA moeten op straffe van verval binnen de gestelde termijnen worden gedaan door storting of overschrijving op een postrekening van de "Dienst der Voorafbetalingen", Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 33, 1010 Brussel.
[Sinds 1999 moeten de voorafbetalingen worden gedaan door storting of overschrijving op prk. :
- 679-2002340-66 voor VA betreffende natuurlijke personen;
- 679-2002330-56 voor VA betreffende rechtspersonen.]
Nummer 157/81
De belastingplichtige die reeds ingeschreven is in het repertorium van de "Dienst der Voorafbetalingen", is gehouden de door die dienst uitgereikte formulieren te gebruiken, daar die zijn naam en zijn registratienummer vermelden, welke in geen geval gewijzigd mogen worden.
De belastingplichtige die wenst gebruik te maken van een elektronische betaalwijze (phone banking, selfbanking, PC banking ...) moet nauwkeurig de mededeling overnemen die voorkomt op het betalingsformulier toegezonden door de Dienst Voorafbetalingen.
De belastingplichtige die nog geen registratienummer heeft, moet een gewoon betaalformulier gebruiken met duidelijke vermelding van zijn identiteit en zijn adres. De BTW-plichtige moeten zijn BTW-nummer in de zone mededeling van dit formulier vermelden.
De niet aan de BTW onderworpen belastingplichtige moet in de zone mededeling de vermelding "NIEUW" plaatsen gevolgd door zijn geboortedatum in de volgorde JAAR in vier posities, punt, MAAND in twee posities, punt, en DAG in twee posities (voorbeeld : NIEUW 1951.02.23).
De VA kunnen derhalve niet geldig worden gedaan in specie, bankcheques, postcheques, postassignaties enz., daar die betaalmiddelen niet door de "Dienst der Voorafbetalingen" mogen worden aangenomen.
Nummer 157/82
Wanneer een ontvanger stortingen ontvangt waarvan de bestemming niet duidelijk is vermeld, moet hij onmiddellijk nadere gegevens vragen aan de betrokken belastingplichtige, ten einde te vernemen of het geen VA betreft die op een prk. van de "Dienst der Voorafbetalingen" moesten worden gestort.
Indien zou blijken dat het een VA betreft die op voormelde prk. moest worden gestort, moet de ontvanger :
- zonder verwijl de bij vergissing ontvangen som overschrijven op de gepaste prk. van de "Dienst der Voorafbetalingen" met vermelding van de betalingsdatum die in aanmerking moet worden genomen en, indien mogelijk, van het inschrijvingsnummer van de belanghebbende bij die dienst;
- de dag van de verzending van de overschrijving naar de Post, de belastingplichtige hiervan, indien nodig telefonisch, op de hoogte brengen en zijn aandacht erop vestigen dat de enige bij de wet bepaalde geadresseerde van zo'n storting de gepaste prk. van de voormelde dienst is.
Nummer 157/83
De ontvangers mogen echter niet ingaan op het door de belastingplichtige eventueel uitgedrukte verlangen, om de sommen die hem toekomen ten gevolge van de uitgifte van een uitgavestuk op een postrekening van bedoelde dienst te storten.
Die sommen moeten aan de rechthebbende teruggestort worden, die ze vervolgens zelf op de gepaste prk. van de "Dienst der Voorafbetalingen" moet storten.
Nummer 157/84
Het model van het in 157/81 bedoelde formulier wordt bepaald door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde, in overleg met de Minister, of zijn gedelegeerde, tot wiens bevoegdheid de Post behoort.
Nummer 157/85
De "Dienst der Voorafbetalingen" stelt de betaalformulieren op en kent het registratienummer toe. In voorkomend geval omvat het registratienummer het nummer dat aan de belastingplichtige voor de toepassing van de BTW is toegekend.
Nummer 157/86
Indien de belastingplichtige die een VA wenst te doen, niet in het bezit is van dergelijk formulier moet hij dit tijdig kenbaar maken bij de "Dienst der Voorafbetalingen".
Wanneer de vervaldag nakend is, mag worden gehandeld zoals in 157/81, tweede lid is aangegeven. De "Dienst der Voorafbetalingen" zal de belastingplichtige dan in het repertorium opnemen en hem een registratienummer toekennen.
