Artikel 63^18/11, KB/WIB 92

Art. 63^18/11 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015 (art. 5 en 8, KB 30.06.2014 - B.S. 10.07.2014; Numac: 2014003284)

De in artikel 145^39, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde bijdragen worden geacht in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte te zijn betaald wanneer het levensverzekeringscontract waarvoor die bijdragen worden betaald, onderschreven is bij een onderneming die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte of bij een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde inrichting van een buiten de Europese Economische Ruimte gevestigde onderneming.

Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de belastingvermindering als bedoeld in artikel 145^39 van het vernoemde Wetboek voor bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden, moeten ter staving van die vraag de volgende attesten worden overgelegd die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de in het eerste lid bedoelde onderneming bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten:

1° een eenmalig basisattest waarin de onderneming de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van de in artikel 145^39 van het genoemde Wetboek vermelde belastingvermindering;

2° een jaarlijks betalingsattest waarin de onderneming het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 145^39, eerste lid, 1°, van het genoemde Wetboek, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.