Commentaar van art. 219, WIB 92
Afdeling II - Bijzondere afzonderlijke aanslag
Art. 219, WIB 92
Nummer 219/0
Art. 219. - Een bijzondere afzonderlijke aanslag wordt gevestigd op kosten, vermeld in artikel 57, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave.
Die aanslag is gelijk aan 200 pct van die kosten.
II. BELASTBARE GRONDSLAG VAN DE BIJZONDERE AFZONDERLIJKE AANSLAG
Nummer 219/1
De bijzondere afzonderlijke aanslag in de Ven.B is van toepassing op de kosten die niet op de in art. 57, WIB 92 gestelde wijze zijn verantwoord; die kosten kunnen bestaan uit :
1° commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn;
2° bezoldigingen, pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen, betaald aan personeelsleden, bestuurders en werkende vennoten en gewezen personeelsleden, bestuurders en werkende vennoten evenals aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van de sociale voordelen die ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld;
3° vaste vergoedingen toegekend aan de leden van het personeel als terugbetaling van werkelijke eigen kosten van de werkgever.
Nummer 219/2
De in 219/1 gegeven opsomming belet niet dat inzonderheid met niet verantwoorde kosten moeten worden gelijkgesteld (zie ook commentaar op de art. 57 en 195, WIB 92) :
1° de liberaliteiten waarvoor de naam en het adres van de verkrijgers zomede de reden van de betaling niet worden bekendgemaakt; het kan inderdaad voorkomen dat vergoedingen ter beloning van diensten onder de benaming "liberaliteiten" bij de beroepskosten worden opgenomen met de bedoeling de desbetreffende inkomsten ten name van de verkrijgers aan de PB te onttrekken (zie Cass., 28.5.1963, NV "Ets. Holvoet-Lecomte", Bull. 413, blz. 2250);
2° de verborgen winsten, die niet onder de bestanddelen van de balans van een vennootschap worden teruggevonden, tenzij deze laatste aantoont dat die winsten werkelijk in haar vermogen zijn gebleven en zij, zo nodig haar boekhouding dienovereenkomstig aanpast (zie Brussel, 23.12.1959, NV "S.A.M.O.S.", Bull. 366, blz. 1129; Brussel, 27.11.1963, bevestigd door Cass., 4.3.1969, PVBA "Carrosserie Marcel Ricker", Bull. 470, blz. 103; Brussel, 29.4.1969, NV "Kayser-Bondor", Bull. 474, blz. 745, PV van 20.12.1961 van Dhr. Lavens, Bull. VA, Kamer, 1961-1962, nr. 6, blz. 325 - Bull. 384, blz. 474);
3° de verworpen verteerkosten (andere dan die bedoeld in art. 53, 8°, WIB 92) in een NV (brouwerij) ingeval de verkrijgers niet worden geïdentificeerd (Gent, 24.6.1964, NV "Brouwerij Bosteels", Bull. 413, blz. 2301).
Daarentegen mogen niet als door art. 219, WIB 92, beoogde kosten worden behandeld, degene waarvan, zelfs wanneer ze bij gebrek aan verantwoording onder de verworpen uitgaven zouden moeten worden opgenomen, als vaststaand kan worden beschouwd dat ze ten name van de verkrijgers geen in art. 57, WIB 92, bedoelde inkomsten zijn en inzonderheid dat ze niet de aard hebben van verkapte winstuitkeringen (zoals, b.v. de interesten van bij derden die geen vennoot zijn geleende kapitalen, RSZ-bijdragen, enz.).
Nummer 219/3
De bijzondere afzonderlijke aanslag is bovendien niet van toepassing op :
1° de sociale voordelen die ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld;
2° de in art. 53, 9°, WIB 92, bedoelde kosten met betwistbaar beroepskarakter (jacht, visvangst, enz.) wanneer het niet mogelijk is de werkelijke verkrijgers van die kosten te identificeren (zie commentaar op art. 195, WIB 92);
3° de geringe giften, bestaande uit fooien, geschenken, enz., verleend aan personen die geen deel uitmaken van het personeel van de onderneming;
4° de niet geboekte winsten, evenals de geboekte kosten die niet zijn verantwoord, op voorwaarde dat die bestanddelen :
- ofwel, met hun akkoord, als beroepsinkomsten van de bestuurders of vennoten worden belast; uiteraard moet die akkoordverklaring gebeuren op een ogenblik dat het nog mogelijk is de verkrijgers van de toekenningen binnen de wettelijke termijnen te belasten;
- ofwel, door een aanpassing van de boekhouding, in het vermogen van de vennootschap worden uitgedrukt;
5° de toekenningen (met inbegrip van de voordelen van alle aard) waaromtrent de vennootschap de identiteit van de verkrijger en het bedrag per verkrijger aan de administratie heeft medegedeeld doch welke de vennootschap weigert op de vereiste wijze te verantwoorden omdat die toekenningen volgens haar ten name van de verkrijger geen beroepsinkomsten zijn (zie 219/4);
6° de kosten waarvan de echtheid en het bedrag verantwoord (zie commentaar op art. 49, WIB 92) zijn, maar die, bijvoorbeeld wegens hun overdreven karakter, in een bepaalde mate niet als beroepskost worden aanvaard en evenmin aanleiding geven tot het belasten van een voordeel van alle aard ten name van de verkrijgers (zie 219/5).
