Commentaar van art. 270, WIB 92
Afdeling IV - Bedrijfsvoorheffing
Art. 270, WIB 92
| 270/0 | |
| 270/1 | |
| 270/2-3 | |
| 270/4-4.1 | |
| 270/5 | |
| 270/6-15 | |
| 270/6 | |
| 270/7 | |
| 270/8-9 | |
| 270/10 | |
| E. Kleermakers, kleermaaksters, naaisters, tuiniers, werkvrouwen | 270/11 |
| 270/12 | |
| 270/13 | |
| 270/14 | |
| 270/15 |
VOORWOORD
Om een rationele indeling van de te behandelen stof mogelijk te maken, worden de art. 270 en 271, WIB 92 samen besproken.
Nummer 270/0
Art. 270. - De bedrijfsvoorheffing is verschuldigd door:
1° degenen die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in België bezoldigingen, pensioenen, renten en toelagen betalen of toekennen, evenals de inwoners die, in voormelde hoedanigheid, in het buitenland bezoldigingen betalen of toekennen aan rijksinwoners [De huidige tekst van art. 270, 1°, WIB 92, is van toepassing op de vanaf 1.1.1997 betaalde of toegekende inkomsten.];
2° degenen die in België diensten bezigen van personen verbonden door een arbeidsovereenkomst, van wie de bezoldiging geheel of hoofdzakelijk bestaat uit door de cliënteel betaalde fooien of dienstpercenten;
3° degenen die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in artikel 228, § 2, 8°, vermelde inkomsten van podiumkunstenaars of sportbeoefenaars betalen of toekennen of bij ontstentenis daarvan de organisator van de vertoningen of van de sportwedstrijden [De huidige tekst van art. 270, 3° en 4°, WIB 92, is van toepassing vanaf 31.7.1992.];
4° degene die door de leden van een in artikel 229, § 3, vermelde vennootschap of vereniging wordt aangesteld om hen in belastingzaken te vertegenwoordigen, of bij ontstentenis daarvan, elk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten of leden [ De huidige tekst van art. 270, 3° en 4°, WIB 92, is van toepassing vanaf 31.7.1992. ];
5° degenen die krachtens artikel 35 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten verplicht zijn de akten of verklaringen ter registratie aan te bieden wanneer het akten of verklaringen betreft waarbij de overdracht onder bezwarende titel is vastgesteld van in België gelegen onroerende goederen of zakelijke rechten met betrekking tot die goederen door een in artikel 227, 1° of 2°, vermelde belastingplichtige [ Art. 270, 5°, WIB 92, is van toepassing op de vanaf 1.1.1993 verwezenlijkte meerwaarden. ];
6° diegenen die als curatoren in faillissementen, vereffenaars van gerechtelijke akkoorden, vereffenaars van vennootschappen of als personen die gelijkaardige functies uitoefenen, schuldvorderingen hebben te honoreren met de hoedanigheid van bezoldigingen als bedoeld in artikel 30 [ Art. 270, 6°, WIB 92, is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.7.1993. ].
Art. 271 [ De huidige tekst van art. 271, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1998. ]. - De Koning kan, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de toepassing van artikel 270 uitbreiden tot winst, baten of bezoldigingen van bedrijfsleiders, alsmede tot in artikel 90, 1° tot 4° vermelde diverse inkomsten.
Nummer 270/1
Art. 86. - Natuurlijke en rechtspersonen, zomede alle personen die geheel of ten dele, uit welken hoofde ook, de leiding of het beheer van vennootschappen, verenigingen, instellingen of lichamen zonder rechtspersoonlijkheid waarnemen, moeten de bedrijfsvoorheffing die aan de bron verschuldigd is op de door hen betaalde of toegekende en in artikel 87 vermelde inkomsten, in de Schatkist storten.
