Commentaar van art. 309, WIB 92
Art. 309, WIB 92
| 309/0 | |
| 309/1 | |
| 309/2-7 | |
| 309/2-4 | |
| 309/5-7 | |
| 309/8-11 |
Nummer 309/0
Art. 309. - Belastingplichtigen waarvoor de gronden van belastbaarheid inzake personenbelasting of als niet-rijksinwoner inzake belasting van niet-inwoners overeenkomstig de artikelen 243 tot 245, voor 31 december zijn weggevallen, zijn eveneens gehouden aan de aanslagdienst waaronder zij ressorteren een aangifteformulier te vragen voor het gedeelte van het jaar waarvan die gronden aanwezig waren.
Dezelfde verplichting rust op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden van overleden belastingplichtigen.
In het geval van het eerste lid moet de aangifte bij de daarop vermelde dienst toekomen binnen drie maanden na de dag waarop de gronden van belastbaarheid zijn weggevallen; in het geval van het tweede lid is de termijn vijf maanden, te rekenen van de dag van het overlijden.
Nummer 309/1
Art. 309, WIB 92, voorziet in de aangifteplicht en - termijn voor de belastingplichtigen voor wie de gronden van belastbaarheid tijdens het jaar zijn weggevallen.
Nummer 309/2
Wanneer de gronden van belastbaarheid in de PB tijdens het jaar (voor 31 december) zijn weggevallen, moet de belastingplichtige een aangifteformulier aanvragen voor het gedeelte van het jaar waarin die gronden aanwezig waren en de aangifte indienen binnen drie maanden na de dag waarop die gronden zijn weggevallen.
Nummer 309/3
Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de personen die tijdens het jaar hun hoedanigheid van "regulariseerbare" niet- inwoners (zie art. 232 en 243 tot 245, WIB 92) verliezen.
Nummer 309/4
De aandacht wordt erop gevestigd dat art. 309, WIB 92, alleen de gevallen beoogt waarin door een natuurlijke persoon een speciale aangifte moet worden ingediend die verbonden is aan het aanslagjaar dat genoemd wordt naar het jaar waarin de aan te geven inkomsten zijn verkregen.
Nummer 309/5
Een rijksinwoner gaat zich op 11.5.1996 definitief in het buitenland vestigen. Hij moet een speciale aangifte in de PB aanvragen waarin hij zijn inkomsten vermeldt van de periode 1.1.1996 tot 11.5.1996 en die hij uiterlijk op 11.8.1996 moet indienen.
Nummer 309/6
Een buitenlands kaderlid voor wie het bijzonder aanslagstelsel geldt, verandert op 15.3.1996 van werkgever en verliest zijn hoedanigheid van niet-rijksinwoner. Hij moet uiterlijk op 15.6.1996 een speciale aangifte in de BNI/nat.pers. indienen waarin hij zijn bezoldigingen vermeldt van de periode 1.1.1996 tot 15.3.1996. Voor de periode na 15.3.1996 is hij aan de PB onderworpen (zie 227/19).
Nummer 309/7
Wanneer een buitenlands kaderlid voor wie het bijzonder aanslagstelsel geldt (zie 227/4 tot 20), op 1.7.1996 vertrekt uit België en na zijn vertrek nog in de BNI/nat.pers. regulariseerbare inkomsten behaalt, moet hij een "gewone" aangifte in de BNI/nat.pers. indienen, waarin zijn inkomsten van het volledige jaar 1996 moeten worden vermeld.
Nummer 309/8
Naar analogie van art. 305, 2e lid, WIB 92 (zie 305/19 tot 22), legt art. 309, 2e lid, WIB 92, bij overlijden van de belastingplichtige, de verplichting op een speciale aangifte in te dienen die rust op zijn erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden.
Zij beschikken daartoe over een termijn van 5 maanden te rekenen vanaf de overlijdensdatum (zie ook 308/6).
Nummer 309/9
De termijn van 5 maanden waarover de erfgenamen, enz. beschikken om de speciale aangifte in te dienen (zie 309/4) is van toepassing, zowel wanneer de belastingplichtige is overleden binnen de termijn van 3 maanden na het wegvallen van de gronden van belastbaarheid om een andere reden dan zijn overlijden, als wanneer dat overlijden zelf die gronden heeft doen wegvallen.
Nummer 309/10
Er wordt nochtans aan herinnerd dat de voorwaarden om aan de PB onderworpen te zijn, na het overlijden van een rijksinwoner, die gedurende zijn leven enigerlei beroepswerkzaamheid had, meestal vervuld blijven (zie 3/99).
Nummer 309/11
Terzake is gevonnist dat de voorwaarden om aan de PB onderworpen te zijn, na het overlijden van een rijksinwoner, vervuld blijven gedurende het of de belastba(a)r(e) tijdperk(en) waarin eventueel winst, baten of bezoldigingen zouden kunnen worden behaald of verkregen die betrekking hebben op de beroepswerkzaamheid van de overledene (Brussel, 10.3.1994, Nalatenschap D., Fiduciaire Berichten 1994, blz. 102).
