Commentaar van art. 390, WIB 92

I. Wettekst

390/0

II. Commentaar

390/1-4

A. Omvang van de cassatie

390/1

B. Veroordeling tot de kosten

390/2

C. Mededeling van de arresten aan het hoofdbestuur

390/3

D. Door de gew.dir. na te leven voorschriften indien het arrest van het hof van cassatie een einde stelt aan het geschil

390/4

I. WETTEKST

Nummer 390/0

Art. 390. - De voorziening wordt berecht, partijen aanwezig of niet; alle arresten worden geacht op tegenspraak gewezen te zijn.

II. COMMENTAAR

A. OMVANG VAN DE CASSATIE

Nummer 390/1

Inzake directe belastingen is ten aanzien van de omvang van de cassatie, het dispositief dat het voorwerp niet kan zijn van een ontvankelijke voorziening vanwege een der partijen in het geding in cassatie, geen dispositief onderscheiden van dit aangevallen door de voorziening, om reden dat het aan de aanlegger geen enkel nadeel berokkent en aan de verweerder slechts nadeel kan berokkenen indien het bestreden dispositief wordt verbroken (Cass., 14.1.1960, PVBA "Etablissements Alfred Pierre", Pas. 1960, I, 543).

In het door voormeld arrest bedoelde geval, had het Hof van beroep, vooraleer hem ongegrond te verklaren, de ontvankelijkheid aangenomen van een door appellant voor het Hof voor de eerste maal opgeworpen eis, waarvan de administratie beweerde dat hij nieuw en niet ontvankelijk was.

Het Hof van cassatie, dat, integendeel, de gegrondheid van de betwisting aanneemt, preciseert nochtans dat de verbreking dient te worden uitgebreid tot het niet bestreden gedeelte van het arrest van beroep, gedeelte dat betrekking heeft op de ontvankelijkheid van de eis, omdat dit gedeelte het voorwerp niet kon zijn van enige voorziening, noch vanwege de aanlegger in cassatie, aangezien het met zijn conclusies strookte, noch vanwege de administratie, bij gebrek aan belang, vermits het arrest uiteindelijk het beroep van de belastingplichtige verworpen had.

Er werd ook gevonnist dat de vernietiging van een arrest van het Hof van beroep wegens tegenstrijdigheid tussen twee beslissingen van dit arrest, op elk van die beslissingen slaat (Cass., 9.12.1969, Cons. Keuppens en PVBA Keuppens- Leysen, Bull. 474, blz. 750, Pas. 1970, I, 322).

B. VEROORDELING TOT DE KOSTEN

Nummer 390/2

Het Hof van cassatie dat, inzake directe belastingen, de cassatie beveelt, kan de vraag niet inwilligen tot veroordeling in de kosten van de vordering voor het Hof van beroep, dat het verbroken arrest gewezen heeft, daar de uitspraak over het ten laste leggen van die kosten tot de rechtsbevoegdheid behoort van het Hof van verwijzing (Cass., 6.11.1951, Carbonnelle, Pas. 1952, I, 120).

C. MEDEDELING VAN DE ARRESTEN AAN HET HOOFDBESTUUR

Nummer 390/3

Onmiddellijk na de ontvangst van het door het Opperste Hof gewezen arrest, zendt de Gew.dir. een afschrift ervan aan het hoofdbestuur dat, op zijn beurt, een afschrift bezorgt zowel aan de advocaat van het departement bij het Hof van cassatie, als aan de advocaat die de belangen van de administratie voor het Hof van beroep verdedigde.

De advocaat bij het Hof van cassatie stuurt, bij ontvangst van het bedoelde afschrift, het dossier van de zaak aan de Gew.dir. terug.

D. DOOR DE GEW.DIR. NA TE LEVEN VOORSCHRIFTEN INDIEN HET ARREST VAN HET HOF VAN CASSATIE EEN EINDE STELT AAN HET GESCHIL

Nummer 390/4

Indien het arrest van het Hof van cassatie een einde stelt aan het geschil, moet het bepaalde in de commentaar op art. 410, WIB 92, worden nageleefd.