Art. 87. - Behoudens de door de wet en door internationale overeenkomsten bepaalde vrijstellingen, is de bedrijfsvoorheffing aan de bron verschuldigd op :
1° beroepsinkomsten als vermeld in artikel 23, § 1, 4° en 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die de in artikel 86 vermelde personen als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in België betalen of toekennen, evenals op de in artikel 23, § 1, 4°, van hetzelfde Wetboek vermelde bezoldigingen die door inwoners in voormelde hoedanigheid in het buitenland worden betaald of toegekend aan rijksinwoners [ De huidige tekst van art. 87, 1°, KB/WIB 92, is van toepassing op de vanaf 1.1.1998 betaalde of toegekende inkomsten. ];
2° bezoldigingen die volledig of hoofdzakelijk bestaan uit fooien of dienstpercenten, door de cliënteel betaald aan personen die in België krachtens een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld zijn door belastingschuldigen als vermeld in artikel 86;
3° prijzen, subsidies, renten of pensioenen als vermeld in artikel 90, 2°, van hetzelfde Wetboek;
4° uitkeringen of kapitalen als vermeld in artikel 90, 3° en 4°, van hetzelfde Wetboek, die rijksinwoners betalen of toekennen aan niet- rijksinwoners;
5° hierna vermelde inkomsten wanneer zij aan niet-inwoners als vermeld in artikel 227 van hetzelfde Wetboek, worden betaald of toegekend :
a) winst en baten als vermeld in artikel 90, 1°, van hetzelfde Wetboek;
b) commissielonen, provisies, vacatiegelden, toelagen, erelonen en alle andere vergoedingen wegens prestaties of diensten van welke aard ook, zomede auteurs-, reproductie- en andere gelijkaardige rechten, die in artikel 86 vermelde personen toevallig of niet in België, in het kader van hun beroepswerkzaamheid of van hun maatschappelijk, statutair of conventioneel doel, betalen of toekennen aan welke personen ook voor wie de retributies in artikel 23, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek vermelde baten zijn;
c) winst als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, b, van hetzelfde Wetboek;
d) inkomsten vermeld in artikel 228, § 2, 8°, van hetzelfde Wetboek;
e) winst als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, d, van hetzelfde Wetboek;
6° presentiegelden door in artikel 86 vermelde personen betaald of toegekend aan welke personen ook voor wie die presentiegelden baten zijn als vermeld in artikel 23, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek;
7° het geheel van de winst en de baten die overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 29, § 1, en 364 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden geacht te zijn toegekend aan niet- inwonende vennoten of leden van burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 229, § 3, van hetzelfde Wetboek [ Art. 87, 7°, KB/WIB 92, is van toepassing op de winst en de baten die vanaf 1.1.1992 worden geacht te zijn toegekend overeenkomstig de art. 29, § 1 en 364, WIB 92. ];
8° meerwaarden die door niet-inwoners als vermeld in artikel 227, 1°, of 2°, van hetzelfde Wetboek worden verwezenlijkt bij de overdracht onder bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen of van zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen, voor zover die meerwaarden begrepen zijn in de in artikel 228, § 2, 3°, a, en 4°, van hetzelfde Wetboek vermelde winst of baten [ Art. 87, 8°, KB/WIB 92, is van toepassing op de meerwaarden verwezenlijkt vanaf 1.1.1997. ];
9° vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst of van baten, zelfs indien ze op een vorige beroepswerkzaamheid betrekking hebben [ Art. 87, 9°, KB/WIB 92, is van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1.6.1997. ].
Nummer 270/2
De bepaling van art. 270, 1°, 3° en 6°, WIB 92, heeft uitsluitend tot gevolg een inningswijze toe te voegen, door inhouding bij de bron, aan de directe aanslag ten name van de belastingplichtige zelf, verkrijger van de inkomsten (Brussel, 25.4.1934, Owen, Bull. 84, blz. 4).
Nummer 270/3
De inhouding bij de bron kan de schuldenaar van de ingehouden voorheffing niet in de plaats stellen, als belastingplichtige, van de verkrijger van de inkomsten; de schuldenaar is slechts de tussenpersoon waardoor de fiscus de voorlopige inning tot stand brengt (Cass., 28.1.1958, NV "Entreprises générales et Bureau d'Etudes B.S.L.", Pas. 1958, I, 575; 10.12.1959, VZW "Congregation des Filles de la Croix", Bull. 372, blz. 243).
De verkrijger van de inkomsten is de werkelijke schuldenaar van de belasting en blijft tot de betaling ervan gehouden zolang niet is uitgemaakt dat de belasting effectief in de Schatkist is gestort door degene die de wet ermede belast de belasting bij de bron in te houden en te betalen in de plaats van de werkelijke schuldenaar (Brussel, 7.2.1955, Hasque - zie evenwel 312/42).
