Commentaar van art. 357, WIB 92

Art. 357, WIB 92

I. WETTEKST

357/0

II. MET DEZELFDE BELASTINGSCHULDIGE GELIJKGESTELDE PERSONEN

357/1-7

A. De erfgenamen van de belastingschuldige

357/1-3

B. Zijn echtgenoot

357/4-5

C. De vennoten van een personenvennootschap te wier laste de oorspronkelijke aanslag werd gevestigd en wederkerig

357/6

D. De leden van het gezin, de vereniging of de gemeenschap waarvan het hoofd of de directeur oorspronkelijk werd aangeslagen en wederkerig

357/7

III. ZELFDE BELASTINGSCHULDIGE WAT DE BIJ DE BRON VERSCHULDIGDE BELASTINGEN BETREFT

357/8

I. WETTEKST

Nummer 357/0

Art. 357. - Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde belastingschuldige gelijkgesteld :

1° de erfgenamen van de belastingschuldige;

2° zijn echtgenoot;

3° de vennoten van een personenvennootschap te wier laste de oorspronkelijke aanslag werd gevestigd en wederkerig;

4° de leden van het gezin, de vereniging of de gemeenschap waarvan het hoofd of de directeur oorspronkelijk werd aangeslagen en wederkerig.

II. MET DEZELFDE BELASTINGSCHULDIGE GELIJKGESTELDE PERSONEN

A. DE ERFGENAMEN VAN DE BELASTINGSCHULDIGE

Nummer 357/1

Het woord "erfgenaam" dient in zijn ruimste betekenis te worden opgevat. Het slaat niet alleen op de opvolgers "ab intestat", maar ook op de begiftigden en de legatarissen.

Nummer 357/2

Ten laste van de erfgenamen van de echtgenoot van de overleden belastingschuldige op wiens naam de eerste aanslag was gevestigd, mogen evenwel geen nieuwe of subsidiaire aanslagen worden gevestigd (Brussel, 26.12.1958, Vermeulen, Wwe Roobaert - zie 357/5).

Nummer 357/3

De bepalingen van de art. 355 en 356, WIB 92, zijn niet alleen van toepassing wanneer de te belasten bestanddelen inkomsten zijn van de oorspronkelijke aangeslagen en in de loop van de taxatieprocedure overleden belastingplichtige, doch tevens wanneer die bestanddelen inkomsten zijn die persoonlijk in de hoedanigheid van erfgenaam van de overledene zijn verkregen (Cass., 5.1.1960, Van Groeningen, Bull. 366, blz. 1139).

B. ZIJN ECHTGENOOT

Nummer 357/4

Voor de toepassing van art. 357, WIB 92, wordt de echtgenoot, luidens deze bepaling, "gelijkgesteld met dezelfde belastingschuldige".

Het begrip "echtgenoot" moet worden verstaan in de zin van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.

Overeenkomstig die bepalingen is iemand echtgenoot tot op het ogenblik dat het huwelijk wettelijk ontbonden is.

Bij feitelijke scheiding betekent dit concreet dat de administratie iemand als echtgenoot blijft beschouwen tot wanneer het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt toegestaan, ten aanzien van derden zijn gevolgen heeft. Art. 1278, Ger.W, bepaalt dat dit het geval is vanaf de dag van de overschrijving van het vonnis of arrest in de registers van de burgerlijke stand overeenkomstig art. 1275, ibid.

Nummer 357/5

De omstandigheid dat de belastingschuldige, op wiens naam de vernietigde aanslag is gevestigd, reeds overleden was op het ogenblik van de inkohiering, is geen hinderpaal voor de gelijkstelling (Cass., 16.2.1960, Van der Weyden, Bull. 368, blz. 1551; 14.11.1961, Martinot, Bull. 387, blz. 1069).

Die assimilatie sluit evenwel niet in dat nieuwe aanslagen mogen worden gevestigd op naam van de erfgenamen van de met de overleden belastingplichtige gelijkgestelde echtgenoot (zie 357/2).

C. DE VENNOTEN VAN EEN PERSONENVENNOOTSCHAP TE WIER LASTE DE OORSPRONKELIJKE AANSLAG WERD GEVESTIGD EN WEDERKERIG

Nummer 357/6

Wanneer een aanslag op naam van een personenvennootschap of op naam van haar deelgenoten is gevestigd, mag die aanslag desnoods worden hernieuwd om de belastingschuldige te treffen die als de werkelijke schuldenaar van de belasting moet worden beschouwd.

D. DE LEDEN VAN HET GEZIN, DE VERENIGING OF DE GEMEENSCHAP WAARVAN HET HOOFD OF DE DIRECTEUR OORSPRONKELIJK WERD AANGESLAGEN EN WEDERKERIG

Nummer 357/7

De toevoeging van de woorden "leden van het gezin" aan de woorden "leden van de gemeenschap" in art. 357, 4°, WIB 92, veroorlooft de administratie de door haar begane vergissing recht te zetten wanneer ze, in strijd met de wettelijke bepalingen, de inkomsten van de zoon onder die van de vader heeft begrepen, alhoewel er tussen vader en zoon geen enkele gemeenschappelijke uitbating bestond (Cass., 6.2.1962, Degels, Bull. 390, blz. 1644).

III. ZELFDE BELASTINGSCHULDIGE WAT DE BIJ DE BRON VERSCHULDIGDE BELASTINGEN BETREFT

Nummer 357/8

Wanneer bij de bron verschuldigde belastingen werden ingekohierd op naam van de schuldenaar van de inkomsten en deze laatste in het kohier onjuist werd vermeld, mag een vervangende aanslag worden gevestigd op naam van de werkelijke schuldenaar der inkomsten, vermits de twee inkohieringen dezelfde verkrijger van de inkomsten beogen; deze laatste is inderdaad de ware schuldenaar van de belasting terwijl de schuldenaar van de inkomsten enkel een tussenpersoon is tussen de fiscus en de verkrijger van de aan de belasting onderworpen inkomsten (Cass., 10.12.1959, VZW Congregatie van de Dochters van het Kruis, Bull. 372, blz. 243).