Commentaar van art. 365, WIB 92

Afdeling III - Kohieren

ART. 365, WIB 92

I. WETTEKST

365/0

II. ALGEMEEN

365/1-3

I. WETTEKST

Nummer 365/0

Art. 365. - De onroerende voorheffing, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners, de rechtspersonenbelasting en, wanneer zij niet binnen de voorgeschreven termijnen worden gestort, de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing, worden opgenomen in jaarlijkse of bijzondere kohieren.

II. ALGEMEEN

Nummer 365/1

Deze bepaling schrijft de inkohiering voor van de OV, de PB, de Ven.B, de BNI en de RPB.

De laatste twee belastingen worden evenwel niet ten kohiere gebracht, in de gevallen waarin ze gelijk zijn aan de voorheffingen, zomede, in voorkomend geval, wat de BNI betreft, aan de bijzondere aanslag op meerwaarden verwezenlijkt op ongebouwde onroerende goederen (zie commentaar op de art. 225 en 248, WIB 92).

Nummer 365/2

De voornoemde bepaling voorziet bovendien in de inkohiering van de RV en de BV wanneer ze niet binnen de in art. 412, WIB 92 voorgeschreven termijnen zijn gestort.

De inkohiering van de niet tijdig gestorte RV en de BV geschiedt, volgens het geval, op naam van de belastingplichtigen respectievelijk aangewezen in de art. 261 en 262 én de art. 270 en 271, WIB 92.

Nummer 365/3

Voor de uitvoerbaarverklaring van de kohieren, de gevolgen van de inkohiering en het aanleggen van kohieren, wordt verwezen naar de commentaar op de art. 298 tot 301, WIB 92.