Nummer 270/4
Uit de art. 270 en 271, WIB 92, en de art. 86 en 87, KB/WIB 92, samen volgt dat de schuldenaars van de BV degenen zijn die :
1° uit welken hoofde ook aan de BV onderworpen inkomsten betalen of toekennen;
2° personen tewerkstellen van wie de bezoldiging geheel of hoofdzakelijk bestaat uit fooien of dienstpercenten die door de clientèle worden betaald en aan de BV onderworpen zijn;
3° als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon in art. 228, § 2, 8°, WIB 92, vermelde inkomsten (d.w.z. inkomsten van welke aard ook, uit een in België door een niet-inwonende podiumkunstenaar of sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegekend aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon) betalen of toekennen. Bij ontstentenis daarvan kan de BV worden geëist van de organisator van de vertoningen of van de sportwedstrijden;
4° door de leden van een in artikel 229, § 3, WIB 92 vermelde burgerlijke vennootschap of vereniging zonder rechtspersoonlijkheid (zoals een buitenlands partnership) worden aangesteld om hen in belastingzaken te vertegenwoordigen, of bij ontstentenis daarvan, elk van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten of leden;
5° krachtens art. 35, Wetboek der registratie- hypotheek- en griffierechten verplicht zijn de akten of verklaringen ter registratie aan te bieden (namelijk de instrumenterende notaris of de verkrijger - indien de overdracht gebeurt door middel van een onderhandse akte die door de verkrijger ter registratie aangeboden wordt) wanneer het akten of verklaringen betreft waarbij de overdracht onder bezwarende titel is vastgesteld van in België gelegen onroerende goederen of zakelijke rechten met betrekking tot die goederen door een in art. 227, 1° of 2°, WIB 92, vermelde belastingplichtige (d.w.z. een niet-inwonende natuurlijke persoon, een buitenlandse vennootschap of een ermee gelijkgesteld lichaam);
6° als curatoren in faillissementen, vereffenaars van gerechtelijke akkoorden, vereffenaars van vennootschappen of als personen die gelijkaardige functies uitoefenen, schuldvorderingen hebben te honoreren met de hoedanigheid van in art. 30, WIB 92, vermelde bezoldigingen (m.a.w. bezoldigingen van werknemers en van bedrijfsleiders).
Die bepaling is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1.7.1993 (art. 23, § 3, W 22.7.1993), zelfs wanneer het faillissement is uitgesproken voor de inwerkingtreding van de W 22.7.1993 en zonder dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen de voorheffingen met betrekking tot de bezoldigingen betreffende de periode vóór het faillissement maar door de curator betaald tijdens het faillissement en de voorheffingen met betrekking tot de bezoldigingen betaald in het kader van een eventuele voortzetting van de activiteit na het faillissement.
Dit betekent dat de curatoren vanaf die datum, in principe, dezelfde wettelijke verplichtingen hebben als de werkgevers wat betreft de onderworpenheid en wat betreft de verplichte aangifte en storting van de voorheffing.
Nummer 270/4.1
Met ingang van 1.1.1997 is de BV eveneens verschuldigd door inwoners die in het buitenland bezoldigingen betalen of toekennen aan rijksinwoners.
V. AAN DE BV ONDERWORPEN INKOMSTEN
Nummer 270/5
Krachtens de bepalingen van de art. 270 en 271, WIB 92, en van art. 87, KB/WIB 92, zijn, onder voorbehoud van de vrijstellingen bepaald in de wet en in de dubbelbelastingverdragen, aan de BV onderworpen :
1° de in de art. 30 tot 34, WIB 92, bedoelde bezoldigingen van werknemers en bedrijfsleiders (met inbegrip van de waarde in geld van voordelen van alle aard zoals b.v. verwarming, verlichting, huisvesting en voeding) en pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, die in België worden betaald of toegekend alsmede de bezoldigingen die in het buitenland door inwoners worden betaald of toegekend aan rijksinwoners;
2° de bezoldigingen die volledig of hoofdzakelijk bestaan uit fooien of dienstpercenten, door de clientèle betaald aan in België tewerkgestelde personen die door een arbeidsovereenkomst aan hun werkgever zijn verbonden;
3° de in art. 90, 2°, WIB 92 bedoelde prijzen, subsidies, renten of pensioenen, door Belgische of buitenlandse openbare machten of openbare instellingen zonder winstoogmerken in België toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars;
4° de onderhoudsuitkeringen en de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen als bedoeld in art. 90, 3° en 4°, WIB 92 die rijksinwoners betalen of toekennen aan niet-rijksinwoners;
5° de hierna vermelde inkomsten die worden betaald of toegekend aan personen, vennootschappen, verenigingen, instellingen, enz., die aan de BNI onderworpen zijn :
