Artikel 144/2, KB/WIB 92

Art. 144/2, 1°, derde streepje, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2022 (art. 15, b), en art. 18, derde lid, KB 17.07.2023 - B.S. 26.07.2023; Numac: 2023043989)

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

1° het aandeel van een belastingplichtige in de ingekohierde aanslag: de personenbelasting op het belastbaar inkomen van de belastingplichtige zoals dit inkomen is bepaald in de ingekohierde aanslag, waarbij onder personenbelasting moet worden verstaan:

- de totale belasting van de belastingplichtige,

- verhoogd met de in de artikelen 145^7, § 2, 145^32, § 2, en 157 tot 168 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde vermeerderingen en verminderd met dein de artikelen 175 tot 177 van hetzelfde Wetboek vermelde bonificatie die bij hem werden toegepast;

- verminderd met de op zijn naam gedane voorafbetalingen als bedoeld in de artikelen 157 tot 168 en 175 tot 177 van hetzelfde Wetboek en in hoofdstuk 5 van de wet van 20 november 2022 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen en met het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting, de voorheffingen, de woonstaatheffing, de belastingkredieten bedoeld in de artikelen 134, §§ 3 en 4, 145^24, § 1, vijfde lid, 289bis, 289ter en 289ter/1, van hetzelfde Wetboek en de gewestelijke belastingkredieten waarop de hij recht heeft;

- verhoogd met zijn aandeel in de belastingverhogingen vermeld in artikel 444 van hetzelfde Wetboek berekend overeenkomstig de bepaling onder 3°;

- verhoogd met de aanvullende belastingen vastgesteld overeenkomstig de artikelen 466 en 466bis van hetzelfde Wetboek;

- en verhoogd met zijn aandeel in de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid berekend overeenkomstig de bepaling onder 4° en verminderd met de inhoudingen verricht overeenkomstig artikel 109 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen en het supplement bedoeld in artikel 125, 1°, van dezelfde wet, die werden verrekend;

2° het aandeel van een belastingplichtige in de fictieve aanslag: de personenbelasting op het belastbaar inkomen van de belastingplichtige zoals dit inkomen is bepaald in de ingekohierde aanslag, vastgesteld overeenkomstig de bepaling onder 1°, maar met toepassing van een correctie vermeld in de artikelen 144/3, 144/4 of 144/5;

3° het aandeel van een belastingplichtige in de belastingverhogingen: de door beide belastingplichtigen samen verschuldigde verhogingen geprorateerd in functie van het aandeel van de belastingplichtige in het belastingverschil dat aan de berekeningsbasis ligt van de verhogingen;

4° het aandeel van een belastingplichtige in de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid: de door beide belastingplichtigen samen verschuldigde bijzondere bijdrage geprorateerd in functie van het aandeel van de belastingplichtige in het gezinsinkomen zoals gedefinieerd in artikel 107, 2°, van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.