Commentaar van art. 339, WIB 92
HOOFDSTUK IV - Bewijsmiddelen van de administratie
Art. 339, WIB 92
| 339/0 | |
| II. INLEIDING VAN DE COMMENTAAR OP DE | 339/1 |
| 339/2-14 | |
| 339/2 | |
| 339/3 | |
| 339/4 | |
| D. Belastingplichtigen die van de hernieuwing van hun aangifte zijn vrijgesteld | 339/5-14 |
Nummer 339/0
Art. 339. - De aangifte wordt onderzocht en de aanslag wordt gevestigd door de administratie der directe belastingen. Deze neemt als belastinggrondslag de aangegeven inkomsten en andere gegevens, tenzij zij die onjuist bevindt.
Voor de aanslagjaren waarvoor de belastingplichtige ingevolge artikel 306 ervan ontslagen is aangifte te doen, wordt de aanslag gevestigd op grond van de inkomsten en andere gegevens van de laatst gedane aangifte, eventueel verbeterd met inachtneming van de gegevens waarover de administratie krachtens de ter uitvoering van artikel 312 genomen bepalingen beschikt of waarvan de belastingplichtige haar overeenkomstig artikel 308, § 4, in kennis heeft gesteld.
II. INLEIDING VAN DE COMMENTAAR OP DE ART. 339 TOT 342, WIB 92
Nummer 339/1
Het bedrag van de belastingschuld mag niet willekeurig worden bepaald : het moet worden bewezen.
Ter zake dient erop te worden gewezen dat :
- de bewijslast in principe op de administratie rust maar soms op de belastingplichtige wordt afgewenteld (zie inzonderheid art. 348 en 352, WIB 92) ;
- de methodes of de middelen die de administratie mag aanwenden om het bewijs te leveren worden uiteengezet in de artikelen 339 tot 342, WIB 92; het gaat om :
- de aangifte van de belastingplichtige (art. 339, WIB 92);
- de door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, behalve de eed (art. 340, WIB 92);
- tekenen en indiciën (art. 341, WIB 92);
- het bewijs door vergelijking (art. 342, WIB 92).
Bovendien wordt opgemerkt dat sommige bepalingen een waarde van vermoeden toekennen :
- aan de aangiften die tot grondslag dienen van een individueel driejarig akkoord (art. 343, WIB 92);
- aan het advies van de fiscale commissie (art. 348, WIB 92).
A. BEWIJSKRACHT VAN DE AANGIFTE
Nummer 339/2
De belastingwet verplicht, eensdeels, de belastingplichtigen een aangifte op te stellen en in te dienen (art. 305 tot 312, WIB 92) en, anderdeels, de administratie de belasting te vestigen op de aangegeven inkomsten en andere gegevens, tenzij zij die onjuist bevindt.
Een regelmatig opgestelde en ingediende aangifte is dus geloofwaardig tot het tegenbewijs (Cass., 28.9.1965, Albrecht, Bull. 431, blz. 850) (zie commentaar op art. 305, WIB 92); haar bewijskracht berust op een vermoeden van juistheid.
Dat vermoeden is zowel aan de belastingplichtige als aan de administratie tegenstelbaar en betreft zowel de inkomsten als de andere aangegeven gegevens.
B. VERIFICATIE VAN DE AANGIFTE
Nummer 339/3
Het vermoeden van juistheid waarvan sprake is in 339/2 ontneemt de administratie natuurlijk niet het haar door de wet toegekende recht om de verrichtingen van onderzoek, controle en wijziging in verband met de aangiften te doen (Cass., 12.12.1974, NV "Ets Freson Fourrures", Bull. 538, blz. 552).
Nummer 339/4
Om van de aangifte van de belastingplichtige te mogen afwijken, moet de administratie de aangegeven inkomsten en andere gegevens "onjuist bevinden".
Dat betekent dat de administratie de inkomsten en de andere gegevens die zij in de plaats stelt van die welke door de belastingplichtige zijn aangegeven, moet bepalen door gebruik te maken van de haar door de wet ter beschikking gestelde bewijsmiddelen.
Het bewijs moet nochtans niet worden geleverd in het stadium van de verzending van het bericht van wijziging. In dat stadium is het voldoende dat de administratie aan de belastingplichtige de redenen laat kennen die naar haar oordeel de wijziging rechtvaardigen alsmede de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven (zie commentaar op art. 346, WIB 92) .
