Commentaar van art. 58, WIB 92

Art. 58, WIB 92

I. WETTEKST

58/0

II. ALGEMEEN

58/1-2

III. VOORWAARDEN INZAKE DE AFTREKBAARHEID VAN GEHEIME COMMISSIELONEN

58/3-22

A. Overzicht van de voorwaarden

58/3

B. Eerste voorwaarde: strijd tegen de buitenlandse concurrentie

58/4-7

C. Tweede voorwaarde: dagelijkse praktijk

58/8-11

D. Derde voorwaarde: aanvraag bij de Minister van Financiën

58/12-15

E. Vierde voorwaarde: normale grenzen

58/16-17

F. Vijfde voorwaarde: betalen van de forfaitaire belasting

58/18-22

IV. TAXATIE VAN DE VERKRIJGERS VAN DE GEHEIME COMMISSIELONEN

58/23-24

I. WETTEKST

Nummer 58/0

Art. 58. - In geval het toekennen van geheime commissielonen bevonden wordt tot de dagelijkse praktijk van ondernemingen te behoren, kan de Minister van Financiën op aanvraag van de belastingplichtige toestaan dat aldus toegekende sommen als beroepskosten worden aangemerkt, mits die commissielonen de normale grenzen niet overschrijden en de onderneming de desbetreffende belasting betaalt volgens een tarief dat de Minister forfaitair bepaalt en dat niet lager dan 20 pct. mag zijn.

II. ALGEMEEN

Nummer 58/1

Herhaaldelijk werd vastgesteld dat het verlenen van geheime commissielonen - dat in beginsel betreurenswaardig is - vaak noodzakelijk en zelfs onvermijdelijk is bij sommige handels- of industriële betrekkingen; het is daarom dat - nadat het beginsel werd vooropgezet dat commissielonen, makelaarslonen, handelsrestorno's, beloningen, enz., die niet worden verantwoord door het overleggen van individuele fiches op naam van de verkrijgers (zie 57/61 en volgende), uit de beroepskosten moeten worden geweerd en bij de belastbare inkomsten moeten worden gevoegd van degene die ze heeft uitbetaald - art. 58, WIB 92, nochtans een uitzondering op dat beginsel heeft ingesteld.

Nummer 58/2

Het als beroepskosten aanvaarden van geheime commissielonen is dus een afwijking op de algemene regels van art. 57, WIB 92, art. 58, WIB 92, moet derhalve, overeenkomstig de gewone interpretatieregels, beperkend worden uitgelegd.

III. VOORWAARDEN INZAKE DE AFTREKBAARHEID VAN GEHEIME COMMISSIELONEN

A. OVERZICHT VAN DE VOORWAARDEN

Nummer 58/3

De voormelde beperkende interpretatie, bekrachtigd door een vaste rechtspraak, heeft geleid tot het vastleggen van vijf voorwaarden die samen moeten vervuld zijn, opdat geheime commissielonen als beroepskosten kunnen worden aanvaard :

1° het toekennen van geheime commissielonen moet noodzakelijk zijn om de buitenlandse concurrentie te kunnen bestrijden;

2° er moet bevonden zijn dat het toekennen van geheime commissielonen in de betrokken sector van de economie tot de dagelijkse praktijk behoort;

3° de belastingplichtige moet een aanvraag tot het bekomen van het gunststelsel bij de Minister van Financiën indienen;

4° het toekennen van geheime commissielonen mag de normale grenzen niet overschrijden;

5° de belastingplichtige moet de forfaitair bepaalde belasting (minimum 20 % [20,6 % met ingang van het aj. 1994 (zie 58/19)]) op die commissielonen betalen.

