Commentaar van art. 380, WIB 92
Art. 380, WIB 92
| 380/0 | |
| 380/1-17 | |
| 380/1-10 | |
| 380/11-17 |
Nummer 380/0
Art. 380. - Onmiddellijk na ontvangst van de betekening van het beroep legt de directeur der belastingen een eensluidend verklaarde uitgifte van de bestreden beslissing, alsmede al de stukken met betrekking tot de betwisting, ter griffie van het Hof van beroep neer.
Deze neerlegging wordt dezelfde dag door de directeur der belastingen bij ter post aangetekende brief aan de eiser ter kennis gegeven.
1. Inlichtingsfiche voor het Hoofdbestuur
Nummer 380/1
Dadelijk na de betekening van de voorziening in beroep tegen zijn beslissing, geeft de Gew.dir. hiervan kennis aan het Hoofdbestuur door middel van een fiche C 63.2 (witte kleur).
2. Samen te stellen dossiers
Nummer 380/2
Onmiddellijk daarna wordt door de Gew.dir., die de bestreden beslissing heeft getroffen, overgegaan tot het aanleggen van de nodige mappen 246, tot het opstellen van de samenvattende nota van het geschil en tot het samenstellen van het administratief dossier van het geschil.
In de praktijk worden vier dossiers (mappen 246) aangelegd :
- het eerste bestemd voor het Hof van beroep;
- het tweede en het derde, respectievelijk bestemd voor de advocaat van het departement en voor de gewestelijke directie zelf;
- het vierde bestemd voor het Hoofdbestuur.
3. Nummering van de stukken van het administratief dossier
Nummer 380/3
Om het werk van de Hoven te vergemakkelijken, moet er voor worden gezorgd dat de nummering der stukken van het dossier van de voorziening in beroep op klare wijze wordt gedaan. Te dien einde past het, op het ogenblik van het samenstellen van het dossier van de voorziening, de op de stukken aangebrachte oude nummers duidelijk door te halen en opnieuw en definitief alle stukken te nummeren met behulp van een natte stempel.
Om aan deze nummering haar volledige uitwerking te geven, is het natuurlijk nodig de referenties, vermeld in de verschillende in het dossier van voorziening in beroep voorkomende verslagen aan die nummering aan te passen.
4. Map waarin de dossiers voorkomen
Nummer 380/4
De onderscheiden dossiers zullen alle in een map 246 worden geschoven.
Op de eerste bladzijde van de mappen moeten worden vermeld : de directie, het nummer van de aanwijzer, de naam, voornamen of firma, beroep of maatschappelijk doel en adres van de betrokken belastingplichtige, alsmede al de bij de tabel "ad hoc" voorziene vermeldingen; deze tabel moet door de directeur gedateerd en ondertekend worden.
Voor het aanduiden van de naam van de eiser, dienen de volgende regels in acht te worden genomen :
- wanneer een voorziening door een gehuwde vrouw wordt ingediend, moet de zaak worden ingeschreven op de meisjesnaam van de eiseres, gevolgd door de melding "echtgenote ........ (naam van de echtgenoot)";
- wanneer een voorziening door de advocaat-mandataris van een belastingplichtige wordt ingediend, moet de zaak worden ingeschreven op naam van de belastingplichtige zelf, gevolgd door de melding "vertegenwoordigd door ........ (naam van de mandataris)";
- wanneer een voorziening door de erfgenamen van een belastingplichtige wordt ingediend, moet de zaak worden ingeschreven op naam van de belastingplichtige zelf, voorafgegaan door het woord "nalatenschap" en eventueel gevolgd door de namen en voornamen van de erfgenamen.
5. Inventaris van het dossier
Nummer 380/5
Op de tweede bladzijde van de map 246 zal een volledige inventaris van de stukken van het dossier worden opgemaakt.
Die inventaris zal derwijze worden opgesteld dat iedereen die een stuk van het dossier moet raadplegen, dit stuk zonder moeilijkheden kan terugvinden.
Ongetwijfeld is het in bepaalde gevallen aangewezen zekere stukken groepswijze te inventariseren.