- toevallige winst of baten die de aard hebben van diverse inkomsten als bedoeld in art. 90, 1°, WIB 92;
- commissielonen, provisies, vacatiegelden, toelagen, erelonen, en alle andere vergoedingen wegens prestaties of diensten van welke aard ook, zomede auteurs-, reproductie- en andere gelijkaardige rechten die toevallig of niet in België in het kader van de beroepswerkzaamheid of van het maatschappelijk, statutair of conventioneel doel van de schuldenaar, worden betaald of toegekend aan welke personen ook voor wie die retributies baten zijn als bedoeld in art. 23, § 1, 2°, WIB 92 (b.v. commissielonen, vacatiegelden, toelagen, erelonen en andere gelijkaardige vergoedingen verleend - behoudens als particulier door een natuurlijke persoon - aan geneesheren, advocaten, architecten, deskundigen, enz.);
- winst uit in België gedane verrichtingen door buitenlandse verzekeraars die er gewoonlijk andere contracten dan herverzekeringscontracten inzamelen;
- inkomsten van welke aard ook, uit een in België door een podiumkunstenaar of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verrichte werkzaamheid, zelfs indien de inkomsten niet worden toegekend aan de podiumkunstenaar of aan de sportbeoefenaar zelf, maar aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- winst verkregen door aan de BNI/ven. onderworpen vennootschappen, verenigingen, instellingen of lichamen uit de uitoefening van een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies in een binnenlandse kapitaalvennootschap, zomede uit werkzaamheden die zulke niet-inwoner uitoefent in een inrichting waarover een andere aan de BNI/ven. onderworpen vennootschap, vereniging, instelling of lichaam in België beschikt;
6° presentiegelden betaald of toegekend aan welke personen ook voor wie die presentiegelden baten zijn als bedoeld in art. 23, § 1, 2°, WIB 92;
7° winst en baten die overeenkomstig de art. 29, § 1, en 364, WIB 92 worden geacht te zijn toegekend aan niet-inwonende vennoten of leden van burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in art. 229, § 3, WIB 92;
8° meerwaarden die door niet-inwonende natuurlijke personen en buitenlandse vennootschappen of ermee gelijkgestelde lichamen worden verwezenlijkt bij de overdracht onder bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen of van zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen voorzover die meerwaarden begrepen zijn in de winst (opgebracht door of zonder bemiddeling van een Belgische inrichting) of in de baten van die belastingplichtigen;
9° vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst of van baten, zelfs indien ze op een vorige beroepswerkzaamheid betrekking hebben.
Voor alle nadere toelichtingen in verband met de vaststelling van die verschillende inkomsten en hun eventuele vrijstelling, wordt verwezen naar de commentaar op de art. 23, § 1, 24, 27, 30 tot 34, 36,38 tot 40, 90, 228 en 229, WIB 92.
A. ZAAKVOERDERS VAN WARENHUIZEN OF BIJHUIZEN
Nummer 270/6
Zaakvoerders van wie de bezoldigingen in de art. 30, 1° en 31, WIB 92 (zie 23/211 en 212) bedoeld zijn en welke die bezoldigingen op hun omzetcijfer inhouden, zijn gemachtigd de inhouding op hun nettobezoldigingen te doen; al de zaakvoerders die zelf de bezoldiging van het hulppersoneel moeten dragen, moeten trouwens persoonlijk de BV op de wedden en lonen van dat personeel storten.
Handelsondernemingen en firma's met bijhuizen moeten voor 1 maart van ieder jaar aan de leider van het bevoegde Doc.-C-BV de individuele fiches en de samenvattende opgave overleggen van de verschillende in het vorige jaar aan hun zaakvoerders toegekende bezoldigingen.
Hetzelfde geldt ten opzichte van de personen die zich voor een bepaalde firma belasten met maakwerk of andere werken waarvoor zij een vergoeding verkrijgen waarop zij de lonen, enz., van derden, die gedeeltelijk die werken uitvoeren, inhouden (zie eveneens 23/241 en 242).
Nummer 270/7
Blijkens 23/242 moeten de bazen, meesterwerklieden, vormers of ploegbazen, die tegen een forfaitaire prijs werken uitvoeren onder de verplichting op hun kosten het vereiste handwerk en soms het nodige gereedschap te leveren, als werklieden worden beschouwd wanneer er ontegensprekelijk een band van ondergeschiktheid bestaat tussen de werkkrachten en de personen die hen aanwerven. In dit geval zijn het die personen die de BV moeten inhouden op de lonen van bedoelde meesterwerklieden, vormers of ploegbazen en op bezoldigingen van de werklieden die de aldus samengestelde groep vormen.
C. ARBEIDERS VAN DE BOUWSECTOR
1. Getrouwheidspremie. Forfaitaire vergoeding in geval van slecht weer
Nummer 270/8
De jaarlijkse getrouwheidspremie ter bevordering van de werkelijke arbeid in de bouwnijverheid (getrouwheidszegels) is een eigenlijke bezoldiging.