D. BELASTINGPLICHTIGEN DIE VAN DE HERNIEUWING VAN HUN AANGIFTE ZIJN VRIJGESTELD
Nummer 339/5
In geval van vrijstelling van aangifte vestigt de administratie de belasting op de laatst gedane aangifte, eventueel verbeterd met :
- de gegevens waarover de administratie met betrekking tot de beroepsinkomsten beschikt (bedrag van de bezoldigingen, pensioenen en de zogenaamde vervangingsinkomsten blijkend uit individuele fiches en de desbetreffende voorheffing);
- de door de belastingplichtige uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, spontaan en schriftelijk verstrekte gegevens aangaande de wijzigingen in zijn burgerlijke stand of in zijn gezinslasten alsmede in het bedrag van zijn andere inkomsten dan beroepsinkomsten en in dat van de desbetreffende voorheffingen.
Nummer 339/6
De aldus verbeterde laatst gedane aangifte wordt voor het beschouwde latere aj. aangezien als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte.
Nummer 339/7
De bedoelde "verbetering" is geen wijziging van de aangifte in de zin van art. 346, WIB 92 en geeft geen aanleiding tot het verzenden van een bericht van wijziging.
Daarentegen moet voor elke andere voor een later aj. aan te brengen wijziging wel een bericht van wijziging worden toegestuurd (zie commentaar op art. 346, WIB 92).
Nummer 339/8
Onder laatst gedane aangifte verstaat men de laatste door de belastingplichtige regelmatig opgestelde en onderschreven aangifte.
Nummer 339/9
De laatst gedane aangifte dient als grondslag voor de volgende aanslagen. Het controlerecht van de administratie blijft evenwel bestaan en de krachtens die bepaling gevestigde aanslagen mogen worden herzien onder de voorwaarden gesteld in de art. 346 en 351, WIB 92, en binnen de termijnen vastgelegd in de art. 354 en 359, WIB 92.
Nummer 339/10
Als de Hfd.cr. het bedrag van een of andere categorie van inkomsten van de belastingplichtige wijzigt, is er slechts gebrek aan aangifte ten name van deze laatste, wanneer hij zijn aangifte niet hernieuwd heeft, hoewel het bedrag van zijn belastbare inkomsten dat door de administratie werd gewijzigd, 100.000 F [vanaf 01.01.2002 : 2.500,00 euro] of meer bedraagt en, bovendien, als het om een loontrekker of gepensioneerde gaat die gedurende het belastbare tijdperk, tevens andere beroepsinkomsten dan bezoldigingen (art. 23, § 1, 4°, WIB 92) of pensioenen heeft behaald.
Nochtans, dient slechts tot aanslag van ambtswege (art. 351, WIB 92) te worden overgegaan, wanneer men op bepaald slechte wil stuit.
Nummer 339/11
In het sub 339/10, 1e lid, bedoelde geval en indien het aanslagjaar niet afgesloten is, behoort het bij het bericht van wijziging van aangifte een aangifteformulier te voegen en de betrokkene te verzoeken dit formulier binnen de gestelde termijn in te vullen.
Nummer 339/12
Indien de belastingplichtige die aangifte niet invult en indien uit de verkregen inlichtingen of uit de door de administratie uitgeoefende controle blijkt dat de in de art. 144 en 145bis KB/WIB gestelde voorwaarden niet meer vervuld zijn, moet de betrokkene, overeenkomstig art. 351, WIB 92, wegens niet-aangifte van ambtswege worden belast, voor zover, wel te verstaan, het belastbare inkomen hoger is dan de belastingvrije som (zie art. 131, WIB 92).
Nummer 339/13
De aanslag is wettelijk van ambtswege gevestigd ten name van de belastingplichtige die nalaat een aangifte in te dienen en in wiens naam het bestaan van hogere inkomsten dan de belastingvrije som en dan de in art. 144 en 145bis KB/WIB vermelde grenzen slechts nadien bleek uit door de Hfd.cr. vastgestelde tekenen en indiciën (Luik, 27.2.1954, Thielen).
Nummer 339/14
Ten opzichte van de loontrekkers en gepensioneerden die hun aangifte niet moeten hernieuwen, mogen, zonder voorafgaande toezending van een bericht van wijziging, aanvullende aanslagen worden gevestigd op het zien van de gegevens, voorkomend op de loon- of pensioenfiches die in de loop van het aj. aan de taxatiedienst werden toegezonden.