Al te laconieke aanduidingen zoals "stukken 6 tot 9 : kader 178 B en bijlagen" en "stukken 10 tot 50 : aanslagdossier" dienen evenwel te worden vermeden.
6. Samenvattende nota van het geschil
Nummer 380/6
De samenvattende nota van het geschil moet bondige maar volledige gegevens verstrekken met betrekking tot de betwiste aanslagen, de verschillende fasen van de aanslagprocedure, de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift en van de voorziening, de grieven aangevoerd voor de Gew.dir. en voor het Hof van beroep, alsmede de weerlegging van die grieven.
Ze moet een werkelijke samenvatting van de betwisting zijn en mag er zich niet toe beperken zonder meer naar de verschillende stukken van het dossier te verwijzen of de inhoud ervan te reproduceren.
Bedoeld document is van groot belang voor iedereen - ambtenaar, advocaat of lid van de rechterlijke macht - die geroepen is in de procedure tussenbeide te komen.
Het zal met zorg worden opgesteld, rekening houdend met volgende opmerkingen :
- het papier dat voor de samenvattende nota wordt gebruikt mag slechts aan één zijde worden bedrukt, in de zin van de grootste afmeting, en de tekst moet met dubbele tussenlijn worden getypt;
- de tekst moet bondig zijn, behoudens in buitengewone gevallen waarin één van de betwiste punten, van bijzonder kiese aard, een uitgebreidere ontwikkeling vergt. In dit geval zal de samenvattende nota door een afzonderlijke nota worden aangevuld. Ook wanneer in het verzoekschrift nieuwe grieven worden aangevoerd dient hierop uitvoeriger te worden geantwoord dan op de in de beslissing besproken grieven van het bezwaarschrift (zie 378/25);
- het akkoord van het Hoofdbestuur zal slechts in twijfelachtige gevallen dienen te worden gevraagd. Er wordt aangenomen dat een geval van twijfelachtige aard is als er een beginselkwestie in wordt opgeworpen waarover nog geen vaste en welomschreven gerechtelijke uitspraak bestaat;
- het resultaat van eventuele aanvullende onderzoeken, beëindigd vóór het verzenden van de mappen 246, en dat, naar de mening van de Gew.dir. tot een ontlasting zou leiden, mag niet in de samenvattende nota worden vermeld. In de desbetreffende rubriek van de samenvattende nota mag enkel worden vermeld dat een onderzoek werd ingesteld (zie ook 380/10).
7. Samenstelling van de onderscheiden dossiers
a) Dossier voor het Hof van beroep
Nummer 380/7
Het dossier voor het Hof van beroep is het origineel dossier van het geschil. Het dient met de meeste zorg te worden aangelegd. In dit dossier moeten "al de stukken met betrekking tot de betwisting" voorkomen (art. 380, WIB 92).
Met de woorden "al de stukken met betrekking tot de betwisting" wordt bedoeld het dossier dat werd onderworpen aan de Gew.dir. (of aan de door hem gedelegeerde ambtenaar) die van het bezwaarschrift kennis nam (Cass., 5.11.1957, Huybrechts, Wed. Dierckx, Pas. 1958, I, 228).
Elk, tot welk doeleinde ook door de administratie ingeroepen stuk, moet er noodzakelijk in voorkomen.
Het moet onder meer een eensluidend verklaarde uitgifte van de bestreden beslissing bevatten, de vordering tot aantekening van de brief waarbij de kennisgeving van de beslissing aan de bezwaarindiener werd gedaan, een getuigschrift van die kennisgeving, een duplicaat van het aanslagbiljet betreffende de betwiste aanslag, het bezwaarschrift, het voor het onderzoek ervan aangelegd kader, alsmede al de er bijgevoegde stukken, het aanslagdossier waarin de aangifte voorkomt, de bijlagen aan de aangifte en al de bescheiden en brieven in verband met de aanslag. Het moet ook een duidelijke nota behelzen met nauwkeurige vermelding van de gegevens die in aanmerking werden genomen als grondslag van de betwiste aanslag(en), alsmede van de berekening van de aanslag(en).
