Commentaar van art. 4, WIB 92
| 4/0 | |
| 4/1 | |
| 4/2 | |
| 4/3-5 | |
| 4/6 | |
| 4/7 | |
| 4/8 | |
| 4/9 | |
| 4/10 | |
| 4/11-12 | |
| 4/13 | |
| 4/14 | |
| 4/15-16 | |
| 4/17-18 | |
| 4/19-21 | |
| 4/22-24 | |
| 4/25 | |
| 4/26 | |
| 4/27-28 | |
| 4/29-33 | |
| VIII. Kaderleden van buitenlandse ondernemingen of van ondernemingen onder buitenlandse controle | 4/34 |
Nummer 4/0
Art. 4. [De tekst van art. 4, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1995] - Aan de personenbelasting zijn niet onderworpen :
1° de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en de consulaire beroepsambtenaren die in België zijn geaccrediteerd alsmede hun inwonende gezinsleden;
2° op voorwaarde van wederkerigheid, de andere leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits de betrokkenen de Belgische nationaliteit niet bezitten of niet duurzaam verblijf houden in België;
3° op voorwaarde van wederkerigheid, de ambtenaren, vertegenwoordigers en afgevaardigden van vreemde Staten of van staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan of van een buitenlands publiekrechtelijk lichaam mits de betrokkenen de Belgische nationaliteit niet bezitten of niet duurzaam verblijf houden in België en hun diensten niet verstrekken in het kader van enig handels- of nijverheidsbedrijf.
Nummer 4/1
Gelet op de aard van hun in België uitgeoefende werkzaamheden, stelt art. 4, WIB 92 (in sommige gevallen onder voorwaarde van wederkerigheid) verschillende categorieën van vreemdelingen uitdrukkelijk vrij van de PB. Die personen worden met niet-rijksinwoners gelijkgesteld en zijn als dusdanig in principe [Onverminderd de in de art. 230, 4° en 231, 2°, WIB 92, bepaalde vrijstellingen] aan de BNI/nat.pers. onderworpen overeenkomstig de bepalingen van art. 227, 1°, WIB 92.
III. IN BELGIE GEACCREDITEERDE BUITENLANDSE DIPLOMATIEKE AMBTENAREN EN CONSULAIRE BEROEPSAMBTENAREN EN HUN INWONENDE GEZINSLEDEN
Nummer 4/2
Krachtens art. 4, 1°, WIB 92 zijn de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren die in België zijn geaccrediteerd, alsmede hun inwonende gezinsleden, niet aan de PB onderworpen.
Nummer 4/3
Tot de categorie van de niet aan de PB onderworpen in België geaccrediteerde buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire ambtenaren behoren :
- de buitenlandse diplomatieke ambtenaren, d.w.z. de ambtenaren die de hoedanigheid van diplomaat bezitten, die verbonden zijn aan diplomatieke zendingen en aan vertegenwoordigingen die met die zendingen zijn gelijkgesteld; zij bezitten het eigenlijke diplomatiek statuut (zie mutatis mutandis 3/23);
- de buitenlandse consulaire beroepsambtenaren, d.w.z. de ambtenaren van de zendstaat die voor een bepaald gebied in België zijn aangesteld om de onderdanen van de zendstaat bij te staan en de handelsbelangen te behartigen (zie mutatis mutandis 3/29).
Nummer 4/4
De diplomatieke ambtenaren worden onderscheiden in hoofde van diplomatieke zendingen (ambassadeurs, gevolmachtigde ministers, gezanten en zaakgelastigden) en andere diplomatieke ambtenaren (raden, ministerraden, secretarissen en attachés);
De consulaire beroepsambtenaren worden ingedeeld in consulsgeneraal, consuls, vice-consuls en proconsuls, consulaire agenten en consulaatsattachés, die de eigenlijke consulaire rang bezitten.
Nummer 4/5
Krachtens art. 4, 1°, in fine, WIB 92, worden de inwonende gezinsleden van de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren aan hetzelfde belastingstelsel onderworpen als die ambtenaren zelf.
Als inwonende gezinsleden kunnen worden aangemerkt, de echtgenoot en de kinderen die deel uitmaken van het gezin van de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en consulaire beroepsambtenaren.
