Commentaar van art. 6, WIB 92

HOOFDSTUK II - Grondslag van de belasting

Afdeling I - Algemene bepaling van het belastbare inkomen

I. Wettekst

6/0

II. Algemeen

6/1

I. WETTEKST

Nummer 6/0

Art. 6. - Het belastbare inkomen wordt gevormd door het totale netto-inkomen, verminderd met de aftrekbare bestedingen.

Het totale netto-inkomen is de som van de netto-inkomens van de volgende categorieën :

1° inkomen van onroerende goederen;

2° inkomen van roerende goederen en kapitalen;

3° beroepsinkomen;

4° divers inkomen.

II. ALGEMEEN

Nummer 6/1

Het in de PB belastbare inkomen is samengesteld uit de som van de netto-inkomens van de vier in art. 6, WIB 92, opgesomde categorieën van inkomens, verminderd met de in de art. 104 tot 116, WIB 92, vermelde aftrekbare bestedingen.

Om het in de PB belastbare inkomen vast te stellen, moet men dus vooreerst - volgens de aan elke categorie eigen regels - het nettobedrag berekenen van de vier categorieën van inkomens (inkomen van onroerende goederen, inkomen van roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomen en divers inkomen) en vervolgens de hierboven vermelde bestedingen in mindering brengen.