Commentaar van art. 384, WIB 92

I. Wettekst

384/0

II. Commentaar

384/1-3

A. Algemeen

384/1

B. Afgifte ter griffie van de aangetekende brief

384/2

C. Essentieel karakter van de formaliteit

384/3

I. WETTEKST

Nummer 384/0

Art. 384. - De neerlegging van het verzoekschrift en van het origineel van de betekening, alsook de afgiften en neerleggingen van documenten bedoeld in de artikelen 380 tot 383, mogen bij ter post aangetekende brief worden gedaan.

II. COMMENTAAR

A. ALGEMEEN

Nummer 384/1

Bij ter post aangetekende brief mogen dus worden gedaan:

- de neerlegging van voorziening en het origineel van de betekening (art. 379, WIB 92);

- de neerlegging, door de Gew.dir. der belastingen, van de eensluidend verklaarde uitgifte van de bestreden beslissing, alsmede al de stukken met betrekking tot de betwisting (art. 380, 1e lid, WIB 92)

- de neerlegging door de eiser van nieuwe stukken ter griffie van het Hof van beroep (art. 381, WIB 92);

- de neerlegging door de Gew.dir., ter griffie, van de memories, stukken en bescheiden welke hij als antwoord op die stukken meent te moeten voordragen (art. 382, 2e lid, WIB 92);

- de neerlegging van stukken en bescheiden, die de eiser, met toestemming van het Hof, als wederantwoord voordraagt (art. 383, WIB 92)

B. AFGIFTE TER GRIFFIE VAN DE AANGETEKENDE BRIEF

Nummer 384/2

De bij art. 384, WIB 92, bedoelde verzoekschriften, stukken en bescheiden moeten ter griffie van het Hof van beroep worden afgegeven binnen de termijn vastgesteld bij elk van de wettelijke bepalingen (art. 378 tot 383, WIB 92) waarin er over wordt gehandeld.

Hoewel die afgifte bij ter post aangetekende brief mag gebeuren, is er niettemin vereist dat de brief, overeenkomstig het gemeen recht, op de griffie toekomt voor het verstrijken van de wettelijke termijn.

Art. 384, WIB 92, voorziet inderdaad in geen afwijking gelijkaardig aan die in art. 392, WIB 92, opgenomen met betrekking tot de eveneens ter post aangetekende brief toegezonden exploten van de gerechtsdeurwaarders, waarvoor de afgifte van de brief aan de post als betekening aan de betekende partij geldt (zie commentaar op art. 392, WIB 92) .

C. ESSENTIEEL KARAKTER VAN DE FORMALITEIT

Nummer 384/3

De bij art. 384, WIB 92, bepaalde formaliteit van aantekening bij de post van de brief waarbij de voorziening aan de griffie van het Hof van beroep wordt toegezonden is, evenals de formaliteiten voorzien in de art. 378 en 379, WIB 92, op straffe van nietigheid voorgeschreven (Cass., 9.6.1959, Daelemans, Pas. 1959, I, 1032).

Een per gewone brief aan de griffie toegestuurde voorziening is dus niet ontvankelijk.