B. EERSTE VOORWAARDE : STRIJD TEGEN DE BUITENLANDSE CONCURRENTIE

Nummer 58/4

Uit de parlementaire bescheiden blijkt dat het gunststelsel van art. 47, § 2, WIB (thans art. 58, WIB 92), slechts van toepassing is opnijverheid en handel in verband met de uitvoer, waarvoor de toekenning van geheime commissielonen noodzakelijk is om de strijd tegen de buitenlandse concurrentie te kunnen aanbinden (Rv.St., 3.7.1963, NV Cotrico, Bull. 414, blz. 2414).

In het algemeen moet de toepassing worden beperkt tot de gevallen waarin het erop aankomt de nationale economie niet te schaden (zie ook 58/17).

Nummer 58/5

Het stelsel van de geheime commissielonen wordt dus slechts toegepast in de mate waarin het toekennen van dergelijke commissielonen als noodzakelijk wordt beschouwd om de strijd tegen de buitenlandse concurrentie te kunnen aanbinden.

Nummer 58/6

Bij de beoordeling van de feiten waarop moet worden gesteund om het passende onderscheid te maken, moet men zich echter ruim tonen; van het ogenblik dat kan worden aangenomen dat een belastingplichtige, zonder het toekennen van geheime commissielonen tegenover buitenlandse concurrenten in een ongunstige toestand zou komen te staan, mag het bij de wet beoogde bijzondere stelsel worden toegestaan.

Nummer 58/7

Die eerste voorwaarde is niet vervuld in de onderstaande gevallen :

1° sommen die leveranciers van de Staat, gewesten, gemeenschappen, provincies, gemeenten, enz., beweren betaald te hebben aan ambtenaren van overheidsinstellingen;

2° geheime commissielonen betaald door ondernemers aan architecten, toezichters van werken, enz.;

3° premies die door verzekeringsmaatschappijen in het geheim worden toegekend aan onderwijzers en andere personen wier ambt onverenigbaar is met de diensten die zij aan die maatschappijen verlenen;

4° gedeelten van honoraria die beoefenaars van vrije beroepen soms aan derden toekennen (b.v. dichotomie door een chirurg betaald aan de huisdokter van een patiënt - zie ook 57/78).

C. TWEEDE VOORWAARDE: DAGELIJKSE PRAKTIJK

Nummer 58/8

De wet voorziet slechts in de toepassing van het bijzondere stelsel van de geheime commissielonen voor ondernemingen waarvan bekend is dat het toekennen van dergelijke sommen er uiteraard tot de dagelijkse praktijk behoort.

Nummer 58/9

Opdat art. 58, WIB 92, van toepassing zou zijn, moet het toekennen van geheime commissielonen als noodzakelijk, gewoon en normaal bekend staan in ondernemingen van een bepaalde aard. Geheime commissielonen mogen bijgevolg niet als beroepskosten worden aangenomen wanneer in het vak, het soort onderneming of handel het toekennen van geheime commissielonen niet algemeen gebruikelijk en noodzakelijk is.

Nummer 58/10

Bedoelde geheime commissielonen zijn essentieel die welke heimelijk aan derden worden toegekend om het afsluiten van zaken te vergemakkelijken; alle sommen die de aard van giften hebben, moeten hieruit worden geweerd daar deze laatste steeds moeten worden gevoegd bij de winst van degene die ze uitbetaalt.

Nummer 58/11

Het hoofddoel is de morele zekerheid of overtuiging te verkrijgen dat de bedragen, waarvoor de toepassing van het bijzondere stelsel wordt aangevraagd, werkelijk als geheime commissielonen werden betaald en dat het toekennen van dergelijke sommen tot de dagelijkse praktijk behoort in de handel of nijverheid van de belastingplichtige.

Hieruit vloeit a priori voort dat wanneer het niet mogelijk is de morele zekerheid of overtuiging te krijgen die moet kunnen worden opgedaan op zicht van de boekhouding of van de briefwisseling, de niet verantwoorde commissielonen moeten worden gerangschikt onder die bedoeld in art. 47, § 1, WIB (thans art. 57, WIB 92), en moeten wordengevoegd bij de winst van de belastingplichtige die beweert ze te hebben betaald (Gent, 21.11.1939, Vyncke Albéric, Bull. 150, blz. 153).