Nummer 219/4
Wat de onder 219/3, 5°, bedoelde toekenningen betreft moet door de taxatieambtenaar als volgt worden gehandeld :
1° indien hij oordeelt dat de zienswijze van de vennootschap niet kan worden bijgetreden, zelf de nodige aanvullende of verbeterende documenten (fiches 281) opstellen en (zo nodig met de passende verduidelijkingen) doorsturen aan de diensten die bevoegd zijn voor de taxatie van de verkrijgers;
2° in het tegenovergestelde geval onderzoeken of de toekenningen - of de kosten die de vennootschap in verband met de toegekende voordelen heeft gedragen - niet als liberaliteit ten name van de vennootschap moeten worden belast.
Nummer 219/5
De onder 219/3, 6°, beoogde gevallen worden geïllustreerd door het volgende voorbeeld.
Een vennootschap heeft als publiciteitskosten een bedrag geboekt van 500.000 F dat volledig door bewijsstukken is verantwoord. Uit het onderzoek blijkt dat 240.000 F als beroepskost kan worden aanvaard, terwijl een voordeel van alle aard aan de vennoten ten bedrage van 30.000 F in aanmerking moet worden genomen.
De bijzondere afzonderlijke aanslag is slechts van toepassing op het bedrag van 30.000 F voordelen van alle aard, voor zover dit bedrag niet wordt belast ten name van de verkrijgende vennoten. Het resterende bedrag dat niet als beroepskost kan worden aanvaard (230.000 F), moet enkel als verworpen uitgaven onder de fiscale winst van de vennootschap worden opgenomen.
Nummer 219/6
Met betrekking tot ondernemingen waar het toekennen van geheime commissielonen bevonden wordt tot de dagelijkse praktijk te behoren, bestaat de mogelijkheid om van het gemeen recht af te wijken (zie commentaar op art. 58, WIB 92) . In dat geval wordt de bijzondere afzonderlijke aanslag niet geheven.
Anderzijds is het gedeelte van de commissielonen betaald aan de bemanning van buitenlandse schepen dat de normale grenzen overschrijdt, echter wel aan de bijzondere afzonderlijke aanslag onderworpen (zie commentaar op art. 57, WIB 92).
III. PROCEDURE M.B.T. DE VASTSTELLING VAN DE BELASTBARE GRONDSLAG
Nummer 219/7
Zie 346/16 en 351/26.
IV. BEREKENING EN TARIEF VAN DE BIJZONDERE AFZONDERLIJKE AANSLAG
Nummer 219/8
De bijzondere afzonderlijke aanslag wordt geheven tegen het tarief van 200 % op het bedrag van de niet verantwoorde kosten. Het hoge tarief van de bijzondere aanslag moet ertoe leiden dat de belastingplichtigen er praktisch geen voordeel meer kunnen bij hebben de vereiste verantwoording niet over te leggen. Deze aanslag heeft immers als doel het verlies te compenseren van de belasting die niet van de verkrijgers van de kosten kan worden gevorderd.
Vanaf het aj. 1994 moet een aanvullende crisisbijdrage (ACB) van 3 opcentiemen worden gevestigd op de bijzondere afzonderlijke aanslag verschuldigd tegen het tarief van 200 % (zie commentaar op art. 463bis, WIB 92).
Nummer 219/9
De aandacht wordt gevestigd op het volgende :
1° overeenkomstig art. 207, WIB 92, kunnen de in de art. 199 tot 206, WIB 92, bedoelde aftrekken niet worden verricht op de grondslag van de bijzondere afzonderlijke aanslag;
2° de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan en de verlaging van de aanslagvoet tot 1/4 voor inkomsten van buitenlandse oorsprong zijn niet van toepassing op de bijzondere afzonderlijke aanslag;
3° op de bijzondere afzonderlijke aanslag mag geen verrekening van voorheffingen gebeuren (art. 292, 2e lid, WIB 92).
Voorbeeld
Nummer 219/10
Een NV kent tijdens het boekjaar 1993 (aj. 1994) 2.000.000 F toe aan niet-geïdentificeerde personen.
Bijzondere afzonderlijke aanslag :
- basisbelasting : 2.000.000 F x 200 % = 4.000.000 F
- ACB van 3 % = 120.000 F
- totaal = 4.120.000 F
(ongeacht of de grondslag in de gewone aanslag een belastbaar resultaat, dan wel een compenseerbaar verlies oplevert).
Nummer 219/11
Zowel de niet verantwoorde kosten die aan de bijzondere afzonderlijke aanslag zijn onderworpen, als de bijzondere afzonderlijke aanslag op die kosten (met inbegrip van de 3 opcentiemen ACB), moeten niet in aanmerking worden genomen voor de gewone aanslag in de Ven.B en zijn dus in feite als aftrekbare beroepskosten aan te merken (zie commentaar op art. 197, WIB 92) .
Wanneer de vennootschap overeenkomstig het KB van 8.10.1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, een kostenrubriek heeft gedebiteerd met de verschuldigde, gestorte of geraamde belastingen met inbegrip van de bijzondere afzonderlijke aanslag, moet in een bijlage bij de aangifte de splitsing worden gemaakt tussen :
- het gedeelte dat betrekking heeft op niet als beroepskosten aftrekbare belastingen en dat derhalve onder de verworpen uitgave moet worden opgenomen;
- en het gedeelte dat betrekking heeft op als beroepskosten aftrekbare belastingen.
Nummer 219/12
De bijzondere afzonderlijke aanslag wordt verbonden aan het aanslagjaar betreffende het belastbare tijdperk in de loop waarvan de "betaling" van de niet verantwoorde kosten heeft plaatsgehad (zie art. 206, KB/WIB 92).
