Artikel 179, KB/WIB 92

Art. 179 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 145bis, KB/WIB; KB 27.08.1993 - B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)

In afwijking van artikel 178 en behalve in de gevallen vermeld in artikel 306, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kunnen rijksinwoners en niet-rijksinwoners van wie de beroepsinkomsten uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of toelagen als vermeld in artikel 23, § 1, 5, van hetzelfde Wetboek, voor elk aanslagjaar van de jaarlijkse hernieuwing van hun aangifte worden ontslagen, op voorwaarde dat voor het onmiddellijk voorafgaande aanslagjaar:

1° het brutobedrag van hun belastbare pensioenen, renten of toelagen niet meer dan 300.000 F bedraagt;

2° hun inkomsten uit onroerende goederen uitsluitend bestaan uit kadastrale inkomens voor een maximumbedrag van 100.000 F;

3° hun inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen niet meer dan 30.000 F bedragen en geen aanleiding geven tot het verrekenen van een werkelijke of fictieve roerende voorheffing.