Commentaar van art. 67, WIB 92

Economische vrijstellingen

Wetenschappelijk onderzoek

Art. 67, WIB 92

I. Wetteksten

67/0-1

II. Algemene draagwijdte

67/2-4

III. In aanmerking komende belastingplichtigen

67/5-6

IV. In aanmerking te nemen personeel

67/7-8

V. Berekening van de vermeerdering van het aantal personeelseenheden

67/9-12

A. Algemene regel

67/9-11

B. Voorbeeld

67/12

VI. Bedrag van de vrijstelling

67/13

VII. Toepassing van de vrijstelling

67/14-15

VIII. Vermindering van het wetenschappelijk personeel

67/16-20

A. Regel

67/16-19

B. Voorbeeld

67/20

IX. Bijzondere gevallen

67/21-22

X. Te vervullen formaliteiten

67/23-24

I. WETTEKSTEN

Nummer 67/0

Art. 67. - § 1. Winst wordt vrijgesteld tot een bedrag van 100.000 frank per bijkomende personeelseenheid die in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld.

Het bijkomende personeel wordt vastgesteld in verhouding tot het gemiddelde personeelsbestand dat de onderneming tijdens het vorige belastbare tijdperk voor datzelfde doel heeft tewerkgesteld.

§ 2. Indien het aantal personeelseenheden dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld tijdens een belastbaar tijdperk is verminderd ten opzichte van het vorige belastbare tijdperk, wordt het totale bedrag van de voorheen vrijgestelde winst met 100.000 frank per eenheid verminderd.

In dat geval wordt de winst of het verlies van het belastbare tijdperk waarin het personeel is verminderd, naar het geval vermeerderd of verminderd met dat bedrag.

§ 3. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de betekenis van de uitdrukking "personeel dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld" en de wijze van uitvoering van dit artikel.

Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan Hij het bedrag van 100.000 frank aanpassen.

Art. 44 tot 46, KB/WIB 92

Nummer 67/1

Art. 44. - Met uitzondering van het administratief personeel dat niet rechtstreeks te maken heeft met opzoekingswerkzaamheden, en het toezichts-, onderhouds- en keukenpersoneel, worden de personeelsleden voor wie de onderneming bewijsgronden kan aanvoeren omtrent hun tewerkstelling in het onderzoek onder de voorwaarden gesteld in artikel 46, § 1, beschouwd voor wetenschappelijk onderzoek tewerkgesteld te zijn.

Art. 45. - § 1. Voor de toepassing van artikel 67, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt de vermeerdering of vermindering, naar het geval, van het personeel dat door de onderneming voor wetenschappelijk onderzoek in België wordt tewerkgesteld, bepaald door het verschil tussen :

- enerzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden tewerkgesteld voor het wetenschappelijk onderzoek tijdens het betrokken belastbare tijdperk;

- en, anderzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden voor datzelfde doel tewerkgesteld in het vorige belastbare tijdperk.

Dat verschil wordt in voorkomend geval afgerond naar de hogere of lagere eenheid naargelang het de 0,5 personeelseenheid bereikt of overtreft of kleiner is dan dat bedrag.

Het gemiddelde aantal personeelseenheden dat tijdens een belastbaar tijdperk voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld, is gelijk aan het totaal aantal tijdens dat tijdperk in die hoedanigheid gepresteerde dagen gedeeld door het aantal werkdagen die normaal tijdens datzelfde tijdperk door een personeelseenheid kunnen worden gepresteerd.

§ 2. In gevallen als vermeld in artikel 46, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt de vermeerdering of vermindering van het personeel dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld bepaald alsof er geen verandering van ondernemer ware geweest.

In gevallen als vermeld in de artikelen 211 tot 214 van hetzelfde Wetboek, wordt de hierboven vermelde vermeerdering of vermindering die bij de overnemende, verkrijgende of uit de omzetting ontstane vennootschappen in aanmerking moet worden genomen, bepaald alsof de fusie, de splitsing of de omzetting niet had plaatsgevonden.

