Commentaar van art. 373, WIB 92

Art. 373, WIB 92

I. WETTEKST

373/0

II. COMMENTAAR

373/1-3

A. Correlatief verband tussen de nieuwe aanslag en de overbelasting

373/4-6

B. Vertrekpunt van de uitzonderlijke bezwaartermijn

373/7

C. Correlatieve overbelasting ingevolge een rechtzetting die nochtans geen aanleiding geeft tot een belastingsupplement

373/8-9

I. WETTEKST

Nummer 373/0

Art. 373.- Wanneer een belastingsupplement voor een bepaald aanslagjaar gevestigd wordt krachtens artikel 353 of 354 en de nieuwe aanslag ten name van dezelfde belastingschuldige voor één of meer aanslagjaren een correlatieve overbelasting doet ontstaan, kan de belastingschuldige binnen een termijn van zes maanden met ingang van de verzendingsdatum van het aanslagbiljet dat het supplement omvat, een bezwaarschrift tegen bedoelde overbelasting indienen.

II. COMMENTAAR

Nummer 373/1

Art. 373, WIB 92 verleent een uitzonderlijke bezwaartermijn teneinde de belastingplichtige, waarvoor een belastingsupplement voor een bepaald aanslagjaar werd gevestigd, in de mogelijkheid te stellen een bezwaarschrift in te dienen tegen de overbelasting die dit supplement zou doen ontstaan voor één of meer aanslagen, die op naam van dezelfde belastingplichtige werden geregeld en waarvoor de andere bij de wet bepaalde bezwaartermijnen zouden zijn verstreken.

In dit geval zal de belastingplichtige beschikken over een termijn van zes maanden ingaande op de verzendingsdatum van het aanslagbiljet betreffende de aanslag die aan de basis van de overbelasting ligt.

Nummer 373/2

Het bezwaarrecht krachtens art. 373, WIB 92 gaat slechts in op het ogenblik van de verzending van het aanslagbiljet betreffende de supplementaire aanslag waarvan de vestiging de overbelasting doet ontstaan. Aldus is onontvankelijk wegens voorbarigheid, een bezwaarschrift ingediend op 26.06.1952 tegen een aanslag voor het aanslagjaar 1950 waarin een overbelasting ontstond ingevolge een van ambtswege gevestigde aanslag voor het aanslagjaar 1951 en ingekohierd in een op 17 juli 1952 uitvoerbaar verklaard kohier (Brussel 19.06.1958, Hamesse).

Nummer 373/3

Het bezwaarschrift waarvan sprake in art. 373, WIB 92 is ontvankelijk, zelfs wanneer tegen de aanslag waarop het betrekking heeft reeds vroeger een bezwaarschrift gegrond op art. 366, WIB 92 werd ingediend, dat geleid heeft tot een eindbeslissing wat de grond betreft.

A. CORRELATIEF VERBAND TUSSEN DE NIEUWE AANSLAG EN DE OVERBELASTING

Nummer 373/4

Er moet een correlatief verband bestaan tussen de nieuwe aanslag en de overbelasting voorkomende in een andere definitief geworden aanslag, onverschillig of deze betrekking heeft op een aanslagjaar dat de nieuwe aanslag voorafgaat of er na komt.

Voorbeeld:

Een belastingplichtige handelaar werd voor de aj. 1990 en 1991 belast op basis van de in zijn aangiften in de PB vermelde inkomsten. Veronderstel dat de Hfd.cr. bedoelde aangiften naziet in de maand oktober 1992 en dat hij een onderschatting vaststelt in de inventaris per 31.12.1989, hetgeen aanleiding geeft tot de vestiging van een aanvullende aanslag voor het aanslagjaar 1990.

De rechtzetting van de inventaris per 31.12.1989 heeft een vermindering der belastbare winsten van het jaar 1990 tot gevolg. Maar op dat ogenblik is de aanslag van het aj. 1991 definitief geworden. Krachtens art. 373, WIB 92 kan de betrokken belastingplichtige de ontheffingen bekomen waarop hij wegens voormelde rechtzetting recht heeft, op voorwaarde dat hij, bij de bevoegde Gew.dir., een gemotiveerd bezwaarschrift indient tegen de aanslag van dat aanslagjaar (1991), binnen een termijn van zes maanden ingaande op de verzendingsdatum van het aanslagbiljet betreffende de bijkomende aanslag die te zijnen laste voor het aanslagjaar 1990 werd gevestigd.

