Commentaar van art. 400, WIB 92
Art. 400, WIB 92
| 400 | |
| 400/0-1 | |
| 400/2 | |
| 400/3-29 | |
| 400/3-19 | |
| 400/20-29 | |
| 400/30-31 | |
| 400/30 | |
| B. Bijzonder geval : schrapping in de loop van de uitvoering van een overeenkomst | 400/31 |
Nummer 400
Maatregelen tot bestrijding van de koppelbazen
I. DOEL VAN DE MAATREGELEN
De W 4.8.1978 tot economische heroriëntering (Bull. 566, blz. 1591) en de Programmawet 6.7.1989 (Bull. 686, blz. 1704) bevatten bepalingen ter bestrijding van de bedrieglijke praktijken van de koppelbazen. Die bepalingen behelzen zowel maatregelen inzake inkomstenbelastingen als inzake sociale zekerheidsbijdragen (een opsomming van de wettelijke bepalingen is opgenomen onder punt IV van dit overzicht).
De meeste van die bepalingen hebben rechtstreeks betrekking op de bouwsector in zijn brede betekenis, omdat het in die sector is dat de koppelbazen het meest actief zijn, wat echter niet wegneemt dat ook anderen dan aannemers of onderaannemers van bouwwerken er onrechtstreeks of zelfs rechtstreeks bij betrokken kunnen zijn. Ter zake werd echter een uitzondering gemaakt voor de particuliere woningbouw.
Elke persoon die voor het uitvoeren van werk in onroerende staat een beroep doet op een niet bonafide geachte aannemer, neemt zware persoonlijke risico's op zich want in de fiscale en sociale wetgevingen werd inzonderheid voorgeschreven dat die personen in een bepaalde mate hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de fiscale en sociale schulden van hun medecontractant.
Met "bedrieglijke praktijken van de koppelbazen" worden bedoeld de praktijken van personen of ondernemingen die, vaak zonder rekening te houden met de elementaire voorwaarden van het arbeidsrecht, personeel aanwerven om het ter beschikking te stellen van gebruikers en die zich bewust onttrekken aan de betaling van de door hen verschuldigde belastingen en/of sociale bijdragen.
De art. 400 tot 408, WIB 92 en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten bevatten de maatregelen die inzake de directe belastingen zijn getroffen.
II. SYNTHESE VAN DE ARTIKELEN 400 TOT 404, WIB 92
De bepalingen van de art. 400 tot 404, WIB 92 omvatten twee onderdelen :
1° Eenieder die voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden (zie 400/3 tot 30) een beroep doet op iemand die niet geregistreerd is als aannemer, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden van zijn medecontractant ten belope van 35 % van de totale prijs van het werk, exclusief BTW (de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale bijdragen beloopt 50 % van dezelfde prijs);
2° Die eenieder is bovendien verplicht bij iedere betaling die hij aan die medecontractant doet, 15 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief BTW, in te houden en te storten bij de ontvanger van het kantoor "Belastingen-Bedrijfsvoorheffing-Brussel", Dienst Bijzondere Ontvangsten te Brussel (eenzelfde verplichting van inhouding en storting van 15 % geldt bij de R.S.Z.).
Die verplichting rust eveneens op degene die een beroep doet op een geregistreerde aannemer van wie de registratie in de loop van de uitvoering van de overeenkomst wordt geschrapt. In zulk geval moet de inhouding en storting worden verricht bij elke betaling aan die medecontractant vanaf de 10e dag na de publikatie van de schrapping in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de bedoelde stortingen niet worden verricht, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld. Op het vlak van de inkomstenbelastingen wordt dit bedrag (= 2 x 15 %) als een administratieve boete ten name van de nalatige opdrachtgever ingekohierd binnen de in art. 354, WIB 92 bepaalde termijn.
De in het eerste lid vermelde bepalingen zijn niet van toepassing op :
- het verbouwen, het inrichten, het herstellen, het onderhouden of het reinigen van een bestaande individuele woongelegenheid;
- het bouwen van een eengezinswoning die anders dan in groepsverband wordt opgericht op initiatief en voor rekening van een particulier;
- de particulieren ten aanzien van de enige woongelegenheid die zij laten oprichten;
- de gevallen waarin de art. 405 tot 408, WIB 92 van toepassing zijn ten name van dezelfde persoon.
Het bij het kantoor "Belastingen-Bedrijfsvoorheffing-Brussel", Dienst Bijzondere Ontvangsten gestorte bedrag :
- wordt, in een bepaalde orde, aangewend tot betaling van de belastingschulden van de medecontractant, van diens onderaannemers alsmede, bij voorkomend geval, tot aanzuivering van buitenlandse belastingschulden;
- kan, in de mate dat het niet wordt aangewend, door de medecontractant onder bepaalde voorwaarden en binnen zekere termijnen worden gerecupereerd.
De modaliteiten van storting en de orde van aanwending van de inhoudingen zijn vastgelegd in het uitvoeringsbesluit van art. 299bis, W.I.B. (thans de art. 400 tot 404, WIB 92; zie 402/2 en 403/2).
De personen die een beroep doen op een geregistreerd aannemer moeten de bedoelde inhoudingen niet doen en zijn evenmin hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de bedoelde belastingschulden.
Om als aannemer te worden geregistreerd, moet een aanvraag worden ingediend bij de bevoegde provinciale registratiecommissie.
De voorwaarden en de modaliteiten voor de registratie van de aannemers evenals voor de schrapping ervan en de regels betreffende de provinciale registratiecommissies zijn eveneens vastgelegd in het voornoemde uitvoeringsbesluit (zie 401/3 tot 35).
De lijsten van de als aannemer geregistreerde personen en van die wiens registratie werd geschrapt, worden maandelijks in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
De Administratie publiceert daarenboven jaarlijks een geglobaliseerde lijst van de geregistreerde aannemers (toestand op 10.1 van het jaar), alsmede maandelijkse bijwerkingen ervan.