§ 3. In de gevallen die niet vermeld zijn in de artikelen 46, § 1, 1°, en 211 tot 214, van hetzelfde Wetboek, komen de personeelsleden die voor wetenschappelijk onderzoek zijn tewerkgesteld en die betrokken zijn in werkzaamheden die verband houden met bestanddelen verworven door inbreng in vennootschap, erfopvolging of schenking of ter gelegenheid van de ontbinding van de vennootschap zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, niet in aanmerking om ten name van de belastingplichtige die aldus deze bestanddelen heeft verworven, het in § 1 van dit artikel bedoelde verschil te bepalen.

Art. 46. - § 1. Aan hun aangifte in de inkomstenbelastingen van het belastbare tijdperk waarvoor zij voor de eerste maal het voordeel vragen van de bepalingen van artikel 67 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, moeten de belastingplichtigen toevoegen :

- een naamlijst van de personeelsleden die in de zin van artikel 44 tijdens het voornoemde belastbare tijdperk en tijdens het vorige belastbare tijdperk voor wetenschappelijk onderzoek werden tewerkgesteld waarbij inzonderheid voor ieder van hen het aantal dagen wordt vermeld waarop zij werkelijk voor dat doel werden tewerkgesteld;

- met betrekking tot voornoemde personeelsleden, een gedagtekend, ondertekend en voor eensluidend verklaard uittreksel uit de kwartaalaangiften die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor elk van de voormelde belastbare tijdperken werden ingediend;

- met betrekking tot het personeelsbestand voor onderzoek, een door de Diensten van de Eerste Minister voor programmatie van het wetenschapsbeleid eensluidend verklaard afschrift van de inlichtingen die zij aan die diensten hebben verstrekt voor het opmaken van de inventaris van het wetenschappelijk en technologisch potentieel voor dezelfde belastbare tijdperken.

§ 2. Ten einde na te gaan of de vrijstelling, rekening houdend met de wijziging van het aantal voor wetenschappelijk onderzoek tewerkgestelde personeelsleden, moet worden verminderd, behouden of verhoogd, dienen de betrokken belastingplichtigen tot staving van hun aangiften in de inkomstenbelastingen voor de belastbare tijdperken die volgen op die bedoeld in § 1, dezelfde stukken over te leggen als die vermeld in § 1 en die op die belastbare tijdperken betrekking hebben.

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

Nummer 67/2

Art. 67, WIB 92, heeft betrekking op de vrijstelling van een deel van de winst dat overeenstemt met 100.000 F per bijkomende personeelseenheid die in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld.

Het bijkomend personeel wordt vastgesteld in verhouding tot het gemiddelde personeelsbestand dat de onderneming tijdens het vorige belastbare tijdperk voor datzelfde doel heeft tewerkgesteld.

Nummer 67/3

Indien het aantal personeelseenheden dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld tijdens een belastbaar tijdperk is verminderd ten opzichte van het vorige belastbare tijdperk, wordt het totale bedrag van de voorheen vrijgestelde winst met 100.000 frank per eenheid verminderd. Dit gebeurt door de winst of het verlies van het belastbare tijdperk tijdens hetwelk dat personeel werd verminderd, naar gelang van het geval, te vermeerderen of te verminderen met het gezegde bedrag.

Nummer 67/4

Het bedrag van 100.000 F wordt jaarlijks geïndexeerd.

III. IN AANMERKING KOMENDE BELASTINGPLICHTIGEN

Nummer 67/5

Art. 67, WIB 92, is in beginsel van toepassing op om het even welke nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen die in art. 23, § 1, 1°, WIB 92 bedoelde winst behalen.

Nummer 67/6

De vrijstelling wordt niet verleend uit hoofde van personeel dat wordt tewerkgesteld in het raam van de uitoefening door natuurlijke personen van vrije beroepen, ambten, posten of winstgevende bezigheden, als bedoeld in art. 23, § 1, 2°, WIB 92.

IV. IN AANMERKING TE NEMEN PERSONEEL

Nummer 67/7

De ondernemingen die aanspraak wensen te maken op de vrijstelling, moeten de bewijsgronden aanvoeren omtrent de tewerkstelling in België van personeel in het onderzoek aan de hand van bij de aangifte te voegen stukken (zie 67/23 en 24).

