Artikel 182, KB/WIB 92

Art. 182, § 2, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2007 (art. 5, KB 21.12.2006 - B.S. 29.12.2006; Numac: 2006003599)

§ 1. De minimumwinst die belastbaar is ten name van buitenlandse firma's die in België werkzaam zijn en volgens de vergelijkingsprocedure neergelegd in artikel 342, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 belastbaar zijn, alsmede, bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte, de minimumwinst die belastbaar is ten name van Belgische ondernemingen wordt bepaald als volgt:

1° landbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven of boomkwekerijen: forfaitaire schaal vastgesteld voor de Belgische belastingplichtigen die in dezelfde landbouwstreek een soortgelijk beroep uitoefenen;

2° ondernemingen behorend tot de:

a) scheikundige nijverheid: 22.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

b) voedingsnijverheid: 12.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

c) metaalnijverheid, fijn mechanische nijverheid en bedrijven, ondernemingen die niet-energetische delfstoffen winnen en verwerken, bouwnijverheid en alle andere niet sub a en b, hierboven vermelde nijverheidsbedrijven en -ondernemingen: 7.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

3° ondernemingen uit de handelssector en de dienstverlenende sector:

a) groothandel, kleinhandel, vervoer, horeca, ingenieurs- en studiebureaus, informatica en electronica en andere diensten aan ondernemingen: 2,50 euro per 25 euro omzet, met een minimum van 7.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

b) tussenpersonen in handel en vervoer: 2,50 euro per 25 euro omzet, met een minimum van 14.500 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

c) banken, krediet- en wisselinstellingen: 24.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar);

d) verzekeringen: 2,50 euro per 25 euro geïnde premies;

e) alle andere bedrijven en ondernemingen uit de handelssector en de dienstverlenende sector: 2,50 euro per 25 euro omzet, met een minimum van 7.000 euro per personeelslid (gemiddeld aantal over het beschouwde jaar).

§ 2. Het bedrag van de overeenkomstig § 1 vastgestelde belastbare winst mag in geen geval lager zijn dan 19.000 euro.

Bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte is het minimumbedrag vastgelegd in het eerste lid ook van toepassing op de belastbare baten van beoefenaars van een vrij beroep.

§ 3. De overeenkomstig § 1 vastgestelde belastbare inkomsten omvatten niet de in artikel 228, § 2, 9°, g en i, van hetzelfde Wetboek vermelde meerwaarden.