Ingeval de beslissing van de Gew.dir. of van de door hem gedelegeerde ambtenaar slaat op de in de betwiste aanslag voorkomende belastingverhoging of op een boete, dient eveneens een voor eensluidend verklaard afschrift van de permanente lijst der belastingverhogingen nr. 276 D te worden toegevoegd.
Ingeval van voorziening in beroep van een landbouwer, wiens bedrijfsinkomens zijn bepaald volgens forfaitaire grondslagen van aanslag, vastgesteld in gemeen overleg tussen de administratie en de landbouwgroeperingen, moet het dossier dat ter griffie dient te worden neergelegd een afschrift bevatten van de onderrichtingen betreffende de toepassing van de forfaitaire grondslagen van het betwiste aanslagjaar en een uittreksel uit die grondslagen voor de streek waarin de exploitatie van de appellant is gelegen.
Een exemplaar van de in nr. 380/6 bedoelde samenvattende nota van het geschil wordt eveneens vooraan in het dossier gevoegd, evenals een afschrift van de brief waarbij de belastingplichtige van de neerlegging van het dossier wordt ingelicht (zie 380/15).
Dit dossier moet in een map nr. 246 worden geplaatst. Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan het eerbiedigen van het bij art. 337, WIB 92, opgelegd beroepsgeheim. Alle stukken van het aan het Hof van beroep voor te leggen dossier moeten zorgvuldig worden nagezien, teneinde alle inlichtingen eruit te verwijderen die een schending van dat beroepsgeheim zouden kunnen medebrengen (bv. gegevens die de identificatie van de vergelijkingspunten mogelijk kunnen maken).
b) Dossier voor de departementsadvocaat
Nummer 380/8
Het voor de departementsadvocaat bestemd afschrift van het dossier bevat, naast een afschrift van alle bescheiden vermeld in nr. 380/7, het aan de directeur overhandigd afschrift van de voorziening in beroep en van het exploot van betekening ervan.
c) Dossier voor de directie
Nummer 380/9
Het tweede afschrift van het dossier, dat een fotocopie bevat van alle stukken die ter griffie van het Hof zullen worden neergelegd, zomede van de voorziening en van het exploot van betekening, wordt ter directie bewaard.
d) Dossier voor het Hoofdbestuur
Stukken gemeen aan alle dossiers
Nummer 380/10
Het dossier bestemd voor het Hoofdbestuur bevat een inventaris van het dossier (zie 380/5), een samenvattende nota van het geschil, een afschrift van het bezwaarschrift, van de bestreden beslissing, van de voorziening in beroep, van het exploot van betekening ervan, van de brief waarbij de belastingplichtige van de neerlegging van het dossier wordt ingelicht (zie 380/15), zomede van de berekeningsnota('s), van het bericht van wijziging of van het bericht van aanslag van ambtswege.
Bij het dossier te voegen bescheiden
Indien het bezwaarschrift naar een stuk van het dossier (antwoord op bericht van wijziging, enz. ...) verwijst zonder de motivering ervan te herhalen, wordt een afschrift van dat stuk toegevoegd.
Wanneer de voorziening in beroep aan het Hof een betwisting betreffende de toepassing van art. 342, WIB 92 onderwerpt, moet de map 246 eveneens een fotocopie bevatten van de nota 276 A die ter zake is opgesteld.
Ingeval een belastingverhoging of een boete wordt betwist, moet een afschrift van de permanente lijst der belastingverhogingen nr. 276 D worden toegevoegd.
Speciale gevallen : in het rood door te strepen vak
Teneinde op het eerste gezicht de mappen 246 te kunnen onderscheiden betreffende voorzieningen:
- waarin een princiepskwestie is opgeworpen;
- waarin een punt van bijzonder kiese aard op meer uitgebreide wijze is ontwikkeld;
- waarin nieuwe grieven als bedoeld in art. 377, lid 2, WIB 92, zijn aangevoerd;
- ingediend door buitenlandse ondernemingen (overeenkomsten tot vermijding van dubbele belasting, art. 26, 227 e.v., WIB 92);
- aanhangig gemaakt bij een Hof van verwijzing;
wordt het vakje links van de bedoelde mappen dat bestemd is voor het Hoofdbestuur in rood doorstreept met een brede diagonale lijn.
