Commentaar van art. 310, WIB 92

Art. 310, WIB 92

I. Wettekst

310/0

II. Algemeen

310/1

III. Datum van verzending van de aangiften

310/2

IV. Termijn voor het indienen van de aangiften

310/3

V. Ontbonden vennootschappen

310/4

I. WETTEKST

Nummer 310/0

Art. 310. - Voor binnenlandse vennootschappen of aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen, zomede voor belastingplichtigen die ingevolge de artikelen 246 en 247 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, mag de termijn binnen welke de aangifte bij de op het formulier vermelde dienst moet toekomen, niet korter zijn dan een maand vanaf de datum waarop hetzij de jaarrekening hetzij de rekening der ontvangsten en uitgaven zijn of is goedgekeurd, noch langer zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop het boekjaar is afgesloten.

Voor de ontbonden vennootschappen mag die termijn niet korter zijn dan één maand vanaf de datum van de goedkeuring van de resultaten van de vereffening, noch langer zijn dan zes maanden vanaf de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben.

II. ALGEMEEN

Nummer 310/1

Overeenkomstig art. 310, WIB 92, beschikken de aan de Ven.B, de RPB en de BNI/ven. onderworpen belastingplichtigen voor het indienen van hun aangifte over een termijn die :

- niet korter mag zijn dan één maand vanaf de datum waarop hetzij de jaarrekening, hetzij de rekening van ontvangsten en uitgaven is goedgekeurd;

- noch langer mag zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop het boekjaar is afgesloten.

III. DATUM VAN VERZENDING VAN DE AANGIFTEN

Nummer 310/2

Gelet op de in het voorgaande nummer gestelde termijnen, moeten de aangifteformulieren worden verzonden in de maand waarin de algemene vergadering plaatsheeft en uiterlijk vóór het verstrijken van de vijfde maand na de afsluiting van het boekjaar.

De aangifteformulieren voor vennootschappen, verenigingen, enz., waarvan de algemene vergadering reeds heeft plaatsgehad of waarvan de statuten geen goedkeuring van de geschriften door de vennoten voorschrijven, moeten onmiddellijk na de levering van die formulieren verzonden worden.

IV. TERMIJN VOOR HET INDIENEN VAN DE AANGIFTEN

Nummer 310/3

De uiterste datum waarop de aangifte moet worden overgelegd, moet op duidelijk leesbare wijze op het aangifteformulier worden aangebracht. Die datum moet in principe overeenstemmen met de laatste dag van de maand na die van de algemene vergadering, zonder méér dan zes maanden na het afsluiten van het boekjaar te vallen.

Aangezien de belastingplichtigen evenwel over een termijn van ten minste één maand vanaf de datum van verzending beschikken om de aangifte over te leggen, moet in de in 310/2, 2e lid, bedoelde gevallen als datum van indiening de laatste dag van de maand na die van de verzending worden vermeld.

In verband met de in art. 310, 1e lid, WIB 92, bedoelde goedkeuring van de rekeningen wordt opgemerkt :

- dat de jaarrekening van een vennootschap pas definitief is nadat ze door de algemene vergadering van de aandeelhouders of door de vennoten is goedgekeurd (zie Cass. 30.12.1946, NV "Auxiliaire d'Electricité", Pas. 1946, I, 487);

- dat wanneer de vergadering die de jaarrekening goedkeurt, plaatsheeft op een andere dan de statutaire datum, de werkelijke datum van goedkeuring in aanmerking moet worden genomen om uit te maken wanneer de termijn van één maand ingaat.

Wanneer de op het aangifteformulier vermelde uiterste datum van de aangiftetermijn op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, zijn de bepalingen van art. 53, Ger.W, van toepassing. Overeenkomstig die bepalingen wordt in een dergelijk geval de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.

V. ONTBONDEN VENNOOTSCHAPPEN

Nummer 310/4

Art. 310, 2e lid, WIB 92, bepaalt dat ontbonden vennootschappen voor het indienen van hun aangifte over een termijn beschikken die :

- niet korter mag zijn dan één maand vanaf de datum van de goedkeuring van de resultaten van de vereffening;

- noch langer mag zijn dan zes maanden vanaf de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten van de vereffening betrekking hebben.

De in 310/2 en 3 hierboven uiteengezette richtlijnen gelden in de regel ook voor ontbonden vennootschappen.