Nummer 157/87
De betaalformulieren, waarop het registratienummer van de belastingplichtige is voorgedrukt, mogen alleen door hem of voor zijn rekening worden gebruikt, vermits alleen het registratienummer de belastingplichtige bepaalt wiens rekening moet worden gecrediteerd.
Nummer 157/88
Iedere betaling op een prk. van de "Dienst der Voorafbetalingen" met vermelding van het registratienummer van een belastingplichtige wordt geacht te zijn gedaan voor rekening van de belastingplichtige die bij die dienst door dat nummer is geïdentificeerd.
Nummer 157/89
Luidens art. 142, § 1, KB/WIB 92, waarnaar art. 68, KB/WIB 92, verwijst, heeft de betaling voor stortingen via een postkantoor en voor overschrijvingen uitwerking op de datum die door de POSTCHEQUE als bevrijdende datum op het rekeninguittreksel wordt vermeld.
1. Datum van uitreiking van het rekeninguittreksel VA
Nummer 157/90
Krachtens art. 71, KB/WIB 92, verstrekt de "Dienst der Voorafbetalingen" aan de betrokken belastingplichtigen, na het verstrijken van het belastbare tijdperk, een ontvangstbewijs van de gedane stortingen of overschrijvingen, dat "rekeninguittreksel VA" wordt genoemd. De uitreiking van het uittreksel geschiedt in principe in de loop van de maand februari.
Nummer 157/91
Voor de rechtspersonen is de in het repertorium VA vermelde afsluitingsdatum bepalend voor de uitreiking van het uittreksel :
- voor een afsluitingsdatum van de balans in december of wanneer er geen boekhouding is, geschiedt de uitreiking in principe eveneens in de loop van de maand februari daaropvolgend;
- voor een afsluitingsdatum van de balans in de loop van een andere maand gebeurt de uitreiking in principe in de loop van de tweede maand die erop volgt..
2. Aantal rekeninguittreksels VA per belastingplichtige
Nummer 157/92
In de twee volgende gevallen kunnen voor eenzelfde belastingplichtige verscheidene uittreksels uitgereikt worden :
- ingeval voor hetzelfde aj. meer dan twaalf betalingen gedaan zijn. De uittreksels dragen alle hetzelfde refertenummer maar een verschillend uittrekselnummer;
- ingeval de belastingplichtige meerdere malen voorkomt in het bestand VA met een verschillend refertenummer (o.a. wanneer eenzelfde belastingplichtige meer dan één BTW-nummer heeft, bij het bestaan van een BTW-nummer en een nummer door de "Dienst der Voorafbetalingen" zelf toegekend, of nog wanneer door deze dienst twee nummers zijn toegekend): in die gevallen ontvangt de belastingplichtige ten minste één uittreksel per refertenummer.
3. Beschrijving van het rekeninguittreksel VA
a) Vak bestemd voor de vermelding van de identiteit (linker benedengedeelte van het drukwerk)
Nummer 157/93
Dit vak omvat naast de identiteit van de belastingplichtige ook het refertenummer inzake VA, geschreven als xxx.xxx.xxx.
b) Vak betalingen (rechter gedeelte van het drukwerk)
Nummer 157/94
Dit vak omvat 5 kolommen waarin voor elke betaling respectievelijk voorkomt :
- een volgnummer (van 01 tot 12);
- de in aanmerking te nemen datum van voorafbetaling; die wordt voorafgegaan door een asterisk (*) voor alle betalingen die verricht zijn vóór de aanvang van de belastbare periode betreffende het op dit uittreksel vermelde aj. (zie 157/95 hierna) (b.v. bij overdracht van een VA betreffende een vorig aj. op verzoek van de belastingplichtige);
- het in aanmerking te nemen bedrag als VA, dat gelijk is aan het gestorte bedrag eventueel verminderd met terugbetalingen of overdrachten naar een volgend aanslagjaar op verzoek van de belastingplichtige binnen de termijnen bepaald in de art. 70 en 71, KB/WIB 92;
- alleen bij wijziging in de bestemming van de VA, het oorspronkelijk betaalde bedrag en het bedrag dat veranderde van bestemming door toepassing van art. 70 of van art. 71, KB/WIB 92.
Per rekeninguittreksel kunnen maximaal twaalf betalingen vermeld worden.
