Commentaar van art. 217, WIB 92
Onderafdeling II - Vermindering voor inkomsten uit het buitenland
Art. 217, WIB 92
| 217/0 | |
| 217/1-6 | |
| 217/7-10 | |
| 217/11 |
Nummer 217/0
Art. 217.- Tot een vierde wordt verminderd het gedeelte van de belasting dat evenredig overeenstemt met inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen en met in het buitenland behaalde en belaste winst, met uitzondering van inkomsten van roerende goederen en kapitalen gebruikt in inrichtingen waarover de vennootschap in België beschikt.
Nummer 217/1
Onverminderd de toepassing van de dubbelbelastingverdragen, worden buitenlandse inkomsten samen met de Belgische aan de Ven.B onderworpen.
Om de dubbele aanslag, die het gevolg is van de belasting in het buitenland en in België, te verzachten, wordt in beginsel het gedeelte van de Ven.B dat evenredig overeenstemt met de buitenlandse belaste winst tot een vierde verlaagd.
Nummer 217/2
Voor de verlaging tot een vierde van de erop betrekking hebbende Ven.B, komen in aanmerking, voor zover de dubbelbelastingverdragen niet anders bepalen :
1° de in het buitenland behaalde en belaste winst; wanneer de vennootschap over een inrichting in het buitenland beschikt, zijn in die winst begrepen -of worden geacht daarin begrepen te zijn- de inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen, welke door die inrichting worden beheerd en de inkomsten van buitenslands gelegen onroerende goederen welke in die inrichting zijn belegd; hetzelfde geldt o.m. wat de winsten betreft die voortkomen van de cessie van in het buitenland gelegen exploitatiezetels, niettegenstaande die cessie door de Belgische maatschappelijke zetel wordt afgehandeld of beslist;
2° de inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen die belegd zijn in een buitenlandse inrichting van een binnenlandse vennootschap die aldaar niet werd belast op haar winst; in dat geval wordt alleen het gedeelte van de nettohuur of het gedeelte van de nettohuurwaarde (niet verhuurde goederen) dat begrepen is -of wordt geacht begrepen te zijn- in de winst van de buitenlandse inrichting aan het verlaagde tarief onderworpen;
3° de inkomsten van in het buitenland gelegen onroerende goederen die in een binnenlandse vennootschap zijn belegd; zoals in het geval sub 2°, wordt de nettohuur -of de nettohuurwaarde- die het verlaagde tarief zal ondergaan, vastgesteld door van de brutohuur of van de vermoedelijke huurwaarde de kosten (uitgaven en lasten) af te trekken die onbetwistbaar op die goederen betrekking hebben.
Nummer 217/3
Voor de draagwijdte van de woorden "behaald en belast in het buitenland" en voor de bepaling van de oorsprong van de buitenlandse winst, zie 199/10 tot 17.
Voor de afwijkingen ingevolge dubbelbelastingverdragen, wordt naar de onderrichtingen in verband met die verdragen verwezen.
Nummer 217/4
Met betrekking tot inkomsten van roerende goederen en kapitalen waarvan de schuldenaar in het buitenland gevestigd is en waarvan de bestanddelen die ze opbrengen beheerd worden door de inrichting waarover de binnenlandse vennootschap in België beschikt, wordt de eventuele dubbele belasting met het buitenland niet verzacht door een vermindering van het tarief van de belasting. Die inkomsten worden als winsten van Belgische oorsprong belast doch de eventuele dubbele belasting wordt, naargelang van het geval, verzacht :
- hetzij door de verrekening van een forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB) met betrekking tot inkomsten van roerende goederen en kapitalen niet zijnde dividenden, alsmede tot de in art. 90, 5° tot 7°, WIB 92, vermelde diverse inkomsten (zie commentaar opde art. 285 tot 289, WIB 92);
- hetzij door ze als definitief belaste inkomsten (DBI) van de winst van het belastbaar tijdperk af te trekken, wanneer het gaat om dividenden verkregen van een buitenlandse vennootschap (zie de art. 202 tot 205, WIB 92) .
