Artikel 63^11bis, KB/WIB 92
Art. 63^11bis is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2011 (art. 4 en 5, KB 10.09.2010 - B.S. 22.09.2010; Numac: 2010003521 - err. 04.10.2010)
§ 1. Voor de toepassing van artikel 145^24, § 2, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden voor de kalenderjaren 2007 tot en met 2011 de volgende instellingen erkend:
- "VZW Passiefhuis-Platform";
- "Plate-forme Maison passive ASBL".
De "kwaliteitsverklaring passiefhuis" en de "déclaration de qualité de Maison passive" die gedurende de kalenderjaren 2007, 2008 en 2009 werden uitgereikt door de in het eerste lid erkende instellingen, gelden als certificaat bedoeld in artikel 145^24, § 2, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek.
Voor de kalenderjaren 2010 en volgende wordt het model van het certificaat vastgelegd door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde. Het certificaat vermeldt de identificatiegegevens en de hoedanigheid van de belastingplichtigen aan wie het wordt uitgereikt, de ligging van de woning waarvoor het wordt uitgereikt, de norm waaraan de woning voldoet en, wat de nulenergiewoningen betreft, de hernieuwbare energiebronnen die worden gebruikt voor de compensatie.
§ 2. De in § 1, eerste lid, erkende instellingen en de bevoegde gewestelijke administraties bezorgen aan de administratie die bevoegd is voor de vestiging van de inkomstenbelastingen binnen de twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de certificaten als bedoeld in § 1, tweede en derde lid, werden uitgereikt, een elektronisch afschrift van de voormelde certificaten.
Wanneer het in § 1, derde lid, vermelde certificaat is uitgereikt door een gelijkaardige instelling of bevoegde administratie die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, houdt de belastingplichtige dit certificaat ter beschikking van de administratie.
§ 3. Voor de toepassing van de compensatie als bedoeld in artikel 145^24, § 2, vierde lid, van het voormelde Wetboek, wordt onder "opwekking van hernieuwbare energie" verstaan de opwekking van energie door:
1° een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;
2° zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;
3° warmtepompen die gebruik maken van energie die in de vorm van warmte is opgeslagen:
- in de omgevingslucht;
- onder het vaste aardoppervlak;
- in het oppervlaktewater.
Het eventuele energieverbruik van de in het eerste lid vermelde systemen moet eveneens worden gecompenseerd door ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie.
Het aantal kWh opgewekte hernieuwbare energie wordt berekend aan de hand van de berekeningsmodaliteiten, met inbegrip van de formules voor de opwekking van hernieuwbare energie en de eventuele correctieparameters, die zijn opgenomen in de door de Richtlijn CE/2006/32 voorziene EPB-methode die op de woning van toepassing is.
Wanneer de EPB-reglementering die lokaal van toepassing is, niet voorziet in een waardering van de productie van hernieuwbare energie, wordt de omzettingsefficiëntie en de verhouding tussen input en output van de systemen en de apparatuur voor de opwekking van hernieuwbare energie beoordeeld aan de hand van de door de Europese Unie vastgestelde procedures of, bij gebrek daaraan, van internationale procedures.