Daartoe dient inzonderheid te worden uitgegaan van de inlichtingen welke die ondernemingen moeten verstrekken aan de Diensten van de Eerste Minister voor programmatie van het wetenschapsbeleid voor het opmaken van de inventaris van het wetenschappelijk en technologisch potentieel. Eén van de bij de aangifte te voegen stukken is trouwens een door die diensten eensluidend verklaard afschrift van die inlichtingen.

Nummer 67/8

Zijn nochtans uitdrukkelijk uitgesloten :

- het administratief personeel dat niet rechtstreeks te maken heeft met opzoekingswerkzaamheden;

- het toezichtspersoneel;

- het onderhoudspersoneel;

- het keukenpersoneel.

V. BEREKENING VAN DE VERMEERDERING VAN HET AANTAL PERSONEELSEENHEDEN

A. ALGEMENE REGEL

Nummer 67/9

De vermeerdering van het personeel dat door de onderneming voor wetenschappelijk onderzoek in België wordt tewerkgesteld, wordt bepaald door het verschil tussen :

- enerzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden tewerkgesteld voor het wetenschappelijk onderzoek tijdens het belastbare tijdperk waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd;

- en anderzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden voor datzelfde doel tewerkgesteld in het vorige belastbare tijdperk.

Dat verschil - en niet elk van de termen ervan - wordt in voorkomend geval afgerond naar de hogere of lagere eenheid naargelang het de 0,5 personeelseenheid bereikt of overtreft dan wel kleiner is dan dit bedrag.

Nummer 67/10

Het gemiddelde aantal personeelseenheden dat tijdens een belastbaar tijdperk voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld, is gelijk aan het totaal aantal tijdens dat tijdperk in die hoedanigheid gepresteerde dagen gedeeld door het aantal werkdagen die normaal tijdens datzelfde tijdperk door een personeelseenheid kunnen worden gepresteerd.

Nummer 67/11

Om dit aantal gepresteerde dagen te berekenen moet worden gesteund op de aangiften bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Uitgaande van het gegeven dat het personeel voor wetenschappelijk onderzoek normalerwijze onder de "Hoofdarbeiders" moet worden gerangschikt, zal de uit te werken breuk in de regel worden gevormd door :

- als teller, het totaal aantal dagen dat voor alle in België tewerkgestelde personeelsleden voor wetenschappelijk onderzoek samen is vermeld in kolom 9a van de voor de hoofdarbeiders te gebruiken staat "B" van de gezegde aangiften;

- als noemer, het getal 251.

Indien een personeelslid gedurende een belastbaar tijdperk gedeeltelijk voor wetenschappelijk onderzoek en gedeeltelijk voor andere doeleinden werd tewerkgesteld, mag bij het bepalen van de teller uiteraard slechts met de duur van de tewerkstelling voor wetenschappelijk onderzoek rekening worden gehouden.

De nodige aanpassingen moeten worden aangebracht wanneer een belastbaar tijdperk niet samenvalt met een periode die door vier kwartaalaangiften is gedekt. De noemer is nochtans slechts te wijzigen indien het belastbare tijdperk meer of minder dan twaalf maanden beloopt.

B. VOORBEELD

1. Gegevens

Nummer 67/12

Een onderneming, die per kalenderjaar boekhoudt, stelt op 1.1.1992 in België in het totaal honderd personeelsleden tewerk die belast zijn met het wetenschappelijk onderzoek.

Op 1.5.1992 en 1.10.1992 worden respectievelijk twintig en dertig personeelsleden tot dezelfde doeleinden aangeworven, terwijl op 1.11.1992, tien van die personeelsleden met een wetenschappelijk project worden belast in het buitenland.

Op 1.4.1993 worden opnieuw twaalf personeelsleden aangeworven voor tewerkstelling in het wetenschappelijk onderzoek in België.

Deze toestand blijft onveranderd tot 31.12.1993.