Onderaan het vak in de rubriek "Totaal" wordt het totaal afgedrukt van de als VA in aanmerking te nemen bedragen.
Er wordt echter geen rekeninguittreksel VA afgeleverd indien het totale bedrag gelijk is aan nul (alles terugbetaald of alles overgedragen naar een volgend aanslagjaar).
c) Vakken - Datum van verzending van dit uittreksel - Aanslagjaar - Inkomsten van het jaar of boekjaar eindigend op (linker bovengedeelte van het drukwerk)
Nummer 157/95
Die vakken omvatten respectievelijk :
- de datum van verzending van het uittreksel aan de belastingplichtige;
- het aj. In principe wordt het aj. bepaald aan de hand van de datum van betaling en van het belastbare tijdperk (kalenderjaar of boekjaar niet overeenstemmend met het kalenderjaar; dit boekjaar wordt bepaald aan de hand van de door de "Dienst der Voorafbetalingen" gekende datum van afsluiting). De mogelijkheid bestaat dat betalingen voor een bepaald aj. voorkomen op een uittreksel van een later aj., ingeval de belastingplichtige om de overdracht heeft verzocht;
- de vermelding 31.12 voor de natuurlijke personen;
- voor de rechtspersonen de vermelding 31.12 voor de inkomsten die samenvallen met het kalenderjaar of de dag en de maand van de jaarlijkse afsluiting van het boekjaar indien de belastingplichtige anders dan per kalenderjaar boekhoudt. Dit is de datum die door de "Dienst der Voorafbetalingen" gekend is aan de hand van door de belastingplichtige verstrekte inlichtingen of geput uit het centraal repertorium der rechtspersonen dat door het BCIV gehouden wordt.
d) Vakken bestemd voor de administratie
Nummer 157/96
… .
4. Door de belastingplichtige aan het rekeninguittreksel VA te geven bestemming
Nummer 157/97
De administratie eist sinds aj. 1995 niet meer dat de belastingplichtige het rekeninguittreksel VA bij zijn aangifte voegt, vermits de verrekening van de VA in de regel geschiedt na raadpleging van het bestand VA.
Nummer 157/98
….
Nummer 157/99
….
Nummer 157/100
….
D. TERUGGAVE VAN HET OVERSCHOT
1. Overschot - Termijn en wijze van teruggave
Nummer 157/101
Zie 376/20 tot 28 en Ci.RH.862/512.355 van 27.8.1998.
2. Aanvullende aanslag na gehele of gedeeltelijke teruggave van een voorafbetaling
Nummer 157/102
Wanneer een VA, ingevolge een eerste onderzoek van de aangifte, krachtens art. 376, § 3, WIB 92, geheel of gedeeltelijk aan de belastingplichtige is teruggegeven en er nadien een aanvullende aanslag moet worden gevestigd, moet het volledige bedrag van de VA (teruggegeven en niet teruggegeven gedeelte) in aanmerking worden genomen voor de berekening van de belastingvermeerdering en/of de bonificatie met betrekking tot die aanvullende aanslag.
E. WIJZIGING VAN DE OORSPRONKELIJKE BESTEMMING VAN EEN VOORAFBETALING
1. Inleiding
Nummer 157/103
Art. 70, KB/WIB 92, legt op beperkende wijze de gevallen vast waarin de "Dienst der Voorafbetalingen" op verzoek van de belastingplichtige of van een derde de oorspronkelijke bestemming mag wijzigen van een VA die nog niet met de werkelijk verschuldigde belasting is verrekend.
In de volgende nummers worden de verschillende mogelijkheden onderzocht die zich terzake kunnen voordoen en worden de voorwaarden uiteengezet waaronder aan de aanvragen een gunstig gevolg kan worden gegeven zomede de termijnen binnen welke die aanvragen bij de "Dienst der Voorafbetalingen" moeten toekomen.
2. Aard van de wijzigingen die aan de oorspronkelijke bestemming van een voorafbetaling kunnen worden aangebracht
Nummer 157/104
1° Derden (b.v. financiële instellingen) kunnen om rechtzetting verzoeken, zo nodig door terugbetaling, van de materiële vergissingen die begaan zijn bij het uitvoeren van stortingen of overschrijvingen voor rekening van de belastingplichtige.