Nummer 4/6
Art. 4, 1°, WIB 92, heeft geen weerslag op het belastingstelsel dat van toepassing is op de buitenlandse ere-consuls die in België erkend zijn; als zij de hoedanigheid van rijksinwoner hebben, zijn zij aan de PB onderworpen.
IV. ANDERE LEDEN VAN BUITENLANDSE DIPLOMATIEKE ZENDINGEN EN CONSULAIRE POSTEN IN BELGIE EN HUN INWONENDE GEZINSLEDEN
Nummer 4/7
Overeenkomstig art. 4, 2°, WIB 92 zijn - onder bepaalde voorwaarden - de andere leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België, alsmede hun inwonende gezinsleden, van de PB vrijgesteld.
Nummer 4/8
De in art. 4, 2°, WIB 92 bedoelde personen zijn :
- de leden van het administratief en technisch personeel van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België;
- de leden van het bedienend personeel van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België;
- de particuliere bedienden (personen die in de huishoudelijke dienst van buitenlandse diplomatieke ambtenaren, van consulaire beroepsambtenaren of van overige personeelsleden van diplomatieke zendingen of consulaire posten in België werkzaam zijn - zie mutatis mutandis 3/33);
- de inwonende gezinsleden van de hierboven vermelde personen (d.w.z. de echtgenoot en de kinderen die deel uitmaken van hun gezin).
C. VOORWAARDEN VOOR DE VRIJSTELLING
Nummer 4/9
De vrijstelling van de PB wordt slechts aan de in 4/8 bedoelde personen toegestaan indien voldaan is aan :
- de voorwaarde van wederkerigheid, d.w.z. mits de zendstaat hetzelfde gunststelsel verleent aan personen van buitenlandse nationaliteit die op haar grondgebied werkzaam zijn in dienst van een Belgische ambassade of consulaat.
De lijst die is opgenomen in 230/19 laat, voor de verschillende categorieën van in 4/8 vermelde personen, toe vast te stellen welke landen de voorwaarde van wederkerigheid vervullen;
- de nationaliteitsclausule, d.w.z. dat die personen de Belgische nationaliteit niet mogen bezitten;
- de voorwaarde dat zij geen duurzaam verblijf houden in België.
Houden in de praktijk duurzaam verblijf in België, de personen die, op het ogenblik van hun aanwerving in dienst van een in België gevestigde diplomatieke zending of consulaire post (of op het ogenblik van de aanwerving van de diplomatieke of consulaire ambtenaar van wiens gezin zij deel uitmaken), op fiscaal vlak als rijksinwoners in de zin van art. 3, WIB 92, moeten worden aangemerkt.
Het betreft meestal personen die hun fiscale woonplaats om welke reden ook in België hadden (b.v. omdat zij er werden geboren, of er reeds een beroepswerkzaamheid uitoefenden vóór hun indiensttreding bij een buitenlandse zending of een personeelslid van die zending). Hierbij wordt opgemerkt dat de tijd die zij in België hebben verbleven om een betrekking bij een internationale organisatie in België uit te oefenen, niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij uit hoofde van de uitoefening van die dienstbetrekking de "exceptie van fiscale woonplaats" genoten.
Nummer 4/10
Ter zake is gevonnist dat een persoon van Duitse nationaliteit, die als lid van het administratief en technisch personeel (bediende) bij de ambassade van Australië te Brussel is tewerkgesteld, als niet-verblijfhouder moet worden beschouwd op grond van art. 4, 2°, WIB 92, daar Australië hetzelfde gunstregime verleent aan personen van buitenlandse nationaliteit die op zijn grondgebied gelijkaardige functies uitoefenen voor rekening van Belgische openbare machten (Brussel, 26.6.1983, L.K., Fiscale Jurisprudentie, 84/3);
Nummer 4/11
Personen van Belgische nationaliteit die in België bij zendingen, posten enz. van vreemde staten zijn tewerkgesteld, zijn aan de PB onderworpen indien zij rijksinwoner zijn krachtens art. 3, WIB 92.
Nummer 4/12
...
V. ANDERE BUITENLANDSE AMBTENAREN
Nummer 4/13
Krachtens art. 4, 3°, WIB 92 zijn - onder bepaalde voorwaarden - de ambtenaren, vertegenwoordigers en afgevaardigden van vreemde staten of van staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan of van een buitenlands publiekrechtelijk lichaam, eveneens van de PB vrijgesteld.
