Artikel 75, KB/WIB 92
Art. 75 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021 (art. 4 en 11, KB 09.12.2019 - B.S. 20.12.2019; Numac: 2019031089)
Het totale bedrag van het overeenkomstig de artikelen 74 tot 74/2 vastgestelde resultaat wordt eventueel volgens oorsprong onderverdeeld in:
1° in België behaald resultaat, indien positief hierna te noemen "Belgische winst";
2° in het buitenland behaald resultaat dat niet vrijgesteld is krachtens dubbelbelastingverdragen, indien positief hierna te noemen "niet bij verdrag vrijgestelde winst";
3° in het buitenland behaald resultaat dat van belasting is vrijgesteld krachtens dubbelbelastingverdragen, indien positief hierna te noemen "bij verdrag vrijgestelde winst".
Alvorens die onderverdeling wordt gedaan, worden de verliezen van het belastbare tijdperk die in een land worden geleden, achtereenvolgens op het totale bedrag van de winst uit andere landen aangerekend in de hierna aangegeven volgorde:
a) verliezen geleden in een land waarvoor de winst bij verdrag vrijgesteld is en onverminderd artikel 185, § 3, vierde en vijfde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992: eerst op de bij verdrag vrijgestelde winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, op de niet bij verdrag vrijgestelde winst en, tenslotte, op de Belgische winst;
b) verliezen geleden in een land waarvoor de winst niet bij verdrag vrijgesteld is: eerst op de niet bij verdrag vrijgestelde winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, (...) op de Belgische winst;
c) in België geleden verliezen: eerst op de Belgische winst, daarna, indien die winst ontoereikend is, op de niet bij verdrag vrijgestelde winst.
Indien op basis van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting de winst van een buitenlandse vaste inrichting in België niet is vrijgesteld, dient deze winst te worden opgenomen in de categorie "niet bij verdrag vrijgestelde winst".
In afwijking van het tweede lid, a, zijn, indien op basis van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting de winst van een buitenlandse vaste inrichting vrijgesteld wordt, is het niet-definitieve verlies dat die vaste inrichting heeft geleden wanneer het zich in de Europese Economische Ruimte bevindt, of het verlies van die vaste inrichting wanneer het zich buiten de Europese Economische Ruimte bevindt, alleen aan te rekenen op het bedrag van de winst van de categorie "bij verdrag vrijgestelde winst" overeenkomstig artikel 185, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
In afwijking van het tweede lid, a, is, indien op basis van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting de belasting op de winst van een buitenlandse vaste inrichting verminderd wordt, eenzelfde verhouding van het bewezen verlies door deze vaste inrichting, alleen aan te rekenen op het bedrag van de winst van de categorie "bij verdrag vrijgestelde winst" overeenkomstig artikel 185, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek.
