Artikel 63^18/10, KB/WIB 92
Art. 63^18/10 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015 (art. 5 en 8, KB 30.06.2014 - B.S. 10.07.2014; Numac: 2014003284)
Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 145^37 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moeten tot staving van die vraag de volgende attesten die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, worden overgelegd:
A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft:
1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 145^37 van het genoemde Wetboek;
2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 145^37 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld;
B. wat de levensverzekeringspremies betreft:
1° een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 145^37 van het genoemde Wetboek;
2° een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 145^37 van hetzelfde Wetboek gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.
