Commentaar van art. 386, WIB 92
| 386/0 | |
| 386/1-2 |
Nummer 386/0
Art. 386. - De cassatietermijn zomede de voorziening hebben schorsende kracht.
Nummer 386/1
Om de uitvoering van een voor haar ongunstig arrest van beroep te schorsen tot het Opperste Hof zich over de eventueel tegen dergelijk arrest ingediende voorziening heeft uitgesproken, steunde de administratie op het decreet van 16-19 juli 1793, dat als volgt luidt : "Il ne sera fait par la Trésorerie nationale et par les caisses des diverses administrations de la République, aucun paiement en vertu des jugements qui seront attaqués par la voie de cassation dans les termes prescrits par la loi qu'au préalable ceux au profit desquels lesdits jugements auraient été rendus, n'aient donné bonne et suffisante caution pour sûreté des sommes à eux adjugées".
Voormeld decreet werd door het Ger.W opgeheven; om te vermijden dat, ingevolge door het Hof van beroep bevolen ontheffingen, belastingen zouden worden terugbetaald wanneer de mogelijkheid bestaat dat het Hof van cassatie integendeel zou besluiten dat zij verschuldigd zijn, wordt in het art. 386, WIB 92, een bepaling opgenomen verwant met die van het opgeheven decreet.
Nummer 386/2
Krachtens die bepaling mag de administratie de uitvoering van de voor haar ongunstige arresten van beroep opschorten gedurende de termijn bepaald voor het indienen van een voorziening in cassatie en, indien een voorziening wordt ingesteld, totdat het Opperste Hof zich dienomtrent zal hebben uitgesproken.
Echter, wanneer de voorziening in cassatie het dispositief van het arrest van beroep slechts gedeeltelijk betwist, zal de administratie, zoals thans geschiedt, de teruggave van belasting verlenen welke voortvloeit uit de beschikkingen van het arrest die niet worden betwist en die derhalve definitief zijn geworden.