Vermeldingen op de map 246
Wanneer een betwisting, die aanleiding geeft tot een voorziening in beroep, reeds aan het Hoofdbestuur onderworpen is geweest, moet de map 246 voor het Hoofdbestuur worden aangevuld na de woorden "Referentie : dbr. van ......... nr. ........." (datum en nummer).
Indien de aandacht van het Hoofdbestuur moet worden gevestigd op het nauwe verband tussen de zaak en een ander geschil, moet die bijzonderheid worden vermeld op de aan het Hoofdbestuur toe te zenden map, na de woorden "Samenhangende zaken".
Eventueel bij de map 246 te voegen verslag
In het onder 380/6, laatste al., beoogde geval, wordt in de map 246 voor het Hoofdbestuur een afzonderlijk verslag geplaatst. Ook in dit geval moet op de map een rode diagonale lijn worden aangebracht.
B. NEERLEGGING EN TOEZENDING VAN DE ONDERSCHEIDEN DOSSIERS
Nummer 380/11
Art. 380, WIB 92, bepaalt dat de Gew.dir. onmiddellijk na de ontvangst van de betekening van het beroep een eensluidend verklaarde uitgifte van de bestreden beslissing, zomede al de stukken met betrekking tot de betwisting, ter griffie van het Hof van beroep neerlegt.
1. Termijn voor het neerleggen van het dossier ter griffie
Nummer 380/12
Noch dit artikel, noch enig ander wetsartikel bepaalt, voor het neerleggen ter griffie van de hierboven bedoelde stukken, een formele termijn waarvan de niet-naleving de nietigheid van de procedure met zich zou brengen of het verwijderen van het dossier uit de debatten noodzakelijk zou maken (Cass., 29.10.1971, Rappaport, Bull. 503, blz. 97).
De wetgever heeft dus in feite aan de Gew.dir. een zekere vrijheid in dat opzicht gelaten.
De administratie wenst evenwel dat, behoudens uitzonderlijke omstandigheden - waarvan melding dient te worden gemaakt in een afzonderlijke nota bij de map 246 voor het Hoofdbestuur - de neerlegging zou geschieden ten laatste binnen drie maanden vanaf de betekening van de voorziening in beroep.
2. Neerlegging van het dossier ter griffie bij aangetekende brief
Nummer 380/13
Overeenkomstig art. 384, WIB 92, mogen de bestreden beslissing en het administratief dossier bij ter post aangetekende brief ter griffie van het Hof van beroep worden neergelegd.
3. Neerlegging van het dossier ter griffie. Toezending van de map voor het Hoofdbestuur
Nummer 380/14
De mappen 246 bestemd voor het Hof van beroep en voor het Hoofdbestuur worden dezelfde dag aan die instanties toegezonden. De neerlegging ter griffie wordt dezelfde dag door de Gew.dir. bij ter post aangetekende brief aan de eiser ter kennis gebracht (zie 380/15).
4. Kennisgeving van de neerlegging van het administratief dossier ter griffie
Nummer 380/15
Daar de datum van neerlegging van het administratief dossier het vertrekpunt is van de termijn waarover de eiser beschikt om nieuwe stukken neer te leggen (zie art. 381, WIB 92) of om bezwaren te onderwerpen die noch in het bezwaarschrift zijn geformuleerd, noch ambtshalve door de directeur of door de door hem gedelegeerde ambtenaar zijn onderzocht, voor zover zij een overtreding van de wet of een schending van de op straf van nietigheid voorgeschreven procedurevormen aanvoeren (zie de art. 377, lid 2, en 378, lid 2, WIB 92), dient de Gew.dir., de dag zelf van de neerlegging van het dossier op de griffie van het Hof, aan de belastingplichtige te doen kennen dat die formaliteit is vervuld; de ter post aangetekende brief, die hij bij deze gelegenheid verzendt, moet de neerlegging van het dossier vermelden en de aandacht van de eiser vestigen op de termijn die hem is verleend om eventueel nieuwe stukken neer te leggen en de hierboven bedoelde nieuwe grieven te laten kennen.
