Artikel 208, KB/WIB 92

Art. 208 is van toepassing vanaf 01.01.1999 (art. 22, KB 26.12.1998 – B.S. 31.12.1998; Numac: 1998022844 - err. 05.05.1999; opgeheven door KB 27.12.2007 – B.S. 31.12.2007)

De in artikel 403, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde vrijstelling van de verplichting tot inhouding wordt verleend op voorwaarde dat de geregistreerde onderaannemer op het ogenblik van de betaling volgens de in artikel 27 van het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders bepaalde definities geen schuldenaar is bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of bij een Fonds voor bestaanszekerheid of voor de verschuldigde bedragen uitstel van betaling heeft gekregen zonder gerechtelijke procedure of bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing en de opgelegde termijnen strikt naleeft. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid stelt te dien einde een publiek toegankelijke gegevensbank in die voor de toepassing van dit lid bewijskracht heeft.