Nummer 217/5
Als in het buitenland behaald worden niet beschouwd (zie echter 217/2 hierboven) de winsten voortkomend van verrichtingen welke de belastingplichtige zelf leidt vanuit zijn Belgische zetel, centrum van waaruit alle onderrichtingen vertrekken en waar alle resultaten samenvloeien, zonder bemoeiing van de agenten of vaste inrichtingen in het buitenland.
Belgische winsten zijn dus die welke voortkomen van door een Belgische firma met een vreemde verzekeraar afgesloten herverzekeringen. Terzake handelt deze laatste inderdaad rechtstreeks en in zijn naam met de verzekerden; anderdeels, door zich door een Belgische firma te laten herverzekeren, d.w.z. door haar tegen betaling van een herverzekeringspremie een gedeelte van de risico's die hij heeft aangenomen aan haar over te laten, is hij een klant en niet een agentschap of een inrichting van de Belgische firma.
Belgische winsten zijn eveneens, die welke voortkomen van speculaties op de in de maatschappelijke zetel gehouden portefeuille, van meerwaarden die voortvloeien uit de terugbetaling van buitenlandse aandelen welke in handen zijn van de maatschappelijke zetel, van de inkoop van obligaties onder pari, enz. De winsten op dergelijke verhandelingen van effecten welke een Belgische belastingplichtige heeft gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheden in zijn in het buitenland gelegen inrichtingen moeten, daarentegen, als van vreemde oorsprong worden aangezien.
Het behoort de belastingplichtige de nodige bewijsstukken voor te leggen. Bij gebreke hiervan zijn op het geheel van de belastbare inkomsten de gewone aanslagvoeten van toepassing.
Nummer 217/6
De buiten het land behaalde belastbare beroepsinkomsten worden slechts aan de belasting onderworpen naar rato van het gedeelte dat de kosten van alle aard, inbegrepen de in het buitenland verschuldigde fiscale lasten, overtreft.
III. TOT HET VIERDE VERLAAGD TARIEF
Nummer 217/7
De verlaging tot het vierde geldt alleen voor de belasting die wordt berekend volgens de art. 215 en 216, WIB 92, d.w.z. :
a) dat de in art. 215, WIB 92, bepaalde tarieven van 39 en 28 %, verlaagd worden tot respectievelijk 9,75 en 7 % (wanneer de in art. 215, WIB 92, beoogde overstapregels van toepassing zijn, moet proportioneel worden tewerk gegaan);
b) dat de in art. 216, WIB 92, vastgestelde bijzondere tarieven van 21,5 % en 5 % verlaagd worden tot [Art. 103, W 21.12.1994 houdende sociale en diverse bepalingen (V 2350 - Bull. 746) heeft eveneens in art. 216, WIB 92 een 1°bis ingevoegd waardoor een bijzonder tarief van 19,5 % van toepassing is geworden op de belastbare bedragen bij verrichtingen als bedoeld in de art. 210, § 1, 5° (erkenning alsvastgoedbevak) en 211, § 1, 3e lid, WIB 92 (fusie of splitsing waaraan een vastgoedbevak deelneemt). Eenzelfde regeling dienaangaande werd door de art. 4 en 5, W 16.4.1997 houdende diverse fiscale bepalingen (V 2507 - Bull.773) ingevoerd voor vennootschappen met vast kapitaal voor belegging in niet-genoteerde aandelen (Privaks). De bespreking van deze verrichtingen (belastbare grondslag, tarief, enz.) zal in een latere bijwerking van de commentaar aan bod komen.]:
- 5,375 % voor de Belgische dienst voor bedrijfsleven en landbouw [Vanaf 1.1.1996 is het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet (CBHK) onderworpen aan het gewone tarief inzake Ven.B (KB 18.8.1995, V 2413 - Bull.754).];
- 1,25 % voor de plaatselijke handelsvennootschappen en de gewestelijke of beroepsverenigingen van die vennootschappen, die tot uitvoering van het statuut van de NV Beroepskrediet krediet voor ambachtsoutillage mogen verstrekken, alsmede voor de vennootschappen voor huisvesting als vermeld in artikel 56, § 2, 2°, j, WIB 92.
Er wordt opgemerkt dat deze laatste vennootschappen slechts in uitzonderlijke gevallen inkomsten van buitenlandse oorsprong genieten.
