Commentaar van art. 8, WIB 92
| 8/0 | |
| 8/1-2 | |
| 8/3 | |
| 8/4 | |
| 8/5 |
Nummer 8/0
Art. 8. - Ingeval een in België gelegen onroerend goed aan een natuurlijke persoon is verhuurd en de huurprijs en de huurvoordelen in een geregistreerde huurovereenkomst afzonderlijk zijn vastgesteld voor het gedeelte dat voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en het gedeelte dat voor andere doeleinden wordt gebruikt, worden de inkomsten van ieder gedeelte afzonderlijk bepaald ingevolge artikel 7, § 1, 2°, a of c, naar het geval.
II. GEREGISTREERDE HUUROVEREENKOMST
Nummer 8/1
Een in België gelegen onroerend goed dat verhuurd is aan een natuurlijke persoon die het volledig voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, heeft altijd de toepassing van de sub 7/19 uiteengezette regel (belasting van het nettobedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het geïndexeerde KI van ongebouwde onroerende goederen of het geïndexeerde KI verhoogd met 40 % van gebouwde onroerende goederen) tot gevolg.
Indien de huurder, natuurlijke persoon, het gehuurde onroerend goed daarentegen slechts gedeeltelijk voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, moet een onderscheid worden gemaakt tussen de twee volgende gevallen.
Eerste geval : er bestaat geen geregistreerde huurovereenkomst of in de geregistreerde huurovereenkomst worden het beroepsgedeelte en het privé-gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen niet afzonderlijk vermeld.
In dit geval is de sub 7/19 uiteengezette regel (belasting van het nettobedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat niet lager mag zijn dan het geïndexeerde KI van ongebouwde onroerende goederen of het geïndexeerde KI verhoogd met 40 % van gebouwde onroerende goederen) eveneens van toepassing.
Terzake is gevonnist dat :
- volgens art.7, § 1, 2°, b, WIB (thans art. 7, § 1, 2°, c, WIB 92), geen onderscheidwordt gemaakt tussen de gebruikte beroeps- en privé- gedeelten indien de huurovereenkomst niet is geregistreerd. Het netto- inkomen wordt dan bepaald op het KI verhoogd met het gedeelte van het nettobedrag van de huurprijs en de huurvoordelen dat hoger is dan het KI. Overeenkomstig art.7, § 4, WIB (thans art. 8, WIB 92), wordt het netto-inkomen van de in huur gegeven onroerende goederen, die deels voor beroeps- en deels voor andere doeleinden worden gebruikt, voor ieder gedeelte afzonderlijk vastgesteld en afzonderlijk belast indien de huurovereenkomst aan de registratieformaliteit werd onderworpen. Indien er geen geregistreerde huurovereenkomst voorhanden is of indien in de geregistreerde huurovereenkomst geen splitsing werd gemaakt van het beroeps- en het privé-gedeelte, is de algemene regel van toepassing en is de volledige nettohuur belastbaar (Gent, 26.5.1992, H. Paulus, Bull. 741, blz. 1989);
- wanneer een natuurlijke persoon een gedeelte van de huurprijs van een in België gelegen onroerend goed als beroepskost in mindering brengt en er geen geregistreerde huurovereenkomst is waarin de huurprijs en -voordelen voor het beroepsgedeelte en het privé-gedeelte afzonderlijk worden opgegeven, het netto-inkomen uit dat onroerend goed het kadastraal inkomen is, verhoogd met het gedeelte van het nettobedrag van de huurprijs en -voordelen dat hoger is dan het kadastraal inkomen. Het feit dat tussen verhuurder en huurder is overeengekomen dat het pand alleen als woonst werd verhuurd en dat de huurder de huurovereenkomst moest registreren biedt de verhuurder misschien wel de mogelijkheid zich te verhalen op de huurder, maar doet op fiscaal vlak geen afbreuk aan het bovenvermelde principe (Antwerpen, 1.3.1993, R. Jorissen, Bull 744, blz. 3349). In dezelfde zin : Antwerpen, 4.11.1993, J. Van Kets, niet gepubliceerd, Antwerpen, 24.10.1996, A. Meersman, niet gepubliceerd;
- wanneer een onroerend goed is verhuurd aan een advocaat die een gedeelte ervan voor beroepsdoeleinden gebruikt - zij het buiten weten van de verhuurder - deze laatste belastbaar is op de nettohuur en niet alleen op het kadastraal inkomen. Bij gebrek aan voorafgaandelijke ondertekening van een aanhangsel bij de huurovereenkomst, kan geen splitsing worden gemaakt tussen het beroeps- en het privé-gedeelte (Brussel, 24.9.1993, Nokin, Journal des Tribunaux, 1995, blz. 153).
Tweede geval : er bestaat een geregistreerde huurovereenkomst die het beroeps- en het privé-gedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen afzonderlijk vermeldt.