III. SYNTHESE VAN DE ARTIKELEN 405 TOT 408, WIB 92
Bij elke betaling aan een onderaannemer moet de hoofdaannemer 15 % van het verschuldigde bedrag, excl. BTW, inhouden en storten bij het kantoor "Belastingen-Bedrijfsvoorheffing-Brussel", Dienst Bijzondere Ontvangsten (bij de R.S.Z. is dit 35 %). Alleen onder bepaalde voorwaarden is de hoofdaannemer van die inhoudingen en stortingen vrijgesteld (zie commentaar op art. 406, WIB 92).
Opgemerkt wordt dat de art. 405 tot 408, WIB 92 geen onderscheid maken tussen geregistreerde of niet geregistreerde aannemers. De verplichting geldt voor alle aannemers.
De door die artikelen opgelegde verplichtingen moeten echter slechts worden nageleefd wanneer een hoofdaannemer een beroep doet op een onderaannemer voor welbepaalde werkzaamheden (zie art. 227bis, KB/WIB en commentaar op art. 406, WIB 92).
Indien de hoofdaannemer de stortingen niet of slechts gedeeltelijk uitvoert, is hij tegenover de fiscus (en de R.S.Z.) hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de onderaannemers. Die hoofdelijke aansprakelijkheid is t.o.v. iedere onderaannemer beperkt tot een som gelijk aan 50 % van het totaal bedrag van de werken, excl. BTW, die voor een bepaalde werf werden uitbesteed.
Om de naleving van de nieuwe verplichtingen te kunnen controleren, hebben de Ministers van Sociale Zaken en van Tewerkstelling en Arbeid een aantal bijzondere verplichtingen opgelegd. Samengevat zijn die verplichtingen de volgende :
1° vooraleer een werk te beginnen en telkens wanneer de hoofdaannemer of één van de onderaannemers, in welk stadium ook, aan een andere onderaannemer vraagt op te treden, moet de hoofdaannemer aan de R.S.Z. alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om de belangrijkheid van het werk te ramen en de onderaannemers te identificeren;
2° iedere hoofdaannemer moet op elk werk een dagelijkse lijst van alle daar tewerkgestelde werknemers bijhouden. Elke onderaannemer moet daartoe dagelijks de lijst van alle werknemers die hij op het werk tewerk stelt evenals alle nodige inlichtingen ter zake aan de hoofdaannemer mededelen.
Die lijst, waarvan vorm en inhoud wettelijk zijn bepaald, moet vanaf de derde dag waarop ze betrekking heeft, gedurende 5 jaar worden bewaard op de plaats waar de hoofdaannemer zijn sociale documenten moet behouden. Die lijsten moeten onmiddellijk worden medegedeeld aan iedere daartoe door de Koning aangewezen ambtenaar of beambte, waaronder ook de ambtenaren van de fiscale administraties;
3° de werkgever die voor de eerste maal tot de tewerkstelling van meer dan 5 arbeiders overgaat, moet, voor het eerste kwartaal van tewerkstelling, aan de R.S.Z., bij wijze van voorschot op de som van de bijdragen voor het kwartaal, zoveel keer 17.000 F storten als hij arbeiders tewerk stelt;
4° de werkgever moet aan zijn werknemers een individuele fiche overhandigen en de werknemers moeten dat fiche steeds bij zich hebben op het werk.
De maatregelen van de art. 405 tot 407, WIB 92 zijn niet van toepassing op :
- het verbouwen, het inrichten, het herstellen, het onderhouden of het reinigen van een bestaande individuele woongelegenheid;
- het bouwen van een eengezinswoning die anders dan in groepsverband wordt opgericht op initiatief en voor rekening van een particulier;
- particulieren ten aanzien van de enige woongelegenheid die zij laten oprichten.
- Wanneer bij eenzelfde persoon zowel de bepalingen van de art. 400 tot 404, WIB 92 als van de art. 405 tot 408, WIB 92 van toepassing zijn, wordt de toepassing van de art. 400 tot 404, WIB 92 uitgesloten.
- Het bij het kantoor "Belastingen-Bedrijfsvoorheffing-Brussel", Dienst Bijzondere Ontvangsten gestorte bedrag :
- wordt, in een bepaalde orde, aangewend tot betaling van de belastingschulden van de eerste onderaannemer;
- wordt, in de mate dat het niet wordt aangewend, door de eerste onderaannemer onder bepaalde voorwaarden en binnen zekere termijn gerecupereerd.
De modaliteiten van storting en de orde van aanwending van de inhoudingen zijn vastgelegd in art. 227ter tot quinquies KB/WIB (zie commentaar op art. 406, WIB 92)
IV. OPSOMMING VAN DE FISCALE BEPALINGEN INZAKE DE BESTRIJDING VAN DE KOPPELBAZEN
1. Wettelijke bepalingen
W 4.8.1978 (Bull. 566, blz. 1591) : art. 59 = art. 299bis, WIB.
W 6.7.1989 (Bull. 686, blz. 1704) : art. 54 = wijziging art. 299bis, WIB.
2. Uitvoeringsbepalingen
KB 5.10.1978 (Bull. 568, blz. 2146), gewijzigd door :
KB 8.10.1985 (Bull. 645, blz. 2705)
KB 20.9.1988 (Bull. 678, blz. 1962)
KB 20.7.1989 (Bull. 688, blz. 2335)
KB 19.3.1990 (Bull. 694, blz. 1376)
KB 12.12.1991 (Bull. 713, blz. 444).
1. Wettelijke bepalingen
W 6.7.1989 (Bull. 686, blz. 1704) : art. 55 = art. 299ter, WIB.
W 22.12.1989 (Bull. 691, blz. 346) : art. 252 = wijziging art. 299ter, WIB.
2. Uitvoeringsbepalingen
KB 8.3.1990 (Bull. 695, blz. 1528), gewijzigd door KB 30.3.1990 (Bull. 695, blz. 1553), uitgevoerd door MB 28.3.1990 (Bull. 695, blz. 1533)
KB 12.3.1990 (Bull. 694, blz. 1363)
KB 12.3.1990 (Bull. 694, blz. 1367)
KB 12.3.1990 (Bull. 694, blz. 1369), gewijzigd door KB 16.1.1992 (BS 28.1.1992)
KB 19.3.1990 (Bull. 694, blz. 1379)
KB 26.3.1990 (Bull. 694, blz. 1382).
