Artikel 59quinquies, KB/WIB 92

Art. 59quinquies is van toepassing op de vanaf 01.01.2000 gestorte giften (art. 3 en 6, KB 04.03.2001 - B.S. 14.03.2001; Numac: 2001003126)

§ 1. Voor de toepassing van artikel 104, 3°, j, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals ingevoegd door de wet van 21 april 1999 tot wijziging van artikel 104 van hetzelfde Wetboek teneinde de giften in geld aan erkende dierenasielen fiscaal aftrekbaar te maken, moeten de werkzaamheden van de VZW rechtstreeks en uitsluitend gericht zijn op het beheer van dierenasielen zoals gedefinieerd door het koninklijk besluit van 17 februari 1997 houdende de erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor dieren, en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren.

§ 2. Teneinde de machtiging te verkrijgen om voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende kalenderjaren ontvangstbewijzen uit te reiken die recht geven op de aftrek van de giften die zijn gedaan aan de in § 1 bedoelde VZW, moeten deze laatsten daartoe een schriftelijke aanvraag indienen in de vorm en binnen de termijnen als hierna bepaald.

§ 3. De aanvragen om machtiging moeten uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor de machtiging wordt aangevraagd, bij de Minister van Financiën worden ingediend; de termijn mag evenwel niet korter zijn dan drie maanden vanaf de datum van de oprichting van de aanvragende VZW.

§ 4. De aanvragen om machtiging moeten omvatten:

1° een voor eensluidend verklaard afschrift van het gedateerde en gehandtekende erkenningsbewijs afgeleverd overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 februari 1997 houdende de erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor dieren, en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren;

2° alle nuttige gegevens die de diensten, belast met de behandeling van de machtigingsaanvraag, in de mogelijkheid stellen te onderzoeken of de aanvragende VZW aan de in § 1 gestelde voorwaarden voldoet;

2° een verklaring waarbij de aanvragende VZW de verbintenis aangaat:

a) tot het dekken van kosten van algemeen beheer geen hoger bedrag te zullen besteden dan 20 % van haar bestaansmiddelen van alle aard, vooraf verminderd met die welke voortkomen van andere erkende instellingen;

b) aan de schenkers een ontvangstbewijs uit te reiken waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld, en bij de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit binnen de twee maanden na het einde van ieder kalenderjaar van de periode waarvoor de machtiging is verkregen een afschrift van de tijdens dat jaar uitgereikte ontvangstbewijzen en een verzamelstaat of -attest daarvan in te leveren;

c) de ambtenaren van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit toe te staan haar boekhouding te controleren telkens als zij dat nuttig achten;

d) aan de diensten bevoegd voor de machtiging, binnen een maand na het eerste verzoek van die diensten, alle inlichtingen te verstrekken die voor het onderzoek van de aanvraag om machtiging nuttig zijn.

Die aanvragen moeten bovendien worden gestaafd met een eensluidend verklaard afschrift van de rekening van de ontvangsten en uitgaven van het laatst afgesloten boekjaar en van de begroting van het lopende boekjaar.

§ 5. De beslissing van de Minister van Financiën wordt aan de aanvragende VZW betekend.

§ 6. Ingeval een VZW de voor haar machtiging gestelde voorwaarden niet nakomt, kan haar machtiging ambtshalve worden ingetrokken of geweigerd door een beslissing van de Minister van Financiën.

De intrekking van de machtiging treedt in werking vanaf de 1 januari die volgt op de datum van betekening van de beslissing.