2° De belastingplichtigen op wiens naam de VA werden geboekt, kunnen vragen dat de gestorte bedragen, geheel of ten dele, worden :
- terugbetaald;
- overgeschreven op de postrekening van een ontvangkantoor der belastingen;
- overgedragen naar het volgende belastbare tijdperk.
3. Voorwaarden voor het wijzigen van de oorspronkelijke bestemming van een voorafbetaling
Nummer 157/105
1° De VA mag nog niet verrekend zijn met de inkomstenbelasting verschuldigd door de belastingplichtige op wiens naam de VA door de "Dienst der Voorafbetalingen" is geboekt.
2° Het rekeninguittreksel VA moet, voor zover dit reeds is ontvangen, met de aanvraag tot wijziging van de bestemming aan de voormelde dienst worden toegezonden.
3° Aanvragen tot wijziging van de bestemming van VA moeten schriftelijk aan de "Dienst der Voorafbetalingen", Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 33, 1010 Brussel, worden gericht.
Nummer 157/106
Indien een belastingplichtige de terugbetaling van een VA vraagt, mag de ontvanger der belastingen, op grond van art. 166, KB/WIB 92, zonder formaliteiten, het terug te betalen bedrag aanrekenen op de door de rechthebbende nog verschuldigde voorheffingen, belastingen en gelijkgestelde belastingen in hoofdsom, opcentiemen, verhogingen, interesten en kosten.
4. Termijnen binnen welke de aanvragen tot wijziging van de oorspronkelijke bestemming van een voorafbetaling bij de "Dienst der Voorafbetalingen" moeten toekomen.
[Deze termijnen moeten worden berekend overeenkomstig de art. 52, 53 en 54, Ger. W, d.w.z. :
- dat de in maanden bepaalde termijn wordt gerekend van de zoveelste tot daags vóór de zoveelste;
- dat de dag van de gebeurtenis die het aanvangspunt is van de termijn, niet in de termijn begrepen is;
- dat, wanneer de laatste dag van de termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, de vervaldag op de eerstvolgende werkdag wordt verplaatst.]
a)Termijn waarbinnen derden rechtzetting van materiële vergissingen kunnen vragen
Nummer 157/107
De aanvraag om rechtzetting moet uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het belastbaar tijdperk waarop de stortingen of de overschrijvingen betrekking hebben, bij de "Dienst der Voorafbetalingen" toekomen.
Voor het bepalen van het belastbare tijdperk dat met een bepaald aj. overeenstemt, wordt verwezen naar 360/8 tot 41.
Nummer 157/108
Voor natuurlijke personen is de uiterste dag waarop de aanvraag moet toekomen in principe [Behoudens wanneer de laatste dag van februari een zaterdag of een zondag is.] de laatste dag van de maand februari van het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk, ook wanneer het boekjaar op een andere datum dan 31 december afsluit.
Eenvoudigheidshalve is die regel ook van toepassing wanneer de gronden voor belastbaarheid vóór 31 december van het jaar wegvallen (definitief vertrek naar het buitenland), alhoewel in dergelijk geval een bijzondere aanslag, verbonden aan het aj. genoemd naar het jaar waarin de gronden voor belastbaarheid wegvallen, wordt gevestigd (zie 360/13 en 14).
b) Termijn waarbinnen de belastingplichtigen terugbetaling, overschrijving of overdracht kunnen vragen
Nummer 157/108.1
De aanvraag om terugbetaling, overschrijving of overdracht moet uiterlijk toekomen op de laatste dag van de tweede maand die volgt op het belastbare tijdperk waarop de VA betrekking hebben, zonder echter dat die termijn minder dan één maand vanaf de verzending van het rekeninguittreksel VA mag bedragen.
Voor het bepalen van het belastbare tijdperk dat met een bepaald aj. overeenstemt, wordt verwezen naar 360/8 tot 41.
Nummer 157/108.2
Voor natuurlijke personen is de uiterste dag waarop de aanvraag om terugbetaling, overschrijving of overdracht moet ingediend worden in principe [Behoudens wanneer de laatste dag van februari een zaterdag of zondag is.] de laatste dag van de maand februari van het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk.
Wanneer echter het rekeningsuittreksel VA verstuurd werd na 31 januari, kan de aanvraag om terugbetaling, overschrijving of overdracht ingediend worden binnen een termijn van één maand vanaf de verzending van dat uittreksel.