Nummer 400/0
Art. 400. - Eenieder die voor de uitvoering van de door de Koning te bepalen werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd is als aannemer voor de toepassing van dit artikel en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden van zijn medecontractant. Deze aansprakelijkheid wordt beperkt tot 35 % van de totale prijs van het werk, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
Met een niet geregistreerde aannemer wordt gelijkgesteld, de geregistreerde aannemer die, op werven van de opdrachtgever, zich niet houdt aan de perken van de categorie of de categorieën van werken waarvoor hij als aannemer is geregistreerd of meer werknemers tewerkstelt dan het aantal dat hij overeenkomstig zijn registratie mag tewerkstellen.
Nummer 400/1
De art. 400 tot 404, WIB 92 worden ten uitvoer gelegd door KB 5.10.1978 tot uitvoering van de artikelen 299bis en 299ter, § 6, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en van de artikelen 30bis en 30ter, § 9, 2° van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (art. 299bis, WIB = art. 400 tot 404, WIB 92; art. 299ter, WIB = art. 405 tot 408, WIB 92).
In de commentaar op de art. 400 tot404, WIB 92 orden de art.KB 5.10.1978 besproken samen met het art. WIB 92 dat zij uitvoeren.
Het 2e lid van art. 400, WIB 92 is nog niet in werking getreden; zie art. 56, programmawet 6.7.1989, Bull. 686, blz. 1704.
II. ART. 1, KB 5.10.1978 EN BIJLAGE BIJ KB 5.10.1978
Nummer 400/2
EERSTE HOOFDSTUK
Werkingssfeer
Art. 1. - Het bepaalde in de artikelen 299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, is van toepassing op de navolgende werkzaamheden :
1° het verrichten van een werk in onroerende staat. Onder werk in onroerende staat wordt verstaan : het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;
2° iedere handeling, ook indien niet beoogd onder het 1°, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw :
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brand-alarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;
3° iedere handeling, ook indien niet beoogd onder het 1°, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
4° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in het 2° of het 3°;
5° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van een werk in onroerende staat of van een onder het 2°, het 3° of het 4° bedoelde handeling.
Bijlage bij het koninklijk besluit van 5 oktober 1978.
Voor de toepassing van artikel 3 worden de geregistreerde aannemers volgens de werkelijk uitgeoefende werkzaamheid ingedeeld in de hierna aangeduide categorieën.
| Categorie | Specialiteit | Toelichting |
| 01 | Waterbouwkundige werken | Omvat onder meer de eigenlijke zee- en stroomwerken zoals het bouwen en herstellen van sluizen, stuwdammen, dijken, zeedammen, kanalen en technische werken aan de waterwegen en de havenwerken; de grote werken van droogleggen en pompen; de grote irrigatiewerken en de regeling der waterlopen; de uitbaggering. |
| 02 | Bijzondere grondwerken | Omvat onder meer boringen, peilingen, uitdiepingen, het neerslaan van de grondwater- spiegel, funderingswerken, heiwerk, damplanken en versterkingswerken van de bodem volgens allerlei methodes. |
| 03 | Draineringswerken | Omvat eveneens het ruimen van onbevaarbare waterlopen, het graven en onderhouden van vijvers, rivieren en waterlopen. |
| 04 | Andere grondwerken | Omvat de niet elders vermelde grondwerken. |
| 05 | Wegenwerken en bouw van niet-metalen kunstwerken | Omvat onder meer het bouwen, herstellen en onderhouden van wegen, van fietspaden, van vliegvelden en startbanen, van niet-metalen kunstwerken (met uitzondering van de zee- en stroomwerken) zoals : bruggen en viaducten, wegen- en spoorwegtunnels, watertorens, silo's, vergaarbakken, zwembaden, kolenopslagplaatsen, askuilen, draaischijven, weegbruggen, steunmuren, enz.; omvat eveneens de rioleringswerken. |
| 06 | Leggen van kabels en van diverse leidingen | Omvat onder meer de localisatie van hoogspanningskabels en pijpen, de leidingen voor water- en gasvoorziening, het plaatsen van allerlei elektrische kabels. |
| 07 | Spoorlijnwerken | Omvat het bouwen, aanleggen en onderhouden van spoorwegen en andere spoorlijnen. |
| 08 | Aanleg en onderhoud van diverse terreinen | Omvat onder meer het aanleggen en het onderhouden van speelpleinen en sportvelden, evenals van parken en tuinen, met inbegrip van de aanplantingen; omvat eveneens het plaatsen van afsluitingen en omheiningen. |
| 09 | Verkeerssignalisatie | Omvat het aanleggen en het onderhouden van de verkeerssignalisatie en de wegmarkeringen. |
| 10 | Ruwbouw | Omvat het optrekken van gebouwen (ruwbouw en onder dak zetten), evenals de bekisting en het ijzervlechtwerk. |
| 11 | Algemene bouwwerkzaamheden | Omvat behalve de bedrijvigheden van de voorgaande rubriek, die welke betrekking hebben op de gehele of gedeeltelijke uitvoering van voltooiingswerken of op de coördinatie van deze laatste wanneer zij door onderaannemers worden uitgevoerd; omvat eveneens het optrekken van geprefabriceerde gebouwen. |
| 12 | Schoorsteen- en ovenbouw | Omvat onder meer het optrekken van fabrieksschouwen, nijverheidsovens en andere soortgelijke werken, evenals het metselwerk van ovens en het plaatsen van alle vuurvaste produkten. |
| 13 | Slopingswerken | Omvat het slopen van gebouwen en kunstwerken evenals het effenen en het wegruimen. |
