Commentaar van art. 407, WIB 92
ART. 407, WIB 92
| 407/0 | |
| 407/1-12 | |
| 407/1-2 | |
| 407/3-4 | |
| 407/5 | |
| 407/6 | |
| 407/7-8 | |
| 407/9-11 | |
| 407/12 |
Nummer 407/0
Art. 407. - Wanneer de storting, bedoeld in artikel 406, niet of niet volledig werd gedaan voor alle betalingen aan de onderaannemer voor een bepaalde werf, zijn de hoofdaannemer evenals de onderaannemer en alle volgende onderaannemers hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling in hoofdsom, verhogingen, kosten en interesten van :
1° alle bestaande belastingschulden;
2° alle bestaande schulden inzake voorheffingen;
3° de lopende bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de lonen uitbetaald voor de uitvoering van bedoelde werken;
4° de inkomstenbelastingen met betrekking tot de jaren tijdens welke bedoelde werken werden uitgevoerd, ongeacht de datum van vestiging van deze belasting, die de onderaannemer of iedere volgende onderaannemer, op wie een beroep werd gedaan, verschuldigd is.
Deze hoofdelijke aansprakelijkheid is ten opzichte van elke onderaannemer beperkt tot een som gelijk aan 50 pct. van het totaal bedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die voor een bepaalde werf werden uitbesteed. De stortingen bedoeld in artikel 406 worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid geldt.
De vennoten van de tijdelijke verenigingen of de verenigingen in deelneming zijn, voor de toepassing van dit artikel, hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale verplichtingen van onderaannemers waarmee zij gezamenlijk hebben gecontracteerd.
De Koning kan de toepassing van de artikelen 406 en 407 beperken tot de werven waarvan het totaal bedrag der werken hoger is dan een door Hem te bepalen bedrag.
II. ALGEMENE BEGINSELEN BETREFFENDE DE SANCTIE
Nummer 407/1
Wanneer de hoofdaannemer de in art. 406, WIB 92 bedoelde storting niet of niet volledig doet voor alle betalingen aan de onderaannemer voor een bepaalde werf, zijn de hoofdaannemer evenals de onderaannemer en alle volgende onderaannemers op grond van art. 407, WIB 92 hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van een onderaannemer op wie een beroep is gedaan.
Voorbeeld: hoofdaannemer A doet voor de uitvoering van werken ter waarde van 10.000.000 F een beroep op onderaannemer B. Onderaannemer B voert zelf werken uit voor een bedrag van 5.000.000 F en hij besteedt de rest van het werk uit aan onderaannemer C. Onderaannemer C kan slechts werken uitvoeren ter waarde van 4.000.000 F en hij doet daarom nog een beroep op onderaannemer D die de rest van het werk (ten bedrage van 1.000.000 F) uitvoert.
Gelet op de termen van de wet zijn:
A, B en C hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van D;
A, C en D hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van B;
A, B en D hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van C.
Onderaannemers B, C en D kunnen evenwel niet hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van hoofdaannemer A.
Volledigheidshalve wordt de aandacht erop gevestigd dat deze sanctie verschilt van die welke art. 30ter, § 3, van de programmawet heeft ingevoegd in de W 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Art. 30ter, § 3, bepaalt immers dat de hoofdaannemer, de onderaannemer en de verdere onderaannemers slechts hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden en de verplichtingen van deze onderaannemer. Volgens de interpretatie van de R.S.Z. kan dat enkel de eerste onderaannemer zijn (in het voorbeeld onderaannemer B).
Nummer 407/2
Deze sanctie wordt ook toegepast wanneer wordt vastgesteld dat aan de vrijstellingsvoorwaarden waarvan sprake in art. 406, 2e lid, WIB 92 en in art. 1, laatste lid, KB 19.03.1990 (zie 406/12 tot 406/15, Com.IB) niet is voldaan.
B. DRAAGWIJDTE VAN DE HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID
Nummer 407/3
Het feit dat een hoofdaannemer zijn verplichtingen niet nakomt bij de betaling aan zijn onderaannemer, heeft dus niet alleen voor hemzelf gevolgen, maar ook voor alle onderaannemers die bij de uitvoering van het werk betrokken zijn.
Nummer 407/4
De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt voor de betaling in hoofdsom, verhogingen, kosten en interesten van :
1° alle bestaande belastingschulden;
2° alle bestaande schulden inzake voorheffingen;
3° de lopende BV op de lonen die worden uitbetaald voor de uitvoering van bedoelde werken;
4° de inkomstenbelastingen met betrekking tot de jaren waarin die werken zijn uitgevoerd, ongeacht de datum van vestiging van die belasting, die de onderaannemer of iedere volgende onderaannemer, op wie een beroep is gedaan, verschuldigd is.
C. BEPERKING VAN DE HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID
Nummer 407/5
De hoofdelijke aansprakelijkheid is evenwel ten opzichte van iedere onderaannemer beperkt tot 50 % van het totale bedrag, exclusief BTW, dat voor een bepaalde werf is uitbesteed. Bovendien worden de stortingen van de hoofdaannemer in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid geldt.
Voorbeeld: in het onder 407/1, Com.IB uitgewerkte voorbeeld bedraagt het totale bedrag van de werken die voor een bepaalde werf zijn uitbesteed 10.000.000 F.
De hoofdaannemer en de onderaannemers, die naar het geval hoofdelijk aansprakelijk zijn, kunnen ieder ten belope van 50 % van 10.000.000 F worden aangesproken tot betaling van de schulden van de onderaannemer waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn.