Deze regels zijn ook van toepassing wanneer het boekjaar op een andere datum dan 31 december afsluit en eenvoudigheidshalve ook wanneer de gronden voor belastbaarheid vóór 31 december van het jaar wegvallen (definitief vertrek naar het buitenland), alhoewel in dergelijk geval een bijzondere aanslag, verbonden aan het aj. genoemd naar het jaar waarin de gronden voor belastbaarheid wegvallen, wordt gevestigd (zie 360/13 en 14).
Nummer 157/109
Voorbeeld
Een handelaar heeft in 1999 VA gedaan. Het rekeninguittreksel VA is op 21 februari 2000 verzonden.
De uiterste datum waarop de aanvraag bij de "Dienst der Voorafbetalingen" moet toekomen is 21 maart 2000 (de termijn van één maand begint te lopen op 22 februari en verstrijkt op 21 maart).
5. Bijzonder geval : splitsing van de voorafbetalingen voor het jaar van huwelijk, ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed
Nummer 157/110
Daar de echtgenoten voor dat jaar als alleenstaande belastingplichtigen worden beschouwd, worden de VA in principe verrekend met de aanslag van de echtgenoot in wiens aangifte zij zijn vermeld.
Om evenwel onbillijke toestanden te vermijden die zich zouden kunnen voordoen ingevolge omstandigheden die totaal onvoorzien en buiten de wil van de betrokken belastingplichtigen hebben plaatsgehad (inzonderheid het overlijden van één van de echtgenoten), mogen deze laatsten, indien zij het nuttig achten, de splitsing aanvragen van de VA vermeld op het rekeninguittreksel dat op naam van beiden of op naam van één van hen is verzonden (de belastingdiensten moeten terzake zelf geen enkel initiatief nemen).
Nummer 157/111
Daartoe moet het oorspronkelijke rekeninguittreksel VA zo spoedig mogelijk naar de "Dienst der Voorafbetalingen" worden teruggestuurd samen met een schriftelijke aanvraag waarin de door de betrokkenen gewenste splitsing wordt opgegeven.
Het spreekt vanzelf dat de splitsing van VA niet meer mag worden aangevraagd indien ze reeds met enige aanslag zijn verrekend.
Nummer 157/112
Dit belet evenwel niet dat reeds gevestigde aanslagen ingevolge een regelmatig bezwaarschrift worden herzien op basis van de door de beide partijen aangevraagde splitsing van de VA en mits de Schatkist hierdoor geen schade lijdt. Daarom moet, alvorens een dergelijk bezwaarschrift in te willigen en de aanslag van één van de echtgenoten gedeeltelijk te ontheffen ingevolge de aanrekening van oorspronkelijk niet met die aanslag verrekende VA, aan de bevoegde dienstleider van de taxatiedienst opdracht worden gegeven om de nodige rechtzettingen door te voeren met betrekking tot de aanslag van de andere echtgenoot (dit zal doorgaans immers aanleiding geven tot een supplement wegens het verminderen van de oorspronkelijk verrekende VA). Om voor de hand liggende redenen moet zulks zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het bezwaarschrift gebeuren.
Voorbeeld
Nummer 157/113
Een handelaar die op 22 december is overleden, heeft voor het jaar van overlijden een belastbare nettowinst van 500.000 F gehad.
Zijn echtgenote, die een vrij beroep uitoefent, behaalde in hetzelfde jaar 1.000.000 F nettobaten.
Op naam van beide echtgenoten is slechts één rekeninguittreksel VA opgemaakt met de volgende bedragen :
VA 1 : 150.000 F;
VA 2 : 90.000 F;
VA 3 : 180.000 F;
VA 4 : 60.000 F.
Om te vermijden dat alle VA zouden worden verrekend, ofwel met de aanslag op naam van de nalatenschap, ofwel met de aanslag op naam van de weduwe (met als gevolg o.m. dat op de ene aanslag geen vermeerdering zou worden toegepast wegens teveel VA, daar waar op de andere aanslag de totale vermeerdering zou verschuldigd zijn wegens gebrek aan VA), mogen de weduwe en de erfgenamen van haar man, de "Dienst der Voorafbetalingen" verzoeken het enige rekeninguittreksel VA te vervangen door twee uittreksels, het eerste op naam van de nalatenschap dat een derde van de gedane VA vermeldt (VA 1 : 50.000 F, VA 2 : 30.000 F, VA 3 : 60.000 F, VA 4 : 20.000 F), terwijl op het andere op naam van de weduwe de overige twee derden van de VA worden ingeschreven (VA 1 : 100.000 F, VA 2 : 60.000 F, VA 3 : 120.000 F, VA 4 : 40.000 F).