2. Berekening

1° gemiddeld aantal personeelseenheden voor 1992 :

* gepresteerde dagen volgens de kwartaalaangiften RSZ (na aftrek van de in het buitenland gepresteerde dagen) :

- 1e kwartaal : 6.275

- 2e kwartaal : 7.112

- 3e kwartaal : 7.530

- 4e kwartaal : 8.994

- totaal : 29.911

* gemiddeld aantal personeelseenheden : 29.911 = 119,17

251

2° gemiddeld aantal personeelseenheden voor 1993 :

* gepresteerde dagen volgens de kwartaalaangiften RSZ (idem) :

- 1e kwartaal : 8.785

- 2e kwartaal : 9.538

- 3e kwartaal : 9.538

- 4e kwartaal : 9.538

- totaal : 37.399

* gemiddeld aantal personeelseenheden : 37.399 = 149

251

3° vermeerdering :

149 - 119,17 = 29,83 of afgerond 30.

VI. BEDRAG VAN DE VRIJSTELLING

Nummer 67/13

Het bedrag van de vrijstelling is vastgesteld op 100.000 F per bijkomende personeelseenheid.

Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk (art. 178, §§ 1 en 2, WIB 92).

Voor de aj. 1992 en 1993, bedraagt de vermindering per bijkomende personeelseenheid respectievelijk 107.000 F en 110.000 F.

Wat echter de aj. 1994 tot 1997 betreft, wordt door art. 178, § 3, WIB 92, het vrijgesteld bedrag in principe gehandhaafd op datgene dat van toepassing is voor het aj. 1993, nl. 110.000 F. De Koning kan evenwel bij in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing van het voormelde art. 178, § 3 beperken tot de aj. 1994 en 1995 of 1994 tot 1996 (art. 6, W 28.12.1992).

VII. TOEPASSING VAN DE VRIJSTELLING

Nummer 67/14

Het vrijgestelde bedrag moet worden afgetrokken van de winst van het belastbare tijdperk die wordt bekomen voor toepassing van art. 23, §2, 2°, WIB 92, d.w.z. na vermindering van het brutobedrag van de belastbare inkomsten van de beroepswerkzaamheid waarin de personeelsleden zijn tewerkgesteld met de beroepskosten die op deze inkomsten drukken en voor aftrek van de beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk eventueel uit hoofde van een andere beroepswerkzaamheid zouden zijn geleden.

Nummer 67/15

Het vrijgestelde bedrag of het gedeelte ervan dat, bij ontstentenis van of wegens onvoldoende winst, niet kan worden afgetrokken, mag niet naar de volgende belastbare tijdperken worden overgedragen.

VIII. VERMINDERING VAN HET WETENSCHAPPELIJK PERSONEEL

A. REGEL

Nummer 67/16

Indien een onderneming de vrijstelling heeft genoten wegens bijkomend personeel voor wetenschappelijk onderzoek, wordt het totaal bedrag van de voorheen verleende vrijstelling geheel of gedeeltelijk tenietgedaan indien tijdens een volgend belastbaar tijdperk minder personeel tot dit doel wordt tewerkgesteld.

Nummer 67/17

De vermindering van het personeel wordt berekend op dezelfde wijze als de vermeerdering, d.w.z. door het gemiddelde aantal personeelseenheden van het belastbare tijdperk te vergelijken met dit van het vorige belastbare tijdperk.

Het terugnemen van de vrijstelling geschiedt door een bedrag gelijk aan 100.000 F (te indexeren) per personeelseenheid in min toe te voegen aan het resultaat van het belastbare tijdperk waarin de vermindering zich voordoet.

Het bedrag van 100.000 F wordt geïndexeerd zoals aangegeven onder 67/13. M.a.w. voor de aj. 1992 en 1993 bedraagt de terugneming respectievelijk 107.000 F en 110.000 F per personeelseenheid in min, terwijl deze voor de aj. 1994 tot 1997 in principe op 110.000 F gehandhaafd blijft.

Die toevoeging moet uiteraard worden beperkt tot de voorheen effectief verleende en nog niet vroeger teruggenomen vrijstelling.

Nummer 67/18

Om de juiste toepassing van de vorenstaande regel te verzekeren, moet in het permanent dossier van elke onderneming die om de vrijstelling heeft verzocht een opgave worden bijgehouden naar het nevenstaande model.

