Artikel 225, KB/WIB 92
Art. 225 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 238bis, KB/WIB; KB 27.08.1993 – B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)
De schaal van de belastingverhogingen bij niet-aangifte, andere dan inzake roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing, wordt als volgt vastgesteld:
| Aard van de overtredingen | Verhogingen |
| A. Niet-aangifte te wijten aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige: | Nihil |
| B. Niet-aangifte zonder het opzet de belasting te ontduiken: | |
| - 1e overtreding (zonder inachtneming van de in A vermelde gevallen van niet-aangifte): | 10 % |
| - 2e overtreding: | 20 % |
| - 3e overtreding: | 30 % |
| Vanaf de 4e overtreding worden de overtredingen van deze aard bij C ingedeeld en als zodanig bestraft. | |
| C. Niet-aangifte met het opzet de belasting te ontduiken: | |
| - 1e overtreding: | 50 % |
| - 2e overtreding: | 100 % |
| - 3e overtreding en volgende overtredingen: | 200 % |
| D. Niet-aangifte gepaard gaande met ofwel onjuistheid of verzwijging door valsheid of gebruik van valse stukken tijdens de verificatie van de belastingtoestand, ofwel met een omkoping of een poging tot omkopen van ambtenaren: | |
| in alle gevallen: | 200 % |
Bron: FisconetPlus