Nummer 4/14
Hier worden o.m. bedoeld :
- de buitenlandse openbare ambtenaren (andere dan de in 4/3 en 4/8 bedoelde personen) die tijdelijk in België verblijven met een welbepaalde opdracht, buiten de diplomatieke zendingen of consulaire posten om, in dienst van een vreemde Staat die door België diplomatiek is erkend of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan;
- de buitenlandse openbare ambtenaren en personeelsleden in dienst van in België gevestigde publiekrechtelijke lichamen (scholen, culturele instellingen, enz.) van vreemde staten die door België diplomatiek zijn erkend.
C. VOORWAARDEN VOOR DE VRIJSTELLING
Nummer 4/15
De vrijstelling van de PB wordt slechts aan de in 4/14 bedoelde personen toegestaan indien voldaan is aan :
- de voorwaarde van wederkerigheid, d.w.z. mits de staat waartoe de openbare overheid of het publiekrechtelijk lichaam behoort, hetzelfde gunststelsel verleent aan personen van buitenlandse nationaliteit, die op zijn grondgebied gelijkaardige functies uitoefenen voor rekening van Belgische openbare overheden of Belgische publiekrechtelijke lichamen;
- de nationaliteitsclausule, d.w.z. dat die personen de Belgische nationaliteit niet mogen bezitten;
- de voorwaarde dat zij geen duurzaam verblijf houden in België (zie 4/9);
- de voorwaarde dat die personen hun diensten niet verstrekken in het kader van enig handels- of nijverheidsbedrijf, d.w.z. dat de buitenlandse openbare overheid of publiekrechtelijk lichaam waar zij werkzaam zijn zich in België niet met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard mogen inlaten.
Nummer 4/16
De lijst die is opgenomen in 230/19 maakt het, voor de in 4/14 vermelde personen, mogelijk vast te stellen welke landen de voorwaarde van wederkerigheid vervullen.
Voor elke staat is, met inachtneming van de ten opzichte van België geldende wederkerigheid, de meest gunstige regeling voor die personen in aanmerking genomen.
Voor de landen die niet in die lijst zijn opgenomen, moeten de gevallen aan het Hoofdbestuur (dir. I/3 A) worden onderworpen wanneer de wederkerigheid niet vroeger werd vastgesteld of niet uit internationale overeenkomsten voortvloeit.
VI. AMBTENAREN VAN INTERNATIONALE ORGANISATIES
Nummer 4/17
De vraag of een internationaal ambtenaar die bij een in België gevestigde internationale organisatie is tewerkgesteld, onderworpen is aan de PB of aan de BNI/nat.pers., moet worden beantwoord aan de hand van de bepalingen van de art. 3 en 4, WIB 92.
Alhoewel art. 4, WIB 92, de van PB vrijgestelde personen beperkenderwijze opsomt, doet het geen afbreuk aan de belastingvrijstelling inzake PB ten voordele van sommige ambtenaren van internationale organisaties. Die belastingvrijstelling is ingesteld door de vigerende internationale verdragen die beletten dat sommige internationale ambtenaren als inwoner van België worden beschouwd.
Nummer 4/18
België heeft met een 50-tal internationale instellingen verdragen gesloten en de meeste daarvan bevatten bepalingen betreffende de belastingregeling van ambtenaren of leden van die instellingen (zie Wetboek, deel V, rubriek 4).
Op grond van het organiek charter van de organisaties kunnen aldus drie categorieën van ambtenaren worden onderscheiden :
- de internationale ambtenaren met diplomatiek statuut die vrijgesteld zijn van de PB;
- de internationale ambtenaren zonder diplomatiek statuut maar die exceptie van fiscale woonplaats genieten en derhalve eveneens van de PB zijn vrijgsteld (o.m. personeelsleden van de Europese Gemeenschappen);
- de internationale ambtenaren die noch het diplomatiek statuut noch exceptie van fiscale woonplaats genieten en naar gelang van de feitelijke omstandigheden op basis van het interne recht als rijksinwoners of als niet-rijksinwoners respectievelijk aan de PB of aan de BNI/nat.pers. zijn onderworpen.
