Artikel 228, KB/WIB 92

Art. 228 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 238quinquies, KB/WIB; KB 27.08.1993 – B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)

De schaal van de belastingverhogingen bij niet-aangifte of bij onvolledige of onjuiste aangifte inzake roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing, gepaard gaande met niet-betaling of ontoereikende betaling van de voormelde voorheffingen, wordt als volgt vastgesteld:

Aard van de overtredingenVerhogingen
A. Overtreding te wijten aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingschuldige:Nihil
B. Overtreding zonder het opzet de belasting te ontduiken:
- 1e overtreding:Nihil
- 2e overtreding:10 %
- 3e overtreding:20 %
- 4e en 5e overtreding:30 %
Vanaf de 6e overtreding worden de overtredingen van deze aard bij C ingedeeld en als zodanig bestraft.
C. Overtreding met het opzet de belasting te ontduiken:
- 1e overtreding:50 %
- 2e en 3e overtreding:75 %
- 4e en 5e overtreding:100 %
- 6e en 7e overtreding:150 %
- 8e overtreding en volgende overtredingen:200 %
D. Overtreding gepaard gaande met valsheid of gebruik van valse stukken of met een omkoping of een poging tot omkopen van ambtenaren:
in alle gevallen:200 %

Voor de vaststelling van het toe te passen percent van de belastingverhogingen worden de vorige overtredingen die bedoeld zijn in B en C niet in aanmerking genomen wanneer geen enkele overtreding inzake aangifte en betaling van de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing, afzonderlijk beschouwd, is bestraft voor 4 opeenvolgende maandelijkse, driemaandelijkse of jaarlijkse vervaldagen.