Commentaar van art. 15, WIB 92
| 15/0 | |
| 15/1-4 | |
| III. IN HET VLAAMSE GEWEST 0F IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST GELEGEN ONROERENDE GOEDEREN | 15/5-7 |
| 15/8 |
Nummer 15/0
Art. 15 [Art. 15, WIB 92, is gewijzigd door de W 12.4.1995 (V 2414, Bull. 754). De voormelde wet is evenwel door het Arbitragehof vernietigd bij arrest nr 74/96 van 11.12.1996 (BS 9.1.1997). Bijgevolg is het de tekst van art. 15, WIB 92, zoals hij vóór de voormelde W 12.4.1995 bestond, die van toepassing blijft.]. - § 1. Het kadastraal inkomen wordt proportioneel verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit, van het ontbreken van het genot van inkomsten of van het verlies ervan :
1° wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik is genomen en volstrekt geen inkomsten heeft opgebracht;
2° wanneer materieel en outillage geheel, of voor een gedeelte dat ten minste 25 pct. van het kadastraal inkomen ervan vertegenwoordigt, in het jaar gedurende ten minste 90 dagen buiten werking zijn gebleven;
3° wanneer een onroerend goed of materieel en outillage geheel, of voor een gedeelte dat ten minste 25 pct. van het kadastraal inkomen ervan vertegenwoordigt, zijn vernield.
§ 2. De voorwaarden voor de vermindering moeten worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte is ofwel een afzonderlijke huisvesting, ofwel een afdeling van de produktie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken of kan worden geacht afzonderlijk te werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd en afzonderlijk kan worden gekadastreerd.
Nummer 15/1
De vermindering van het KI is een afwijking van art. 7, § 1, 1°, a en 2°, a, b, bbis en c, WIB 92. Zij is dus slechts van toepassing op in België gelegen onroerende goederen, en wordt toegepast op het KI van die goederen, derwijze dat aldus de aanslagbasis in de PB wordt verminderd.
[ Voor gebouwde onroerende goederen waarvan het KI proportioneel is verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit enz., wordt in voorkomend geval alleen het resterende KI verhoogd met 40 % als bedoeld in 7/4.2 en 7/9.1. ]
Nummer 15/2
Er wordt aangestipt dat naar luid van de bepalingen van art. 257, 4°, WIB 92, op aanvraag van de belanghebbende, kwijtschelding of proportionele vermindering van de OV wordt verleend voor zover het belastbare KI ingevolge art. 15, WIB 92, kan worden verminderd.
De commentaar van gezegd art. 15 is derhalve opgenomen in die van art. 257, WIB 92 (zie 257/71 tot 176).
Nummer 15/3
In de praktijk zullen de beslissingen die over de aanvragen om kwijtschelding of proportionele vermindering van OV worden genomen, het bedrag bepalen van het KI dat in de aanslagbasis van de PB moet worden opgenomen.
Een afschrift van die beslissingen moet aan de aanslagdienst van de woonplaats van de belanghebbende worden toegezonden.
Eventueel brengt deze dienst ambtshalve de nodige voorstellen uit om de ontheffingen inzake PB te verlenen.
Anderdeels kan de aanvullende belasting, die eventueel verschuldigd is wegens de verlaging van de verrekenbare OV ten gevolge van de vermindering van het KI, overeenkomstig art. 354, WIB 92, worden gevorderd of nagevorderd gedurende drie jaar met ingang van 1 januari van het aanslagjaar waarvoor de belasting normaal moest worden gevestigd.
Nummer 15/4
De verminderingen van OV omschreven in art. 257, 1°, 2° en 3°, WIB 92 (bescheiden woningen, groot-oorlogsverminkten en gehandicapte personen, gezinshoofden), hebben geen betrekking op het KI en blijven bijgevolg zonder invloed op het aan de PB onderworpen bedrag van de inkomsten van onroerende goederen.
III. IN HET VLAAMSE GEWEST OF IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST GELEGEN ONROERENDE GOEDEREN
Nummer 15/5
De Gewesten zijn bevoegd om bijkomende voorwaarden op te leggen om kwijtschelding of proportionele vermindering van de OV wegens onproductiviteit te bekomen.
[Zie wat betreft het Vlaamse Gewest:
- art. 3, D 9.6.1998 (V 2581, Bull. 785);
- art. 10, D 7.7.1998 (V 2600, Bull. 786).]
[Zie wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: art. 2bis, O 23.7.1992, ingevoegd door art. 3, O 13.4.1995 (V 2403, Bull. 752).]
Nummer 15/6
Die afwijking geldt alleen inzake OV, zodat het recht op proportionele vermindering van het KI van gebouwde onroerende goederen inzake PB (cf. art. 15, § 1, 1°, WIB 92) behouden blijft.
Nummer 15/7
Wanneer de vermindering van het KI wegens onproductiviteit, ingevolge een decreet of een ordonnantie van een Gewest, geen aanleiding geeft tot een dienovereenkomstige vermindering van de OV, kan niet worden gesteund op de directoriale beslissing inzake OV en moet de belastingplichtige de nodige bewijsstukken en de juiste berekening van de onproductiviteit bij zijn aangifte in de PB voegen. De taxatieambtenaar zal het uiteindelijk in aanmerking te nemen KI bepalen.
Nummer 15/8
Terzake wordt verwezen naar 13/10 en inzonderheid naar voorbeeld 12.
