Commentaar van art. 379, WIB 92
Art. 379, WIB 92
| 379/0 | |
| 379/1-12 | |
| 379/1-2 | |
| 379/3-12 |
Nummer 379/0
Art. 379. - Het verzoekschrift en het origineel van de betekening moeten, op straffe van verval, binnen een termijn van veertig dagen, te rekenen van de kennisgeving van de beslissing aan belanghebbende, ter griffie van het Hof worden neergelegd.
1. Neerlegging bij ter post aangetekende brief
Nummer 379/1
Overeenkomstig art. 384, WIB 92, mag de neerlegging ter griffie van het Hof van beroep, van het verzoekschrift en van het origineel van de betekening worden gedaan, hetzij door een neerlegging in persoon, hetzij door verzending bij ter post aangetekende brief.
Bij verzending per post wordt de aantekening vereist op straffe van nietigheid (zie 384/3).
2. Neerlegging ter woonplaats van de griffier
Nummer 379/2
Het neerleggen van de voorziening en van het origineel van de betekening ter woonplaats van de griffier brengt de nietigheid van de voorziening mede; dit verval is van openbare orde en dient eventueel van ambtswege te worden opgeworpen (Brussel, 17.2.1937, Janssens).
1. Karakter van openbare orde van de regels betreffende de termijn
Nummer 379/3
Inzake inkomstenbelastingen zijn de wettelijke voorschriften, welke bepalen dat pleegvormen op straffe van nietigheid binnen een bepaalde termijn moeten worden vervuld, van openbare orde. Het Hof van beroep bij wie een voorziening tegen de beslissing van de Gew.dir. der belastingen (of van de door hem gedelegeerde ambtenaar) aanhangig wordt gemaakt, moet ambtshalve onderzoeken of die voorziening ontvankelijk is wijl ze binnen de wettelijke termijnen werd ingesteld (Cass., 31.1.1950, Rijpens, Bull. 255, blz. 104; 29.5.1951, Gets, Pas. 1951, I, 661).
2. Vertrekpunt van de termijn - Kennisgeving van de beslissing aan de belastingplichtige
Nummer 379/4
De termijn binnen welke de belastingplichtige tegen de beslissing van de Gew.dir. of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een voorziening voor het Hof van beroep moet instellen, neemt aanvang door de kennisgeving van de beslissing (zie commentaar op art. 375, WIB 92).
Wat het vertrekpunt van de termijn van beroep betreft, werd gevonnist dat :
- wanneer de beslissing aan een derde werd afgegeven, het middel, in zover erin wordt voorgehouden dat de termijn voor beroep slechts een aanvang neemt vanaf het ogenblik dat de beslissing in eigen handen van de belastingschuldige terecht komt, naar recht faalt (Cass., 3.6.1958, Alleene, Bull. 344, blz. 346);
- de termijn van beroep aanvangt op de datum waarop de beslissing van de directeur der belastingen (of aan de door hem gedelegeerde ambtenaar) aan de maatschappelijke zetel van een vennootschap werd aangeboden, zonder dat het van belang is te weten wanneer de vennootschap van die beslissing inzage nam, vermits het aan haar organen behoort ervoor te zorgen dat op de maatschappelijke zetel een persoon aanwezig is met opdracht de bestelde brieven te ontvangen en een persoon die bevoegd is om er, na ontvangst, inzage van te nemen (Brussel, 27.10.1969, PVBA Amoi, Bull. 473, blz. 566);
- wanneer de belastingschuldige weigert de hem aangeboden omslag in ontvangst te nemen of nalaat, nadat hem bij zijn afwezigheid schriftelijk bericht te zijner woonplaats door de postbeambte werd gelaten om de omslag in het postkantoor af te halen, er geldige kennisgeving is geweest en de termijn tot voorziening in beroep loopt (Cass., 8.2.1921, Vandermeulen, Pas. 1921, I, 238).
3. Voorziening in beroep ingediend vóór de kennisgeving van de beslissing
Nummer 379/5
Indien alleen de kennisgeving van de beslissing door middel van een ter post aangetekende brief de termijn doet lopen, legt de wet nochtans aan de belastingplichtige geenszins de verplichting op zijn voorziening slechts na de regelmatige kennisgeving van de beslissing van de Gew.dir. (of van de door hem gedelegeerde ambtenaar) in te stellen; evenmin als in gewone zaken, is het recht om in beroep te gaan ondergeschikt aan de voorafgaande kennisgeving van de bestreden beslissing (Luik, 28.11.1953, Quertinmont).
4. Briefwisseling na de beslissing
Nummer 379/6
Als de beslissing eenmaal is getroffen, is het geschil niet meer bij de administratie aanhangig; om 't even welke briefwisseling na de beslissing kan niet tot gevolg hebben de termijn om in beroep te gaan te verlengen, welke termijn noodzakelijkerwijze aanvang neemt vanaf de kennisgeving van de beslissing (Gent, 9.12.1953, Van den Bosch; Luik, 28.11.1953, NV "Etablissements J. Remacle").
5. Berekening van de termijn
Nummer 379/7
De berekening van de termijn om een voorziening in beroep in te stellen, moet geschieden overeenkomstig de art. 52 tot 54, Ger.W.
Die artikelen luiden als volgt :
Art. 52. - De termijn wordt gerekend van middernacht tot middernacht. Hij wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis welke hem doet ingaan en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen.
