Commentaar van art. 304, WIB 92

Art. 304, WIB 92

I. WETTEKST

304/0

II. MINIMUMBEDRAG VAN EEN INKOHIERING

304/1-3

A. Aanslagen in de OV

304/1

B. Aanslagen in de PB, in de Ven.B, in de RPB en in de BNI

304/2-3

III. MINIMUMBEDRAG VAN EEN TERUGGAVE INZAKE PB, VEN.B EN BNI

304/4

I. WETTEKST

Nummer 304/0

Art. 304. - § 1. Aanslagen in de onroerende voorheffing die betrekking hebben op een kadastraal inkomen van minder dan 600 frank per artikel van de kadastrale legger worden niet ten kohiere gebracht.

Behalve als zij roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing betreffen, worden aanslagen in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, in de rechtspersonenbelasting en in de belasting van niet-inwoners niet ten kohiere gebracht wanneer zij, na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen, geen 100 frank bedragen.

Om te bepalen of de grens van 100 frank is bereikt, wordt rekening gehouden met de opcentiemen en de aanvullende belastingen als vermeld in de artikelen 245 en 466.

§ 2. Bij belastingplichtigen die aan de personenbelasting zijn onderworpen, wordt het eventuele overschot van de in artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen en van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.

Bij binnenlandse vennootschappen wordt het eventuele overschot van de in artikel 279 vermelde roerende voorheffing en van de in artikelen 157 tot 168 en 218 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekenend met de bijzondere afzonderlijke aanslagen gevestigd ingevolge artikel 219 en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.

Bij belastingplichtigen die ingevolge de artikelen 232 en 233 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen :

1° zijn het eerste en tweede lid van deze paragraaf onderscheidenlijk van toepassing op de belasting berekend volgens de artikelen 243 tot 245 of 246;

2° wordt de bijzondere aanslag ingevolge artikel 301 voor de toepassing van dit artikel met een voorafbetaling gelijkgesteld, mits die aanslag betrekking heeft op onroerende goederen die winst opbrengen als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, a.

II. MINIMUMBEDRAG VAN EEN INKOHIERING

A. AANSLAGEN IN DE OV

Nummer 304/1

Ter zake wordt verwezen naar de commentaar op art. 256, WIB 92 (zie 256/2). Zie ook 251/1.

B. AANSLAGEN IN DE PB, IN DE VEN.B, IN DE RPB EN IN DE BNI

Nummer 304/2

Aanslagen in de PB, in de Ven.B, in de RPB en in de BNI worden niet ten kohiere gebracht, wanneer zij - na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen - geen 100 F bedragen.

Die regel geldt evenwel niet voor de RV en de BV.

Art. 463bis, § 2, 4°, WIB 92, stelt dat, voor de toepassing van het 1e lid, onder de daarin opgesomde belastingen moet worden verstaan, de met de ACB verhoogde PB, Ven.B, RPB en BNI.

Nummer 304/3

Bij de vaststelling van de grens van 100 F, wordt rekening gehouden met :

- voor de aanslagen in de PB : de PB/gem. en de PB/agg. (cf. art. 466, WIB 92 - zie ter zake 465/12 tot 14);

- voor de aanslagen in de BNI/nat.pers. : de 6 opcentiemen ten bate van de Staat (cf. art. 245, WIB 92).

III. MINIMUMBEDRAG VAN EEN TERUGGAVE INZAKE PB, VEN.B EN BNI

Nummer 304/4

Ter zake wordt verwezen naar de commentaar op art. 276, WIB 92.