5. Door de Gew.dir. niet neergelegde stukken van het administratief dossier
Nummer 380/16
Art. 380, WIB 92, voorziet in generlei verval tegen de Gew.dir. die zou hebben nagelaten ter griffie van het Hof van beroep, tegelijkertijd met een eensluidend verklaarde uitgifte van de beslissing waartegen beroep is ingesteld, één of meer stukken betreffende de betwisting neer te leggen; het Hof moet soeverein in feite oordelen of de vastgestelde niet-neerlegging van zulke aard is, dat zij aan de waarheid of de rechten van verdediging van de betrokken partijen afbreuk kan doen en, in bevestigend geval, zelfs van ambtswege de overlegging bevelen van de stukken die voor de oplossing van het geschil nodig zijn, onverminderd het recht van de belastingplichtige een verlenging van de termijn aan te vragen teneinde te antwoorden op de stukken die door de administratie naderhand mochten worden overgelegd (Cass., 29.5.1958, Massaux, Pas. 1958, I, 1073) of om grieven als bedoeld in art. 377, lid 2, WIB 92, te formuleren.
Geen sanctie is gesteld op het laattijdig neerleggen, door de administratie, van een stuk betreffende de betwisting in de zin van art. 380, WIB 92, d.w.z. een stuk dat onderworpen is geweest aan de Gew.dir. (Cass., 10.12.1963, de burgerlijke vennootschap onder naamloze vorm "Société Immobilière Van Trappen", Bull. 415, blz. 182).
6. Toezending van het dossier voor de departementsadvocaat
Nummer 380/17
Het Hoofdbestuur geeft aan de Gew.dir. kennis van de naam van de departementsadvocaat die de zaak, namens de administratie, voor het Hof van beroep zal verdedigen.
Bij ontvangst van dit bulletin, vermeldt de Gew.dir. op de map 246 de naam en het adres van de advocaat, het nummer van het dossier van het Hoofdbestuur en zendt het dossier aan de aangeduide advocaat, door middel van een brief naar onderstaand model :
MINISTERIE VAN FINANCIEN
Administratie der ........., de......... directe belastingen
Directie ........................ Nr. ....................
Onderwerp: Voorziening in beroep ........................
te...................... Bijlagen :
Mijnheer de Advocaat, Ik heb de eer U te laten weten dat U werd aangeduid om, in de hierboven vermelde zaak, de belangen van de Staat te verdedigen; met het oog hierop bezorg ik U hierbij het volledig dossier van deze zaak. Zoals U weet kan de eiser, krachtens art. 381 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, nieuwe stukken neerleggen binnen een termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de neerlegging van het dossier betreffende het geschil ter griffie van het Hof, neerlegging welke ter zake plaats had op ........... Daar hij, krachtens art. 378, lid 2 van voornoemd Wetboek, binnen dezelfde termijn van zestig dagen eveneens nieuwe grieven mag aanvoeren in een ter griffie van het Hof afgegeven geschrift, gelieve dadelijk na het verstrijken van die termijn, hetzij vanaf ............ U te vergewissen of dergelijke stukken of geschrift al dan niet werden neergelegd. In geval van neerlegging of afgifte zoals hierboven bedoeld, gelieve U van deze bescheiden fotocopieën te nemen en mij deze dadelijk te doen geworden. Bij ontstentenis van nieuwe stukken of nieuwe grieven, bekwam ik graag een negatief bericht. Daar ik over slechts dertig dagen beschik te rekenen van het verstrijken van voormelde termijn van zestig dagen, om ter griffie de memorie, stukken of bescheiden in antwoord voor te brengen, zou ik het ten zeerste op prijs stellen mocht U de op U rustende verplichtingen met de nodige spoed vervullen.
Met hoogachting, De Directeur,