B. INTERNATIONALE AMBTENAREN MET DIPLOMATIEK STATUUT
Nummer 4/19
Sommige hogere ambtenaren in dienst van internationale organisaties genieten in beginsel dezelfde diplomatieke voorrechten en immuniteiten als die welke gewoonlijk worden verleend aan het diplomatiek personeel van overeenkomstige rang van diplomatieke zendingen.
Dit houdt in dat zulke ambtenaren die bij de in België gevestigde internationale organisaties of bij in België gelegen kantoren van deze organisaties zijn tewerkgesteld, met niet-rijksinwoners worden gelijkgesteld. Zij zijn aldus in beginsel aan de BNI/nat.pers. in plaats van aan de PB onderworpen ter zake van hun in België behaalde of verkregen inkomsten.
Nummer 4/20
In de meeste verdragen is echter bepaald dat België de voormelde diplomatieke voorrechten en immuniteiten slechts moet verlenen indien voldaan is aan :
1° de nationaliteitsclausule, d.w.z. dat die personen de Belgische nationaliteit niet mogen bezitten;
2° de voorwaarde dat ze geen "bestendig inwoner" van België zijn. In de praktijk moet als "bestendig inwoner" van België worden aangemerkt de persoon die, op het ogenblik van zijn tewerkstelling in dienst van een in België gevestigde internationale organisatie of van een in België gelegen kantoor van zulke organisatie, onder fiscaal oogpunt als een Belgisch rijksinwoner in de zin van art. 3, WIB 92 moet worden beschouwd. Het betreft meestal personen die hun fiscale woonplaats om welke reden ook in België hadden (bv. omdat zij er werden geboren en steeds hebben verbleven, of er reeds een beroepswerkzaamheid uitoefenden vóór hun indiensttreding bij een internationale organisatie).
Nummer 4/21
Hierbij wordt opgemerkt dat de tijd die zij in België hebben verbleven om een betrekking bij een andere internationale organisatie in België uit te oefenen, niet in aanmerking wordt genomen, voor zover zij uit hoofde van de uitoefening van die dienstbetrekking reeds de "exceptie van fiscale woonplaats" genoten (zie dienaangaande het bepaalde in 4/22).
De gezinsleden van die personen zijn, op voorwaarde dat zij noch Belgisch onderdaan zijn noch bestendig inwoner van België zijn en daadwerkelijk deel uitmaken van het gezin van die ambtenaren, eveneens vrijgesteld van de PB.
C. INTERNATIONALE AMBTENAREN ZONDER DIPLOMATIEK STATUUT
Nummer 4/22
Onder de internationale ambtenaren zonder diplomatiek statuut moet een onderscheid worden gemaakt tussen hen die wel en hen die geen exceptie van fiscale woonplaats genieten.
Bepaalde internationale verdragen waarbij België verdragsluitende partij is, bevatten een zogenaamde clausule van "exceptie van fiscale woonplaats", op grond waarvan de personen die zich uitsluitend voor de uitoefening van hun werkzaamheden in dienst van sommige internationale instellingen vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat dan die waar zij hun fiscale woonplaats bezitten op het ogenblik van hun indiensttreding, in de beide staten geacht worden hun oude fiscale woonplaats te hebben behouden. Onder bepaalde voorwaarden geldt deze clausule ook voor de echtgenoot en de kinderen van de personaliteiten, functionarissen of ambtenaren van de desbetreffende instellingen. Een dergelijke clausule is in het bijzonder neergelegd in art. 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen (zie Wetboek, deel V, rubriek 4, bijlage XVIII) en in art. 12 van het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van het Europees Universitair Instituut (zie Wetboek, deel V, rubriek 4, bijlage XXXI).
Nummer 4/23
De internationale ambtenaren die aldus de exceptie van fiscale woonplaats kunnen doen gelden worden, zelfs indien zij zich metterwoon in België hebben gevestigd, onttrokken aan de werkingssfeer van de PB. Inzake inkomstenbelastingen is hun status die van niet-rijksinwoner. Voor hun andere in België verkregen inkomsten dan de officiële bezoldigingen die zij van de internationale organisatie ontvangen (en die meestal van Belgische belastingen zijn vrijgesteld ingevolge het organiek charter) gelden derhalve de regels van de BNI/nat.pers.
