Commentaar van art. 402, WIB 92
Art. 402, WIB 92
| 402/0-1 | |
| 402/2 | |
| 402/3-6 | |
| 402/3 | |
| B. Modaliteiten die gelden op het stuk van de directe belastingen | 402/4 |
| C. Schrapping in de loop van de uitvoering van een overeenkomst | 402/5 |
| 402/6 | |
| 402/7-9 | |
| 402/7-8 | |
| B. Bezwaar tegen en kwijtschelding van een administratieve boete | 402/9 |
Nummer 402/0
Art. 402. - Degene die een beroep doet op een niet geregistreerde medecontractant voor de uitvoering van een in art. 400 bedoelde werkzaamheid, is verplicht bij iedere betaling die hij aan die medecontractant doet, 15 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten bij de door de Koning aan te wijzen ambtenaar volgens de door hem te bepalen modaliteiten. De aldus gestorte bedragen worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag waarvoor hij bij toepassing van voormeld artikel 400 aansprakelijk gesteld wordt.
Degene die een beroep heeft gedaan op een geregistreerde medecontractant van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van de uitvoering van de overeenkomst, moet de in het vorig lid bedoelde inhouding en storting doen bij elke betaling aan zijn medecontractant verricht na de schrapping van de registratie.
Als de betrokkene de in deze paragraaf bedoelde storting niet verricht, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld en binnen de in artikel 354 bedoelde termijn als administratieve boete te zijnen name ingekohierd.
Nummer 402/1
Zie algemene opmerking in 400/1.
Nummer 402/2
HOOFDSTUK III
Modaliteiten van de storting
Aanwending of recuperatie van de gestorte bedragen
Eerste afdeling - Belastingen
Art. 22. De Directeur-generaal van de directe belastingen wijst de ontvanger aan in wiens handen het ingehouden bedrag moet worden gestort. De betaling gebeurt gelijktijdig met de betaling aan de medecontractant en uitsluitend door storting of overschrijving op de postrekening van de bedoelde ontvanger.
Op het stortings- of overschrijvingsbewijs moet naast de vermelding "Art. 299bis W.I.B.", de naam, het adres en het B.T.W.-nummer van de medecontractant voorkomen, alsmede de datum, het nummer en het bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de factuur waarop de storting betrekking heeft. Wanneer de storting gedaan wordt door een kredietinstelling of een andere derde, moet bovendien melding worden gemaakt van de naam, het adres en, in voorkomend geval, het B.T.W.-nummer van degene die overeenkomstig artikel 299bis, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen gehouden is de storting te doen.
Heeft het gestorte bedrag betrekking op verscheidene facturen, dan moeten de in het voorgaande lid bedoelde gegevens worden verstrekt voor elk van die facturen.
Nummer 402/3
Degene die een beroep doet op iemand die niet geregistreerd is als aannemer, is verplicht bij iedere betaling die hij aan zijn medecontractant doet, 30 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief BTW, in te houden en door te storten voor de helft (15 %) op de postrekening nr. 000-2002320-46 van het kantoor Belastingen-Bedrijfsvoorheffingen-Brussel, Dienst Bijzondere ontvangsten, Belliardstraat 45, 1040 Brussel en voor de andere helft (15 %) op de postrekening nr. 000-0261615-06 van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, Bijzondere inningen, Waterloolaan 76, 1000 Brussel.
Uit de bepalingen van art. 402, WIB 92 volgt dat het de datum van de betaling van de werkzaamheden is, en niet de datum van het opstellen van de factuur, die moet worden in aanmerking genomen om uit te maken of de inhouding en storting al dan niet moeten worden verricht.
De verplichting tot inhouding en storting strekt zich uit tot alle bedragen die toekomen aan de niet-geregistreerde aannemer, met inbegrip van eventuele vergoedingen wegens laattijdige betaling, nalatigheidsinteresten en gerechtelijke interesten (Antwerpen, 19.6.1990, NV P. Bouw-bedrijf, Bull. 713, blz. 586).
Die verplichting is niet ondergeschikt aan de voorwaarde dat de aannemer of zijn onderaannemers belastingen kunnen verschuldigd zijn in België (Cass. 14.11.1985, NV Platrobel, Bull. 649, blz. 782).
B. MODALITEITEN DIE GELDEN OP HET STUK VAN DE DIRECTE BELASTINGEN
Nummer 402/4
De stortingen moeten gelijktijdig gebeuren met de betaling aan de medecontractant. Op het stortings- of overschrijvingsbewijs moet worden vermeld :
"art. 299bis, W.I.B.";
- de naam, het adres en het BTW-nr. van de medecontractant;
- de datum, het nr. en het bedrag, excl. BTW, van de factuur waarop de storting betrekking heeft.
Wordt de storting gedaan door een kredietinstelling of een andere derde, dan moet bovendien melding worden gemaakt van de naam, het adres en, in voorkomend geval, het BTW-nr. van degene die de storting moet doen.
Wanneer het gestorte bedrag betrekking heeft op verscheidene facturen, moeten de voorgeschreven gegevens voor elk van die facturen worden verstrekt.