De forfaitaire vergoeding ter compensatie van de helft van het loon dat wegens slecht weer is gederfd in geval van niet begonnen werkdag of werkonderbreking tijdens de dag (weerverletzegels) wordt beschouwd als zijnde toegekend tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen.
Die vergoeding en die premie zijn niet aan de BV onderworpen.
De werkgever moet de toekenning van die vergoeding en van die premie evenwel op de in 312/30 bepaalde wijze vermelden op de individuele loonfiches 281.10 en op de samenvattende opgaven 325.10.
2. Mobiliteitsvergoeding
Nummer 270/9
De ondernemingen van de bouwsector mogen zich ervan onthouden de BV in te houden op het belastbare gedeelte (zie 31/69) van de mobiliteitsvergoedingen toegekend aan arbeiders van de sector die op ten minste 5 km afstand van hun werkplaats wonen.
Die ondernemingen moeten evenwel de toekenning van deze vergoeding vermelden zoals voorgeschreven in 312/31.
Nummer 270/10
De werkgevers zijn, onder voorbehoud van het recht van inhouding, verplicht de BV in verband met de bezoldigingen van de huisarbeiders te storten (voor het belastingstelsel van die werklieden, zie 23/13 en 23/247).
Het spreekt van zelf dat huisarbeiders die helpers bezigen, de BV op het loon van deze laatsten moeten storten.
Vorenstaande bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de aannemers van werk tegen maakloon (zie 23/215 tot 217) die voor verschillende huizen of zelfs voor particulieren werken, zonder dat tussen de betrokkenen een band van ondergeschiktheid bestaat zoals tussen werkgever en werknemer.
E. KLEERMAKERS, KLEERMAAKSTERS, NAAISTERS, TUINIERS, WERKVROUWEN
Nummer 270/11
Wanneer kleermakers of kleermaaksters, naaisters, tuiniers, werkvrouwen, enz., voor rekening van verschillende particulieren, ofwel thuis, ofwel ten huize van die werkgevers arbeiden, en als bezoldigden moeten worden beschouwd van de personen voor wier rekening de werken worden uitgevoerd, moeten die particulieren zich in beginsel schikken naar al de verplichtingen die inzake BV op de werkgevers rusten.
Om praktische redenen wordt hun evenwel toegestaan de BV niet in te houden op de aan de betrokkenen uitbetaalde lonen.
Nummer 270/12
Voetbalclubs, federaties, groeperingen of verenigingen zijn de BV verschuldigd op de sommen die zij aan de voetbalspelers betalen of toekennen:
- wanneer die sommen worden betaald of toegekend aan rijksinwoners en voor hen bezoldigingen als bedoeld in de art. 30, 1° en 31, WIB 92 (zie 23/293);
- wanneer die sommen worden betaald of toegekend aan niet-inwoners en voor hen inkomsten zijn als bedoeld in art. 228, § 2, 8°, WIB 92.
G. BASKETBALTRAINERS, -VERZORGERS, -SPELERS EN -SPEELSTERS
Nummer 270/13
De Koninklijke Belgische Basketbalbond, de basketbalclubs en de "sponsors" zijn schuldenaars van de BV op de belastbare sommen die zij betalen of toekennen aan basketbaltrainers, -verzorgers, -spelers en -speelsters :
- wanneer die sommen worden betaald of toegekend aan rijksinwoners en voor hen bezoldigingen zijn als bedoeld in de art. 30, 1° en 31, WIB 92 zie 23/294);
- wanneer de sommen worden betaald of toegekend aan niet-inwoners, en voor hen baten van winstgevende bezigheden als bedoeld in art. 23, § 1,2°, WIB 92, of inkomsten zijn als bedoeld in art. 228, § 2, 8°, WIB 92.
H. VERZEKERINGSAGENTEN-WERKNEMERS
Nummer 270/14
Verzekeringsondernemingen, makelaars en andere verzekeringsagenten zijn de BV verschuldigd op de commissielonen die zij aan hun agenten betalen of toekennen, wanneer die commissielonen bezoldigingen zijn als bedoeld in de art. 30, 1° en 31, WIB 92 (zie 23/207).
I. IN NEDERLAND TEWERKGESTELDE BELGISCHE GRENSARBEIDERS
Nummer 270/15
De bezoldigingen van in Nederland bij een Nederlandse vennootschap tewerkgestelde Belgische grensarbeiders, zijn onderworpen aan de BV wanneer zij worden uitbetaald via de financiële rekening van een Belgische dochtermaatschappij van die vennootschap.