| 14 | Voegwerken | |
| 15 | Dakdekken en isolatie tegen vochtigheid | Omvat onder meer : a) het bedekken van gebouwen met onder meer dakpannen, stro, natuurlijke en kunstleien, stalen platen en platen in asbestcement, met uitsluiting van non-ferrometalen; b) het waterdichtmaken en bedekken van gebouwen met asfalt en teer, onder meer het bedekken met asfalt- of met koolwaterstof- houdende produkten, gebeurlijk gecombineerd met metalen; c) het droogmaken van gebouwen, anders dan met teer en asfalt. |
| 16 | Thermische en geluidsisolatie | |
| 17 | Vloerbedekking en muurbekleding | Omvat het leggen van tegelvloeren, mozaïek en alle andere bedekkingen van muren en vloeren, met uitzondering van hout. |
| 18 | Stukadoorswerken | Omvat plafonneer-, cementeer- en alle andere pleisterwerken, berapingswerken, plaatsen van chapes en gips- en staffwerken. |
| 19 | Restauratiewerken Arduin- en marmerwerken | Omvat onder meer : a) het plaatsen van grafmonumenten; b) het restaureren, reinigen en wassen van gebouwen, gevels en monumenten; c) het plaatsen van arduin en marmer voor gebouwen; d) het plaatsen van sierschoorsteenmantels of andere versieringswerken van marmer of steen. |
| 20 | Timmer- en schrijnwerk en metalen schrijnwerk | Omvat onder meer : - a) het timmer- en schrijnwerk voor gebouwen; b) het plaatsen van sloten en ijzerwaren voor bouwwerken; c) het plaatsen van plastiekdeuren en plinten; d) het plaatsen van houten vensterluiken en van luiken in plastiek; e) het leggen van parketvloeren en alle andere houten bedekkingen van muren en vloeren; f) het plaatsen van schutsels en valse zolderingen in hout; g) het plaatsen van ijzerwerk, metalen vensterluiken en metalen schrijnwerk, evenals het plaatsen van roosters, intrekbare en rollende deuren en van buitenrolluiken; h) het bedekken van muren en zolderingen door het aanbrengen van metalen elementen. |
| 21 | Glaswerken | Omvat onder meer het plaatsen van ruiten, glas, spiegelglas, gekleurde ramen en van alle doorschijnend en doorzichtig materieel, het bouwen van wanden en bedekkingen in doorschijnend beton. |
| 22 | Schilder- en behangwerken | Omvat alle schilderwerk, het kalken van gebouwen en het bestrijken met kalk, het behangen en stofferen, het plaatsen van vloerbedekkingen en van alle andere synthetische bedekkingen van muren en vloeren, onder meer in plastiek. |
| 23 | Metaalconstructies en metalen kunstwerken | Omvat ook montage- en demontagewerk, buis- en andere soortgelijke constructies. |
| 24 | Industriële pijpleidingen en kanalisatie | Omvat onder meer het plaatsen van ventilatie, verwarming met warme lucht, lucht- conditionering en de caloriefugage van leidingen en kanalisaties. |
| 25 | Centrale verwarming, sanitair en lood- zinkwerk | Omvat onder meer : a) het plaatsen van centrale verwarming, met water, stoom of gas en van bijkomende toestellen; b) het plaatsen van sanitaire inrichtingen; c) lood- en zinkwerk; d) installatie van waterverzachters; e) het bedekken van daken in nonferrometalen en het plaatsen van zinken dakvensters, evenals de herstellings- en onderhouds- werken; f) het plaatsen, herstellen, onderhouden van allerhande branders. |
| 26 | Elektrotechnische installaties | Omvat eveneens de elektrische signalisaties voor wegen, spoorwegen, rivieren, zee- en luchtwegen, evenals het plaatsen van bliksem- afleiders. |
| 27 | Speciale installaties | Omvat het plaatsen, inrichten, onderhouden en herstellen van speciale installaties zoals het inrichten van fabrieken of werkplaatsen, pomp- stations, koelinstallaties, enz. |
| 28 | Diverse werkzaamheden | Omvat alle niet elders bedoelde werkzaamheden, die niet bijkomstig zijn aan of voortvloeien uit een elders bedoelde hoofdwerkzaamheid. |
Nummer 400/3
De werkzaamheden die tot de werkingssfeer van de art. 400 tot 404, WIB 92 behoren, zijn opgesomd in art. 1, KB 5.10.1978 (zie 400/2).
Algemeen gaat het om werkzaamheden (eventueel gepaard gaand met leveringen) die tot de onroerende sector behoren of om terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het uitvoeren van werk in onroerende staat.
Ingevolge het territorialiteitsprincipe inzake belastingen moet worden opgemerkt dat de bepalingen van de art. 400 tot 404, WIB 92 slechts van toepassing zijn op werken in onroerende staat die in België worden uitgevoerd. Zij zijn bijgevolg niet van toepassing wanneer een Belgische of buitenlandse bouwheer beroep doet op een Belgische of buitenlandse niet-geregistreerde aannemer voor de uitvoering van een werk in onroerende staat in het buitenland.
Nummer 400/4
Art. 1, KB 5.10.1978 onderscheidt vier soorten werkzaamheden, met name :
1° het verrichten van werk in onroerende staat (art. 1, 1°);
2° iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting of plaatsing aan of in een gebouw van sommige roerende goederen (art. 1, 2° en 3°);
3° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van de roerende goederen bedoeld sub 2° (art. 1, 4°);
4° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van een werk bedoeld sub 1° tot 3° hiervoor (art. 1, 5°).
Nummer 400/5
Opgemerkt wordt dat een deel van de navolgende commentaarm.b.t. de werkingssfeer inzonderheid steunt op de aanschrijving nr. 3 van 1.2.1979 van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen die toelichting verstrekt over onder meer de werkingssfeer van de verlegging van de heffing van de BTW.
