Artikel 45, KB/WIB 92
Art. 45 is van toepassing van het aanslagjaar 1992 (art. 12ter, KB/WIB; KB 27.08.1993 – B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)
§ 1. Voor de toepassing van artikel 67, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt de vermeerdering of vermindering, naar het geval, van het personeel dat door de onderneming voor wetenschappelijk onderzoek in België wordt tewerkgesteld, bepaald door het verschil tussen :
- enerzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden tewerkgesteld voor het wetenschappelijk onderzoek tijdens het betrokken belastbare tijdperk;
- en, anderzijds, het gemiddelde aantal personeelseenheden voor datzelfde doel tewerkgesteld in het vorige belastbare tijdperk.
Dat verschil wordt in voorkomend geval afgerond naar de hogere of lagere eenheid naargelang het de 0,5 personeelseenheid bereikt of overtreft of kleiner is dan dat bedrag.
Het gemiddelde aantal personeelseenheden dat tijdens een belastbaar tijdperk voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld, is gelijk aan het totaal aantal tijdens dat tijdperk in die hoedanigheid gepresteerde dagen gedeeld door het aantal werkdagen die normaal tijdens datzelfde tijdperk door een personeelseenheid kunnen worden gepresteerd.
§ 2. In gevallen als vermeld in artikel 46, § 1, 1, van hetzelfde Wetboek, wordt de vermeerdering of vermindering van het personeel dat voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld bepaald alsof er geen verandering van ondernemer ware geweest.
In gevallen als vermeld in de artikelen 211 tot 214 van hetzelfde Wetboek, wordt de hierboven vermelde vermeerdering of vermindering die bij de overnemende, verkrijgende of uit de omzetting ontstane vennootschappen in aanmerking moet worden genomen, bepaald alsof de fusie, de splitsing of de omzetting niet had plaatsgevonden.
§ 3. In de gevallen die niet vermeld zijn in de artikelen 46, § 1, 1, en 211 tot 214, van hetzelfde Wetboek, komen de personeelsleden die voor wetenschappelijk onderzoek zijn tewerkgesteld en die betrokken zijn in werkzaamheden die verband houden met bestanddelen verworven door inbreng in vennootschap, erfopvolging of schenking of ter gelegenheid van de ontbinding van de vennootschap zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, niet in aanmerking om ten name van de belastingplichtige die aldus deze bestanddelen heeft verworven, het in § 1 van dit artikel bedoelde verschil te bepalen.
