Artikel 209, KB/WIB 92
Art. 209 is van toepassing vanaf 01.01.2008 (art. 22, KB 27.12.2007 – B.S. 31.12.2007; Numac: 2007003609)
§ 1. De persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden kan, wanneer zijn achterstallige belastingen volledig zijn aangezuiverd, bij de in artikel 207 bedoelde ontvanger een aanvraag om teruggaaf van het overschot van de gedane stortingen indienen.
De aanvraag dient inzonderheid te vermelden de naam, het adres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van degene die de inhouding en de storting heeft gedaan, de datum van die storting, alsmede de datum, het nummer en het bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, van de factuur waarop de storting betrekking had.
De aanvraag om teruggaaf geschiedt door middel van een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door de leidinggevende ambtenaar van de administratie bevoegd voor de invordering van de inkomstenbelastingen.
§ 2. Het in § 1 bedoelde overschot wordt ten spoedigste en uiterlijk binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de regelmatig ingediende aanvraag om teruggaaf, door de ontvanger aan de aanvrager overgemaakt.
§ 3. Wanneer het gestorte bedrag geheel of gedeeltelijk is aangewend overeenkomstig het voornoemde artikel 406, §§ 1 en 2, geeft de ontvanger daarvan binnen de in § 2 bedoelde termijn kennis aan de aanvrager met vermelding van alle gegevens omtrent de aangezuiverde schulden.
