Artikel 136/2, KB/WIB 92
Art. 136/2 is van toepassing vanaf 24.02.2014 (art. 1, KB 07.02.2014 - B.S. 14.02.2014; Numac: 2014003043)
§ 1. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt het akkoord, bedoeld in artikel 136/1, § 1, gegeven door elke echtgenoot.
§ 2. De bankrekening die overeenkomstig artikel 136/1, § 2, 1°, voor de elektronische aanbieding van het aanslagbiljet wordt gebruikt, is in het geval van een gemeenschappelijke aanslag, deze van de echtgenoot die zijn inkomsten aangeeft in de linkerkolom van de aangifte in de personenbelasting. Indien de andere echtgenoot niet beschikt over een volmacht over die rekening of indien deze rekening niet toebehoort aan beide echtgenoten, wordt verondersteld dat de titularis van de rekening aan de andere echtgenoot de mogelijkheid geeft om zijn rechten, meer in het bijzonder inzake het bezwaar, uit te oefenen.
§ 3. De elektronische aanbieding van het aanslagbiljet, wordt in het geval van een gemeenschappelijke aanslag beëindigd wanneer:
1° de beide echtgenoten zijn overleden of de echtgenoot die zijn inkomsten in de linkerkolom van de aangifte in de personenbelasting aangeeft, is overleden,
2° één echtgenoot zijn akkoord herroept;
3° de aan de administratie medegedeelde bankrekening wordt vervangen door een bankrekening die geen elektronische aanbieding van het aanslagbiljet meer toelaat;
4° de echtgenoten feitelijk gescheiden zijn;
5° de scheiding is overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand na 1 januari van het aanslagjaar.
Vanaf dit moment wordt het aanslagbiljet uitsluitend onder gesloten omslag aan de belastingplichtige overgemaakt.