Nummer 373/5

In dit geval zou het bezwaarschrift dat bij onderstelling binnen de bij art. 373, WIB 92 vastgestelde termijn zou worden ingediend, slechts kunnen leiden tot de vernietiging van de overbelasting die voor deze aanslag bestaat ingevolge de rechtzetting van de inventaris per 31.12.1989.

Nummer 373/6

Het in nr. 373/4 bedoeld correlatief verband bestaat niet wanneer de overbelasting aan het licht komt niet ingevolge het vestigen van een belastingsupplement, maar doordat de belastingplichtige ter gelegenheid van het vorderen van het supplement het bestaan inroept van een bedrijfsuitgave die voor een vorig aanslagjaar in mindering moest worden gebracht. Het bezwaarschrift tegen een dergelijke overbelasting moet worden ingediend binnen de bij art. 371, WIB 92 bepaalde termijnen (Brussel, 27.10.1964, SV "Belfina", Bull. 447, blz. 2092).

B. VERTREKPUNT VAN DE UITZONDERLIJKE BEZWAARTERMIJN

Nummer 373/7

De uitzonderlijke bezwaartermijn gaat in op de verzendingsdatum van het aanslagbiljet, wat geen moeilijkheid biedt nu deze datum op het aanslagbiljet wordt vermeld.

C. CORRELATIEVE OVERBELASTING INGEVOLGE EEN RECHTZETTING DIE NOCHTANS GEEN AANLEIDING GEEFT TOT EEN BELASTINGSUPPLEMENT

Nummer 373/8

Tijdens het onderzoek door de Commissie van Financiën van de Senaat van de tekst die art. 30, W. 08.03.1951 (thans art. 373, WIB 92)is geworden hebben verscheidene leden volgend amendement ingediend :

"Art 30. - Na de woorden "binnen een termijn van zes maanden met ingang van de verzendingsdatum van het aanslagbiljet dat het supplement omvat" in te voegen de woorden "of van het bericht tot wijziging van een belastinggrondslag, zelfs indien dat bericht geen supplement omvat" (Senaat, zitting 1950-1951, doc. nr. 163, blz. 5 en doc. nr. 175, blz. 2).

Zij hebben hun voorstel gerechtvaardigd door erop te wijzen dat, indien de rechtzetting van de inkomsten door de administratie geen nieuwe aanslag tot gevolg heeft, de belastingplichtige geen aanspraak kan maken op de uitzonderlijke bezwaartermijn, vermits hij geen aanslagbiljet zal ontvangen (Id., Parl. Hand., zitting van 27.02.1951, blz. 886, 1e kolom).

Het voormeld amendement werd ingetrokken nadat de hr. Minister van Financiën in de commissie (Senaat) en gedurende de parlementaire besprekingen had verklaard dat het bericht van wijziging voor de toepassing van art. 30, W. 08.03.1951 (thans art. 373, WIB 92), zou worden gelijkgesteld met het aanslagbiljet, wanneer dit bericht geen belastingsupplement tot gevolg zou hebben (Senaat, zittijd 1950-1951, doc. nr. 162, blz. 53; id. Parl. Hand., zitting van 01.03.1951, blz. 941, 1e kolom).

Nummer 373/9

Teneinde de wil van de wetgever te eerbiedigen en elke betwisting omtrent de aanvangsdatum van de bezwaartermijn in die speciale gevallen te vermijden, dient de Hfd.cr., die de fiscale toestand van een belastingplichtige naziet, aan de betrokkene de uitslag van zijn onderzoek bij aangetekend schrijven ter kennis te brengen zodra dit een einde heeft genomen en voor zover het aanleiding kan geven tot een rechtzetting die geen vestiging van een aanslag of van een bijkomende aanslag tot gevolg zal hebben maar die ipso facto de oorzaak zou kunnen zijn van een correlatieve vermindering van de grondslag van de belasting vorderbaar ten laste van dezelfde persoon voor de vroegere of latere aanslagjaren. Er dient voor gezorgd dat een voor echt verklaard en gedagtekend afschrift van de kennisgeving bij het dossier van de belastingplichtige wordt gevoegd en dat het rangnummer draagt van de stukken van het aanslagdossier.