In dit geval wordt het belastbare inkomen van elk van de twee gedeelten afzonderlijk bepaald.
Het inkomen van het privé-gedeelte is gelijk aan het geïndexeerde KI voor de ongebouwde onroerende goederen en het geïndexeerde en overeenkomstig 7/9.1 met 40 % [De verhoging met 40 % is van toepassing met ingang van aj. 1998. Voor de aj. 1995 tot 1997 is de verhoging gelijk aan 25 %.] verhoogde KI voor de gebouwde onroerende goederen dat evenredig op dit gedeelte betrekking heeft [Normaal is de verhouding tussen het privé- en het beroepsgedeelte van het KI dezelfde als die tussen het privé- en het beroepsgedeelte van de huurprijs. In geval van ernstige twijfel, kan een andere verhouding worden aanvaard, ofwel met de instemming van de belastingplichtige, ofwel na het advies van de bevoegde ambtenaar van het Kadaster te hebben ingewonnen (zie circ. 29.6.1977, Ci. RH. 222/290.395).].
Het inkomen van het beroepsgedeelte is gelijk aan het deel van het nettobedrag van de huurprijs en de huurvoordelen betreffende dat beroepsgedeelte, met dien verstande dat wanneer dit deel van het nettobedrag lager is dan of gelijk is aan het geïndexeerde KI voor de ongebouwde onroerende goederen en het geïndexeerde KI verhoogd met 40 % [De verhoging met 40 % is van toepassing met ingang van aj. 1998. Voorheen was er terzake geen verhoging van toepassing.] voor de gebouwde onroerende goederen dat evenredig op het beroepsgedeelte betrekking heeft, het beroepsgedeelte van dat (in voorkomend geval met 40 % verhoogde) geïndexeerde KI [ Normaal is de verhouding tussen het privé- en het beroepsgedeelte van het KI dezelfde als die tussen het privé- en het beroepsgedeelte van de huurprijs. In geval van ernstige twijfel, kan een andere verhouding worden aanvaard, ofwel met de instemming van de belastingplichtige, ofwel na het advies van de bevoegde ambtenaar van het Kadaster te hebben ingewonnen ( zie circ. 29.6.1977, Ci. RH 222/290.395 ).] in aanmerking moet worden genomen.
Wanneer de aanwending van het onroerend goed voor de beroepsdoeleinden van de huurder (natuurlijke persoon) groter is dan bepaald in het geregistreerde huurcontract, moet rekening worden gehouden met de huur waarvan de aftrek ten name van de huurder werkelijk is aanvaard om het nettohuurbedrag te bepalen dat ten name van de verhuurder belastbaar is, aangezien de bepalingen van de huurovereenkomst slechts de contracterende partijen onderling binden, en niet aan de administratie tegenstelbaar zijn (PV nr. 293, 17.7.1987, Volksv. D'Hondt, Bull. 670, blz. 545 - zie ook 52/7 tot 9).
Nummer 8/2
Er wordt opgemerkt dat het in het tweede geval niet voldoende is dat de huurovereenkomst is geregistreerd, maar dat zij uitdrukkelijk het privé- en het beroepsgedeelte van de huurprijs en de huurvoordelen afzonderlijk vermeldt. In dat verband wordt gepreciseerd dat de huurovereenkomsten die gedurende het jaar 1980 werden geregistreerd, in aanmerking mogen worden genomen, ongeacht de datum waarop ze werden gesloten.
Bovendien preciseert art. 50, W 19.7.1979 (V 1508 -Bull. 577), het volgende : "Voor de uitvoering van art. 7, § 4, WIB (thans art. 8, WIB 92)kunnen de op 1 januari 1980 in voege zijnde huurovereenkomsten, op verzoek van een der partijen, worden aangevuld met een beding dat het aandeel bepaalt van de huurprijs en huurlasten met betrekking tot het gedeelte van het goed dat door de huurder voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid wordt gebruikt. Indien de partijen het niet eens zijn, doet de vrederechter, op verzoek van de meest gerede partij, uitspraak over de betwisting".
III. WEERSLAG VAN DE INDEXATIE VAN DE KI'S
Nummer 8/3
Wanneer het KI in een privé- en een beroepsgedeelte moet worden gesplitst, moeten eerst de niet-geïndexeerde KI's van beide gedeelten worden vastgesteld en moeten beide delen vervolgens afzonderlijk worden geïndexeerd en afgerond (zie 518/10).
IV. WEERSLAG VAN DE VERHOGING VAN DE KI'S
Nummer 8/4
Wanneer het privé-gedeelte van het KI met 40 % moet worden verhoogd, (zie 8/1, tweede geval), wordt die verhoging toegepast op het voorafgaandelijk overeenkomstig 8/3 geïndexeerde en afgeronde KI.
Nummer 8/5
Terzake wordt verwezen naar 13/10 en meer bepaald naar voorbeeld 1, derde geval.
