Commentaar van art. 9, WIB 92

I. Wettekst

9/0

II. Vaststelling of wijziging van het KI

9/1

III. Wijziging in de bestemming van een onroerend goed

9/2

IV. Verandering van eigenaar

9/3-3.1

V. Weerslag van de indexatie van de KI's

9/4

VI. Weerslag van de verhoging van de KI's

9/5-6

VII. Toepassingsvoorbeelden

9/7

I. WETTEKST

Nummer 9/0

Art. 9. - Wanneer in een belastbaar tijdperk het kadastraal inkomen wordt vastgesteld of gewijzigd, of de bestemming van een onroerend goed wordt gewijzigd, worden de inkomsten van dat tijdperk vastgesteld in verhouding tot de werkelijke duur, uitgedrukt in maanden, van elk deel van het belastbare tijdperk vóór en na de wisseling van omstandigheden.

II. VASTSTELLING OF WIJZIGING VAN HET KI

Nummer 9/1

Art. 9, WIB 92, bepaalt dat er rekening moet worden gehouden met de opeenvolgende toestanden die zich tijdens het belastbare tijdperk voordoen. Deze regel is inzonderheid van toepassing bij de vaststelling of de wijziging van het KI.

Bijgevolg moet inzake PB, in tegenstelling tot wat voor deze toestanden op het stuk van OV is bepaald, het KI worden vastgesteld in verhouding tot de werkelijke duur, uitgedrukt in maanden, van elk deel van het belastbare tijdperk waarop de verschillende toestanden betrekking hebben.

Deze laatste regel moet in verband worden gebracht met die van art. 494, § 5, WIB 92, die bepaalt dat de uit een schatting of herschatting voortspruitende KI's worden geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het feit waarvan de aangifte bij art. 473, WIB 92, is voorgeschreven, of op het einde van de vrijstelling wanneer de gestelde voorwaarden niet meer vervuld zijn.

Het feit waarvan sprake, is naar gelang van het geval :

- de ingebruikneming of de verhuring, indien deze de ingebruikneming voorafgaat, van de nieuw opgerichte of herbouwde onroerende goederen;

- de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen;

- de verandering in de wijze van exploitatie, de omvorming of de verbetering van ongebouwde onroerende goederen;

- de ingebruikstelling van nieuw of toegevoegd materieel of outillage, alsook de wijziging of de definitieve buitengebruikstelling van materieel of outillage.

III. WIJZIGING IN DE BESTEMMING VAN EEN ONROEREND GOED

Nummer 9/2

Wanneer de bestemming van een onroerend goed tijdens het belastbare tijdperk wijzigt, moet het belastbare inkomen krachtens art. 9, WIB 92, worden vastgesteld in verhouding tot de werkelijke duur, uitgedrukt in maanden, van de verschillende bestemmingen (b.v. gebruik als woning door de eigenaar, verhuring als woning van de huurder, verhuring tot beroepsdoeleinden van de huurder enz.).

Wanneer de wijziging niet samenvalt met het begin van een maand, zal het inkomen voor de maand van de wijziging moeten worden vastgesteld, rekening houdend met de toestand die zich voordeed op de 16e dag van die maand. Wanneer het een op die dag verhuurd onroerend goed betreft in de zin van art. 7, § 1, 2°, c, WIB 92 (cf. 7/18) past het evenwel slechts rekening te houden met de huur welke die huurder werkelijk voor dit deel van de maand heeft betaald (die huur mag dus in geen geval fictief tot een maandbedrag worden opgetrokken).

IV. VERANDERING VAN EIGENAAR

Nummer 9/3

Bij verandering van eigenaar tijdens het belastbare tijdperk (wegens verkoop, schenking, erfenis enz.) moet elk van de opeenvolgende eigenaars de inkomsten van het onroerend goed aangeven die evenredig verband houden met het tijdperk waarin hij het goed in eigendom had; dit tijdperk moet eveneens in maanden worden uitgedrukt.

Bij de verkoop van een onroerend goed zal de verandering van eigenaar normaliter blijken uit een authentieke akte of uit enigerlei akte of geschrift waarbij de verkoop is vastgesteld.

Een verkoopbelofte geldt als koop wanneer er wederzijdse toestemming van de partijen is omtrent de zaak en de prijs (art. 1589, BW). In dit geval is er verandering van eigenaar op het ogenblik van de ondertekening van de verkoopbelofte. Bij afwezigheid van een authentieke akte, kan de "verkoop" blijken uit de registratie van de verkoopbelofte door de Administratie van de Registratie tegen betaling van het evenredig registratierecht en uit de inschrijving van de overgang van eigendom in de kadastrale bescheiden door de Administratie van het Kadaster.

Wanneer de verandering van eigenaar niet samenvalt met het begin van de maand is de in 9/2 uiteengezette regeling mutatis mutandis van toepassing.

Nummer 9/3.1

Bij aankoop van een onroerend goed op lijfrente, verkrijgt de renteplichtige de eigendom van het goed zodra er een overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs, niettegenstaande het feit dat de betaling van de prijs of een deel van de prijs van het onroerend goed in de vorm van een lijfrente wordt gespreid over het leven van één of meer personen.

De koper wordt vanaf 1 januari volgend op het jaar van het verlijden van de akte van verkoop op lijfrente als eigenaar in de kadastrale bescheiden ingeschreven.

V. WEERSLAG VAN DE INDEXATIE VAN DE KI'S

Nummer 9/4

Wanneer het KI ingevolge één van de voormelde redenen (vaststelling of wijziging van het KI, wijziging van de bestemming van het onroerend goed of verandering van eigenaar) moet worden gesplitst en tot een aantal maanden van het belastbare tijdperk moet worden teruggebracht, moeten eerst de niet-geïndexeerde gedeelten van het KI worden bepaald en moeten die delen vervolgens afzonderlijk worden geïndexeerd en afgerond (zie 518/10).

VI. WEERSLAG VAN DE VERHOGING VAN DE KI'S

Nummer 9/5

In de in 9/1 en 9/2 vermelde gevallen moet alleen het gedeelte van het KI dat proportioneel betrekking heeft op het deel van het belastbare tijdperk waarin een gebouwd onroerend goed dat niet voor de woningaftrek in aanmerking komt en ofwel niet verhuurd is (zie 7/4.2), ofwel verhuurd is aan een natuurlijke persoon die het niet voor beroepsdoeleinden gebruikt (zie 7/9.1), ofwel verhuurd is aan een rechtspersoon met het oog op het ter beschikking stellen ervan aan een natuurlijke persoon om uitsluitend als woning te worden gebruikt of aan meerdere natuurlijke personen die ze uitsluitend gezamenlijk als woning gebruiken, met 40 % worden verhoogd.

In het in 9/3 vermelde geval, moet de eventuele verhoging met 40 % van het KI naar de omstandigheden bij elke eigenaar afzonderlijk worden toegepast.

Nummer 9/6

In beide gevallen wordt de verhoging met 40 % van het KI toegepast op het voorafgaandelijk overeenkomstig 9/4 geïndexeerde en afgeronde KI.

VII. TOEPASSINGSVOORBEELDEN

Nummer 9/7

Terzake wordt verwezen naar 13/10 en inzonderheid naar de voorbeelden 5 tot 7, 9 en 10.