D. DERDE VOORWAARDE: AANVRAAG BIJ DE MINISTER VAN FINANCIEN

Nummer 58/12

De personen die aanspraak maken op het bijzondere stelsel van de geheime commissielonen bedoeld in art. 58, WIB 92, moeten daartoe, nabetaling van die commissielonen, een schriftelijke aanvraag indienen bij de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel.

Die aanvraag geldt slechts voor de tijdens een bepaald jaar of boekjaar uitbetaalde geheime commissielonen en moet telkens worden hernieuwd indien dezelfde toestand zich voor de volgende jaren of boekjaren voordoet.

De aanvraag moet het bedrag vermelden van de geheime commissielonen waarvoor om het gunstregime wordt verzocht.

Nummer 58/13

Door een principieel gunstig antwoord te geven en zijn "definitieve beslissing" in beraad te houden, door te benadrukken dat de echtheid van de betaling van commissielonen aan buitenlandse begunstigden zou moeten blijken uit de elementen die de administratie toelaten een redelijke overtuiging op te bouwen, en door te preciseren dat het na de betaling van commissielonen in te dienen verzoekschrift zal worden onderzocht volgens de "gebruikelijke procedure", heeft de minister een voorwaardelijk akkoord gegeven dat niet kan worden aanzien als een wilsuiting uitgaande van een administratieve overheid met het oog op het creëren van een rechtsgevolg; het eenjarigheidsbeginsel van de belasting, noch de door de minister gebruikte bewoordingen laten toe te zeggen dat hij door deze brief zijn beoordelingsbevoegdheid definitief en voor de toekomst zou hebben uitgeput en hij het zichzelf onmogelijk zou hebben gemaakt elk jaar na te gaan of de toepassingsvoorwaarden van art. 47, § 2, WIB (thans art. 58, WIB 92) zijn verenigd en hij het optreden van zijn administratie zou hebben beperkt tot een louter materieel onderzoek naar de echtheid van de betalingen (R v.St., 6.9.1989, NV Eurosystem Hospitalier, Bull. 700, blz. 3328).

Nummer 58/14

Alleen de Minister van Financiën is bevoegd om te oordelen of geheime commissielonen voldoen aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als beroepskosten.

Nummer 58/15

Het ter zake door de Minister van Financiën genomen besluit behoort tot de goedgunstige rechtspleging en kan dus niet voor de hoven en rechtbanken worden betwist (Brussel, 6.5.1964, NV Cotrico, Journal Pratique de Droit Fiscal et Financier, 1964, blz. 279); dit besluit kan, daarentegen, wel het voorwerp zijn van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zie ook 58/17).

E. VIERDE VOORWAARDE: NORMALE GRENZEN

Nummer 58/16

De aanvraag om geheime commissielonen als beroepskosten te aanvaarden, kan slechts worden ingewilligd, indien die commissielonen de normale grenzen niet overschrijden.

Die voorwaarde strekt ertoe misbruiken te voorkomen in een domein waar controle uiteraard moeilijk uit te voeren is.

Nummer 58/17

Uit de formulering van de gestelde voorwaarden blijkt dat de minister over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt, inzonderheid om te beslissen of deze commissielonen niet de normale grenzen overschrijden.

Hoewel de wet niet voorschrijft dat de beslissing van de minister naar de vorm moet worden gemotiveerd, moet de Raad van State nagaan of zijn beslissing op redelijke en juist bevonden rechtsgronden steunt, maar zonder dat de Raad zijn beslissing in de plaats kan stellen van deze van de minister.

Rekening houdend met het belang van de betwiste commissielonen voor de nationale economie dient terzake alleen de vraag worden gesteld of ze de normale grenzen al dan niet overschrijden.

