Commentaar van art. 308, WIB 92
Art. 308, WIB 92
| 308/0 | |
| 308/1-2 | |
| 308/3-6 | |
| 308/3-4 | |
| 308/5 | |
| C. Bijzondere termijn bij overlijden van de belastingplichtige | 308/6 |
| IV. Belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen - aanvragen om formulieren | 308/7-9 |
Nummer 308/0
Art. 308 [De tekst van art. 308, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1994.]. - § 1. De belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden van belastbaarheid, inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoners inzake belasting van niet-inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245 aanwezig zijn, moeten hun aangifte aan de betrokken dienst doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan.
§ 2. Indien de in § 1 gestelde termijn niet is verlopen op de datum van overlijden van de belastingplichtige die gehouden is aangifte te doen, bedraagt hij voor de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden vijf maanden vanaf die datum.
§ 3. De in § 1 bedoelde belastingplichtigen die niet overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld en die geen formulier hebben ontvangen, moeten bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aangifteformulier aanvragen en, zo zulks nodig is, de termijn te vermelden waarop zij in voorkomend geval ingevolge § 2 aanspraak hebben.
Nummer 308/1
Art. 308, WIB 92, bepaalt de termijnen waarbinnen natuurlijke personen voor wie op 1 januari van het aanslagjaar de gronden van belastbaarheid in de PB en in de BNI/nat.pers. - in dit laatste geval voor zover het "regulariseerbare niet-inwoners" betreft - aanwezig zijn, hun aangifte moeten indienen.
Nummer 308/2
...
Nummer 308/3
De belastingplichtigen moeten hun aangifte, behoorlijk ingevuld en ondertekend, aan de betrokken dienst doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn.
Wanneer de op het aangifteformulier vermelde uiterste datum van de aangiftetermijn op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, zijn de bepalingen van art. 53, Ger.W van toepassing. Overeenkomstig die bepalingen wordt in een dergelijk geval de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend is van openbare orde (Cass., 14.3.1957, Stenuit, Bull. 335, blz. 678).
De uitdrukking "hun aangifte aan de betrokken dienst doen toekomen" moet worden verstaan in de zin van "opnieuw binnenleveren", want de aangifte gebeurt slechts op het ogenblik waarop het aangifteformulier op de bevoegde dienst wordt afgegeven; laattijdig is dus, de belastingaangifte die de laatste dag van de termijn op de post is gedeponeerd, d.w.z. op een tijdstip waarop het document pas s'anderendaags bij de geadresseerde kan toekomen.
Er moet worden op gelet dat de voor het terugzenden van de aangifte gestelde termijn strikt wordt nageleefd (zie evenwel ook 311/0 tot 7).
Nummer 308/4
Geen enkele wettelijke bepaling veroorlooft aanvullende aangiften over te leggen nadat de verleende termijn verstreken is (Luik, 7.1.1944, Carlier, Bull. 195, blz. 108).
Daar de termijnen in belastingzaken van openbare orde zijn, kan een van de belastingplichtige uitgaande brief om zijn tijdig ingediende aangifte te verbeteren en aan te vullen, niet als een bijlage bij die aangifte of als een integrerend deel ervan worden beschouwd (Brussel, 28.2.1953, Furstenberg).
Het mag de belastingplichtige niet worden toegestaan buiten de wettelijke termijn een aangifte geldig aan te vullen die hij binnen die termijn zou hebben ingediend, zelfs al is die aangifte als "voorlopig" bestempeld.
Een buiten de wettelijke termijn aangebrachte wijziging kan, in het gunstigste geval, slechts als een spontane verbetering worden beschouwd van de aangifte, waarvan de belastingplichtige aldus de onjuistheid erkent (zie 444/8).
Nummer 308/5
Bij de verzending van de aangifteformulieren, wordt de uiterste datum van de vastgestelde termijn voor het indienen van de aangifte, in de daartoe bestemde rubriek van het formulier vermeld. Deze termijn mag volgens art. 308, § 1, WIB 92, niet korter zijn dan één maand vanaf de verzending van het aangifteformulier.
In de praktijk wordt de termijn voor het terugzenden van de aangifte, buiten het geval bedoeld in 308/6, op ten minste vijf weken gesteld vanaf de verzending van het formulier (zie ook 309/2, 3 en 8).
Voor de belastingplichtigen waarvoor aanvragen voor forfaitaire grondslagen van aanslag zijn ingediend, wordt de gewone termijn in het algemeen met drie weken verlengd wanneer hij tussen 1 juli en 31 augustus verstrijkt. Indien die termijn na 31 augustus verstrijkt, mag de op het aangifteformulier te vermelden uiterste datum voor de terugzending niet vóór 21 september vallen.
De aangifte in de BNI/nat.pers. van buitenlandse kaderleden (zie 227/4 tot 20) met betrekking tot het belastbare tijdperk waarvoor een aanvraag voor de toepassing van het bijzonder aanslagstelsel is ingediend zonder dat er een beslissing is getroffen, moet worden ingediend binnen de gewone termijn.
C. BIJZONDERE TERMIJN BIJ OVERLIJDEN VAN DE BELASTINGPLICHTIGE
Nummer 308/6
Ingeval van overlijden van de belastingplichtige en voor zover de op het aangifteformulier gestelde termijn op de overlijdensdatum niet is verstreken, gaat een nieuwe termijn in van 5 maanden - termijn die dezelfde is als inzake successierechten - te rekenen vanaf het overlijden.
Indien de overlijdensdatum hun bekend is bij het verzenden van het aangifteformulier, houden de taxatiediensten er rekening mee om de juiste termijn te vermelden (wanneer de belastingplichtige bij het uitreiken van het formulier reeds meer dan 4 maanden overleden is, wordt de gewone termijn van minimaal één maand toegestaan).
IV. BELASTINGPLICHTIGEN DIE GEEN AANGIFTEFORMULIER HEBBEN ONTVANGEN - AANVRAGEN OM FORMULIEREN
Nummer 308/7
De aan de belastingplichtigen opgelegde verplichting om jaarlijks een aangifte in te dienen is algemeen.
Behoudens wanneer zij overeenkomstig art. 306, WIB 92, en art. 178, KB/WIB 92, van de aangifteplicht zijn vrijgesteld, moeten de aan de PB onderworpen belastingplichtigen uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, een formulier aanvragen indien de administratie er hen geen heeft toegestuurd.
Nummer 308/8
Het verzuim vanwege de administratie een belastingaangifte aan een belastingplichtige te zenden, ontslaat deze laatste niet van de aangifteverplichting (Gent, 29.11.1944, De Meyer; Luik, 31.10.1951, PVBA Huis Saels).
Nummer 308/9
Wanneer de belastingplichtige die alleen deel 1 van de aangifte heeft ontvangen, de in deel 2 aan te geven inkomsten van werkend vennoot slechts heeft vermeld in een bijlage van de aangifte en de administratie alleen heeft kennis gegeven van het feit dat deel 2 hem niet is toegezonden, is zijn aangifte niet in overeenstemming met de wet. Overeenkomstig art. 215, § 3, WIB (thans art. 308, § 3, WIB 92) moet de belastingplichtige die geen aangifte (deel 2) ontvangt, uiterlijk op 1 juni zelf dat formulier aanvragen (Brussel, 01.12.1994, P.K. en C.L., Fiscale Jurisprudentie, 95/187).
