Commentaar van art. 322, WIB 92
Afdeling II - Plichten van derden
Art. 322, WIB 92
| 322/0 | |
| 322/1 | |
| III. WIJZEN VAN ONDERZOEK EN AMBTENAREN DIE BEVOEGD ZIJN OM DEZE UIT TE VOEREN | 322/2 |
| 322/3-4 | |
| 322/5 | |
| 322/6 | |
| 322/7 | |
| 322/8 | |
| 322/9-10 | |
| 322/11-15 |
Nummer 322/0
Art. 322. - De administratie mag, wat een bepaalde belastingplichtige betreft, geschreven attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen, en binnen de door haar bepaalde termijn, welke wegens wettige redenen kan worden verlengd, van natuurlijke of rechtspersonen, alsook van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid alle inlichtingen vorderen die zij nodig acht om de juiste heffing van de belasting te verzekeren.
Nochtans mag het recht om derden te horen en om een onderzoek in te stellen slechts worden uitgeoefend door een ambtenaar met een hogere graad dan die van controleur.
Nummer 322/1
Art. 322, WIB 92, laat de administratie toe derden te horen of bij deze inlichtingen in te zamelen wat een met name opgegeven belastingplichtige betreft.
III. WIJZEN VAN ONDERZOEK EN AMBTENAREN DIE BEVOEGD ZIJN OM DEZE UIT TE VOEREN
Nummer 322/2
Art. 322, WIB 92, stelt de administratie twee onderscheiden middelen van onderzoek ter hand (Luik, 27.5.1969, Boutard, bevestigd bij Cass., 17.3.1970, Bull. 477, blz. 1428) :
- eensdeels, de inzameling van inlichtingen : de administratie mag attesten inzamelen en, van bepaalde personen en binnen bepaalde termijnen, alle inlichtingen vorderen die zij nodig acht (die attesten en inlichtingen mogen door om het even welke ambtenaar van de administratie worden ingezameld);
- anderdeels, het recht derden te horen en een onderzoek in te stellen. Het gaat hier om het bewijs door getuigen, waarvan de aanwending dient te geschieden volgens de procedureregels vastgesteld in de art. 325 en 326, WIB 92, (overeenkomstig art. 322, 2e lid, WIB 92, mag het laatste recht -en enkel dit- slechts worden uitgeoefend door ambtenaren met een hogere graad dan die van Hfd.cr. Het zal doorgaans door de Insp.A, en eventueel door de Insp. van de Administratie van de Bijzondere belastinginspectie worden uitgeoefend).
IV. WIE KAN HET VOORWERP ZIJN VAN ONDERZOEKINGEN ?
Nummer 322/3
Om de juiste heffing van de belasting ten name van een bepaalde belastingplichtige te verzekeren, en onder voorbehoud van wat in 322/5 tot 10 is voorgeschreven, mag de administratie attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen en inlichtingen vorderen, niet alleen van of bij derden waarmede de belastingplichtige beroepsmatige of winstgevende verrichtingen heeft uitgevoerd, zoals leveranciers, klanten, schuldeisers, schuldenaars, maar ook van of bij andere natuurlijke personen of rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, die bij machte zijn haar gegevens te verstrekken, welke tot de juiste heffing van de belasting ten name van deze belastingplichtige kunnen leiden (PV nr. 129 van Hismans, Bull.VA, Senaat, zitting 1983-1984, blz. 794 - Bull. 629, blz. 1497).
Ter zake worden eveneens de raadgevers in informatica beoogd inzonderheid voor het verkrijgen van analysedossiers van de door hun cliënten gebruikte programma's. Immers, dergelijke inlichtingen, alhoewel zij niet a priori rechtstreeks betrekking hebben op de belastbare stof, kunnen elementen vormen die het de administratie mogelijk maken zich te vergewissen van de werkelijkheid van de geboekte cijfers en, bijgevolg, van het bedrag van de belastbare inkomsten (PV nr. 57 van Delahaye, Bull.VA nr. 22, Kamer, zitting 1981-1982, blz. 1517 - Bull. 609, blz. 2275).
Nummer 322/4
Er kan natuurlijk geen sprake van zijn aanvragen om attesten of inlichtingen te richten tot alle natuurlijke personen en rechtspersonen waarmede de belastingplichtige in contact kan zijn geweest.