Een akte kan evenwel alleen op geldige wijze ter griffie worden verricht op de dagen en uren waarop die griffie toegankelijk moet zijn voor het publiek.
Art. 53. - De vervaldag is in de termijn begrepen.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
Art. 54. - Een in maanden of in jaren bepaalde termijn wordt gerekend van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste.
Gesteld dat een beslissing op 4 januari wordt getroffen en een afschrift ervan dezelfde dag aan de belastingplichtige wordt toegezonden, die ze de volgende dag ontvangt. De dag van de kennisgeving (5 januari) is in de termijn niet begrepen (art. 52, Ger.W), welke termijn dus op 6 januari begint te lopen. De 40e dag van de termijn is 14 februari; ingevolge art. 53, Ger.W, verstrijkt de termijn op 14 februari 's avonds, behoudens indien deze laatste dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, in welk geval de vervaldag tot de eerstvolgende werkdag wordt verschoven.
6. Geen verlenging van de termijn omwille van de afstand
Nummer 379/8
De bij art. 379, WIB 92, gestelde termijn van veertig dagen is niet vatbaar voor verlenging omwille van de afstand, wanneer de belastingplichtige in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft.
Art. 55, Ger.W, dat handelt over de verlenging, is slechts toepasselijk wanneer de wet dit voorziet. Vermits er in de fiscale wet geen sprake is van verlenging moet er aangenomen worden dat de termijn niet kan verlengd worden.
7. Overmacht verlengt de termijn
Nummer 379/9
De overmacht die een belastingschuldige heeft belet binnen de wettelijk bepaalde termijn een voorziening tegen de beslissing van de Gew.dir. in te stellen, verlengt die termijn (Cass., 3.6.1958, Alleene, Bull. 344, blz. 346; 13.11.1962, Dustin, Bull. 402, blz. 2303).
8. Verlenging van de termijn in geval van overlijden van de belastingplichtige
Nummer 379/10
Art. 56, Ger.W, bepaalt hetgeen volgt :
Het overlijden van de partij schorst het verloop van de termijn die haar was verleend om in verzet, hoger beroep, of cassatie te komen.
Deze termijn begint eerst opnieuw te lopen na een nieuwe betekening van de beslissing aan de woonplaats van de overledene, en te rekenen van het verstrijken van de termijnen om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden, indien de beslissing betekend is voor het verstrijken van die termijnen.
Deze betekening kan aan de erfgenamen gezamenlijk worden gedaan, zonder opgave van hun naam en hoedanigheid. Iedere betrokkene kan nochtans van het verval wegens verstrijken van de voorzieningstermijn worden vrijgesteld, indien blijkt dat hij van de betekening geen kennis heeft gekregen.
Er werd gevonnist dat die regel welke voor het bestaan van het Ger.W reeds opgenomen was in art. 447 van het Wetboek van burgerlijke rechtspleging, van toepassing is inzake inkomstenbelastingen, daar de fiscale wet er niet uitdrukkelijk heeft van afgeweken (Brussel, 23.3.1966, Consoorten Rijckaert, Bull. 441, blz. 895). Bedoelde regel moet dus inzake kennisgeving van de beslissing van de Gew.dir. of van de door hem gedelegeerde ambtenaar worden toegepast zoals voor de betekening van de gerechtelijke beslissing in het gemeen recht.
Nummer 379/11
Dienvolgens, indien de Gew.dir. of de door hem gedelegeerde ambtenaar verneemt dat de belastingplichtige, op wiens naam hij een beslissing heeft getroffen, overleden is in de loop van de termijn bepaald voor het instellen van een voorziening in beroep, zal hij de beslissing opnieuw moeten ter kennis geven aan de woonplaats van de overledene (zie commentaar op de art. 375 en 378, WIB 92). De termijndie geschorst is van de dag af van het overlijden, zal opnieuw beginnen te lopen na die nieuwe kennisgeving, en te rekenen van het verstrijken van de termijn om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden, indien de beslissing ter kennis gegeven is voor het verstrijken van die termijnen.
De termijnen om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden worden geregeld door art. 795, BW, dat als volgt luidt :
De erfgenaam heeft voor het opmaken van de boedelbeschrijving drie maanden, te rekenen van de dag waarop de erfenis is opengevallen.
Bovendien heeft hij om zich omtrent de aanvaarding of de verwerping te beraden, een termijn van veertig dagen, te rekenen van de dag dat de voor het opmaken van de boedelbeschrijving verleende drie maanden verstreken zijn, of van de dag van het sluiten van de boedelbeschrijving, indien deze voor het verstrijken van de drie maand is beëindigd.
Nummer 379/12
Indien een beslissing b.v. op 4 januari werd getroffen en op 5 januari ter kennis van de belastingplichtige werd gebracht, begint de termijn te lopen van 6 januari af, om normaal te verstrijken op 14 februari 's avonds (zie 379/7). Indien de belastingplichtige op 15 januari is gestorven, is het verloop van de termijn op die datum geschorst. Het gedeelte van de termijn dat nog overblijft (d.w.z. 30 dagen), zal opnieuw beginnen te lopen :
- hetzij de dag volgend op de nieuwe kennisgeving van de beslissing;
- hetzij na het verloop van de termijn om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden, indien de nieuwe kennisgeving voor het verstrijken van die termijn geschiedde.