Alsdan zal het eerste derde van de VA worden verrekend met de aanslag die op naam van de nalatenschap wordt gevestigd, en de overige twee derden van de VA met de aanslag op naam van de weduwe.
De betrokkenen mogen ook voor enige andere uitsplitsing kiezen. Aldus zouden zij b.v. ook kunnen vragen dat een rekeninguittreksel zou worden opgemaakt waarop slechts het bedrag van VA 1 wordt vermeld en een ander waarop de bedragen van de VA 2 tot 4 voorkomen.
6. Gevolgen van de wijziging van de oorspronkelijke bestemming van een voorafbetaling
Nummer 157/114
De wijziging van de oorspronkelijke bestemming van een VA overeenkomstig de art. 70 en 71, § 2, KB/WIB 92, en, in voorkomend geval, de vervanging van het rekeninguittreksel VA door een ander, heeft tot gevolg dat de aanvankelijk gedane stortingen of overschrijvingen, voor zover zij van bestemming zijn veranderd, nietig zijn en de eraan verbonden voordelen opgeheven zijn.
Nummer 157/115
….
7. Vermeldingen op het vervangend rekeninguittreksel VA
Nummer 157/116
Er wordt verwezen naar de beschrijving van het rekeninguittreksel VA (zie 157/93 tot 96), en inzonderheid naar de beschrijving van het vak van de betalingen (157/94).
F. BEHANDELING VAN DE REKENINGUITTREKSELS VA DOOR DE TAXATIEDIENSTEN
Nummer 157/117
De behandeling van het rekeninguittreksel VA door de taxatiediensten :
- bij het aanleggen van kohieren door de diensten die erbij betrokken zijn (taxatiediensten, mechanografische dienst, gewestelijke directie);
- tijdens het behandelen van een bezwaarschrift of een ontheffing van ambtswege;
- bij het vaststellen van anomalieën betreffende het rekeninguittreksel VA (uitreiking van verschillende rekeninguittreksels VA met verschillend refertenummer aan dezelfde belastingplichtige - vermelding van een verkeerd adres of aanslagjaar op het rekeninguittreksel VA);
wordt nauwkeurig omschreven in het Handboek van de periodieke werkzaamheden.
Er wordt dan ook zonder meer naar die richtlijnen verwezen.
Basisrentevoet waarvan sprake in 157/28, 157/31 en 157/34
| Aj. | Tarief | In voorkomend geval wijzigend KB |
| 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 | 10 9 9 8 7 5 4 4 4 4 | KB 4.4.1991 (V 2103 - Bull. 706) art. 64, KB/WIB 92 - - art. 64, KB/WIB 92 - - - - - |
Bedrag van de aan de VA verbonden voordelen (zie 157/69)
| Aj. 1992 | Aj. 1993 | Aj. 1995 | Aj. 1996 | Aj. 1997 | Aj. 1998 | |
| Bedrag van VA 1 X Bedrag van VA 2 X Bedrag van VA 4 X | 30 % 25 % 20 % 15 % | 27 % 22,5 % 18 % 13,5 % | 24 % 20 % 16 % 12 % | 21 % 17,5 % 14 % 10,5 % | 15 % 12,5 % 10 % 7,5 % | 12 % 10 % 8 % 6 % |
Bedrag van de bonificatie (zie 157/69)
| Aj. 1992 | Aj. 1993 | Aj. 1995 | Aj. 1996 | Aj. 1997 | Aj. 1998 | |
| Bedrag van VA 1 X Bedrag van VA 2 X Bedrag van VA 4 X | 15 % 12,5 % 10 % 7,5 % | 13,5 % 11,25 % 9 % 6,75 % | 12 % 10 % 8 % 6 % | 10,5 % 8,75 % 7 % 5,25 % | 7,5 % 6,25 % 5 % 3,75 % | 6 % 5 % 4 % 3 % |