Indien de hoofdaannemer en één of meerdere onderaannemers worden aangesproken, is het totale bedrag waarvoor zij gezamenlijk hoofdelijk aansprakelijk zijn, eveneens tot voormelde grens van 50 % beperkt.
In voorkomend geval kan de (gedeeltelijke) storting van de hoofdaannemer in mindering worden gebracht van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid geldt.
D. HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE VENNOTEN VAN DE TIJDELIJKE VERENIGINGEN OF VAN DE VERENIGINGEN IN DEELNEMING
Nummer 407/6
Om de omzeiling van de wettelijke bepalingen te vermijden, bepaalt art. 407, 3e lid, WIB 92 dat elke vennoot van tijdelijke verenigingen of van verenigingen in deelneming, voor de toepassing van dat artikel hoofdelijk aansprakelijk is voor de fiscale schulden van de onderaannemers met wie middels de tijdelijke vereniging of de vereniging bij wijze van deelneming gezamenlijk gecontracteerd is.
E. VERVOLGINGEN TEGEN DE HOOFDELIJK AANSPRAKELIJKE AANNEMER
Nummer 407/7
De hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden ingeroepen door de Ontv. die belast is met de invordering van de fiscale schulden van een onderaannemer waarvoor een vorige onderaannemer of de hoofdaannemer aansprakelijk kan worden gesteld. Vermits de hoofdelijke aansprakelijkheid voortvloeit uit de wet is het niet nodig een nieuwe titel te creëren. De vervolgingen tegen de hoofdelijke aansprakelijke aannemer kunnen dan ook worden ingesteld op basis van het uitvoerbare kohier op naam van de onderaannemer en met een verwijzing naar art. 407, WIB 92.
Nummer 407/8
Omdat de hoofdelijke aansprakelijkheid ook geldt wanneer de hoofdaannemer een onvolledige storting heeft gedaan of wanneer achteraf wordt vastgesteld dat hij ten onrechte de vrijstelling heeft doen gelden, dient de bijzondere Ontv. de in 406/15, Com.IB bedoelde Hfd.cr., d.i. de Hfd.cr. onder wiens ambtsgebied de hoofdaannemer ressorteert, onmiddellijk op de hoogte te brengen, van de vastgestelde tekortkomingen.
F. CONTROLEMAATREGELEN - TAKEN VAN DE AANSLAGDIENSTEN
1. Verificatie van de aangiften
Nummer 407/9
De aanslagambtenaar die een aangifte onderzoekt van een aannemer die als hoofdaannemer is opgetreden voor de uitvoering van in 406/2, Com.IB bedoelde werken, moet nagaan of de bepalingen van art. 406, WIB 92 juist zijn toegepast.
Daartoe kan hij nuttig gebruik maken van de hem toegestuurde inlichtingen (zie 406/15 en 407/8, Com.IB).
Het spreekt vanzelf dat hij ook gebruik kan maken van de hem geboden mogelijkheid om de dagelijkse lijst van de op een werf tewerkgestelde werknemers te controleren (zie 405/6, 2°, Com.IB). Zo nodig kan hij met naleving van de daartoe voorgeschreven procedure, voor de uitoefening van die controle een beroep doen op de medewerking van de opsporingssecties (zie Deel II, Titel I, Handl. "Taxatie").
2. Aan de Ontv. mede te delen inlichtingen
Nummer 407/10
Wanneer de aanslagambtenaar vaststelt dat de bepalingen van art. 406, WIB 92 niet zijn nageleefd (bijvoorbeeld geen inhouding of storting, ten onrechte genoten vrijstelling, door RSZ medegedeelde onregelmatigheden), moet hij het nodige doen om de Ontv. die voor de onderaannemers bevoegd is in kennis te stellen van de in zijn bezit zijnde gegevens zodat zij de vastgelegde sanctie (toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid, zie 407/1 tot en met 407/8, Com.IB) kunnen uitvoeren.
Om de Ontv. in staat te stellen met kennis van zaken tot de toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid over te gaan, moet de aanslagambtenaar per onderaannemer die hem bekend is, de volgende inlichtingen verstrekken:
1° de volledige identiteit van de onderaannemer voor wiens belastingschulden de hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden toegepast;
2° de volledige identiteit van de hoofdaannemer en de onderaannemers die hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de belastingschulden van de betrokken onderaannemer;
3° de waarde van de werf - indien gekend - die is uitbesteed;
4° de eventueel door de hoofdaannemer gedane inhoudingen en stortingen;
5° de collega's-Ontv. aan wie een mededeling is gezonden met betrekking tot dezelfde hoofdaannemer en, eventueel, onderaannemers.
Indien nodig moet hij aan de bevoegde plaatselijke Ontv. de door dezen gevraagde verduidelijkingen verstrekken, voor zover die inlichtingen zich in het aanslagdossier bevinden.
Nummer 407/11
In voorkomend geval moet ook de sociale inspectie van het ministerie van sociale zaken van de gedane vaststellingen in kennis worden gesteld door middel van het drukwerk 281D (zie Handl. "Taxatie", 13/6116).
Nummer 407/12
In het 4e lid van art. 407, WIB 92 wordt ook gesteld dat de Koning de toepassing van de art. 406 en 407, WIB 92 kan beperken tot de werven waarvan het totaal bedrag van de werken hoger is dan het door Hem te bepalen bedrag. Dat bedrag werd tot op heden evenwel niet vastgelegd zodat de wet moet worden nageleefd voor alle werven die, ongeacht het bedrag van de werken, betrekking hebben op de in 406/2, Com.IB opgesomde werkzaamheden.