1. Werk in onroerende staat
Nummer 400/6
Onder werk in onroerende staat moet worden verstaan, alle werkzaamheden die bestaan in het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en elke handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.
a) Het bouwen, verbouwen, onderhouden, reinigen en afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed
Nummer 400/7
Over het algemeen zijn de hier bedoelde handelingen :
1° de verschillende handelingen die bijdragen tot het oprichten van om het even welk gebouw dat met de grond is verbonden (woonhuis, flat, industrieel-, commercieel- of landbouwgebouw, een kunstwerk zoals een weg, een brug, een sluis, een havenkade, een rivierberm, enz.);
2° de handelingen met betrekking tot de afwerking van dergelijke bouwwerken;
3° de werken die tot doel hebben de bouwwerken in goede staat te houden, ongeacht of het gaat om grove herstellingen, om huurherstellingen of om reinigingswerken;
4° de werken die tot voorwerp hebben het aanleggen, het onderhouden en het reinigen van gronden en van alle andere uit hun aard onroerende goederen;
5° het afbreken van uit hun aard onroerende goederen.
Meer in het bijzonder zijn bedoeld :
- de overeenkomst waarbij een aannemer zich verbindt een gebouw geheel of gedeeltelijk op te richten. Onder gebouw wordt verstaan elk onroerend goed dat door de wetten en besluiten ter zake van het kadaster als gebouw wordt aangemerkt;
- de overeenkomst waarbij een aannemer zich voor een forfaitaire prijs verbindt tot het oprichten van een geheel afgewerkte sleutelklare woning;
- de overeenkomst waarbij een aannemer zich verbindt tot de oprichting van de ruwbouw van een gebouw;
- de overeenkomst waarbij een stukadoor zich verbindt de bepleistering te doen van een huis in opbouw;
- de overeenkomst waarbij een gespecialiseerd aannemer zich verbindt de palen te heien waarop een gebouw zal worden opgericht;
- de overeenkomst tot reiniging van een gevel waarvan de aannemingsprijs de prestaties, de leveringen van verschillende materialen en het gebruik van een stelling begrijpt;
- de overeenkomst voor het schilderen van een gevel van een huis waarvan de aannemingsprijs de prestaties en de levering van de nodige materialen (verf, stopverf, enz.) omvat;
- het vegen van een schoorsteen;
- het ontstoppen van riolen, het reinigen en onderhouden van rioolputten;
- het onderhouden en het aanleggen van een tuin, ook indien de aannemingsprijs de levering van bomen, heesters, bloemen, zaad, grint, enz. omvat, alsook het aanleggen van een boomkwekerij die deel uitmaakt van een landbouwonderneming;
- het onderhoud van een lift, zelfs indien de aannemingsprijs de levering omvat van onderhoudsprodukten of van onderdelen die ter vervanging van gebroken of defecte onderdelen werden aangebracht;
- het vervangen van een ruit, zelfs indien de aannemingsprijs, benevens de prestaties, de levering omvat van een ruit en andere bijkomstige materialen (stopverf, spijkers, houten latten, enz.);
- het strooien van grint, zout en calciumchloride op de wegen;
- het afbreken van een huis;
- het slopen van fabriekshallen en van gashouders;
- het vellen van bomen en het uithalen van stronken.
b) Handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt
Nummer 400/8
De handeling waarbij een roerend goed wordt geleverd en op zodanige wijze aan een onroerend goed aangebracht dat het onroerend uit zijn aard wordt, is eveneens een werk in onroerende staat.
Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt met betrekking tot de eigenlijke kostprijs van het roerend goed dat onroerend wordt door zijn bestemming, en de prijs voor plaatsing van het bedoelde roerend goed waardoor het onroerend wordt.
De hier bedoelde handelingen zijn onder meer :
1° het ingraven van een reservoir;
2° het aanbrengen, door inlijving, in een zwembad van filters om het water te zuiveren;
3° het plaatsen, met inlijving in de grond, van verkeersborden;
4° het leveren en plaatsen van scheidswanden van metaal of andere grondstoffen;
5° het leveren en plaatsen van hang- en sluitwerk in gebouwen zoals sloten, spanjoletten, handvatten voor deuren en ramen, klinken deurkrukken, brievenbussen, enz.;
6° het leveren en uitstrooien op het veld, van kalk- en andere meststoffen, enz....;
7° het verharden en onderhouden van wegen door middel van steengruis en teer.
De levering van een roerend goed dat niet wordt ingelijfd in een gebouw of in een ander uit zijn aard onroerend goed maar dat op eenvoudige wijze wordt vastgemaakt aan een gebouw, wordt hier niet bedoeld (zie nochtans 400/9).
2. Andere handelingen van levering en aanhechting aan een gebouw en die bedoeld zijn in art. 1, KB 5.10.1978
a) Algemeen
Nummer 400/9
Hier zijn bedoeld de handelingen waarbij een roerend goed wordt geleverd en aangehecht aan een gebouw zonder onderscheid te maken of dat goed al dan niet zijn individualiteit verliest maar ook geen werk in onroerende staat is in de zin bepaald in 400/6 en 7 hiervoor.
Wanneer een belastingplichtige een dergelijke handeling verricht, valt hij onder de reglementering in verband met de registratie als aannemer.
Onder gebouw wordt verstaan elke constructie die als zodanig wordt aangemerkt door de wetten en besluiten ter zake van het kadaster.
In dat opzicht worden geacht deel uit te maken van een gebouw, de aanhorigheden en de bijgebouwen van een hoofd-gebouw dat wordt gebruikt in een landbouw-, een handels-, een industriële of ambachtelijke onderneming en die op zichzelf zonder dat hoofdgebouw niet als volledig kunnen worden beschouwd.
Zijn dus gebouwen : woonhuizen, bungalows, chalets, villa's, flats, fabrieken, werkplaatsen, hoeven, loodsen, garages, enz.
b) Centrale verwarming en airconditioning
Nummer 400/10
Wordt bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, elke handeling waarbij worden geleverd en aangehecht aan een gebouw, de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren, (zie art. 1, 2°, a, KB 5.10.1978).
Onder centrale verwarming wordt verstaan, elk verwarmingssysteem dat erin bestaat warmte te verspreiden in één of meer lokalen door middel van verschillende toestellen verbonden aan een enige warmtebron. Zulk is het geval met een systeem, "mini-chauffage" genaamd, dat erin bestaat de warmte, voortgebracht door een speciale kachel, in verschillende kamers te verspreiden door middel van radiatoren die verbonden zijn aan die kachel.