OPGAVE IN VERBAND MET DE VRIJSTELLING VOOR BIJKOMENDE PERSONEELSEENHEDEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Nummer 67/19

Boekjaar

Gemiddeld aantal personeelseenheden

Effectief verleende vrijstelling

Teruggenomen

vrijstelling

Gecumuleerd saldo

1

2

3

4

5

B. VOORBEELD

Nummer 67/20

Het gemiddelde aantal personeelseenheden voor wetenschappelijk onderzoek in een onderneming die boekhoudt per kalenderjaar evolueerde als volgt :

- jaar 1990 : 0

- jaar 1991 : 6

- jaar 1992 : 8

- jaar 1993 : 3

- jaar 1994 : 0

De onderneming verkreeg effectief de volgende vrijstellingen (zie 67/13) :

- jaar 1991 : 642.000 (6 x 107.000 F)

- jaar 1992 : 220.000 (2 x 110.000 F)

Aan de winst van het jaar 1993 moet een bedrag van 110.000 F x (8 - 3) = 550.000 F worden toegevoegd.

Voor het jaar 1994 moet, in principe, een bedrag van 110.000 F x (3 - 0) = 330.000 F, aan de winst worden toegevoegd. De vermeerdering van de winst dient echter te worden beperkt tot 312.000 F, d.w.z. de totaal verleende vrijstelling (862.000 F) verminderd met de reeds gedane terugnemingen (550.000 F).

IX. BIJZONDERE GEVALLEN

Nummer 67/21

Bij overlating van de onderneming van een natuurlijk persoon onder toepassing van het voortzettingsstelsel (art. 46, § 1, 1°, WIB 92), wordt de vrijstelling of de terugneming van de vrijstelling berekend alsof er geen verandering van ondernemer ware geweest.

Nummer 67/22

In alle andere gevallen van inbreng, erfopvolging of schenking geldt als principe dat het wetenschappelijk personeel dat betrokken is in de werkzaamheden die verband houden met de getransfereerde bestanddelen, ten name van de nieuwe belastingplichtige niet in aanmerking komt voor de berekening van de vrijstelling of de terugneming ervan.

Indien de toepassing van dit principe aanleiding zou geven tot concrete problemen, mag het dossier van de betrokken belastingplichtige, met behoorlijk verantwoorde voorstellen, langs hiërarchische weg aan het Hoofdbestuur worden onderworpen.

X. TE VERVULLEN FORMALITEITEN

Nummer 67/23

Aan de aangifte in de inkomstenbelastingen van het belastbare tijdperk waarvoor zij voor de eerste maal de vrijstelling vragen voor de vermeerdering van het personeel voor wetenschappelijk onderzoek, moeten de belastingplichtigen volgende bescheiden toevoegen :

- een nominatieve lijst van personeelsleden, die tijdens het voornoemde belastbare tijdperk en tijdens het vorige belastbare tijdperk voor wetenschappelijk onderzoek werden tewerkgesteld waarbij inzonderheid voor ieder van hen het aantal dagen wordt vermeld waarop zij werkelijk tot dat doel werden tewerkgesteld;

- met betrekking tot die personeelsleden, een gedagtekend, ondertekend en voor eensluidend verklaard uittreksel uit de kwartaalaangiften die bij de RSZ, voor elk van de genoemde belastbare tijdperken werden ingediend;

- met betrekking tot het personeelsbestand voor onderzoek, een door de Diensten van de Eerste Minister voor programmatie van het wetenschapsbeleid eensluidend verklaard afschrift van de inlichtingen die zij aan die Diensten hebben verstrekt voor het opmaken van de inventaris van het wetenschappelijk en technologisch potentieel voor dezelfde belastbare tijdperken.

Het is duidelijk dat bij die aangifte bovendien een gedetailleerde berekening moet worden gevoegd van het bedrag van de gepostuleerde vrijstelling.

Nummer 67/24

Zodra een onderneming eenmaal de bedoelde vrijstelling heeft verkregen, moeten dezelfde bescheiden, betreffende de volgende belastbare tijdperken, telkenjare bij de aangifte worden gevoegd, ten einde te kunnen nagaan of de voorheen toegestane vrijstelling moet worden verminderd, behouden of verhoogd. De nominatieve lijst van de personeelsleden moet alsdan natuurlijk enkel betrekking hebben op het belastbare tijdperk zelf.

Indien een onderneming die verplichtingen voor een bepaald belastbaar tijdperk niet naleeft, moet de voorheen verleende vrijstelling volledig worden teruggenomen.