C. SCHRAPPING IN DE LOOP VAN DE UITVOERING VAN EEN OVEREENKOMST
Nummer 402/5
Degene die een overeenkomst heeft gesloten met een geregistreerde aannemer van wie de registratie wordt geschrapt in de loop van de uitvoering daarvan, is verplicht tot inhouding en storting telkens als hij een betaling doet vanaf de tiende dag na de bekendmaking van de schrapping in het Belgisch Staatsblad.
Het feit dat een aannemer zijn schuldvordering heeft afgestaan of deze in waarborg heeft gegeven voor de schrapping, blijft zonder uitwerking wat de aan de schuldenaar opgelegde verplichtingen betreft, de bedoelde inhoudingen en stortingen te doen (PV nr. 150 van Bertouille, Bull.VA nr. 26, Kamer, buitengewone zitting 1979, blz. 1536, Bull. 578, blz. 1904).
Bij schrapping wegens faling, impliceert de rechtspraak van het Hof van Cassatie (zie inzonderheid Cass. 11.6.1987, NV Rox in faling) dat art. 402, WIB 92 moet worden toegepast ongeacht de voorrechten die de schuldeisers kunnen inroepen. Art. 402, WIB 92 schept immers ten voordele van de fiscus een recht, exclusief dat van andere schuldeisers, op 15 % van de sommen die aan de aannemer zijn verschuldigd na de schrapping van de registratie en laat de regel van de gelijkheid onder de schuldeisers, ingeschreven in de wetten op het faillissement en op de voorrechten en hypotheken, zonder uitwerking door de uitzondering die zij erop vormt (PV nr. 20 van De Clippele, Bull.VA nr. 4, Senaat, buitengewone zitting 1988, blz. 138, Bull. 675, blz. 1570).
Nummer 402/6
Wanneer aan een niet geregistreerde tijdelijke vereniging sommen worden betaald m.b.t. in art. 1, KB 5.10.1978 vermelde werkzaamheden (zie 400/2), houdt dit in dat de in art. 402, WIB 92 genoemde inhouding en storting moet worden verricht en dit op het totale bedrag, excl. BTW, zelfs al zijn alle deelgenoten van de tijdelijke vereniging geregistreerd.
Wanneer, overeenkomstig het contract tussen de opdrachtgever en de tijdelijke vereniging, iedere deelgenoot van die tijdelijke vereniging het hem toegekende deel rechtstreeks aan de opdrachtgever factureert, geldt de voorgaande verplichting slechts t.o.v. de betalingen aan de niet geregistreerde deelgenoten.
IV. ADMINISTRATIEVE BOETE WEGENS NIET-STORTING
Nummer 402/7
De opdrachtgever die nalaat, gelijktijdig met de betaling aan een niet geregistreerde aannemer of een aannemer van wie de registratie is geschrapt, 15 % van het aan die aannemer verschuldigde bedrag exclusief BTW in te houden en te storten bij het in 402/3 vermelde ontvangkantoor, begaat een met een administratieve geldboete te bestraffen overtreding.
Het feit dat de aannemer de opdrachtgever al dan niet met opzet heeft misleid door het gebruik van een fictief of een geschrapt registratienummer, doet geen afbreuk aan de wettelijkheid van de op te leggen boete bij gebreke van inhouding en storting door die opdrachtgever. Deze laatste dient immers zelf te allen tijde na te gaan of de aannemer al dan niet geregistreerd is (zie in die zin Luik, 16.11.1988, Chtati Mohamed, Bull. 691, blz. 429 - zie eveneens 401/40).
De boete bedraagt principieel het dubbel van het te storten bedrag, m.a.w. 30 %.
Art. 402, 3e lid, WIB 92 bepaalt dat de administratieve boete binnen de in art. 354, WIB 92 bedoelde termijn wordt ingekohierd.
Die termijn bedraagt 3 jaar en gaat in vanaf 1 januari van het jaar waarin de overtreding werd begaan (PV nr. 383 van Dalem, Bull.VA nr. 4, Senaat, zitting 1984-1985, blz. 139, Bull. 636, blz. 335).
De betaling van een administratieve boete ontslaat de betrokkene niet van de hoofdelijke aansprakelijkheid waarvan sprake is in art. 400, WIB 92.
Nummer 402/8
De administratie neemt aan dat de in art. 402, WIB 92 bedoelde inhouding van 15 % niet moet worden verricht m.b.t. betalingen die gebeurden na de datum van de kennisgeving van de registratie aan de betrokkene maar voor de datum van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van die registratie.
Er bestaat derhalve geen aanleiding toe in dergelijke gevallen een administratieve boete te vestigen en in te vorderen.
B. BEZWAAR TEGEN EN KWIJTSCHELDING VAN EEN ADMINISTRATIEVE BOETE
Nummer 402/9
De overtreder kan een bezwaarschrift indienen tegen de op zijn naam gevestigde geldboete.
Hij kan de Minister van Financiën ook om kwijtschelding of vermindering van zulke boete verzoeken (zie commentaar op art. 445, WIB 92).