Nummer 217/8
De aandacht wordt er op gevestigd dat het afzonderlijk tarief, voorzien in art. 519bis, WIB 92 (15, 17, 19, 21 of 23 %, naargelang van het aj.), slechts van toepassing is in zover de opnemingen van de desbetreffende meerwaarden niet meer bedragen dan de na de verschillende bewerkingen overblijvende Belgische winst, en bijgevolg niet tot het vierde mag worden verlaagd (zie 519bis/8).
Nummer 217/9
Er wordt aan herinnerd (zie 215/7) dat de inkomsten van buitenlandse oorsprong, die vrijgesteld zijn op grond van dubbelbelastingverdragen, niet in aanmerking komen voor het bepalen van het tarief van de belasting.
Nummer 217/10
De ACB van 3 opcentiemen moet eveneens worden gevestigd op het gedeelte van de Ven.B dat tot het vierde is verlaagd (zie commentaar op art. 463bis, WIB 92).
Nummer 217/11
Voorbeeld 1
Gegevens
De belastbare winst van een NV bedraagt 20.000.000 F, waarvan 6.000.000 F van buitenlandse oorsprong tegen het verlaagd tarief belastbaar is.
Berekening
14.000.000 x 39 % = 5.460.000 F
6.000.000 x 9,75 % = 585.000 F
6.045.000 F
ACB : 6.045.000 x 3 % = 181.350 F
6.226.350 F
Voorbeeld 2
Gegevens
De belastbare winst van een NV die niet van de verminderde basistarieven is uitgesloten, bedraagt 800.000 F, waarvan 300.000 F van buitenlandse oorsprong tegen het verlaagd tarief belastbaar is.
Berekening
500.000 F x 28 % = 140.000 F
300.000 F x 7 % = 21.000 F
161.000 F
ACB : 161.000 x 3 % = 4.830 F
165.830 F
Voorbeeld 3
Gegevens
De belastbare winst van een NV die niet van de verminderde basistarieven is uitgesloten bedraagt 1.600.000 F, waarvan 640.000 F van buitenlandse oorsprong tegen het verlaagd tarief belastbaar is.
Berekening
Indien de volledige winst van Belgische oorsprong was, zou de Ven.B gelijk zijn aan :
1.000.000 x 28 % = 280.000 F
600.000 x 36 % = 216.000 F
496.000 F
Dit laatste bedrag moet als volgt worden omgedeeld :
1. deel betreffende inkomsten van Belgische oorsprong :
496.000 x 960.000 = 297.600 F
1.600.000
2. deel betreffende inkomsten uit landen zonder verdrag :
496.000 x 640.000 = 198.400 F
1.600.000
Verschuldigde belasting :
- op inkomsten van Belgische oorsprong : 297.600 F
- op inkomsten uit landen zonder verdrag : 198.400 x 1/4 = 49.600 F
347.200 F
- ACB : 347.200 x 3 % = 10.416 F
357.616 F
Voorbeeld 4
Gegevens
De belastbare winst van een NV die niet van de verminderde basistarieven is uitgesloten, bedraagt 4.000.000 F. Hiervan is 1.000.000 F van buitenlandse oorsprong tegen het verlaagd tarief belastbaar.
Berekening
Indien de volledige winst van Belgische oorsprong was, zou de Ven.B gelijk zijn aan :
1.000.000 x 28 % = 280.000 F
2.600.000 x 36 % = 936.000 F
400.000 x 41 % = 164.000 F
1.380.000 F
Dit laatste bedrag moet als volgt worden omgedeeld :
1. deel betreffende inkomsten van Belgische oorsprong :
1.380.000 x 3.000.000 = 1.035.000 F
4.000.000
2. deel betreffende inkomsten uit landen zonder verdrag :
1.380.000 x 1.000.000 = 345.000 F
4.000.000
Verschuldigde belasting :
- op inkomsten van Belgische oorsprong : 1.035.000 F
- op inkomsten uit landen zonder verdrag : 345.000 x 1/4 = 86.250 F
1.121.250 F
- ACB : 1.121.250 x 3 % = 33.638 F
1.154.888 F
