Artikel 49, KB/WIB 92

Art. 49, § 7, is van toepassing op de vaste activa aangeschaft of tot stand gebracht vanaf 01.01.2025 tot en met 30.06.2026 (art. 1 en 2, KB 28.07.2025 - B.S. 12.08.2025; Numac: 2025006024)


Voor vaste activa bedoeld in artikel 69/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vraagt de belastingplichtige schriftelijk of elektronisch bij de volgens artikel 69/3, § 3, van hetzelfde Wetboek, bevoegde minister het attest aan:

- op straffe van verval binnen de drie maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht;

- door middel van het, al dan niet elektronisch, ingevuld, gedagtekend en ondertekend formulier waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld.

§ 2. Het gemotiveerde attest of de gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt aan de belastingplichtige overgemaakt binnen de zes maanden na de aanvraag ervan.

§ 3. De aanvraag voor het attest waarvan sprake in § 1 bevat, onverminderd hetgeen bepaald in het samenwerkingsakkoord waarvan sprake in artikel 69/3 van hetzelfde Wetboek, minimaal de volgende gegevens:

- de noodzakelijke gegevens ter identificatie van de belastingplichtige;

- een gedetailleerde technische beschrijving van de investeringen, met verwijzing naar het vast actief op de investeringslijst;

- de afschriften van de gedetailleerde facturen.

§ 4. De belastingplichtige heeft de mogelijkheid om voor vaste activa waarvan sprake in § 1 die deel uitmaken van een investeringsproject dat over meer dan één belastbaar tijdperk loopt ook een investeringscertificaat aan te vragen op basis van de in dat belastbaar tijdperk geldende investeringslijsten. Voor vaste activa die deel uitmaken van een investeringsproject met een goedgekeurd investeringscertificaat wordt voor het verkrijgen van het attest de conformiteit beoordeeld op basis van de lijsten die van kracht zijn op het moment van de aanvraag van het investeringscertificaat.

§ 5. De belastingplichtige vraagt schriftelijk of elektronisch bij de instantie gedelegeerd door de volgens artikel 69/3, § 3, van hetzelfde Wetboek bevoegde minister het investeringscertificaat waarvan sprake in § 4 aan, binnen de drie maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin het investeringsproject wordt aangevat, op straffe van onontvankelijkheid:

- door middel van het, al dan niet elektronisch, ingevuld, gedagtekend en ondertekend formulier waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld;

- een gedetailleerde technische beschrijving van de geplande investeringen, met verwijzing naar het vast actief op de investeringslijst;

- met bijgevoegd een financieringsplan met een gemotiveerde raming van de totale kostprijs van het investeringsproject;

- en de gemotiveerde geschatte duur van het investeringsproject.

De bevoegde instantie levert het gemotiveerde investeringscertificaat of de gemotiveerde weigering voor het verlenen van het investeringscertificaat af binnen de termijn van zes maanden na de aanvraag ervan, met daarin de geldigheidstermijn waarvoor het investeringscertificaat wordt gegeven.

§ 6. Wanneer het investeringsproject vaste activa omvat die onder verschillende investeringslijsten vallen, moet per betrokken investeringslijst apart een investeringscertificaat worden aangevraagd voor dat deel van het investeringsproject bij de in artikel 69/3, § 3, van hetzelfde Wetboek aangeduide instanties.

§ 7. Voor vaste activa aangeschaft of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2025 tot en met 30 juni 2026 vraagt de belastingplichtige in afwijking van § 1, eerste lid, eerste streepje, het attest op straffe van verval aan binnen de twaalf maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht.

Voor investeringsprojecten aangevat vóór 1 juli 2026 vraagt de belastingplichtige in afwijking van § 5, eerste lid, het investeringscertificaat op straffe van verval aan binnen de twaalf maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin het investeringsproject werd aangevat.

Voor de vaste activa waarvan sprake in deze paragraaf, is de uiterlijke vervaldatum voor het indienen van een aanvraag voor een attest of investeringscertificaat hoe dan ook 30 juni 2026 zonder dat de termijn korter kan zijn dan hetgeen bepaald in § 1, eerste lid, eerste streepje voor het attest en § 5, eerste lid, voor het investeringscertificaat.