Nummer 4/24
Voor de ambtenaren die niet de exceptie van fiscale woonplaats genieten, moet aan de hand van de feitelijke omstandigheden worden uitgemaakt of zij als rijksinwoner (art. 3, WIB 92) of als niet-rijksinwoner (art. 4 en 227, 1°, WIB 92) moeten worden aangemerkt.
De ambtenaren die aldus als rijksinwoner moeten worden beschouwd, zijn aan de regels van de PB onderworpen. De officiële bezoldigingen die zij van de organisatie ontvangen kunnen evenwel op grond van het organiek charter van de organisatie van PB zijn vrijgesteld (eventueel met progressievoorbehoud).
D. REGELING VAN DE FISCALE TOESTAND VAN DE ECHTGENOTEN
Nummer 4/25
De fiscale toestand van de echtgenoot van een internationaal ambtenaar wordt als volgt geregeld :
- indien de echtgenoot-ambtenaar het diplomatiek statuut bezit of aanspraak kan maken op de exceptie van fiscale woonplaats en de andere echtgenoot als rijksinwoner moet worden beschouwd (om reden dat hij een beroepwerkzaamheid uitoefent) : de twee echtgenoten worden aangemerkt als twee afzonderlijke belastingplichtigen die aan verschillende belastingen onderworpen zijn (BNI/nat.pers. voor de echtgenoot-ambtenaar en PB voor de andere echtgenoot), waarbij geen mogelijkheid tot samenvoeging van de inkomsten van de echtgenoten bestaat;
- indien de echtgenoot-ambtenaar uitsluitend de vrijstelling van zijn officiële bezoldigingen geniet (zonder progressievoorbehoud) en beide echtgenoten aan de PB zijn onderworpen : de twee echtgenoten worden als alleenstaanden aangemerkt, wanneer de beroepsinkomsten van de echtgenoot-ambtenaar meer dan 270.000 F [Dit bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92, en bedraagt :
- 288.000 F voor aj. 1992;
- 297.000 F voor de aj. 1993 tot 1996] bedragen (art. 128, eerste lid,4°, WIB 92) .
Nummer 4/26
Wat het particulier personeel in de huishoudelijke dienst van internationale ambtenaren met diplomatiek statuut betreft, wordt opgemerkt dat noch in het interne recht noch in het organiek charter van de internationale organisaties specifieke bepalingen inzake belastingregeling voorkomen.
Op grond van internationale hoffelijkheid en wederkerigheid genieten die personen echter hetzelfde belastingstelsel als het buitenlands dienstpersoneel van de eigenlijke diplomatieke ambtenaren, voor zover zij van vreemde nationaliteit zijn en geen "permanent inwoner" van België zijn (d.w.z. vrijstelling van PB en in beginsel onderworpen aan de BNI/nat.pers. en bijgevolg vrijstelling van bedrijfsvoorheffing op hun bezoldigingen door de gelijktijdige toepassing van de art. 4, 2°, en 231, 2°, WIB 92).
1. Ambtenaren van de Noordatlantische Vergadering
Nummer 4/27
Overeenkomstig art. 22, 1°, tweede lid, W 14.8.1974 betreffende het statuut in België van de Noordatlantische Vergadering, is de vrijstelling betreffende de wedden en bezoldigingen (zoals voorzien in het 1e lid) niet van toepassing op de personen die Belgische onderdanen zijn of die in het Rijk woonden alvorens in dienst te treden bij de zetel van de Vergadering in België.
Blijkens de wetsgeschiedenis moet onder "personen die in het Rijk woonden" worden verstaan, de personen die met een hoge graad van continuïteit hun werkelijke woonplaats in België hadden.
Het arrest van het Hof van Beroep schendt art. 22, 1°, tweede lid van de voormelde wet niet door het begrip "in het Rijk wonen" te interpreteren op grond van het criterium dat de in het arrest van het Hof van Beroep vermelde feitelijke omstandigheden aantonen dat de betrokkene gedurende een voldoende lange termijn in België een daadwerkelijk en onafgebroken verblijf had (Cass. 14.9.1990, L.D., Bull. 709, blz. 2325).
2. Ambtenaren van de Benelux Economische Unie
Nummer 4/28
Het Benelux-Gerechtshof heeft in zijn arrest van 20.5.1983 beslist dat de beambten van de Benelux Economische Unie geen belastingimmuniteit t.a.v. de Belgische wet kunnen inroepen en dat zij op grond van het statuut van de Unie niet kunnen worden gelijkgesteld met ambtenaren van een vreemde Staat, onverminderd de bijzondere bepalingen m.b.t. de secretaris-generaal.
