Commentaar van art. 383, WIB 92
| 383/0 | |
| 383/1-4 | |
| 383/1 | |
| 383/2 | |
| 383/3 | |
| D. Recht van de administratie om eveneens te wederantwoorden | 383/4 |
Nummer 383/0
Art. 383. - De eiser kan enkel mits machtiging van het Hof wederantwoorden door neerlegging van stukken en bescheiden. Wanneer hij om die machtiging verzoekt, omschrijft hij de stukken en bescheiden welke hij nog van zins is in het debat te gebruiken.
A. NEERLEGGING BIJ TER POST AANGETEKENDE BRIEF
Nummer 383/1
Overeenkomstig art. 384, WIB 92, mag de neerlegging ter griffie van het Hof van beroep van de stukken en bescheiden, bedoeld bij art. 383, WIB 92, bij ter post aangetekende brief worden gedaan.
B. STUKKEN WELKE EEN WEDERANTWOORD UITMAKEN
Nummer 383/2
Luidens art. 383, WIB 92, kan de belastingschuldige slechts worden gemachtigd voor het Hof van beroep nieuwe stukken neer te leggen, welke een wederantwoord vormen op de stukken die de administratie krachtens art. 382, WIB 92 zelf heeft voorgedragen als antwoord op de voorziening en de bescheiden door de belastingschuldige overeenkomstig de art. 379 tot 381, WIB 92, neergelegd (Cass., 17.1.1957, Gossart, Pas. 1957, I, 573).
Deze machtiging, bij de wet uitdrukkelijk voorgeschreven en beperkt, is dus onderscheiden van die welke het Hof van beroep volgens de rechtspraak kan verlenen in de gevallen bepaald bij 381/10.
Afgezien hiervan mag de eiser voor het Hof van beroep evenwel stukken neerleggen die naar de wettelijke opvatting niet als nieuw mogen worden beschouwd, d.w.z. essentieel stukken waarvan de inhoud niet onderscheiden is van deze der andere stukken, waaraan zij slechts verduidelijkingen zouden aanbrengen (zie 381/1).
C. LAATTIJDIGE NEERLEGGING UIT OORZAAK VAN OVERMACHT
Nummer 383/3
De Hoven van beroep hebben nochtans bij uitzondering aan eiser toegelaten buiten de wettelijke termijn stukken neer te leggen die geen wederantwoord vormden op de door de administratie neergelegde nieuwe stukken, omdat de belanghebbende had bewezen dat uitsluitend omstandigheden van overmacht hem verhinderd hadden de documentatie vroeger voor te leggen. De arresten voegen er aan toe dat de documenten waarvan de eiser door de schuld van een derde beroofd was gedurende de termijn waarin hij deze ter griffie van het Hof moest neerleggen, niet de aard van nieuwe stukken kunnen hebben in de door de wet aan deze uitdrukking toegekende zin (Gent, 8.3.1932, Follebrouckt; Brussel, 22.3.1952, Dehayes).
D. RECHT VAN DE ADMINISTRATIE OM EVENEENS TE WEDERANTWOORDEN
Nummer 383/4
Hoewel art. 383, WIB 92, het recht van wederantwoord door neerlegging van stukken en bescheiden, mits machtiging van het Hof van beroep, enkel voorziet ten behoeve van de eiser, houdt deze bepaling niettemin voor het beheer het toekennen van een zelfde recht in (Cass., 9.3.1954, Hommers, Pas. 1954, I, 604).