Attesten of inlichtingen mogen derhalve slechts dan van derden worden gevorderd wanneer de belastingplichtige zelf nalaat gevolg te geven aan een op grond van art. 316, WIB 92, tot hem gericht verzoek, wanneer de van hem bekomen inlichtingen twijfelachtig voorkomen, wanneer de inlichtingen noodzakelijk blijken om een bepaalde belastingplichtige, over wie men onvoldoende gegevens bezit, oordeelkundig te belasten, of nog, wanneer men bepaalde verrichtingen, uitgevoerd door een belastingplichtige die men op grond van ernstige vermoedens van fraude verdenkt, wil opsporen of wanneer men de juiste aard of omvang van die verrichtingen wil bepalen.
Men moet zich enkel wenden tot de derden van wie zeker geweten is dat zij met de belastingplichtige verrichtingen hebben gedaan of van wie, op grond van nauwkeurige en overeenstemmende vermoedens, terecht mag worden verondersteld dat zij daarbij betrokken waren.
Nummer 322/5
Art. 322, WIB 92, is niet van toepassing op de openbare diensten, instellingen of inrichtingen; het onderzoeksrecht van de administratie ten opzichte van de openbare machten is immers vastgelegd in de art. 327 tot 330, WIB 92.
B. POLITIEKE ORGANISATIES, VAKVERENIGINGEN, ENZ.
Nummer 322/6
Zie 317/13.
Nummer 322/7
De bepalingen van art. 318, 1e lid, WIB 92, die het verbod opleggen om in de rekeningen, boeken en documenten van de financiële instellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten, mogen niet worden omzeild door zich te beroepen op de bepalingen van art. 322, WIB 92 (zie 317/6 tot 10 en de commentaar op art. 318, WIB 92).
D. BEOEFENAARS VAN BEPAALDE VRIJE BEROEPEN
Nummer 322/8
De uitoefening van diverse vrije beroepen vereist een geheimhouding die de administratie belet sommige inlichtingen in te zamelen bij de beoefenaars (zie 317/11 en commentaar op art. 320, WIB 92).
E. IN HET BUITENLAND GEVESTIGDE DERDEN
Nummer 322/9
De territorialiteit van de belasting verhindert dat de Administratie een derde ondervraagt met toepassing van art. 322, WIB 92, indien de betrokkene niet-inwoner is en niet onderworpen is aan de BNI ingevolge de art. 232 tot 234, WIB 92.
Nummer 322/10
Indien de bepalingen van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting voorzien in een uitwisseling van inlichtingen met de Staat waar de derde is gevestigd, kan wel door bemiddeling van het Hoofdbestuur (directie I/3A - zie 26/15, 31 en 32, Com.Ov.) een verzoek aan de bevoegde autoriteiten van het partnerland worden gericht om bij die derde de gewenste inlichtingen in te winnen.
V. UITVOERING VAN DE ONDERZOEKINGEN
Nummer 322/11
Behalve voor de in 322/10 vermelde gevallen worden de vragen om inlichtingen gesteld op een formulier 332ter.
Nummer 322/12
Wat de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid betreft, dient men zich te richten tot de natuurlijke persoon die tegenover derden verschijnt als degene die het dagelijks beheer van de feitelijke vereniging waarneemt (Senaat, zitting 1961-1962, doc. 366, blz. 296).
Nummer 322/13
De wet machtigt de administratie zelf de termijn te bepalen binnen welke de gevraagde inlichtingen moeten worden verstrekt. Die termijn dient, in elk geval afzonderlijk, en gelet op de omvang van de opzoekingen die nodig blijken, op redelijke wijze te worden vastgesteld. Bij het beoordelen van de termijn, alsmede van de gepastheid een vraag om inlichtingen te verzenden, moet men zich zeer breed tonen, vermits de wet aan derden verplichtingen oplegt die geen direct verband houden met hun eigen fiscale toestand.
Nummer 322/14
De vermelde termijn in 322/13 kan wegens wettige redenen worden verlengd (zie 316/12).
In geval van weigering om de termijn te verlengen moet de beslissing van de administratie verwijzen naar art. 322, 1e lid, WIB 92, en de redenen vermelden waarom de aangehaalde motieven niet kunnen worden weerhouden.
Nummer 322/15
Indien de ondervraagde derden nalaten de vragen om inlichtingen te beantwoorden die hen door de administratie worden toegezonden of indien de schriftelijk verstrekte inlichtingen ontoereikend schijnen of als zeer twijfelachtig voorkomen, kan, zo nodig, nog een onderzoek worden ingesteld en tot het verhoor van die derden worden overgegaan.