Door te verwijzen naar het onderzoek dat werd ingesteld om de verwerping te rechtvaardigen van een derde van de commissielonen waarvoor de aftrek werd gevraagd, heeft de minister zich, impliciet maar noodzakelijk, aangesloten bij het standpunt waarbij werd voorgehouden de aftrek niet toe te staan voor het gedeelte van de commissielonen die niet in het belang waren van 's lands economie; door aldus te handelen ging de minister zijn bevoegdheid niet te buiten (R v.St., 6.9.1989, NV Eurosystem Hospitalier, Bull. 700, blz. 3328).

F. VIJFDE VOORWAARDE: BETALEN VAN DE FORFAITAIRE BELASTING

Nummer 58/18

Art. 58, WIB 92, stelt ten slotte het aanvaarden van geheime commissielonen als beroepskosten afhankelijk van het betalen van de desbetreffende belasting volgens een tarief dat de Minister van Financiën forfaitair bepaalt.

Nummer 58/19

Het tarief van de forfaitaire belasting op geheime commissielonen die als beroepskosten worden aanvaard, wordt vastgesteld in het ministerieel besluit dat uitspraak doet over de aanvraag van de belastingplichtige.

De forfaitaire belasting is in alle gevallen verschuldigd en het bedrag ervan mag niet lager zijn dan 20 % (20,6 % met ingang van aj. 1994 [Overeenkomstig art. 463bis, § 2, 1°, WIB 92, moet de forfaitaire belasting op geheime commissielonen eveneens de aanvullende crisisbijdrage (ACB) bevatten; de uiteindelijk toegepaste aanslagvoet mag derhalve niet lager zijn dan 20,6 % (zie ook 463bis/25, tweede lid)]) van de geheime commissielonen die als beroepskosten worden aanvaard.

Nummer 58/20

Het betalen van een forfaitaire belasting is één van de voorwaarden om de geheime commissielonen als beroepskosten te aanvaarden; zij moet - nadat het MB is getroffen - door de belastingplichtige spontaan worden gestort bij de ontvanger der belastingen die ook bevoegd is voor de invordering van de belasting op de winst waarvan de geheime commissielonen mogen worden afgetrokken.

Er moet worden geacht dat het MB geen uitwerking heeft wanneer die storting niet gebeurt.

Nummer 58/21

De in art. 58, WIB 92, bedoelde belasting is geen BV als bedoeld in art. 412, WIB 92. Ze wordt derhalve niet vastgesteld volgens de schalen van de BV, doch forfaitair bepaald rekening houdend met de maatschappelijke toestand van de verkrijgers van de commissielonen.

Nummer 58/22

De in art. 58, WIB 92, bedoelde forfaitaire belasting (aanvullende crisisbijdrage inbegrepen - zie 463bis/40) is, zoals de geheime commissielonen waarop zij betrekking heeft, aftrekbaar als beroepskosten (zie ook 53/55, 4° [Voor zover de forfaitaire belasting betrekking heeft op geheime commissielonen die zijn betaald voor belastbare tijdperken die aan aj. 1989 of een vorig aj. verbonden zijn, werd de aftrek ervan als beroepskosten evenwel niet toegestaan (zie ook 53/46, 8°)]).

IV. TAXATIE VAN DE VERKRIJGERS VAN DE GEHEIME COMMISSIELONEN

Nummer 58/23

De taxatie van degene die geheime commissielonen heeft betaald en die erop wordt belast omdat hij de verkrijgers ervan niet heeft bekend gemaakt (art. 57 en 58, WIB 92) ontneemt aan die commissielonen niet de aard van belastbare inkomsten voor degene die ze heeft ontvangen (Brussel, 10.6.1963 en Cass. 28.6.1966, X., Bull. 445, blz. 1758; zie ook 23/150).

Nummer 58/24

De verkrijgers kunnen zich in dit verband niet beroepen op een dubbele aanslag om ontheffing van hun persoonlijke aanslag te bekomen (Brussel, 19.2.1964, Friedberg, Bull. 417, blz. 504).