Daarentegen, wordt niet aangemerkt als een centrale verwarming een installatie met verschillende gasconvectoren, onafhankelijk van elkaar, zelfs indien de convectoren zijn aangesloten op eenzelfde reservoir.
Als centrale verwarming is aan te merken, de installatie die samengesteld is uit een warme lucht-generator en uit leidingen of kanalen die door de generator voortgebrachte warmte verspreiden in verschillende lokalen, ook indien het toestel het lokaal verwarmt waar het is opgesteld.
Als een centrale verwarming dient eveneens te worden aangemerkt de installatie waarvan de werking wordt geregeld door een enige warmteregelaar en die is samengesteld uit verschillende elektrische warmteverdelers welke in verschillende lokalen zijn geplaatst.
c) Sanitaire installatie
Nummer 400/11
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij worden geleverd en aangehecht aan een gebouw de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool (zie art. 1, 2°, b, KB 5.10.1978).
Wordt eveneens bedoeld de handeling waarbij buisleidingen, kranen, pompen, gootstenen, wastafels, W.C., urinoirs, bidets, voetbaden, badkuipen en gootstenen worden geleverd en aan een gebouw aangehecht.
Aangezien een warmwatertoestel zowel de badkamer als de keuken of beide tegelijk van warm water kan voorzien is de handeling waarbij zulk een toestel wordt geleverd en aangehecht aan het betrokken gebouw eveneens bedoeld, ongeacht waar dat toestel in het gebouw wordt geplaatst.
d) Elektrische installatie
Nummer 400/12
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen, worden geleverd en aan een gebouw gehecht (zie art. 1, 2°, c, KB 5.10.1978).
Onder verlichtingstoestellen en lampen worden inzonderheid bedoeld hanglampen, plafondlampen, luchters, wandlampen, tafellampen, nachtlampen, bureaulampen, schemerlampen en waterdichte lampen voor vochtige ruimten, kandelaren, pianolampen, réverbères, lampen op voet, lampen voor donkere kamers en voor winkeluitstalramen, fluorescentielampen en hun houders, daaronder begrepen de starters en de ballasten, enz.
De uitzondering bepaald bij art. 1, 2°, c, KB 5.10.1978, is niet toepasselijk wanneer de toestellen voor de verlichting en de lampen worden geleverd en ingewerkt in het plafond of in een vals plafond.
e) Elektrische belinstallatie, brand- en alarmtoestellen, telefooninstallatie
Nummer 400/13
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, ieder handeling waarbij de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon worden geleverd en aan een gebouw aangehecht (zie art. 1, 2°, d, KB 5.10.1978).
Onder elektrische belinstallatie worden bedoeld de elektromagnetische inrichtingen die een hamertje doen trillen op een bel, alsook de trillers met zoemertoon of melodie, enz.
Onder de elementen van een brandalarmtoestel kan men citeren, de toestellen aangesloten op een waterleiding, toestellen met smeltveiligheden, toestellen met uitzettingskleppen, toestellen met elektrische weerstandgeleiders, toestellen met foto-elektrische cel, toestellen met detector, enz.
Onder de toestellen van een huistelefooncentrale kan men die citeren waarmee een centrale is uitgerust om tussen de verschillende vertrekken van een gebouw te kunnen telefoneren en de elektrische deuropener met deurtelefoon.
f) Kasten, gootstenen, dampkappen
Nummer 400/14
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij worden geleverd en aan een gebouw aangehecht : opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust, (zie art. 1, 2°, e, KB 5.10.1978).
De evengenoemde opsomming van goederen is beperkend. Zijn dus niet bedoeld, de handelingen waarbij een koelkast, een diepvriezer, een komfoor of een fornuis met gas of elektriciteit, een afwasmachine, een oven, een breekmachine, een wasmachine of een linnendroogkast, enz. worden geleverd en geplaatst.
g) Luiken, rolluiken, rolgordijnen
Nummer 400/15
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij luiken, rolluiken en rolgordijnen bestemd voor de buitenkant van een gebouw worden geleverd en aan een gebouw aangehecht (zie art. 1, 2°, f, KB 5.10.1978).
h) Wandbekledingen en vloerbekledingen
Nummer 400/16
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij een wandbekleding of vloerbedekking wordt geleverd en aan een gebouw gehecht. Hierbij is het van geen belang of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken of te bekleden oppervlakte (zie art. 1, 3°, KB 5.10.1978).
Zijn ondermeer bedoeld, de handelingen waarbij worden geleverd en geplaatst :
- behangpapier of eender welke wandbekleding alsook het nodige materiaal om de plaatsing te doen (lijm, kalk, cement, enz.);
- vasttapijt, balatum, linoleum of eender welke vloerbedekking, ongeacht of die bedekking is gelijmd of op een andere manier is vastgehecht of eenvoudig neergelegd. In dit laatste geval dient de vloerbedekking ter plaatse op maat te worden gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte.
i) Het aanhechten, plaatsen, herstellen, onderhouden en reinigen
Nummer 400/17
Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, elke handeling waarbij de goederen bedoeld in 400/9 tot 16 worden aangehecht aan of geplaatst in een gebouw, hersteld, onderhouden of gereinigd (zie art. 1, 4°, KB 5.10.1978).
Worden ondermeer bedoeld, de diensten verricht door :
1° een installateur van centrale verwarming, daaronder begrepen het vegen van de schouwen, het onderhouden van de brander, het reinigen van de ketel, enz.;
2° een elektricien die een gebouw van een elektrische installatie of een elektrische belinstallatie voorziet;
3° een loodgieter die in een gebouw de sanitaire installaties plaatst of herstelt;
4° een schrijnwerker die in een gebouw de kasten van een ingerichte keuken, de luiken of de rolluiken plaatst;
5° een schilder die de buiten- of de binnenzijde van de muren van een gebouw afwast, herstelt of verft.
j) Het terbeschikking stellen van personeel
Nummer 400/18
Wordt ook bedoeld, de ter beschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van een werk in onroerende staat of van een onder 2° tot 4° van het KB 5.10.1978 bedoelde handeling (zie art. 1, 5°, KB 5.10.1978).
