Commentaar van art. 353, WIB 92

HOOFDSTUK VI - Aanslag

Afdeling I - Aanslagtermijnen

Art. 353, WIB 92

I. WETTEKST

353/0

II. DOEL

353/1

III. VOORWAARDEN VEREIST OPDAT DE TERMIJN VAN ZES MAANDEN ZOU KUNNEN WORDEN TOEGEPAST

353/2

IV. VERSTRIJKEN VAN DE AANSLAGTERMIJN

353/3

V. UITERSTE DATUM VOOR DE VESTIGING VAN DE AANSLAG

353/4-5

VI. DE TERMIJNEN ZIJN VAN OPENBARE ORDE

353/6

I. WETTEKST

Nummer 353/0

Art. 353. - De belasting met betrekking tot de inkomsten en de andere gegevens vermeld in de daartoe bestemde rubrieken van een aangifteformulier dat voldoet aan de vorm- en termijnvereisten van de artikelen 307 tot 311 of van ter uitvoering van artikel 312 genomen bepalingen, wordt gevestigd binnen de in artikel 359 gestelde termijn, die evenwel niet korter mag zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop de aangifte bij de bevoegde aanslagdienst is toegekomen.

II. DOEL

Nummer 353/1

De termijnen -eventueel verlengd- waarover de belastingplichtigen krachtens de art. 308 tot 311, WIB 92, of van ter uitvoering van art. 312, WIB 92 genomen bepalingen beschikken om geldig de bij deze artikelen voorgeschreven aangiften in te dienen, kunnen verstrijken weinige tijd voor de in art. 359, WIB 92 bepaalde uiterste datum om de belasting te vestigen welke verschuldigd is op de in de daartoe bestemde rubrieken van de aangifteformulieren vermelde inkomsten en andere gegevens (30 juni van het jaar dat volgt op dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd).

Om te vermijden dat de Schatkist in de onmogelijkheid zou worden gesteld om die belasting te innen, bepaalt art. 353, WIB 92 dat de termijn voor het vestigen van de aanslag betreffende de inkomsten en de andere gegevens vermeld in de daartoe bestemde rubrieken van een geldige aangifte niet korter mag zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop de aangifte bij de bevoegde aanslagdienst is toegekomen.

III. VOORWAARDEN VEREIST OPDAT DE TERMIJN VAN ZES MAANDEN ZOU KUNNEN WORDEN TOEGEPAST

Nummer 353/2

Opdat de minimumtermijn van zes maanden zou kunnen worden toegepast, is vereist :

1° dat de inkomsten en de andere gegevens in de daartoe bestemde rubrieken van het aangifteformulier werden vermeld;

2° dat de aangifte voldoet aan de vormvereisten en werd ingediend binnen de wettelijke termijn, doch na 31 december van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

IV. VERSTRIJKEN VAN DE AANSLAGTERMIJN

Nummer 353/3

Voor de geldige aangiften verstrijkt de termijn voor het vestigen van de aanslag :

1° op 30 juni van het jaar dat volgt op dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd tenzij bij een uitdrukkelijke wetsbepaling een latere datum zou gesteld zijn om geldig de verrichtingen uit te voeren betreffende het vestigen van de belastingen in verband met een bepaald aanslagjaar (zie 359/3);

2° zes maanden na de datum waarop de aangifte bij de bevoegde aanslagdienst is toegekomen indien die termijn van zes maanden verstrijkt na de datum waarvan sprake sub 1°.

V. UITERSTE DATUM VOOR DE VESTIGING VAN DE AANSLAG

Nummer 353/4

De belasting is geldig ingekohierd op de laatste dag van de termijn en het is onverschillig dat de ontvanger de aanslagbiljetten slechts enkele dagen later verzendt (Cass., 4.6.1934, Van Elder Gebroeders, Pas. 1934, I, 296).

Nummer 353/5

De datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier en niet die van de uitreiking van het aanslagbiljet, is van belang om uit te maken of de belasting binnen de wettelijke termijn werd gevestigd (Luik, 9.12.1932, Bertrand, Bull. 66, blz. 45; Brussel, 28.3.1934, VGN "G. Pelgrims et fils", Bull.82, blz. 35; Gent, 9.1.1934, Spoorweg Mechelen-Terneuzen, Bull. 80, blz. 21; Gent, 6.1.1937, Thuysbaert, Bull. 137, blz. 24).

VI. DE TERMIJNEN ZIJN VAN OPENBARE ORDE

Nummer 353/6

De aanslagtermijnen zijn van openbare orde; zij kunnen niet het voorwerp zijn van stuiting, afstand of overeenkomst vanwege de administratie, noch vanwege de belastingplichtige (Brussel, 9.1.1932, Leo Meert, Bull. 188, blz. 201).