Artikel 59, KB/WIB 92
Art. 59 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 47quater, KB/WIB; KB 27.08.1993 – B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)
§ 1. Voor de toepassing van artikel 104, eerste lid, 3, g, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kunnen worden erkend de instellingen opgericht voor hulpverlening aan slachtoffers van rampen die de toepassing rechtvaardigen van de wet betreffende het herstel van schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, op voorwaarde:
1° dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten krachtens het Belgisch publiekrecht of privaatrecht;
2° dat zij generlei gewin bejagen, noch voor zichzelf, noch voor hun leden als zodanig;
3° dat hun werkzaamheden uitsluitend gericht zijn op hulpverlening aan de hierboven vermelde slachtoffers.
De erkenning wordt voor een periode van ten hoogste 3 opeenvolgende kalenderjaren toegestaan.
§ 2. Om te worden erkend moeten de instellingen als vermeld in § 1 daartoe een schriftelijke aanvraag indienen in de vorm en binnen de termijnen als hierna bepaald.
§ 3. De aanvragen om erkenning moeten uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, bij de Minister van Financiën worden ingediend; de termijn mag evenwel niet korter zijn dan 3 maanden vanaf de datum van de oprichting van de aanvragende instelling.
§ 4. Die aanvragen om erkenning moeten worden gestaafd met een voor eensluidend verklaard afschrift van de rekening van de ontvangsten en uitgaven van het laatst afgesloten boekjaar en van de begroting van het lopende boekjaar, en moeten omvatten:
1° alle nuttige gegevens om te kunnen onderzoeken of de aanvragende instelling aan de in § 1 gestelde voorwaarden voldoet;
2° een verklaring waarbij de aanvragende instelling de verbintenis aangaat:
a) tot het dekken van kosten van algemeen beheer geen hoger bedrag te zullen besteden dan 20 % van haar bestaansmiddelen van alle aard, vooraf verminderd met die welke voortkomen van andere erkende instellingen;
b) aan de schenkers een ontvangstbewijs uit te reiken waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld en bij de administratie der directe belastingen binnen 2 maanden na het einde van ieder kalenderjaar van de periode waarvoor de erkenning is toegestaan een afschrift van de tijdens dat jaar uitgereikte ontvangstbewijzen en een verzamelstaat of -attest daarvan in te leveren;
c) de ambtenaren van de administratie der directe belastingen toe te staan haar boekhouding te controleren telkens als zij dat nuttig achten;
d) aan de diensten die worden aangewezen door de Minister van Financiën, binnen een maand na het eerste verzoek van die diensten, alle inlichtingen te verstrekken die voor het onderzoek van de aanvraag om erkenning nuttig zijn.
§ 5. De Minister van Financiën beslist over de aanvraag om erkenning. Zijn beslissing wordt aan de aanvragende instelling betekend.
§ 6.Ingeval een instelling één van de voor haar erkenning gestelde voorwaarden niet nakomt, kan haar erkenning ambtshalve worden ingetrokken of geweigerd door een beslissing van de Minister van Financiën.
De intrekking van de erkenning treedt in werking vanaf de 1e januari die volgt op de datum van betekening van de beslissing.