In hetzelfde arrest werd beslist dat de door de Unie uitbetaalde salarissen en pensioenen op grond van het statuut van de Unie niet kunnen worden beschouwd als zijnde uitbetaald of verworven in een vreemde Staat, aangezien de Unie geen volkenrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft en niet met een vreemde staat kan worden gelijkgesteld.
Appellante kan zich bijgevolg niet beroepen op de fiscale immuniteit voorzien in art. 4, 2°, WIB 92 n de mate dat in dit artikelverwezen wordt naar de ambtenaren van vreemde staten of hun politieke onderverdelingen (Brussel, 14.5.1991, Thier A., Bull. 715, blz. 1211; in dezelfde zin : Brussel, 2.6.1995, Pollefeys F., niet gepubliceerd).
VII. VERTEGENWOORDIGERS EN ANDERE AMBTENAREN VAN DE VERTEGENWOORDIGINGEN, ZENDINGEN, MISSIES OF DELEGATIES VAN LIDSTATEN OF DERDE STATEN BIJ DE HOOFD- EN HULPORGANEN VAN IN BELGIE GEVESTIGDE INTERNATIONALE ORGANISATIES
Nummer 4/29
De niet-Belgische vertegenwoordigers van lidstaten of derde staten bij de hoofd- en hulporganen van de in België gevestigde internationale organisaties kunnen, ingevolge de wettelijk bekrachtigde bepalingen van de overeenkomsten en zetelakkoorden, in België aanspraak maken op voorrechten en immuniteiten op fiscaal gebied.
Het betreft inzonderheid de vertegenwoordigers van:
1° de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese Unie met uitsluiting van de Belgische vertegenwoordiging;
2° de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Raad van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), met uitsluiting van de Belgische permanente vertegenwoordiging;
3° de bij de Europese Gemeenschappen geaccrediteerde missies van derde staten.
Nummer 4/30
Die voorrechten en immuniteiten bestaan inzonderheid uit :
- het genot van dezelfde diplomatieke voorrechten en immuniteiten die worden verleend aan het diplomatiek personeel van overeenkomstige rang gedurende de uitoefening van hun functies op het grondgebied van de Staat waar de zetel of het kantoor van de internationale organisatie is gevestigd;
- de exceptie van fiscale woonplaats in die gevallen waarin de verschuldigdheid van enige vorm van belasting afhangt van de verblijfplaats gedurende de uitoefening van hun functies op het grondgebied van de staat waar de zetel of het kantoor van de organisatie is gevestigd;
- de vrijstelling van belasting (eventueel met progressievoorbehoud) voor hun officiële bezoldigingen.
Nummer 4/31
Voormelde voorrechten worden in de regel niet verleend aan vertegenwoordigers of leden van buitenlandse delegaties die onderdaan of permanent inwoner zijn van de staat waar de functie wordt uitgeoefend.
Nummer 4/32
De echtgeno(o)t(e) van de vertegenwoordiger, en zijn minderjarige kinderen genieten in de regel dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel.
Nummer 4/33
De belastingregeling in België voor de vertegenwoordigers, de leden van het administratief en technisch personeel en de leden van het bedienend personeel van de vertegenwoordigingen, en voor het particulier personeel van de vertegenwoordigers is dezelfde als die van de diplomatieke ambtenaren, personeelsleden van diplomatieke zendingen en consulaire posten en het particulier personeel van diplomatieke ambtenaren (zie 4/2 tot 6 en 4/7 tot 11).
VIII. KADERLEDEN VAN BUITENLANDSE ONDERNEMINGEN OF VAN ONDERNEMINGEN ONDER BUITENLANDSE CONTROLE
Nummer 4/34
Hoewel zij niet uitdrukkelijk vermeld zijn in art. 4, WIB 92, zijn sommige kaderleden van buitenlandse ondernemingen of van ondernemingen onder buitenlandse controle - onder bepaalde voorwaarden - eveneens van de PB vrijgesteld en onderworpen aan de BNI/nat.pers.
Ter zake wordt verwezen naar 227/4 tot 20 en 235/4 tot 27.