Bedoeld wordt de overeenkomst waarbij een persoon -zowel rijksinwoner als niet-inwoner- leden van zijn personeel ter beschikking stelt van een ander persoon -zowel rijksinwoner als niet-inwoner- om onder de leiding van deze laatste werken en handelingen uit te voeren bedoeld in het voorgaande lid.
De personen die ter beschikking worden gesteld, moeten gebonden zijn door een arbeids- of bediendencontract of door een contract dat een band van ondergeschiktheid inhoudt tegenover de persoon die ze ter beschikking stelt en ze moeten werken onder de leiding van de persoon tot wiens beschikking ze zijn gesteld.
Het onderscheid tussen het contract van terbeschikkingstelling van personeel en het aannemingscontract of onderaannemingscontract is soms moeilijk te maken. Evenwel is het onderzoek naar de juridische aard van de overeenkomst hier zonder belang want zowel in het ene als in het andere geval is de registratie als aannemer vereist wanneer het contract een werk in onroerende staat tot voorwerp heeft, ofwel een van de handelingen bedoeld in 2° tot 4° van het algenoemde artikel 1.
3. Landbouwdiensten
Nummer 400/19
Werk in onroerende staat met een landbouwkarakter is bedoeld in art. 1, KB 5.10.1978. Zij die dergelijk werk verrichten (de zogenaamde agrarische loonwerkers) komen bijgevolg in aanmerking voor de registratie als aannemer, voor zover, wel te verstaan, de andere voorwaarden vervuld zijn.
Hierna volgt een niet beperkende lijst van deze werken :
- ploegen, frezen of eggen van gronden;
- zaaien en precisiezaaien;
- zaaien en sproeien;
- zaaien en microgranulaat toevoegen;
- sproeien;
- vernevelen;
- verstuiven;
- maaien;
- hakselen, kneuzen;
- vlastrekken;
- oogstwerken - maaidorsen;
- rooien van aardappelen;
- bieten;
- maïs (hakselen);
- maïsgraandorsen;
- grove groenten (bonen, erwten, cichoreien, schorseneren, ...);
- fruitplukken, -oogsten;
- strooien van kalkstoffen, meststoffen en grondverbeteringsmiddelen, spreiden van mest en gier;
- snoeien van bomen en heggen;
- planten;
- graven van grachten;
- reinigen van grachten (mechanisch of chemisch);
- reiten van waterlopen;
- draineren;
- stalontsmetting;
- grondontsmetting;
- besproeiïng;
- irrigatie.
1. Verkoopscontract - aannemingscontract
Nummer 400/20
De maatregelen die het voorwerp zijn van de art. 400 tot 404, WIB 92 beogen slechts het aannemingscontract, met uitsluiting van het verkoopscontract.
Men heeft met een aannemingscontract respectievelijk een verkoopscontract te maken wanneer de uitvoering van de werken in onroerende staat al dan niet afhangt van de wil van de toekomstige eigenaar.
Aldus vormt bijvoorbeeld een aannemingscontract, de overeenkomst die of de verkoop op plan van een gebouw, of de verkoop in de staat waarin het zich bevindt van een gebouw in oprichting vergezelt, en luidens dewelke de koper zich voorneemt of bepaalde wijzigingen te doen aanbrengen van de op plan voorziene werken of niet voorziene werken te doen uitvoeren, of de oprichting van het gebouw te doen voltooien.
2. Promotors of projectontwikkelaars
Nummer 400/21
Een promotor of projectontwikkelaar die uitsluitend gronden en/of gebouwen verkoopt, verricht geen werkzaamheid vermeld in art. 1, KB 5.10.1978, zelfs niet wanneer hij appartementen verkoopt op plan of tijdens de oprichting.
Wanneer hij evenwel naast verkoopcontracten ook aannemingscontracten sluit (zie 400/20) verricht hij een in art. 1, KB 5.10.1978 vermelde werkzaamheid.
3. Levering van betonprodukten
Nummer 400/22
De levering van stortklaar beton in de bekisting van een bouwwerk, of in funderingen is evenals de levering van "pompbeton", een werkzaamheid die vermeld is in genoemd art. 1, KB 5.10.1978. Dit is ook het geval voor de levering van holle welfsels of vloerbeschotten die gepaard gaat met het leggen ervan op gereedgemaakte kelders of gemetselde muren. Dit is echter niet zo indien de welfsels of beschotten voorlopig worden neergelegd op de bouwplaats in afwachting van een definitieve ordening.
4. Levering met plaatsing van een roerend goed in een gebouw
Nummer 400/23
De levering met plaatsing van een roerend goed, dat niet wordt ingelijfd in een gebouw of in een ander uit zijn aard onroerend goed maar dat op eenvoudige wijze wordt vast-gemaakt aan een gebouw, is geen werk in onroerende staat. Met betrekking tot een dergelijke levering kan het bepaalde in de art. 400 tot 404, WIB 92 alleen maar van toepassing zijn wanneer ze uitdrukkelijk is vermeld in art. 1, 2° of 3°, KB 5.10.1978 (bv. installatie voor centrale verwarming, sanitaire installatie, electrische installatie -zie 400/9 tot 16).
Met name machines, toestellen en apparatuur, in het bijzonder voor industriële installatie, of voorwerpen voor dagelijks gebruik voor normale uitrusting of voor versiering, blijven in beginsel roerend of worden ten hoogste onroerend door bestemming. De regeling ingesteld bij de art. 400 tot 404, WIB 92 is derhalve niet van toepassing op de levering met aanhechting aan een onroerend goed van dergelijke goederen, zelfs niet wanneer de aanhechting een werk in onroerende staat van geringe omvang vereist, behoudens wanneer het gaat om handelingen die uitdrukkelijk zijn vermeld in genoemd art. 1, 2° en 3°.
Voorbeelden
1° Levering van een werktuigmachine die wordt verankerd in een betonnen voetstuk, ook al behelst de plaatsing het tot stand brengen van een voetstuk.
