Commentaar van art. 408, WIB 92
ART. 408, WIB 92
| 408/0 | |
| 408/1-3 |
Nummer 408/0
Art. 408. - § 1. De artikelen 405 en 407 blijven van toepassing in geval van faillissement of elke andere samenloop van schuldeisers alsook bij cessie, beslag onder derden, inpandgeving en inbetalinggeving.
§ 2. De in § 1 vermelde artikelen zijn niet van toepassing op:
1° het verbouwen, het inrichten, het herstellen, het onderhouden of het reinigen van een bestaande individuele woongelegenheid;
2° het bouwen van een eengezinswoning die anders dan in groepsverband wordt opgericht op initiatief en voor rekening van een particulier. De Koning omschrijft het begrip groepsverband.
De artikelen 405 tot 407 zijn evenmin van toepassing op particulieren ten aanzien van de enige woongelegenheid die zij laten oprichten.
II. NIET-BEOOGDE WERKZAAMHEDEN
Nummer 408/1
De wet bepaalt dat de bijzondere maatregelen tegen de activiteiten van de koppelbazen niet van toepassing zijn op:
- het verbouwen, het inrichten, het herstellen, het onderhouden of het reinigen van een bestaande individuele woongelegenheid;
- het bouwen van eengezinswoning die anders dan in groepsverband wordt opgericht op initiatief en voor rekening van een particulier;
- particulieren ten aanzien van de enige woongelegenheid die zij laten oprichten.
De tekst van dit art. is volledig dezelfde als die van art. 404, WIB 92. Er wordt dan ook verwezen naar de commentaar op dat art.
Nummer 408/2
Zoals voor de toepassing van de art. 400 tot 403, WIB 92 wordt een eengezinswoning geacht in groepsverband te zijn opgericht :
1° wanneer in een bepaalde verkaveling, wijk of straat, meer dan twee gelijkwaardige eengezinswoningen worden opgericht door een zelfde hoofdaannemer of door bemiddeling van iemand wiens geregelde werkzaamheid erin bestaat gebouwen op te richten of te laten oprichten om ze voor, tijdens of na de oprichting, onder bezwarende titel geheel of ten dele te vervreemden;
2° wanneer de particulier op initiatief en voor wiens rekening ze wordt opgericht, voor het sluiten van de overeenkomsten die de in art. 1, KB 05.10.1978 tot uitvoering van o.a. art. 299ter, § 6, 2°, WIB ( art. 408, § 2, 2°, WIB 92)bedoelde werkzaamheden tot voorwerp hebben, een beroep heeft gedaan op de tussenkomst van iemand wiens geregelde werkzaamheid erin bestaat tussenkomst te verlenen bij het sluiten van zulke overeenkomsten of bij de verkoop of de verhuur van onroerende goederen.
In het kader van de toepassing van de art. 405 tot 407, WIB 92 moeten de hiervoor bedoelde bepalingen worden beperkt tot de overeenkomsten die de in het KB 26.03.1990 vermelde werkzaamheden tot voorwerp hebben (zie 406/2, Com.IB).
Nummer 408/3
Volgens een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie blijven de art. 400 tot 403, WIB 92 onverkort van toepassing in geval van samenloop met andere schuldeisers (Cass. 11.06.1987, Bull. 667, blz. 2500; Cass. 08.10.1987, Bull. 675, blz. 1520; Cass. 19.12.1988, Bull. 694, blz. 1424; Cass. 28.04.1988, F.J.F. 1988, blz. 356; Cass. 23.02.1989, J.T. 29.04.1989, nr. 5504, blz. 270 - alleen R.S.Z.).
Ten einde nieuwe betwistingen te vermijden stelt de wetgever thans uitdrukkelijk dat de art. 405 tot 407, WIB 92 moeten worden nageleefd in geval van faillissement of elke andere samenloop van schuldeisers, alsook bij cessie, beslag onder derden, inpandgeving of inbetalinggeving.