2° Levering van een machine, die wordt vastgevezen in de grond en aangesloten op leidingen voor water, lucht of electriciteit.
3° Levering van een koeltoonbank met vasthechting aan de vloer door middel van cement of lijm of door inmetseling van aan de toonbank bevestigde steunpunten.
4° Levering met aanhechting aan een gebouw van spiegels, kapstokken, hangkasten in een vestiaire, hangklokken.
5° Levering met plaatsing van podiums of kipzetels door ze vast te schroeven in de vloer van spektakelzalen.
Het bepaalde in de art. 400 tot 404, WIB 92 is uiteraard evenmin van toepassing op onderhouds- en herstellingswerken aan op dergelijke wijze geplaatste goederen.
Maar die bepaling is wel toepasselijk wanneer bovenbedoeld werk in onroerende staat van geringe omvang wordt verricht niet door de verkoper maar door een derde. Ze is bovendien toepasselijk wanneer aan het gebouw waarin de machines, toestellen, apparatuur of voorwerpen dienen te worden geplaatst, en ter voorbereiding van die plaatsing, een meer omvangrijk werk in onroerende staat wordt verricht, door een derde of zelfs door de verkoper, zoals omvormings- of aanpassingswerk (verstevigen van vloeren en/of muren, slopen of hermetselen van muren, plaatsen van leidingen voor water, gas of electriciteit, enz.).
5. Onderhoud van gebouwen, terreinen, enz.
Nummer 400/24
Het wassen van ruiten is bedoeld in art. 1, KB 5.10.1978. Ook de prestaties die neerkomen op het onderhouden van onroerende goederen als parken, hoven, voetbalvelden, enz. zijn bedoeld.
6. Waterzuiveringsstations
Nummer 400/25
Een waterzuiveringsstation, bestaande uit belangrijke gemetselde, betonnen of metalen constructies, zoals bekkens of reservoirs van grote afmetingen is voor het geheel een onroerend goed uit zijn aard, met inbegrip van de toestellen en apparaten waarmede het is uitgerust. De bouw van een dergelijk waterzuiveringsstation is bijgevolg een handeling bedoeld in art. 1, KB 5.10.1978.
7. Werkzaamheden van intellectuele aard betreffende werk in onroerende staat
Nummer 400/26
Zijn hier niet bedoeld, studie- en controlewerkzaamheden van architecten, landmeters en ingenieurs met het oog op de voorbereiding of de coördinatie van werken in onroerende staat.
8. Facturen die zowel in art. 1, KB 5.10.1978 vermelde werkzaamheden als er niet vermelde werkzaamheden betreffen
Nummer 400/27
De inhouding van 2 x 15 % moet alleen gebeuren bij de betaling van werkzaamheden vermeld in art. 1, KB 5.10.1978. Dekt de factuur ook andere niet in dat art. 1 vermelde prestaties of leveringen dan moet die factuur worden uitgesplitst.
Wanneer een overeenkomst de levering en aanhechting omvat van goederen die een geheel uitmaken waarvan bepaalde delen, op het stuk van de BTW, onder de toepassing van art. 20, KB nr. 1, 29.12.1992 (BTW) vallen en andere niet, is in beginsel de regeling van de verlegging van de heffing alleen toepasselijk op wat is bedoeld in het evengenoemde art. 20 en moet derhalve, de factuur worden uitgesplitst.
Ter vereenvoudiging wordt evenwel aangenomen dat de regeling van de verlegging van de heffing op de gehele overeenkomst kan worden toegepast. Het is duidelijk dat in dat geval de betrokken partijen de verplichtingen moeten nakomen die hen ter zake worden opgelegd.
9. Een geregistreerde aannemer die werken uitvoert waarvoor hij niet geregistreerd is.
Nummer 400/28
Een geregistreerde aannemer op wie een beroep wordt gedaan voor het uitvoeren van werk in onroerende staat dat behoort tot categorieën waarvoor hij niet geregistreerd is, wordt, wat die werkzaamheden betreft, gelijkgesteld met een niet geregistreerde aannemer, met dien verstande dat iemand die geregistreerd is voor een bepaalde categorie, geacht wordt geregistreerd te zijn ten aanzien van de bijkomstige werken die hij uitvoert en die normaal voortvloeien uit of gepaard gaan met het hoofdwerk, ook al kunnen die bijkomstige werken als dusdanig bedoeld zijn in een andere categorie.
10. Twijfelgevallen
Nummer 400/29
Indien ter zake in bepaalde gevallen toch nog twijfels rijzen met betrekking tot de toepassingssfeer, kan het advies worden ingewonnen van de inspecteurs van de BTW.
IV. HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID
Nummer 400/30
Volgens de artikelen 400 tot 404, WIB 92 is eenieder die voor de uitvoering van de ter zake bedoelde werkzaamheden een beroep doet op iemand die niet geregistreerd is als aannemer, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden van zijn medecontractant. Het gaat om alle belastingschulden zonder onderscheid : voorheffingen, inkomstenbelastingen, met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, BTW, enz., en zelfs om buitenlandse belastingschulden.
De aansprakelijkheid is niet beperkt tot de belastingen die rechtstreeks verband houden met het uitgevoerde werk. Er is evenwel beperking tot :
- 35 % van de totale prijs (excl. BTW) van het werk;
- de belastingen van alle aard (belastingen, gelijkgestelde belastingen en voorheffingen) die verschuldigd zijn op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst en diegene waarvan het belastbaar feit zich ten laatste voordoet tijdens de periode van uitvoering van de werken, ongeacht het tijdstip van hun inkohiering.
B. BIJZONDER GEVAL : SCHRAPPING IN DE LOOP VAN DE UITVOERING VAN EEN OVEREENKOMST
Nummer 400/31
Indien, in de loop van de uitvoering van een overeenkomst, de registratie van de medecontractant wordt geschrapt, heeft die schrapping de hoofdelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgever niet tot gevolg (zie evenwel 402/5 voor de inhouding en storting van de 15 %).
